Natuurlijk kan er af en toe nog zomaar wat natte sneeuw vallen. En het is zeker te vroeg om al je winterkleren op te bergen. Maar vast staat dat deze maand de lente begint. En dat merk je zeker aan de vogelwereld. Het aarzelende begin van de merels is een jubelkoor geworden. En er wordt hier en daar al druk genesteld en zelfs gebroed. Een ideaal moment om hier aandacht aan te besteden en de top drie van de tuin- en schoolvogels eens in het zonnetje te zetten.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

De broedtijd breekt aan

Hoewel volgens de kalender de lente pas op 21 maart begint, zijn er nu al talloze vogels, die druk zijn met de broedtijd. In onze mensenogen lijkt dat allemaal eenvoudig te verlopen. Maar in het hele gebeuren van zingen, baltsen, paren, nesten bouwen, eieren leggen, broeden en grootbrengen van de jongen stoppen vogels een ongelofelijke hoeveelheid energie. Het is een enerverende tijd voor ze. En rust is ze in deze periode dan ook niet gegund.

Zingen

Voor de mannetjes begint het met zingen. Vroeger was dat zo’n beetje in februari. Maar nu hoor je ze al een maand eerder. Is er een vrouwtje op afgekomen, dan vallen de meeste mannetjes stil. Want zingen lokt nu eenmaal niet alleen vrouwtjes, maar ook vijanden! Is er eenmaal een vrouwtje gearriveerd, dan hebben de mannetjes het weer druk met het uit de buurt houden van indringers.

Baltsen

Gelijktijdig begint het baltsen, waarbij de mannetjes zich uitsloven om de vrouwtjes het hof te maken. Ook dat gaat niet zonder slag of stoot. In het begin zijn de vrouwtjes zelfs wat bang van die felle kerels. Maar gaandeweg gaat het allemaal vriendelijker en wordt het een samenspel. Van dit hele ritueel krijg je ook in de schoolomgeving van alles te zien, want vogels hebben geen slaapkamergeheimen. Het zijn aspecten van de voortplanting, die aan de meeste mensen voorbijgaan, maar die meer dan de moeite waard zijn om met de kinderen eens wat langer bij stil te staan.

Paren

De bevruchting bij vogels is ook al weer een heel gedoe, met veel balanceerkunst en acrobatisch gefladder van de mannetjes. Om optimale kansen op broedresultaten te hebben, wordt er vaak gepaard. Maar zelfs dan zijn meestal wel enkele eitjes van een groot legsel onbevrucht. Dat is bij grote hoeveelheden eitjes geen probleem. Maar het wordt anders, als een vogel maar weinig eitjes legt.

Nesten bouwen

En dan het bouwen van nesten. Die nesten variëren van een simpel kuiltje in het gras tot ware kunstwerken. De vogels uit de top vijf van de tuin- en schoolvogels zijn – met uitzondering van de merel – allemaal holenbroeders. Vandaar dat die ook in nestkastjes broeden. Zulke nesten liggen natuurlijk veilig verborgen voor vijanden. De ligging van de stevige nesten van merels is veel kwetsbaarder. Die nesten worden dan ook regelmatig door katten of eksters bezocht.
Bij de meeste vogels wordt het nest alleen door het vrouwtje gebouwd. Bij de soorten, waarbij beide vogels bouwen, beperkt het mannetje zich meestal tot het aanslepen van materiaal. Slechts een enkele keer is het mannetje de belangrijkste bouwer. Bij de vogels uit de top vijf duurt de bouw van een nest zo’n vier tot zes dagen.
Opvallend is, dat de meeste vogels vooral in de vroege morgen en de late middag bouwen. Dat is iets, wat óók in de buurt van de school te zien is.
Nota bene. De top vijf van tuin- en schoolvogels wordt gevormd door huismus, koolmees, merel, pimpelmees en spreeuw. Zie in dit verband ook het artikel Top vijf schoolvogels (1), dat is opgenomen in Praxisbulletin, 26ste jaargang, nummer 6 (februari 2009).

Eieren leggen en broeden

Als het nest klaar is, gaat het vrouwtje snel aan de leg. Bij de meeste vogels legt ze één ei per dag (of één ei per twee dagen). Sommige vogels beginnen direct na het leggen van het eerste (of het tweede) ei met broeden. Andere beginnen pas als alle eieren gelegd zijn. Bij de eerste groep komen de eieren natuurlijk niet gelijktijdig uit.
Bij veel vogels wisselen het vrouwtje en het mannetje elkaar af bij het broeden. Tijdens het broeden worden de eieren van tijd tot tijd voorzichtig met de snavel gedraaid.

