Vogels zijn overal. Al zal het aantal soorten bij een dorpsschool vaak groter zijn dan bij een school midden in een grote stad. In de directe schoolomgeving zullen in veel gevallen zelfs meer vogels voorkomen dan in de rest van het dorp of de wijk. Daar is immers wat te halen. Er spelen en eten veel kinderen. Dus er is altijd wel wat eetbaars te vinden.
In een tweetal artikelen beschrijf ik een aantal eenvoudig uit te voeren mogelijkheden voor boeiend natuuronderwijs. Beide artikelen hebben betrekking op de vijf bekendste schoolvogels. In deze eerste aflevering staan activiteiten rond vogels tellen centraal. Het vervolgartikel wordt opgenomen in nummer 7 (maart 2009).

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Nationale Tuinvogeltelling

Uitslagen vergelijken

Al jaren organiseert Vogelbescherming Nederland elke winter de Nationale Tuinvogeltelling. Een leuke activiteit, waar je – ook als je geen echte vogelkenner bent – aan deel kunt nemen.
Je kunt dat gewoon vanuit je huis doen. Deze winter vond de telling voor de zesde keer plaats. De uitslag hiervan is te vinden via www.vogelbescherming.nl.
Gaat u met dit onderwerp aan de slag? Dan is het aan te bevelen om de uitslag van de telling naast de uitslagen van de drie voorafgaande jaren te leggen. (Zie in dit verband ook de internetuitbreiding bij dit artikel.) Op die manier zijn vergelijkingen te maken. En daaraan wordt op een van de opdrachtbladen van de extensie aandacht besteed.

Veranderingen signaleren

Vorig jaar werd door meer dan 15.000 mensen aan deze telling deelgenomen. Bij de telling noteren de deelnemers een uur lang alle vogels, die ze in de tuin of op het balkon zien. En dat levert boeiende resultaten op. Zo blijkt dan bijvoorbeeld dat de overbekende huismus zo langzamerhand uit een diep dal terugkeert. En dat de veelbesproken klimaatverandering ook voor veranderingen in de vogelwereld zorgt. Sommige vogelsoorten gaan eerder broeden, terwijl andere soorten – die vroeger in de herfst wegtrokken – nu het hele jaar rond aanwezig zijn.
Natuurlijk is zo’n telling een momentopname. Maar je kunt wel zeggen dat er vaak een trend over toename of afname uit op te maken is. Bovendien is het erg leuk om ermee bezig te zijn.

Meer vogels lokken

Omdat er zo veel aan te ontdekken is, zijn vogels – naast kriebelbeestjes – heel geschikt voor levend natuuronderwijs. Het bezwaar dat je hiervoor op stap moet, valt weg, want vogels komen overal voor. Tot op het balkon van je appartement. Daarom is het de moeite waard om het eigen schoolterrein waar mogelijk zó in te richten, dat vogels er zich thuis voelen. Zo zorg je voor legio nieuwe mogelijkheden voor aansprekend natuuronderwijs.
Hoe doe je dat? Door te zorgen voor zo veel mogelijk groen, met veel schuilplekken. Dat bereik je het best met dichte struiken met doorns, die vaak ook nog bessen krijgen. Of met struiken, die in de winter groen blijven. Al deze eigenschappen vind je bijvoorbeeld terug in de vele berberissoorten, die overal te kust en te keur te koop zijn. Berberissoorten zien zelfs kans om katten tegen te houden. En dat is een belangrijk voordeel, als je vogels wilt lokken!

Klimmers en bloeiers

26-06-03-01
Zijn er muren of schuttingen rond het schoolterrein? Laat die dan begroeien met een ijzersterke klimmer, zoals klimop. Dat is niet alleen een vlotte groeier, maar ook nog eens altijd groen. Kun je hier en daar wat bloeiende planten zetten, die insecten lokken? Dan maak je het nóg aantrekkelijker. Want met zulke planten trek je vogels aan.
En… houd al dat groen vooral niet te pijnlijk schoon, want daar houden vogels niet van. Die hebben het juist naar hun zin in een omgeving met rommelhoekjes, afgevallen blad en uitgebloeide bloemen.

