Het artikel in het Praxisbulletin geeft tips en suggesties voor sfeerverhogende activiteiten om de samenhang binnen de groep te vergroten of kinderen die problemen geven, (weer) meer bij het groepsgebeuren te betrekken.
Een plezierige sfeer in de groep is de belangrijkste voorwaarde om de leerstof goed op te kunnen pakken. En als het soms even wat minder gaat, kunnen de sfeerlichtjes van dit artikel u helpen om op een positieve manier met de groep aan de slag te gaan.
In deze internetuitbreiding vindt u achtergrondinformatie over gedrag in de groep en tips voor leerkrachtgedrag.

Gedrag in de groep

Om effectief en gestructureerd les te kunnen geven hebt uorde en rust nodig in uw groep. Soms gaat dat niet vanzelf, omdat veel factoren het gedrag van de kinderen kunnen beïnvloeden. Bv.:

– aanleg: er is een behoorlijk verschil in de motivatie, intelligentie en leerwijze van de kinderen.
– leeftijd: jonge kinderen hebben warme, begripvolle leerkrachten nodig. Naarmate ze ouder worden, wordt de groepsnorm belangrijker, worden de leerlingen kritischer en wordt het belang van status en prestige groter. In de puberteit leggen de leerlingen de schuld van hun falen bij volwassenen.
– milieu: kinderen uit “lagere” milieus zijn vaak meer gewend aan onmiddellijke behoeftebevrediging en kunnen moeilijk omgaan met uitgestelde aandacht. Er zijn grote individuele en gezinsverschillen in bv. leermotivatie, waarden en normen en het zelfbeeld van kinderen.
– cultuur: behalve verschillen in taal kunnen er ook grote verschillen zijn qua vieringen, religieuze en morele opvattingen en gewoonten. Maar ook zijn er verschillen in het sociaal-emotioneel reageren.

Bij deze factoren spelen allerlei persoonlijke zaken een rol:

– aandacht: kinderen willen aandacht. Liever negatieve aandacht dan geen aandacht!
– prestaties: goede prestaties geven positieve gevoelens, negatieve prestaties geven faalervaringen. Vaak zoeken leerlingen dan “leukere” activiteiten en gaan de klas op stelten zetten of pesten.
– grenzen opzoeken: kinderen houden van duidelijkheid. Daarom zoeken ze graag grenzen op. We ervaren dat vaak als “uitdagen”.
– persoonlijke problemen: alle kinderen komen vanuit hun thuissituatie met eigen kenmerken en problemen. Sommige kinderen hebben stoornissen als ADHD of PDD-Nos.
– sociale invloeden: hoe staat het kind in de groep en welk effect heeft het groepsgedrag op het kind?
– zelfbeeld: heeft het kind een realistisch, positief zelfbeeld? Of kijkt het niet realistisch of negatief naar zichzelf?

Gedrag veranderen

Sommige kinderen gedragen zich niet zoals we wensen en verstoren de orde binnen de groep. We gaan ervan uit, dat mensen “handig” gedrag vertonen. Dat wil zeggen: gedrag waar ze goed mee af zijn. Dat betekent, dat onze reactie op het gedrag van leerlingen dat gedrag kan beïnvloeden. Als we ervoor zorgen, dat het kind “winst” behaalt bij gewenst gedrag, zal het dat gedrag vaker vertonen.

Ongewenst gedrag observeren

Schrijf precies op, welk gedrag u als negatief of ordeverstorend ervaart. Ga uit van zichtbaar gedrag! Noteer bij elke negatieve gedraging hoe u daarop naar de leerling reageerde.
Soms is het belangrijk om de frequentie van dat gedrag te onderzoeken en om te bepalen wanneer dat gedrag vooral voorkomt. Hulp van de IB’er kan hierbij nodig, maar zeker plezierig zijn.

Gewenst gedrag observeren

Schrijf precies op, welk gedrag u graag wilt zien van uw probleemleerling. Ga ook hierbij uit van zichtbaar gedrag. Noteer ook nu weer hoe u op het positieve gedrag heb gereageerd.

Ontdekken wat helpt

Ga na, welke feedback u aan het kind gegeven hebt. Welke reacties hielpen?

Een plan maken

Kies één negatief gedragsaspect uit,bv. hett meest storende. Schrijf op wat u in plaats van dat negatieve gedrag wel wilt zien.
Let er goed op, wanneer het kind een heel klein beetje van dat gedrag laat zien. Prijs het dan met een compliment en benoem precies wat u zo fijn vindt! (“Amal, wat fijn dat jij je boek zo snel gepakt hebt!”)
Zet zo nodig een herinneringsteken op uw tafel of stop een herinneringssteentje in uw broekzak, zodat u heel alert blijft op het gewenste gedrag van het kind. Hou vol!

