Naar aanleiding van de algemene introductie voor de hele school – waarin de brief van de minister-president is voorgelezen en de ecozak (tas) is uitgedeeld – gaan de lessen in de groep van start. Bij deze lessen horen de spullen, die in de ecozak zitten.
De kinderen van de groepen 4 en 5 krijgen een zak (tas) mee, die gaat over het thema Mens. Hierin zitten materialen en opdrachten, die horen bij dit thema.

De lessen

Opbouw

De lessen voor de bovenbouw zijn als volgt opgebouwd:

• De aftrap: de introductie van de ecozak (tas) en het bekijken van de inhoud.

• Oriëntatie op eerlijke handel.

• Opdracht 1-8 met behulp van opdrachtenkaarten.

• De afsluiting bestaat uit presentaties van de uitkomsten en resultaten van de gemaakte opdrachten.

Doelstelling

Het onderwerp Winst heeft eigenlijk als subthema’s: Economie, Handel & Welvaart. Het is van belang, dat kinderen creatieve oplossingen bedenken bij strijdigheid van belangen. Kritische denkers zijn belangrijke dragers van een (duurzame) samenleving. Kinderen moeten leren, dat er een rechtvaardige verdeling van aardse goederen over alle mensen moet ontstaan en dat er tegenstellingen tussen belangen van mensen zijn.
Winst, handel, economie en welvaart zijn sleutelwoorden, die deze tak van duurzame ontwikkeling ondersteunen. De kinderen moeten leren waar ze staan in deze maatschappij en hoe ze hun eigen steentje kunnen bijdragen.
Daarnaast is het belangrijk, dat kinderen leren over grensoverstijgende handel in de wereld en dat daarin ook bewuste keuzes te maken zijn. Waar sta ik, wat wil ik en wie ben ik? Zomaar wat vragen, die in de diverse lessuggesties van dit artikel verder uitgediept zullen worden. Het doel is kritische, verwondering wekkende, oriënterende opdrachten en vragen neer te leggen, zodat kinderen verschillende kanten kunnen onderzoeken. Dat maakt, dat kinderen met zorg naar de wereld kunnen kijken en elkaars leermeesters kunnen zijn. Een onderzoekende, zelfsturende houding is hierin cruciaal. Zeker in de bovenbouw is het onderzoeken en uitdiepen van het eigen gedachtegoed heel belangrijk.

De aftrap

Introductie

De ecozak (tas), met daarop het woord WINST, wordt geïntroduceerd in de groep. In de zak/tas(van organisch katoen) vinden de kinderen verschillende opdrachten en vragen, die dit aspect ondersteunen. Eigen inbreng en verwerking van de opdrachten staan hierbij voorop.

Inhoud ecozak (tas)

In de zak (tas) zitten de volgende zaken, die nodig zijn tijdens de lessen van het project:
– Acht opdrachtenkaartjes en één leeg opdrachtenkaartje.
– Geplastificeerde logo’s.
– MADE-BY buttons (knoopjes) plus een eenvoudige (digitale) (foto)camera.
– Bakje voor/met filosofievragen.
– (Oude) kranten.
– Logo: eenderde taartpunt.

Oriëntatie op eerlijke handel

• Plak een groot, groen vel papier op het bord en zet daarop: eerlijke handel. Waar denken de kinderen dan aan? Wat zou het kunnen betekenen? Maak hiermee een woordspin. En stel de vraag: “Wat zou je over eerlijke handel willen leren?”

• Schrijf ook enkele cruciale vragen op, die uit de kinderen zelf komen. (Voorbeelden, die in de praktijk werden gegeven, zijn: “Is er in Turkije, door alle “nepartikelen”, ook oneerlijke handel?” En: “Hoe weet je wanneer iemand daar eerlijk over is?”)

• Neem de kinderen vervolgens geleidelijk mee naar de zak (tas), waarna de opdrachten kunnen gaan beginnen. Schrijf op het lege opdrachtenkaartje alle vragen van de kinderen nog eens op en doe vervolgens dit kaartje met vragen in de zak. Dit kaartje wordt uiteindelijk als laatste behandeld. Want wellicht blijven – nadat alle opdrachten/vragen aan bod zijn geweest – er nog vragen open. En dan vraagt dit om extra onderzoek.