Nestkastjes ophangen

Naast een groene omgeving zijn veel van onze bekendste vogels gebaat bij het ophangen van nestkastjes bij de school. Alweer een educatieve activiteit, die veel kansen biedt voor
optimale natuurbeleving. Nestkastjes zijn in allerlei soorten en maten te koop. Maar let wel op de kwaliteit!
Het is natuurlijk ook mogelijk om nestkastjes met de kinderen te maken. Bedenk dan dat je voor ons doel de beste kansen op succes hebt met zogenoemde mezenkastjes. En gebruik in ieder geval hout van zo’n 15 millimeter dik.
Mezen horen bij de top vijf van schoolvogels. En er is zo’n groot tekort aan geschikte broedplaatsen voor deze vogels, dat zulke kastjes bijna altijd wel benut worden. Hang ze bij voorkeur zó op, dat de opening naar een richting ergens tussen het noordoosten en het zuidoosten wijst. En let erop dat dezelfde soort nestkastjes minstens tien meter uit elkaar hangen. Een uitzondering hierop vormen mussenkasten, want mussen broeden graag met een stel dicht bij elkaar.

Tip. Nestkastjes worden vaak een paar keer per broedseizoen gebruikt. Laat de kastjes daarna in de herfst door de kinderen schoonmaken. Want een oud nest zit vaak vol met vlooien en luizen. Schoonmaken kan gewoon met wat warm water en een borstel. Zo wordt voorkomen, dat de vogels in de winter – als ze graag in zo’n kastje slapen – last van die kriebelaars hebben.

Voer het jaar rond

Daarnaast is het hele jaar door voeren en zorgen voor drink- en badderwater een gegarandeerd succesvolle manier om vogels te lokken en in de buurt van de school te houden.
Ja, ik weet het. Jarenlang heb ik in allerlei artikelen geschreven dat we alleen in de winter moeten voeren. Met die mening was ik met Vogelbescherming Nederland in goed gezelschap. Maar diezelfde Vogelbescherming heeft haar koers op dit terrein resoluut gewijzigd. In navolging van Engeland – een vogelvriendenland bij uitstek – wordt nu geadviseerd om het hele jaar rond bij te voeren. Wetenschappers kwamen daar – na uitgebreid, jarenlang onderzoek – tot de conclusie, dat het jaar rond voeren de vogelstand ten goede komt.
26-06-03-05

Wanneer beginnen?

Met voeren kunt u eigenlijk op elk moment van het jaar beginnen. Zeker nu het voorjaar voor de deur staat. De zaadeters onder de vogels hebben immers zo langzamerhand de beschikbare zaden uit de natuur in de loop van de winter opgegeten. En voor de insecteneters heeft de klimaatverandering als nadeel, dat de meeste rupsen er al zijn voordat ze jongen hebben. Maar als we bijvoeren, schakelen insecteneters zelf op ander voedsel over en krijgen de jongen de dan al aanwezige kriebelbeestjes.
Ik zal u niet vermoeien met de achtergronden van deze nieuwe opvatting, maar ik vermeld wél een belangrijke kanttekening. Het blijft altijd beter om van half maart tot de zomervakantie geen pindasnoeren of vetbollen op te hangen. Dit vet wordt namelijk slecht verdragen door jonge vogels en leidt zelfs tot sterfte.

Top vijf

Naar aanleiding van de uitslagen van de Nationale Tuinvogeltelling in de afgelopen drie jaar heb ik een top vijf van tuin- en schoolvogels opgesteld. Opmerkelijk is dat de eerste vier
plaatsen in al die jaren in dezelfde volgorde zijn ingenomen door dezelfde vogels. Op nummer 1 staat de huismus, nummer 2 is de koolmees, nummer 3 de merel en nummer 4 de pimpelmees. Op nummer 5 stonden in deze drie jaren respectievelijk de vink, de kauw en de spreeuw. Van deze drie stond de spreeuw in deze jaren gemiddeld het hoogst. En daarom is deze vrijbuiter in de top vijf op de vijfde plaats terechtgekomen.
In het vervolg van dit artikel komen de pimpelmees en de spreeuw (de nummers 4 en 5) in het kort voor het voetlicht. In het tweede artikel kom ik dan (onder andere) terug op de huismus, de koolmees en de merel (de nummers 1, 2 en 3).

Spreeuwen

26-06-03-02
Wildebrassen en optimisten

Wildebrassen en optimisten zijn het. Doldriest storten ze zich tussen het andere, voer zoekende vogelvolk. Ze schrokken alles wat eetbaar lijkt naar binnen. En ze zijn net zo snel weer weg als ze gekomen zijn. In het voor- en najaar laten ze ons versteld staan van de enorme spreeuwenwolken, die de beste vliegshow overtreffen. En zelfs bij het ruigste weer hebben ze zin om ons met een imitatie van een merel op het verkeerde been te zetten. “Onbekommerd” noemde de legendarische natuurbeschermer Jac. P. Thijsse ze op zijn ex libris. En zo lijkt het ook, als je spreeuwen bezig ziet.