U kunt hier een beloningssysteem aan koppelen. Bespreek uw plan met het kind, vraag ook naar zijn of haar visie hierop en pas het plan zo nodig aan. Beloon positief gedrag. De meest effectieve beloning is Het Compliment! Licht ook de ouders in over het goede gedrag. Beloningen hebben vooral effect wanneer ze niet materieel zijn, meteen na het gewenste gedrag gegeven worden, realistisch zijn en consequent worden gegeven door iemand met status.
Straffen kunnen ook nodig zijn, maar hebben vaak negatieve effecten. Als straf kunt u beter denken aan het onthouden van beloningen.

Groepsgedrag

In een groep heersen allerlei ongeschreven en onuitgesproken regels. Wil een kind binnen die groep geaccepteerd worden, dan moet het aan de groepsnorm voldoen. Ook wordt er een onderlinge “pikorde” vastgesteld. Wanneer de samenstelling van een groep wijzigt, kan zowel de groepsnorm als de pikorde opnieuw vastgesteld worden. Dat veroorzaakt onrust binnen een groep en zal onderlinge wrijvingen opleveren. Onder invloed van de groep gedragen kinderen zich anders dan wanneer ze alleen zijn of in een andere groep participeren. De raddraaier van de groep blijkt bv. een aimabele jongen te zijn, als hij alleen met u staat te praten.
Ook groepsgedrag kunt u verbeteren. Zorg er allereerst voor dat u goede banden aanknoopt met de leiders van de groep. Wees alert op het ontstaan van allerlei vooroordelen. (Jongens kunnen bv. buiten de groep vallen, omdat ze volgens de groep een “meidenhobby” hebben. Las dan een extra les in over vooroordelen.)
Beloon positief gedrag met complimenten, maar te denken valt ook aan een favoriete activiteit of een groepsspel. Spreek kinderen individueel aan op ongewenst gedrag, maar doe dat zo onopvallend mogelijk. In ieder geval zo, dat ze het niet als een afgang ten opzichte van de groep ervaren.
Elke aandacht is een beloning, ook negatieve aandacht! Negeer daarom zoveel mogelijk ongewenst gedrag en geef zo snel mogelijk aandacht bij gedrag dat (in de buurt komt van gedrag dat) gewenst is. Benoem dat gedrag zoveel mogelijk: “Ik zag dat de groep van Safit net heel rustig binnenkwam en meteen ging zitten. Goed gedaan, jongens!”
Problemen met de groep zijn voor een groot deel te voorkomen en op te lossen met goed klassenmanagement en een verantwoorde pedagogische aanpak.

Tips voor leerkrachtgedrag

De sfeer in de groep wordt voor een groot deel bepaald door de leerkracht. Hieronder vindt u allerlei aandachtspunten, sommige vertrouwd en voor de hand liggend, andere misschien een eyeopener of een op de achtergrond geraakte optie.

 

Zelfbewust optreden

Geef een zelfbewuste indruk, ook als u zich niet zo voelt. Dat kan aldus:

– sta recht op, met de voeten iets uit elkaar. Voel dat u stevig op de grond staat!
– praat rustig.
– handel rustig.
– maak oogcontact met de groep en met de individuele kinderen.
– glimlach naar de groep en naar individuele kinderen en lach mee als daar aanleiding voor is!

Wees voorspelbaar

Reageer in gelijksoortige situaties op eenzelfde manier, zodat de kinderen weten wat ze aan u hebben. Door consequent te zijn en u aan afspraken te houden bent u voorspelbaar in uw lesgeven, gedrag en handelen.

Ordeproblemen voorkomen

– Goed voorbereiden. Leg materiaal klaar en zorg dat de apparaten het doen.
– Zet de kinderen snel aan het werk. Vaak is het handig om eerst een praktische opdracht te geven waarmee de kinderen een paar minuten bezig zijn. Probeer aan het begin van een les de aandacht te pakken door met iets verrassends te komen. Dat kan een voorwerp zijn, maar ook een anekdote, een bijzonder weetje of een onderwerp dat in de belevingssfeer van de kinderen ligt.
– Gebruik uw stem. Varieer in toonhoogte en in geluidssterkte. Bij jongere kinderen kunt u de aandacht krijgen door geheimzinnig te fluisteren.
– Maak afspraken. Regel met de kinderen hoe materiaal uitgedeeld wordt, wat te doen als ze hun pen missen, toiletgebruik en het vragen om hulp.
– Aandacht. Verdeel uw tijd en aandacht eerlijk over de kinderen. Geef hun aandacht, luister serieus naar hun problemen. Spreek daarvoor een tijdstip met hen af, bv. in de pauze of na schooltijd.
– Wederkerigheid. Laat uw woorden en gedrag een voorbeeld voor de kinderen zijn. Zoals u praat en doet, verwacht u omgekeerd ook van hen. Kom afspraken na en kijk schriftelijk werk snel na.
– Vergelijken met zichzelf. Vergelijk de prestaties van kinderen niet met die van anderen, maar alleen met die van henzelf.
– Alert zijn. Grijp meteen in, wanneer een ordeverstoring dreigt. Uit ervaring weet u al waar en wanneer ordeproblemen kunnen ontstaan. Geef geen kans om ze verder te laten uitgroeien!
– Fouten maken. Ook leerkrachten zijn mensen en maken dus fouten. Verontschuldig u als daar een reden voor is. U bent dan meteen een goed rolmodel voor de kinderen, die zo leren hoe ze met hun eigen fouten om kunnen gaan.