• Als u merkt dat de kinderen nog geen goede beeldvorming hebben bij de term eerlijke handel, dan is het filmpje op de website www.teleblik.nl een goede ondersteuning.
Let op! Voor dit filmpje moet u aangemeld zijn op de site. De site is exclusief bedoeld voor scholen met een Brin-nummer. Als u naar de genoemde site gaat, kunt u aan de linkerkant klikken op: aanmelden. Als u daarna de stappen volgt, krijgt u vanzelf een aanmeldingscode, waarmee u de filmpjes kunt bekijken. Voor het betreffende filmpje kunt u bij primair onderwijs aanklikken: zoeken en dan Fair Trade invullen.
Nota bene. Bij afwezigheid van een digitaal schoolbord kunnen de kinderen dit filmpje ook zelf op de computer bekijken.

Opdracht 1: Logo-onderzoek

Doelen en werkwijze

• Bewustwording
Het is van belang dat kinderen leren dat er een eerlijke verdeling tussen mensen zou moeten zijn voor wat betreft aardse goederen. Dus ook: een eerlijke prijs! Het aspect van eerlijk delen (dus eerlijke handel) zit hier eigenlijk in. Kinderen zouden moeten leren dat ze hieraan hun steentje kunnen bijdragen. Je kunt namelijk bewust kiezen voor eerlijke handel. Daar kunt u de kinderen natuurlijk over vertellen. Maar het is beter als ze zelf op onderzoek uitgaan.

• Logo-onderzoek
Een logo-onderzoek geeft hiertoe een eerste aanzet. De bedoeling is, dat de kinderen worden opgedeeld in groepen. In de zak (tas) vinden de kinderen vier verschillende logo’s (geplastificeerd). De groepen kunnen worden samengesteld door de logo’s op het bord te hangen, waarna de kinderen hun naam mogen schrijven bij een van de logo’s. Op deze manier kunnen ze zélf kiezen welk logo ze willen gaan onderzoeken. Een zelfstandige keuze bevordert de autonomie bij kinderen! Maar u kunt natuurlijk de kinderen ook gewoon “nummeren”, zodat er “eerlijke” groepen ontstaan.
27-05-10-01
Fair Trade.
27-05-10-02
Max Havelaar.
27-05-10-03
EKO-keurmerk.
27-05-10-04
MADE-BY.

• Opdrachtenkaart Bij de logo’s hoort een opdrachtenkaart. In elke groep moet een groepsleider worden aangesteld, die de opdrachtenkaart voorleest. (Per opdracht kan ook de groepsleider rouleren.) Vervolgens vindt er een internetonderzoek plaats naar de logo’s. De bedoeling is, dat de kinderen daarna een poster ontwerpen, waarin de essentie van het logo terugkomt. Op internet zoeken is altijd een lastige klus. Waar moet je kijken? En welke sites zijn dragend voor het logo? Enige ondersteuning zullen de kinderen daarbij wel nodig hebben. Ik geef u in dit verband twee tips: – Laat de kinderen www.google.nl gebruiken. – En vermeld websites op het bord, waar de kinderen houvast aan kunnen hebben, als ze er zelf niet uitkomen. Noteer bijvoorbeeld op het bord: www.made-by.nl, www.fairtrade.nl, www.entoen.nu (voor Max Havelaar) en www.eko-keurmerk.nl. Daarnaast kunt u de kinderen uitdagen om thuis eens op zoek te gaan naar de logo’s. (Bijvoorbeeld het EKO-logo staat vaak op verpakkingen.) De logo’s hebben niet alleen te maken met eerlijke handel. U zult merken dat het Max Havelaar-logo en het Fair Trade-logo dicht bij elkaar liggen. Enige overlapping in tekst zou kunnen ontstaan. De kunst is, dat de kinderen uiteindelijk leren wat het ene logo met het andere te maken heeft, maar óók dat ze daadwerkelijke verschillen kunnen benoemen. Het EKO-logo heeft niet zozeer alleen met eerlijke handel te maken, maar wél met duurzame ontwikkeling. Dit project richt voornamelijk zijn pijlen op duurzame ontwikkeling en daarbij in de bovenbouw op eerlijke handel, maar enige overlap/doorloop is zeker gewenst. Na het logo-onderzoek geven de kinderen een minipresentatie aan elkaar, waarin ze elkaars leermeesters zijn en daarbij ondersteuning ondervinden van de poster. Nota bene. Het is wellicht een bijzondere uitdaging om daarbij een PowerPointpresentatie te ontwerpen!