Grootbrengen van de jongen

Zodra een jonge vogel volgroeid is, komt die zelfstandig uit het ei. Daarbij tikt de vogel met een zogenoemde eitand de dan al wat dunnere schaal aan de stompe kant stuk. Die eitand zit op het puntje van de bovensnavel en valt er een paar dagen later af.
Alle jongen van de top vijf komen kaal, blind en hulpeloos ter wereld. Daarom worden ze zeker de eerste dagen door de oudervogels verwarmd. Zolang ze in het nest blijven – en ook
nog een poosje daarna – worden ze intensief door de oudervogels gevoerd. Zo voeren spreeuwen tot wel 250 keer per dag hun jongen. En koolmezen zelfs het dubbele! Daarbij worden wel zo’n 1500 rupsen per dag gevoerd. Dat voeren is dan ook een ware uitputtingsslag voor de oudervogels.
De vogels uit de top vijf gaan na het uitvliegen meestal vrij snel uit elkaar, omdat de ouders vaak alweer aan een volgend broedsel beginnen.

Merels

Bosmerels en stadsmerels

Mijn oude buurman heeft het altijd over een zwarte lijster. En dan weet ik inmiddels dat hij een merel bedoelt. Een vogel, die al een paar jaar vast op de derde plaats van de Nationale Vogeltelling staat. Maar het zou mij niet verbazen, als deze topzanger nog een plaats gaat stijgen op het podium. En dan te bedenken dat in mijn eerste vogelboek merels nog als “schuwe bosvogels” werden vermeld. Nu moet ik zeggen, dat er ook nu nog “bosmerels” en “stadsmerels” zijn. Dat heb ik in de vele jaren dat het Zeister Bos mijn uitvalsbasis was vrijwel dagelijks ondervonden. Weliswaar zijn het dezelfde vogels, maar totaal verschillend in gedrag!

Alleseters

De merels die zich in de bewoonde wereld ophouden, verschuilen zich niet in een dicht bladerdek (zoals de “bosmerels”), maar zijn liefhebbers van een strak geschoren gazon. Op zoek naar wormen, die ze op het gehoor opsporen. Het is leuk om met de kinderen zo’n “jagende” merel eens te volgen.
Na een kort sprintje staat hij plotseling stokstijf stil. Dan zie je hem, met het kopje schuin, aandachtig luisteren. Kruipt er een worm onder de grasmat, dan wordt die er effectief onder vandaan gehaald. En dan volgt er een partijtje “wormtrekken”.
Overigens mag je merels tegenwoordig wel alleseters noemen. Van brood, spinnen en rupsen tot (bij mij in de tuin) kikkervisjes toe. En ook bessen en ander fruit staan hoog op de menulijst van de merel.

Toename

Ook met betrekking tot de nestbouw hebben merels weinig eisen. Een enkele keer wordt er zelfs wel eens in een klaslokaal gebroed! Voeg daarbij dat ze tegenwoordig al in de maand maart op eieren kunnen zitten, dan kom je tot wel drie tot vijf keer broeden per jaar. Daarmee horen merels – samen met huismussen en spreeuwen – ook bij de drie vogels met meer dan een miljoen nesten per jaar!
Toch is er (nog) geen sprake van overbevolking. Want veel broedsels worden vroegtijdig verstoord. En de gemiddelde leeftijd van de merel ligt ergens tussen de één en twee jaar. Maar de merel is inmiddels wel de enige vogel van de drie, die nog steeds in aantal toeneemt.

Koolmezen

26-07-03-01
Klimaatverandering

“De koolmezen in Nederland zijn van slag!” kopten de kranten een paar jaar geleden. En deze alarmkreet blijkt ook nu nog actueel te zijn. Er is wat mis met de verhouding tussen de top van het voedselaanbod en het tijdstip dat koolmezen jongen hebben. Dat alles is een gevolg van de klimaatverandering. Niettemin is de koolmees nog steeds de nummer 2 in de top vijf van de tuin- en schoolvogels!
Het belangrijkste voedsel voor jonge koolmezen zijn rupsen van de kleine wintervlinder. Vroeger hadden koolmezen jongen in de periode dat ze de meeste rupsen van deze vlinder konden vinden. Tegenwoordig ligt de top van die rupsenaanvoer steeds vroeger. Maar… dan hebben veel koolmezen nog geen jongen! Dat komt, omdat vogels zich in de broedtijd vooral laten beïnvloeden door de daglengte en minder door de temperatuur.
De koolmees heeft moeite in de pas te lopen met de gewijzigde omstandigheden. Toch is al gebleken, dat koolmezen bezig zijn om zich aan te passen. Op termijn zal het probleem zich dus vanzelf oplossen, als de koolmezen vroeger gaan broeden.

