Het Nederlandse onderwijs kent de wettelijke verplichting om het onderwijs aan te laten sluiten bij de mogelijkheden en ontwikkelingsbehoefte van de leerling. In de Inspectiestandaarden staat letterlijk: “De school waarborgt voor individuele leerlingen een leerstofaanbod dat past bij de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Leraren moeten ervoor zorgen het leerstofaanbod af te stemmen op de mogelijkheden en onderwijsbehoeften van zowel de zwakkere als de meer begaafde leerlingen.”
Om aan deze regelgeving tegemoet te komen, maken scholen keuzes in aanpak, vorm en inhoud met betrekking tot het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen, veelal ad hoc en gericht op het individuele kind. Soms is er een beleidsplan. Maar bij het toepassen daarvan ervaren scholen vaak nog handelingsverlegenheid. Wat is er aan de hand? Zijn de beleidsmatige keuzes wel handig geweest? Weerspiegelen ze wel de behoefte van de hoogbegaafde leerling? Zijn groepsprocessen van grotere invloed dan verondersteld? Is er specifiekere kennis nodig in didactisch en pedagogisch handelen, waar het gaat om het hoogbegaafde kind en zijn/haar directe omgeving?
In dit artikel kijken we naar de Sallie Cone Elementaryschool (Conway, Arkansas, USA). Daar hebben ze een manier van werken gevonden, die effectief blijkt te zijn: goed voor leerling én leerkracht. Een voorbeeld van good practice uit Amerika.

Amerika, Arkansas

Uitdagend onderwijs

In Arkansas zijn scholen verplicht uitdagend onderwijs te verzorgen voor hoogbegaafde kinderen. Dit gegeven krijgt al meer dan twintig jaar gestalte in het zogenoemde Pinnacle-programma1. De Sallie Cone Elementaryschool heeft hieraan handen en voeten gegeven. De kinderen krijgen van hun vaste leerkracht les in de reguliere vakken. Voor muziek, kunst, bewegingsonderwijs en mediaonderwijs gaan ze naar vakleerkrachten. Voor hoogbegaafde kinderen zijn er naast het reguliere aanbod vaste voorzieningen. Hoogbegaafde kinderen krijgen zo de mogelijkheid contact te leggen met zowel hoogbegaafde (in de speciale klas) als niet-hoogbegaafde kinderen (in de reguliere klas).
Op Sallie Cone krijgen alle hoogbegaafde kinderen van third grade en fourth grade (groep 5 en 6 in Nederland) 150 minuten per week les van een specialist hoogbegaafdheid. Dat gebeurt in groepjes van acht kinderen. Er is aandacht voor het ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden, zoals het creatief en hoger denken (analyseren, synthetiseren, evalueren). Er wordt uitdagende leerstof aangeboden. En hoogbegaafde kinderen kunnen op het gebied van hun interesses en talenten werken op hun eigen niveau.
De specialist besteedt aandacht aan zelfstandig werken, culturele activiteiten, een dienstenproject, avonturentrips en eigen onderzoeken. Elke les bestaat uit vaste activiteiten:
– Aan het begin van een les schrijven de kinderen op wat een bepaald citaat volgens hen betekent en wat de belangrijkste inhoud van een krantenartikel is (wie, wat, waar, waarom).
– Verder maken de kinderen een werkblad met een logisch denkprobleem.
– Daarna worden culturele activiteiten besproken, die al ondernomen of uitgevoerd zijn.

Coöperatieve werkvormen

De genoemde werkwijzen zijn niet uniek. Ze worden ook veelvuldig in het Nederlandse onderwijs toegepast. Het betreft hier wél heldere en naar niveau en werkwijze gestructureerde onderwijsarrangementen. Leerlingen worden gestimuleerd om over hun eigen grenzen heen te gaan. Ze leren onderscheid te maken tussen verschillende manieren van denken en die – door de ingezette coöperatieve werkvormen – te herkennen bij zichzelf en anderen. Zo krijgen ze vat op hun sterke én minder sterke kanten.

Selectie van leerlingen

Definitie

Voor het selecteren van hoogbegaafde kinderen wordt de definitie gebruikt, zoals die door Renzulli, een Amerikaanse specialist hoogbegaafdheid, in 1978 is geformuleerd: “Hoogbegaafde kinderen worden gekenmerkt door hun interactie op taakgerichtheid en/of motivatie, creatieve vermogens en bovengemiddeld intellectueel niveau.”
26-08-01-01

Stappen in de selectie

Arkansas hanteert de volgende drie stappen bij het selecteren van hoogbegaafde kinderen.