Opdrachtenkaart 1
Dit logo hoort bij eerlijke handel en duurzame ontwikkeling.
Weet jij waar dit logo precies van is en waar het voor staat?

Opdrachten

1  Zoek op internet dit logo op. Verdeel de taken goed!

2  Maak een informatieve poster over het logo en vertel waar het logo voor staat en waarom het belangrijk is.

3 Geef een minipresentatie aan je klas over jullie logo en gebruik daarbij de poster.
Je mag ook een PowerPointpresentatie maken.

4  Bedenk tot slot een kleine quiz, voor de kinderen die hebben geluisterd.

Opdracht 2: Reclameboodschap

Doelen en werkwijze

• Reclame maken Hoe kun je ervoor zorgen, dat mensen over de hele wereld weten waarom het van belang is dat er eerlijke handel wordt gedreven? In ieder geval door het medium televisie te gebruiken! Met deze opdracht leren de kinderen om gebruik te maken van dit medium. De kinderen gaan zich oriënteren op het gebied van reclame maken. Hoe breng je iets goed over? En welke aspecten zijn daarbij van belang? Breng je humor in of laat je alleen serieuze dingen zien? Voor elk van de logo’s moet een reclameboodschap worden bedacht. Een boodschap, die de rest van de wereld laat zien waarom bewust gekozen zou moeten worden voor de producten, die dit bepaalde logo dragen. En waarom eerlijke handel zo belangrijk is. Nota bene. Een filmpje op internet, dat het bovenstaande ondersteunt, is te vinden op de website www.schooltv.nl/beeldbank. (Zoek bij primair onderwijs: het reclamebureau.) • Reclamefilmpjes Als u de beschikking hebt over een filmcamera is het wellicht leuk om deze reclameboodschappen op te nemen en op de computer te zetten. (Dit kan ook al vaak met een fototoestel!) Daarna kunnen ze op een dvd of USB-stick worden gezet. Op die manier kunnen ook bij de eindpresentatie aan de school de reclamefilmpjes getoond worden. Als een camera niet voorhanden is, kunnen de kinderen de reclameboodschap ook zelf uitspelen bij de eindpresentatie. • Podcast Of maak een podcast met de kinderen. Hoe dat moet, leest u in het artikel Podcasten in het basisonderwijs. Een ICT-werkvorm met mogelijkheden, opgenomen in Praxisbulletin, 26ste jaargang, nummer 6 (februari 2009) en in de bijbehorende extensies bij de nummers 6, 7 en 8 (februari, maart, april 2009) op deze website, waarin podcasten nader wordt uitgewerkt, voor praktische toepassing in de klas.

Opdrachtenkaart 2

Opdracht

Bedenk een reclameboodschap bij jullie logo.
Stel je voor dat jullie met deze boodschap op tv zouden komen.
Dan moet je binnen één minuut de boodschap kunnen laten zien en overbrengen.
Zorg dat mensen door de boodschap precies weten waar het logo voor staat en waarom ze bewust hiervoor zouden moeten kiezen.