Veel onderzoek

Koolmezen – de grootste uit een uitgebreide familie – zijn de trouwste bezoekers van nestkastjes en voederplaatsen. Dat is dan ook de belangrijkste reden dat er zo veel onderzoek naar deze vogels is gedaan. Door dit alles zijn ze zó bekend, dat ik zeker in dit geval een beschrijving achterwege kan laten.
Koolmezen zijn ook de vrijpostigste onder de mezen, die zich heel dicht bij mensen wagen. Heel opvallend bij deze soort is de zwarte “stropdas”, die bij mannetjes duidelijk breder is dan bij vrouwtjes. Omdat mezen vaak met een paar tegelijk te zien zijn, is het leuk om daar met de kinderen eens op te letten.
Het nest wordt alleen door het vrouwtje gebouwd, waarbij vooral mos en veertjes worden gebruikt. Hierin worden tot wel vijftien eitjes gelegd. Dit lijkt een enorm aantal, maar heeft alles te maken met het feit dat de meeste jongen het eerste jaar niet halen.

Mussen

26-07-03-02
Achteruitgang

Overal waar mensen wonen, wonen ook mussen. Huismussen wel te verstaan. En daarom is de huismus de nummer 1 in de top vijf van de Nationale Tuinvogeltelling. Toch werd nog maar vijf jaar geleden groot alarm geslagen, omdat de huismussenstand zo langzamerhand gehalveerd was. Opvallend, al die aandacht, denk je dan. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat wij deze straatjongens onder de vogels de leukste vogels vinden. Misschien wel omdat mussen groepsvogels zijn en honkvast zijn. Als ze het eenmaal ergens naar hun zin hebben, dan blijven ze daar de rest van hun leven. Veel verder dan een halve kilometer van hun nest komen ze niet.
De belangrijkste reden van de achteruitgang was het steeds meer gebruikmaken van sneldekpannen in de bouw. Daaronder vinden de mussen immers geen geschikte broedplaatsen. Maar ook het meer en meer ontbreken van graanvelden pakte voor de mus verkeerd uit. Zelf wil ik in dit kader ook het simpele feit vermelden van de drastische teruggang van het dagelijks buiten uitschudden van het tafelkleed. Dat zie je ook steeds minder, zodat er ook steeds minder broodkruimels en andere (kleine) etensresten voor de mussen beschikbaar zijn.

Opkrikken van de mussenstand

De uitvoerig in de media gesignaleerde noodkreet blijkt ondertussen vruchten af te werpen. Werden er in de winter van 2005/2006 nog maar 56.000 mussen geteld, vorig jaar waren dat er zomaar 96.898! Zeker, zo’n telling is slechts een momentopname. Maar de stijgende trend lijkt zich voort te zetten. Al meldt het CBS ondertussen ook dat het aantal mussen in de stad de laatste jaren weer afneemt.
Inmiddels wordt er van alles gedaan om de mussenstand flink op te krikken. Zo is bijvoorbeeld de vogelvide ontwikkeld. Een alternatief om huismussen weer meer nestgelegenheid te bieden. Deze vogelvide is ontwikkeld voor schuine daken en houdt de onderste rij dakpannen geschikt als nestplaats voor mussen. De vogelvide, die verkrijgbaar is bij verschillende doe-het-zelfzaken, kan ook door particulieren worden geïnstalleerd.
Ook zijn er mussenappartementen te koop. Dat zijn nestkasten, waarin drie paartjes tegelijk terecht kunnen.
Verder profiteren mussen van allerlei projecten, die voor akker- en weidevogels zijn ontwikkeld. En ook wordt er op advies van de Vogelbescherming vaker het hele jaar door gevoerd.

Tot slot

Met de twee artikelen – Top vijf schoolvogels (1) en Top vijf schoolvogels (2) – hebt u materiaal in handen om met de kinderen een groot aantal activiteiten uit te voeren rondom het tellen van vogels en rondom de broedperiode. Zeker met het voorjaar voor de deur bieden tuin- en schoolvogels volop mogelijkheden om op het eigen schoolterrein aan de slag te gaan met boeiend en levend natuuronderwijs!

Veel plezier!