Rubriek, waarin steeds een gedicht wordt aangeboden met beeldende verwerkingsmogelijkheden. Aflevering 7: het klankgedicht.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreidingen

Inleiding

In jaargang 30 vindt u in het Praxisbulletin elke maand de rubriek ‘Gaatjes dichten’.
In deze rubriek wordt steeds een gedicht wordt aangeboden, met verwerkingsmogelijkheden, om ‘gaatjes te dichten’ in het lesprogramma. Aflevering 7: Klankgedichten.

In deze internetuitbreiding vindt u aanvullende lessuggesties en didactische tips bij Klankgedichten inclusief 2 kopieerbladen.

Wat zijn klankgedichten

Een klankgedicht is een gedicht waarbij de betekenis geheel is losgelaten en alleen de klank een rol speelt. Het klankgedicht wordt wel als de meest extreme vorm van de atonale dichtkunst beschouwd. De experimentele dichters uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, de ‘Vijftigers’, hielden zich ook bezig met klankgedichten. Nu inmiddels ingelijfd in de officiële poëzie was er destijds nogal wat weerstand tegen deze poëzie-uitingen. Het gedicht ‘Oote’ van Jan Hanlo werd in de Eerste Kamer zelfs bestempeld als ‘infantiel gebazel’ en ‘decadent’. In het klankgedicht is het ritme van groter belang dan de inhoud: de klanken zijn vaak niet-bestaande woorden. Het enige wat soms een betekenis of duiding aangeeft is de titel van het gedicht.

Opmerking: in plaats van het kopieerblad uit het Praxisbulletin kunt u ook gebruikmaken van kopieerblad 1, met bekende(re) klankgedichten, waaronder het bekende ‘Oote’-gedicht van Jan Hanlo.

Beginnen met zingen

Begin het kwartiertje extra tijd met zingen! Zoek hiervoor een paar liedjes uit met pure klanken en nonsenswoorden. In bundels als ‘Eigen-wijs’ en ‘Hoy, een lied’ zijn er verschillende te vinden. Zoals: Ozewiezewo, Toemba (canon), Attakatamoeva, A ram sam sam (canon), Doemla (canon) enzovoort.

Vraag aan de kinderen wat het bijzondere is aan deze liedjes. Het gaat bij deze liedjes met vreemde klanken en onzinwoorden om een geheimzinnige taal – je zou het ‘koeterwaals’ kunnen noemen. Op kopieerblad 2 vindt u het gedicht ‘De Koeterwalen’ van Diet Huber en nog een ‘echt koeterwaals’ gedicht:

Jabbertalk

Probeer ter introductie op de klankgedichten eens een stukje ‘jabbertalk’ met de kinderen. Jabbertalk is fantasietaal met zelfbedachte vreemde woorden. ‘Doemla doemla doemla di, doemla di bis gambaja’. Wat zou dat kunnen betekenen? Welke kinderen durven een samenspraak in ‘jabbertalk’ aan? ‘Jabbertalk’ is met name een ‘techniek’ uit de kleutergroepen: deze leeftijdsgroep durft dit ook nog onbeschroomd uit te voeren. Maar misschien zijn er bij oudere kinderen nog steeds wel een paar durvers… Laat ze proberen een echte samenspraak te voeren. Het tweetal dat het gaat proberen, mag vooraf even overleggen waarover ze het in ‘geheimtaal’ met elkaar zullen hebben. Laat de groep raden waarover het gesprek ging.