Opdracht 3: Knoopjes voor duurzame mode

Doelen en werkwijze

• Organisch katoen Het MADE-BY concept is door een groep kinderen bij opdrachtenkaart 1 al nader onderzocht. Maar daarnaast is het belangrijk dat kinderen leren, dat je in gewone winkels in Nederland bewuster kunt gaan kijken naar de plekken waar de kleding vandaan komt. In de bovenbouwgroepen wordt regelmatig naar kleding gekeken. Het onderwerp leeft. De website www.made-by.nl is een veelzijdige site, die een goed overzicht geeft. Er zijn vele filmpjes te zien over de herkomst van kleding. En er wordt vermeld in welke winkels producten van organisch katoen te koop zijn. Wist u dat bijvoorbeeld de winkelketens H&M en WE een hele organische katoenlijn hebben? Een bezoekje aan de genoemde site is daarom zeker aan te raden. • Blauwe knoopjes voor een eerlijk product Op de site van MADE-BY is gratis het blauwe MADE-BY knoopje te bestellen. (Het knoopje kan ook besteld worden door middel van een mailtje naar: info@made-by.nl.) Als de kinderen dit knoopje op kleding zien zitten, dan weten ze dat dit kledingstuk op een eerlijke manier verkregen is en dat er een eerlijke prijs voor is betaald. Er is dus duidelijkheid over de herkomst. En de slogan van MADE-BY is dan ook niet voor niets: fashion with respect for people and planet. (Bron: MADE-BY.) • Foto Voor deze opdracht kunt u vier blauwe MADE-BY knoopjes bestellen op de genoemde site of per e-mail. (Als dit eventueel niet lukt, dan kan een kopie van het logo worden gemaakt.) De opdracht is: maak een foto, met het blauwe MADE-BY knoopje in de hoofdrol. Zorg er echter voor, dat in de foto niet alleen het knoopje centraal staat. Laat het beeld te maken hebben met respect voor mens en/of aarde. Met een eenvoudig (digitaal) fototoestel moeten de kinderen dat knoopje op een originele manier terug laten komen. Nota bene. De kinderen kunnen wellicht van thuis eventueel zelf een fotocamera meenemen. • Voorbeelden vanuit de praktijk Het doel van de opdracht is, dat de kinderen op een ludieke manier bezig zijn met het knoopje en zich ook bewust zijn waar ze dit terug kunnen vinden en waar het knoopje voor staat. Ze leren op deze manier ook dat ze tijdens het winkelen soms beter kunnen kiezen voor biologisch katoen en dat dit echt niet altijd zo veel duurder is dan gewoon katoen. (Bron: MADE-BY.) • Wandfries De foto’s zijn weer een belangrijk onderdeel van het chronologische wandfries, dat zorgt voor samenhang in de opdrachten. De kinderen kunnen op deze manier de episodes doelgericht volgen.

Opdrachtenkaart 3
Weten jullie alles al van het MADE-BY knoopje?
Als je dit blauwe knoopje op kleding ziet, dan weet je dat er eerlijke handel is geweest!
MADE-BY staat voor: kleding, met respect voor mens en aarde.
Kijk nog maar eens op de website www.made-by.nl.

Opdracht

Maak een originele foto met je groepje, waarin het blauwe knoopje de hoofdrol speelt.
De foto moet te maken hebben met kleding, mens, natuur of handel.
Wie maakt de beste foto?