Irritatie

Veel mensen vinden spreeuwen leuk. Juist van dat bijzondere gedrag genieten ze. Ze mogen die brutaaltjes wel. Maar soms wekken ze irritatie op. Bij eigenaren van kersenboomgaarden bijvoorbeeld. Of bij de pachter van een rietveld, als dat bezwijkt onder de last van duizenden spreeuwen. En wat te denken, als zo’n club in deze tijd van het jaar in een woonwijk wekenlang elke nacht alle auto’s onderschijt. Voor de bewoners is er één troost. Eind februari zijn ze op een dag allemaal zomaar weg. Verder op weg naar hun broedgebied, ergens in Oost-Europa. Toch zijn er het hele jaar door volop spreeuwen. Als straks de wintergasten weg zijn, wordt hun plaats ingenomen door de zomerspreeuwen. Die verbleven in de winter in landen als Ierland, Engeland en het westen van Frankrijk.

Afname

Al dat gedoe van spreeuwen heeft tot doel de talloze gevaren die van alle kanten dreigen te weerstaan. En daar slagen spreeuwen goed in. Vandaar dat ze bij onze bekendste vogels horen en in de top vijf zijn beland. Toch blijkt het aantal broedende spreeuwen de laatste jaren af te nemen. Waarschijnlijk een gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Pimpelmezen

26-06-03-03
Acrobatisch juweeltje

Een kleine acrobaat met een teerblauw petje. Zo zou ik dit juweel uit de uitgebreide mezenfamilie willen typeren. Geen andere vogel, zelfs neef koolmees niet, is zo handig aan een pindasnoer als de pimpel. De vogel, die al jaren op nummer 4 staat van de Nationale Tuinvogeltelling, is vaak samen met de koolmees dagelijks op de voerplek te vinden. Toch broeden in Nederland wel twee keer zo veel koolmezen als pimpelmezen.

Nestkastjes

Komt er af en toe een wat strengere winter, dan sneuvelen er heel wat pimpelmezen. Want met hun hoge lichaamstemperatuur (42 graden), hun snelle spijsvertering en kleine lijfje kunnen ze maar heel kort zonder voedsel.
Maar het jaar daarop is het herstel opmerkelijk. Wij kunnen daarbij helpen door nestkastjes op te hangen. Want pimpelmezen zijn echte holenbroeders. In die kastjes brengen pa en moe samen tot wel veertien(!) jongen groot. Een enorm karwei voor zulke kleine vogeltjes, waarbij legio insecten en hun eitjes, rupsjes en poppen worden gevoerd. Daarmee leveren pimpelmezen een flinke bijdrage aan het voorkomen van een insectenplaag. In dit licht bezien is het logisch dat pimpelmezen het meestal bij één broedsel per jaar laten.

Klassiek verhaal

Klassiek is het verhaal dat pimpelmezen in Engeland de doppen van melkflessen open pikken, om zo bij de inhoud te kunnen komen. Waarschijnlijk is dat een keer bij toeval door pimpelmezen ontdekt, want constant pikken in van alles en nog wat hoort bij hun gedrag. Let maar eens op hoe fanatiek en volhardend ze bijvoorbeeld zonnebloempitten proberen open te krijgen.

Vervolg

Volgende maand – met het voorjaar voor de deur – zal ik in het tweede (en tevens laatste) artikel van deze korte serie met name aandacht besteden aan wat er voor vogels zoal komt kijken rond de broedtijd. De huismus, de koolmees en de merel – de nummers 1, 2 en 3 van de Nationale Tuinvogeltelling – staan dan centraal.
Ik wens u samen met de kinderen veel plezier bij de beschreven activiteiten van dit eerste artikel.

Websites & lespakket

www.vogelbescherming.nl
Site van Vogelbescherming Nederland, met veel wetenswaardigheden over vogels.
www.tuinvogels.nl
Site, vol met ideeën om meer vogels naar de tuin te lokken.
• Interessant in dit verband is ook het lespakket Vogels op school, ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen School TV “Nieuws uit de Natuur”, Vogelbescherming Nederland en WILDzoekers. Dit pakket is bestemd voor groep 5-7 en is gratis te bestellen op: www.wildzoekers.nl/vogelsopschool.