Een klank- en bewegingsspel

En nog een uitdaging: een bewegingsspel. Nodig is een strak ritmisch opgebouwd patroon van klanklijnen, een aantal ‘stemmen’ die tegelijkertijd samenklinken. Bijvoorbeeld:

Als er een dergelijk klankgedicht is gemaakt met machine-achtige geluiden (die zich dus ook steeds ritmisch blijven herhalen), dan is hiermee een mooi bewegingsspel uit te voeren. Op de geluiden van het voorgedragen klankgedicht worden aan de lopende band machine-achtige bewegingen gemaakt. Elk deelnemend kind kies in de maat van het klankgedicht een eigen beweging en blijft dit gedurende het ritmisch voordragen van het gedicht consequent volhouden.
Het vraagt van zowel de sprekers als van de bewegers wel enige oefening en discipline om dat bewegingsspel een paar minuten vol te houden. Blijf in de maat en het ritme van het klankgedicht!
Wellicht is eerst een bewegingsspel uit te voeren bij zeer ritmische, machine- of robotachtige muziek. Daarna pas op de cadans van zelfgeschreven klankgedichten.
Een uitdaging. Ook geschikt voor een weekbesluit of een dergelijke presentatie.

Enkele voorzetjes

Voor wie verlegen zit om een beginnetje…

Tsjieie-ploeng, tsjieie-ploeng
latta, latta – latta, latta.
Tsjieie-ploeng, tsjieie-ploeng
latta latta latta loeng.

Goeiegrutte goeiegrutte – ozewozewarrewoef
Goeiegrutte goeiegrutte – wiezewarre. Poef!

Kartoem! Kartoem! Bilababba en plokplok.
Omzie-omzag, omladadda! Omladadda en lombok.

Lay-out

Behalve mooie, klankrijke woorden op een blad papier, kan er ook iets gedaan worden aan het visuele aspect: het oog wil ook wat! Hierbij gaat het om het volgende:
Laat aandacht schenken aan de compositie: hoe worden de klanken, klankgroepen mooi verdeeld over het blad? Laat vooral ook gebruik maken van herhaling.

Het kan ook visueel een mooi product opleveren als een en ander met diverse lettergroottes en lettertypes, vet, cursief, enzovoort in de tekstverwerker opgemaakt en uitgeprint wordt, als gedichtenposter. Zie bijvoorbeeld het gedicht ‘Klokken’ op bijgaand kopieerblad 2.

Is het ook mogelijk om de woorden zo te vormen en/of te rangschikken dat je aanwijzingen krijgt voor harder-en-zachter, hoger-en-lager, sneller-en-langzamer lezen of voordragen? Laat de kinderen hierover eens met elkaar praten. Wie heeft er goede ideeën? Ook hierbij: zie het gedicht ‘Klokken’.

Tips

Het handigst is het vóórdat u gaat ‘gaatjes dichten’ al een stapeltje kopieën ‘op de plank’ hebt liggen, zodat u het materiaal kunt grijpen wanneer het te ‘dichten’ kwartiertje zich aandient.
Kopieer ten minste één exemplaar van het werkblad op een stevig (gekleurd) vel papier, lamineer het en breng het onder in uw ‘poëzie-kaartenbak’. Heel handig voor andere lessen creatief schrijven, voor zelfstandig werken en als extra werk voor ‘kinderen die méér aankunnen’.
Bij de les zelf kan de tekst van het kopieerblad (ook) geprojecteerd worden op het digibord.

Leestips

Jacques Vos – ‘Het huis lijkt wel een schip. Handleiding voor het poëzieonderwijs op de basisschool’, Uitgeverij Bekadidact Baarn,1996;
Hans Kuyper – ‘Kat in ’t bakkie, rijmen is een makkie’, Uitgeverij Leopold, 2008;
Marja Baseler – ‘Schrijf! Alles over het schrijven van gedichten en verhalen’, The House of Books, 2008;
Pieter Quelle, Adri Roelofs, Machtelt van Thiel – ‘Dichten is een feest. Poëziewerkboek’, uitgegeven t.g.v. Werelddag voor Kinderen en Poëzie 1995, Stichting Werelddag voor Kinderen en Poëzie, 1994;
‘Van Rijm tot rap – versjes, liedjes, gedichten’, brochure ‘Lessuggesties Kinderboekenweek’, 1998.

Serie: Gaatjes dichten

Lees ook de andere artikelen uit deze serie.

Kevin

Jan

Zoemels

Feest!