Opdracht 4: Filosoferen en discussiëren over het thema Macht

Doelen en werkwijze

• Geen absolute waarheid Filosoferen zorgt ervoor, dat je de wereld van haar vaste vorm ontdoet. Dat je verder kijkt, over grenzen heen. Filosoferen stimuleert het kritisch denken en het durven verdedigen van je eigen mening. Er is geen goed of fout. Er bestaat bij filosoferen geen absolute waarheid. Je eigen gedachten staan centraal. Filosofie zorgt ervoor, dat je doelgericht luistert naar anderen en dat je soms ook je eigen mening durft los te laten op die anderen. • Thema Bij deze opdracht gaan de kinderen doelgericht filosoferen en discussiëren. Het sleutelwoord is hier Macht. In een aantal filosofische vragen worden de kinderen verder uitgedaagd om te discussiëren over dit thema. De vragen kunnen ook benaderd worden vanuit een historisch perspectief. (Denk bijvoorbeeld aan de Tweede Wereldoorlog.) • Binnenkring en buitenkring De bedoeling is, dat er een binnenkring en een buitenkring worden gevormd. De binnenkring gaat met elkaar filosoferen. En de buitenkring maakt daarover tekeningen. (Dit kan ook afgewisseld worden tussen sprekers en tekenaars.) De ideeënspinsels krijgen op papier kleur en wellicht daardoor meer houvast. Hierna kunnen ook deze tekeningen een prominente plek aan de muur krijgen. De bedoeling is, dat er ongeveer zes kinderen in de binnenkring zitten aan zes tafels. (Dit vanwege de vuist, die ze op tafel moeten leggen.) De andere kinderen zitten eromheen. De kinderen die filosoferen, doen dat aan de hand van gebaren, die enige oefening vergen: – Vuist op tafel: de andere kinderen weten dan dat het kind iets wil zeggen. – Vinger in de lucht: het kind wil reageren op wat een ander kind heeft gezegd. • Structuur De kinderen geven elkaar steeds een beurt. Dit moet afwisselend verlopen. Eerst zult u daarin moeten helpen, maar het proces zal steeds vloeiender verlopen. Als de kinderen echt gevorderd zijn, kunnen ze zelfs zónder gebaren op elkaar reageren. Maar toch verdient het de voorkeur om eerst te starten met gebaren. Dat geeft meer structuur. Om de kinderen een handvat te bieden, kunt u het best de hierna vermelde filosofievragen in een bakje doen, waar de kinderen dan een vraag/stelling uit kunnen halen. Ook moeten er lege kaartjes in zitten, waar de kinderen zélf hun eventuele vragen/stellingen op kunnen schrijven. • Filosofievragen – Wat betekent MACHT voor de wereld? – Wij kunnen best zonder MACHT in Nederland. (Denk aan alle politieke partijen.) – De president van Amerika heeft de meeste MACHT, dus hij heeft ook het leukste leven. – MACHT kan ervoor zorgen dat er nare dingen gebeuren. Denk maar eens aan de Tweede Wereldoorlog. Wij kunnen daar toch niets aan doen? Dat gebeurt gewoon. – MACHT zorgt ervoor dat mensen in de derdewereldlanden arm zijn. Maar daar kunnen wij iets aan doen! Toch? – Iedereen in de wereld heeft wel eens MACHT. (Bijvoorbeeld over dieren, kleine kinderen, enzovoort.) – Het hebben van MACHT voelt fijn! (Enzovoort.)

Opdrachtenkaart 4
Wat weet jij wat ik (nog) niet weet?
Wat weet ik wat jij (nog) niet weet?

Opdracht

Vandaag gaan jullie filosoferen.
Je juf of meester zal hierover meer vertellen.
Het is belangrijk dat je je eigen mening durft te vertellen.
Maar ook dat je heel goed luistert naar wat anderen zeggen.
Er is geen goed of fout.
Jouw eigen mening, die is belangrijk!
Wie durft?
En wie durft daarover tekeningen te maken?

Opdracht 5: Brengt het nieuws jou dichter bij de wereld?

Doelen en werkwijze

• Krant Naast de tv – waar de kinderen eerder, in de vorm van een reclameboodschap, mee bezig zijn geweest – is de krant ook een essentieel medium, om nieuws in de gaten te kunnen houden. De krant brengt het nieuws dichter bij jou en houdt je op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen. De kinderen staan hierbij voor de volgende vragen: – Hoe brengen kranten het nieuws? – Is het belangrijk altijd alles te geloven wat je leest? – Hoe breng je eigen nuances aan? – Brengt nieuws jou dichter bij de wereld of brengt nieuws de wereld dichter bij jou? • Informatie verzamelen en delen Bij deze opdracht moeten de kinderen verschillende kranten mee naar school brengen. (Kan dit niet, dan kunt u bijvoorbeeld zelf wat gratis kranten verzamelen. Denk bijvoorbeeld aan de gratis dagbladen bij treinstations.) De kinderen moeten vervolgens gaan zoeken naar artikelen, die te maken hebben met economie, eerlijke handel en/of duurzame ontwikkeling. Nadat deze artikelen zijn gevonden en zijn uitgeknipt, mogen de kinderen in groepjes elkaar vertellen welke nieuwsfeiten ze gevonden hebben en waarom ze juist die berichten uit de krant hebben gehaald. Het delen van informatie is belangrijk in de wereld. De kinderen kijken hoe een krantenartikel is opgebouwd (kop, begin, midden, slot). • Stelopdracht In de opdracht hierna gaan de kinderen aan de slag. De kinderen moeten uit verschillende krantenartikelen (en die mogen overal over gaan, dus niet alleen over het onderwerp) een nieuwe kop maken, die te maken heeft met eerlijke handel. Vervolgens zijn ze voor één dag verslaggever. Ze schrijven bij hun nieuwe kop (bestaande uit allerlei losse letters van verschillende koppen) een nieuw artikel. Vervolgens worden de artikelen voorgedragen en gebundeld. De vragen die u daarbij zou kunnen stellen, zijn: – Zou nieuws écht altijd helemaal waar zijn? – Moet je altijd alles geloven? – Wat kun je doen als je twijfelt? (Dan kun je meerdere artikelen en dergelijke in verschillende media raadplegen.)

