Hier treft u de tekst, het notenschrift, de melodie en de karaoke en de lessuggesties aan.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek

Liedtekst

Wat witte kaarsen

1
Ik heb wat witte kaarsen
van vorig jaar nog staan.
Het is hier best wel donker,
dus steek ik er een aan.

2
Ik vind het wel verrassend
wat één zo’n kaarsje doet.
Het donker is verdwenen.
Het licht geeft me weer moed!

Refrein
Een kaarsje in het donker
zet mensen in het licht.
Het brengt ze weer wat verder
en geeft een blij gezicht

3
Mijn ouders, opa, oma,
zij krijgen licht van mij.
Want ik ben niet alleen hier.
Een tweede kaars erbij!

Refrein

4
En nóg een kaars, voor vriendjes,
de kinderen van mijn klas.
Je kunt haast niet meer merken
hoe donker het eerst was.

Refrein

5
Voor heel de wijde wereld,
de landen ver van hier,
voor alle, álle mensen
brandt kaarsje nummer vier!

Refrein

Notenschrift

f943746b-6bf6-4809-a0ec-941a0e8e5fd0_0000007046_2904-kaarsen

Lessuggesties

BIJ WIE HOOR IK?
De les begint met een cirkel je op het bord, met daarin het woordje “ik”. We zetten een grotere cirkel eromheen, en daarin plaatsen we de mensen die het dichtst bij jou staan, van wie je het meeste houdt.
In deze cirkel verschijnen pappa en mamma, broertjes en zusjes, misschien opa en oma.
(Wees wel bedacht hoe deze relaties liggen bij de kinderen van uw klas. Er kunnen allerlei omstandigheden zijn, waardoor bepaalde personen juist niet in die cirkel staan: overleden, gescheiden, ruzie…)
De volgende cirkel kan de rest van de familie bevatten: ooms en tantes, neefjes en nichtjes. Maar misschien ook goede vrienden en/of buren van het gezin.
Weer een cirkel: je vriendjes en vriendinnetjes, klasgenoten.
De laatste cirkel kan het dorp of de stad zijn, of Nederland, of de hele wereld.
Bespreek de rol van het individu in de samenleving. Welke cirkels van jou en mij liggen over elkaar heen? Samen op voetbal, maar niet samen in de klas?

KAARSEN BRANDEN
De leerlingen kunnen bij het zingen klassikaal de vierstemmige shake ostinaat (zie werkblad) uitvoeren

NODIG VOOR DEZE ACTIVITEIT
Zoek op internet foto’s waarop kaarsen gebrand worden voor een overledene of zieke. Dat kunnen beelden zijn uit een kerk, maar ook na een ramp.
Wie heeft wel eens op die manier een kaarsje gebrand?
Wat helpt dat? Wat doet dat met je?
De kaars is het teken van nadenken, herinneren en van hoop.

ZINGEN
Het liedje begint met twee coupletten. Daarna ontstaat pas de regelmaat van couplet-refrein.
Beluister de ingespeelde versie.
Wat is het verschil in melodie, in sfeer tussen couplet en refrein.
Solisten kunnen de coupletten voor hun rekening nemen.

UITVOEREN
Een donker toneel. Het liedje wordt gezongen en er wordt direct uitvoering aan de tekst gegeven. Dus in het eerste couplet gaat de eerste kaars aan en zo verder.
Achter de kaars een foto van een vader en een moeder (niet speciaal van iemand uit de klas, misschien wordt dat wat te persoonlijk!). Als een kaars te weinig is, kan een toneelspot boven de solist geplaatst worden, die met behulp van een dimmer tijdens het liedje steeds feller gaat branden.
De portretten van alle anderen kunnen op tafeltjes gezet worden, maar kunnen ook vastgehouden worden door kinderen die het refrein zingen.

TEKENEN
Naar aanleiding van de startles tekenen we in het midden van een groot vel een brandende kaars. In de vlam jouw naam. Vlakbij de vlam de namen van pappa en mamma. Even daarbuiten de volgende groep mensen. Op zwart papier krijgt zo’n tekening extra diepte.