1 Nominatie
Leerkrachten, ouders, medeleerlingen én het kind zelf kunnen iemand nomineren om in aanmerking te komen voor deelname. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar kinderen die moeilijk te selecteren zijn, zoals onderpresteerders, kinderen uit minderheidsgroepen, cultureel afwijkenden, gehandicapten en armere kinderen.
Een dergelijke nominatie kennen we in Nederland ook. Nominatie door medeleerlingen is risicovol, omdat er een sfeer van veiligheid, gelijkwaardigheid, acceptatie en begrip moet zijn bij leerlingen, ouders en leerkrachten.

2 Verzameling van gegevens
Er worden allerlei gegevens verzameld: testgegevens, leerkrachtrapport, inventarisatielijst van ouders, inventarisatielijst van het kind, schoolprestaties, voorbeelden van werk van het kind en de visie van de specialist hoogbegaafdheid.
Van Kindergarten (groep 2 in Nederland ) tot en met second grade (groep 4 in Nederland) krijgen alle kinderen in Arkansas een half uur per week les van de specialist hoogbegaafdheid van de school. De activiteiten zijn gericht op het creatief en hoger denken en staan in relatie met het lessenaanbod in de reguliere klas. De specialist hoogbegaafdheid observeert in deze lessen de kinderen. In second grade worden hoogbegaafde kinderen voor een verrijkingsklas geselecteerd.

3 Terugblik en aanbeveling
In een comité – waarin de reguliere leerkracht van het kind, de specialist hoogbegaafdheid en de directeur/directrice hoogbegaafdheid van het schooldistrict zitting hebben – kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan:
– Doorgaande plaatsing in het reguliere klassenprogramma, met mogelijkheden voor verrijkingsstof.
– Vraag naar meer informatie. Bijvoorbeeld: meer individuele of groepsbeoordelingen en observatie in verrijkende situaties.
– Plaatsing in het programma voor hoogbegaafde kinderen.

Ook bruikbaar in Nederland?

Twee vragen

De ervaringen die de kinderen hebben met het Pinnacle-programma2 voor hoogbegaafden in Arkansas zijn positief. Dat lijkt een belangrijk gegeven voor basisscholen in Nederland. Daarom is het goed als we ons zelf twee vragen stellen.

1 Waarom zouden we eigenlijk een aangepast onderwijsaanbod willen verzorgen voor hoogbegaafde kinderen?
Als hoogbegaafde kinderen niet worden geselecteerd en begeleid, kunnen moeilijkheden optreden als onderpresteren, lastig of onaangepast gedrag, voortdurend om aandacht vragen, verlies van spontaniteit, terugtrekken, depressieve gevoelens. Kinderen hebben recht op onderwijs dat bij ze past. Daarbij kunnen de talenten waarover hoogbegaafde kinderen beschikken Nederland helpen een economisch en technologisch hoog ontwikkeld land te blijven. In de Nederlandse economie wordt een groot beroep gedaan op inventiviteit, creativiteit en het vermogen om nieuwe dingen snel te leren. Dit zijn talenten waarover hoogbegaafden beschikken.

2 Zijn er maatschappelijke tendensen waarneembaar, die de noodzaak voor een eigen onderwijsaanpak onderstrepen?
– Sinds begin jaren negentig zijn in Nederland verschillende ouderverenigingen actief. Ouders van hoogbegaafde kinderen vragen expliciet aandacht voor een meer aangepaste zorg voor hun kinderen, omdat zij dagelijks ervaren dat een standaardaanpak voor hun kind nadelige gevolgen heeft.
– Met enige regelmaat worden pogingen gedaan eigen scholen op te richten voor hoogbegaafde leerlingen.
– Leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs geven in toenemende mate aan behoefte te hebben aan professionalisering betreffende hoogbegaafdheid, omdat zij ervaren dat begeleidingsstrategieën die ze tijdens hun beroepsopleiding geleerd hebben onvoldoende of zelfs tegengesteld werken bij de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen.