Opdrachtenkaart 5

Opdracht 1

Neem (oude) kranten mee van thuis.
Op school ga je daarmee een onderzoek doen.
Zoek een goed artikel over economie, winst en/of duurzame ontwikkeling.
Leg daarna in je groepje uit waarom jij dit artikel hebt gekozen.
Wie weet ook waar een artikel uit bestaat?
Bestaat een artikel meestal uit één grote tekst of uit een heleboel kleinere stukjes?
En hoe heten die stukjes?

Opdracht 2

Jij bent voor één dag verslaggever/journalist.
Maak nu van verschillende koppen uit de hele krant een nieuwe, eigen kop.
De kop moet te maken hebben met eerlijke handel.
Daarna mag je zelf een artikel bij die kop schrijven.
Wie schrijft de origineelste tekst?

 

Opdracht 6: Waar zou de wereld zijn zonder uitvindingen?

Doelen en werkwijze

• Vragen Welke uitvindingen zijn belangrijk geweest voor de wereld? Welke uitvindingen zijn belangrijk geweest voor de economie? En welke uitvindingen voor de welvaart? Dit soort vragen staan in deze opdracht centraal. De kinderen leren daarmee over grenzen heen te kijken. Ze leren te zien wie of wat belangrijk is geweest. Ze leren na te denken over hoezeer we deze uitvindingen zouden missen als ze er niet zouden zijn. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de telefoon of de computer. • Inventarisatie op internet Op internet moeten de kinderen de uitvindingen, die volgens hen het belangrijkst zijn geweest, zoeken en op een rijtje zetten. Die worden dan later besproken in de kring. Om de kinderen een beetje op weg te helpen, kunt u de volgende websites als tip geven (of samen met de kinderen bekijken op het digitale schoolbord): – www.geschiedenisvoorkinderen.nl (zoeken op: uitvindingen); – uitvind.startpagina.nl; – www.kinderpleinen.nl (zoeken op: uitvindingen). • Nieuwe uitvinding ontwerpen Na inventarisatie van alle uitvindingen gaan de kinderen daarna zelf aan de slag. Waar zou de wereld mee geholpen zijn? Welke belangen gaan voor? Wanneer heb je een duurzame en participerende levensstijl? De opdracht luidt daarom als volgt: ontwerp op papier (of met knutselmateriaal) een uitvinding, die nog niet bestaat. Om een stapje in de richting te zetten, kunnen de kinderen naar een filmpje kijken op internet over Suske en Wiske en de belangrijkste en bijzonderste uitvindingen. Zie hiervoor de website www.teleblik.nl, klik: primair onderwijs en zoek: de uitvindingen van Professor Barabas. (Zie voor verdere uitleg Oriëntatie op eerlijke handel.) Daarna is het de bedoeling, dat de kinderen de producten aan elkaar presenteren en dat er op elkaar gestemd gaat worden. De kinderen mogen individueel óf samen met iemand anders een (nieuwe) uitvinding bedenken. Wie wint, mag zijn/haar uitvinding laten zien op de laatste dag van dit project aan de hele school.

Opdrachtenkaart 6

Opdracht 1

Welke uitvindingen zijn belangrijk geweest voor de wereld?
Zoek op internet de meest belangrijke uitvindingen en bespreek die in de klas.
TIP Je juf of meester heeft websites, waarop je zou kunnen kijken.

Opdracht 2

Je hebt nu belangrijke uitvindingen gezien.
Welke uitvinding bestaat nog niet, maar zou wél goed zijn voor bijvoorbeeld duurzame ontwikkeling en/of eerlijke handel?
Zet een aantal ideeën op papier en ontwerp een échte, nieuwe uitvinding!
Doe het alleen óf samen met iemand anders.
LET OP! Denk steeds: hoe zorg ik ervoor, dat de wereld beter wordt van mijn uitvinding?
Teken de uitvinding daarna op papier of knutsel hem in elkaar.

Opdracht 3

Presenteer je uitvinding aan de klas.
Daarna gaan jullie stemmen.
Je mag natuurlijk niet op jezelf stemmen!
De uitvinding die wint, mag worden gepresenteerd op de laatste dag van het project aan de hele school.
Wie vraagt daarna octrooi aan?

 

Opdracht 7: Eigen inbreng

Doelen en werkwijze

Het is van belang dat alle vragen/gedachten van de kinderen, die in het beginstadium zijn geformuleerd, nu weer naar voren worden gehaald. Wat staat er op het (lege) opdrachtenkaartje? Zie: Oriëntatie op eerlijke handel. • Nader onderzoek Haal die vragen/opmerkingen terug en bekijk of ze inmiddels beantwoord zijn. Is dat niet het geval? Dan vraagt dit om nader onderzoek met de hele klas. Cruciale vragen zijn in dit verband: – Wat moeten we doen om achter de antwoorden/oplossingen te komen? – Hoe dragen we daarin ons steentje bij? – En wie gaat bij de eindpresentatie hierover vertellen?

Opdrachtenkaart 7
Aan het begin van dit project zijn jullie vragen, gedachten en opmerkingen door je juf of meester opgeschreven op een leeg opdrachtenkaartje.
Kijk hier nog eens naar.

Opdracht

Zijn er vragen over duurzame ontwikkeling, die nog niet zijn beantwoord?
Maak dan samen met je juf of meester een plannetje hoe jullie die vragen gaan oplossen.
Straks, bij de eindpresentatie voor de hele school, wil de minister graag weten wat jullie nog meer zelf onderzocht hebben.
Wie wordt de spreker?

 

Opdracht 8: Ontwerp je eigen deel van het logo voor eerlijke handel

Doelen en werkwijze

Dit is de laatste opdracht voor de bovenbouw over eerlijke handel. De kinderen moeten een taartpunt gaan ontwerpen.

• Taartpunt
Iedere bouw heeft als laatste opdracht, om eenderde deel van de taart zélf te gaan ontwerpen. (Zie het cirkeldiagram voor bedoeling.) Als we terugkijken naar alle opdrachten, wat is dan het belangrijkste dat we geleerd hebben? Wat vinden de kinderen passend om in de taartpunt op te nemen over eerlijke handel?
Groepsgewijs kan daarover nagedacht gaan worden. De kinderen leveren vervolgens hun ideeën in. Het beste idee wordt gekozen en dat wordt aangedragen als deel van het logo van de bovenbouw.
Als alle bouwen (onderbouw, middenbouw en bovenbouw) hun eigen taartpunt aandragen en tijdens de eindpresentatie in elkaar zetten, dan zal er één geheel ontstaan. Eén gezamenlijk logo voor duurzame ontwikkeling!

 

27-05-10-05

Opdrachtenkaart 8

Opdracht 1

Dit is de laatste opdracht.
Wat heb je geleerd als je terugkijkt naar alle opdrachten?
Wat was het belangrijkste met betrekking tot duurzame ontwikkeling en eerlijke handel?
Denk daarover na en maak dan een woordspin voor jezelf.

Opdracht 2

Je krijgt nu een deel van een taartpunt.
Het is een deel van het logo, dat nog ontworpen moet worden.
In die taartpunt ga je tekenen wat jij vindt dat het best bij eerlijke handel past.
Iedere bouw (groep 1-3, groep 4-5, groep 6-8) zal een deel van het logo ontwerpen.
De drie delen worden getoond op de eindpresentatie.
Als die delen worden samengevoegd, zal er een mooi, rond logo ontstaan, dat staat voor duurzame ontwikkeling.
Wie maakt het mooiste ontwerp en verdient daarmee een ereplaats?
Je juf of meester beslist uiteindelijk welk ontwerp op het logo komt.