Randvoorwaarden voor selectie, aanpak en ondersteuning

• Het programma voor hoogbegaafdheid in Arkansas bestaat al ruim twintig jaar en kenmerkt zich door een door de overheid goed georganiseerd beleid. Naast alle goede initiatieven en aanpassingen voor hoogbegaafde leerlingen in het Nederlandse onderwijs, zou bezien kunnen worden of er mogelijkheden zijn om onderwijs aan hoogbegaafde kinderen gestalte te kunnen geven volgens een aan het Pinnacle-model vergelijkbaar concept.
Aan de randvoorwaarden hiervoor is reeds voldaan: Nederlandse scholen kunnen beschikken over leerkrachten/interne begeleiders (IB’ers), die gespecialiseerd zijn in de noodzakelijke aanpak bij hoogbegaafdheid. Er is een uitstekend landelijk aanbod voor professionalisering van leerkrachten, interne begeleiders en directieleden. Dit aanbod berust op de nieuwste inzichten.3
• Goede vakliteratuur en goed cursusmateriaal zijn beschikbaar.4
• Het selecteren van mogelijk hoogbegaafde leerlingen is in Nederland mogelijk met bijvoorbeeld het DHH, het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid (Van Gorcum) en het SiDi-R protocol (Eduforce). Nederlandse scholen beschikken echter niet vanzelfsprekend over een leerkracht, die gespecialiseerd is in hoogbegaafdheid en een overkoepelende deskundige. Bij twijfel zal meestal de leerkracht – in samenspraak met de interne begeleider – tot een besluit voor verrijking, vervroegde doorstroming of een andere aanpassing dienen te komen. Door goed te observeren hoe kinderen met probleemstellend onderwijs omgaan, kan de leerkracht in de groep heel veel leren over de capaciteiten van de leerlingen.
• Er is ondersteuning mogelijk bij beleidsvorming ten behoeve van hoogbegaafde leerlingen.5 Meer dan voorheen wordt hiermee de mogelijkheid geboden, om te komen tot een consistent beleid voor onderwijs aan hoogbegaafden binnen de mogelijkheden van het reguliere onderwijs.

Hoe verder?

Sleutelbegrippen

• Een succesvolle aanpak voor het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen komt tot stand door een consistent beleid, waarbij professionalisering en eenduidige aanpak sleutelbegrippen zijn.
• Er dient helderheid te bestaan over screening van mogelijk hoogbegaafde kinderen en wel al bij de intrede in het primair onderwijs. Er dient helderheid te bestaan over individuele en groepsgebaseerde leerniveaus en instructievormen, de leeromgeving, de op de leerniveaus afgestemde leerroutes, leerprocessen en de beoogde opbrengsten.
Zo’n systematiek geeft de mogelijkheid om te komen tot zelfregulerend leren van hoogbegaafde leerlingen en biedt de gelegenheid voor het maken van eigen keuzes en alternatieve leeractiviteiten.
• De optimale inrichting van leerarrangementen voor hoogbegaafde leerlingen dient er vanaf het begin in groep 1 van het basisonderwijs te zijn. Uit recent onderzoek blijkt, dat aanpassingen zoals verdieping, verbreding, indikking, verrijking, het aanbieden van extra vakken of leergebieden, deelname aan plusklassen of vervroegd doorstromen vaak pas vanaf groep 5 worden toegepast.
• Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat een grote groep leerlingen in het huidige Nederlandse onderwijs systematisch onderpresteert (16–20 procent).6 Optimalisering lijkt dus gewenst. Onderkenning van beginkenmerken van jonge leerlingen en direct passende onderwijsmaatregelen kunnen in de praktijk tot een beter onderwijs leiden.
Dit zal ongetwijfeld voor hoogbegaafde leerlingen – maar ook voor hun medeleerlingen – leiden tot positievere effecten vanaf het begin van hun schoolloopbaan.

Masteropleiding

Verdere professionalisering van scholen op het niveau van de individuele leerkracht, de mogelijk procesbegeleidende specialist hoogbegaafdheid en het beleidsverantwoordelijke management op school én op bovenschools niveau lijkt hierbij een primaire voorwaarde.
Vanaf september 2009 is het voor leerkrachten en interne begeleiders mogelijk om bij Fontys-OSO opgeleid te worden tot specialist (hoog)begaafdheid in een nieuwe masteropleiding.

Noten

1 Ninth edition of the association’s Handbook for Arkansas School Board Members, July 2006.
2 Ninth edition of the association’s Handbook for Arkansas School Board Members, July 2006.
3 Meer informatie over nascholingsmogelijkheden kunt u vinden op www.slim-digitaal.nl. In september 2009 start er bij Fontys-OSO een nieuwe masteropleiding Hoogbegaafdheid.
4 Het boek Professioneel omgaan met hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs biedt vanuit een uitgebreid theoretisch kader praktische handreikingen voor signalering, diagnostiek, behandeling en beleidsontwikkeling. (Zie: www.vangorcum.nl/nl/snpage.asp?ID=4177.)
Begin 2009 verschijnt er een handboek voor leerkrachten, remedial teachers en interne begeleiders: E. van Gerven (red.), Handboek Hoogbegaafdheid, Van Gorcum (in press), Assen, 2009.
5 In september 2008 is verschenen: E. van Gerven, Slim beleid. Keuzes en consequenties bij beleidsvorming ten behoeve van hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs, Van Gorcum, 2008.
6 Prof. dr. T. Mooij, drs. L. Hoogeveen, dr. G. Driessen, dr. J. van Hell & prof. dr. L. Verhoeven, Succescondities voor onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen, ITS, CBO, Orthopedagogiek: Leren en Ontwikkeling, Radboud Universiteit, Nijmegen, mei 2007.