Lastige kinderen

Status

Elk kind wil graag een bepaalde status hebben binnen de groep. Die kan het krijgen door een nuttige bijdrage te leveren aan het sociale gebeuren, maar ook door goede leerresultaten te boeken. Deze status levert waardering en dus aandacht op.

Aandacht vragen

Kinderen hebben aandacht nodig. Als ze die onvoldoende krijgen, zullen ze manieren ontwikkelen om toch de aandacht op zich te richten. Zo gaan kinderen bv. zogenaamd grappig doen, de clown uithangen of allerlei stunts uithalen. Andere kinderen stellen zich heel hulpeloos op, doen verlegen of proberen u (te veel) te helpen. Door dit gedrag kunt u zich geërgerd voelen. Geef nooit aandacht als er op een negatieve manier om “gevraagd” wordt of wanneer u gepaaid wordt met overbodige hulp. Geef wel aandacht als kinderen gewenst gedrag vertonen. Wees alert op de hulpeloze kinderen die initiatief nemen en geef hun direct positieve feedback.

Macht

Door weigerachtige kinderen en kinderen die u tegenspreken, ruzie zoeken of driftbuien krijgen, kunt u zich uitgedaagd of bedreigd voelen. In de passieve vorm “vergeten” deze kinderen van alles en doen ze niets. Zij zijn op zoek naar macht. Ze proberen van u te winnen. Door het gevecht met hen aan te gaan, onderstreept u het belang van macht hebben. Geef deze kinderen macht, door hun bv. de verantwoordelijkheid te geven over iets wat ertoe doet. Of vraag hun om hulp. Het heeft vaak ook een verrassend effect, wanneer u toegeeft dat u hen niet kunt dwingen. Probeer afspraken met hen te maken, zet ze op papier en geef ze extra gewicht door handtekeningen te plaatsen en een kopie aan de ouders te geven.

Wraak

Wanneer kinderen ontzettend ontmoedigd of gekwetst zijn, reageren ze agressief en brutaal. Ook kunnen ze spullen vernielen of ander wangedrag vertonen. Zij kunnen niet tegen hun verlies.
Bij deze kinderen kunt u zich door hun uitingen gekwetst voelen. Ze willen u de pijn aandoen die ze zelf voelen. Hier is professionele hulp nodig. Soms kunt u ook de hele groep inschakelen of een maatje voor dit kind zoeken.

Onvermogen

Een ontmoedigd kind kan heel passief worden, zich dom voordoen, niets meer willen en totale apathie uitstralen. Als leerkracht voelt u zich in zo’n situatie vaak hulpeloos. Blijf het kind bemoedigen en overtuig het ervan dat er hoop is. Ook hier is professionele hulp nodig.

 

Reageren op brutale kinderen

Soms reageren kinderen op een manier die niet gewenst is. U ervaart het als een brutale opmerking. Maar niet elke opmerking is ook zo bedoeld. De intentie van het kind kan positief zijn, al ervaat u het als brutaal.
Wees niet boos, maar reageer direct en beslist. Zeg het kind dat het zich op een bepaald tijdstip bij u meldt. Vertel dan kort en krachtig, dat het een verkeerde, ondoordachte opmerking was. En dat u ervan uitgaat, dat het kind ook zelf al tot die conclusie was gekomen, dus dat daarover doorpraten niet nodig is. Knoop daarna een positief gesprekje aan over huisdier, hobby of sport van de leerling en herstel daarmee de onderlinge relatie.

Ongehoorzame leerlingen

Vaak kan men ongehoorzaamheid voorkomen door ervoor te zorgen dat de kinderen geen gezichtsverlies leiden ten opzichte van klasgenoten. Vraag voor klusjes de klassendienst, die daar dus op voorbereid is, of vraag vrijwilligers. Zo voorkom je een machtsstrijd bij een eventuele weigering.
Als een kind niet of te weinig doorwerkt, kunt u het aansporen door te zeggen dat het op deze manier straks wat in te halen heeft. Vraag, voordat u het kind de opdracht laat afmaken, of er hem of haar misschien iets dwarszit. Zo nodig kunt u daarop doorgaan en afspraken maken.
Een enkele keer kunt u te maken krijgen met een kind dat bij herhaling ongehoorzaam is en uw les verstoort. Stuur in zo’n situatie een ander kind met een briefje naar de directeur, die het kind dan kan komen ophalen. Geef het ongehoorzame kind niet de opdracht om naar de directeur te gaan, omdat het dit kan weigeren, waardoor de problemen nog groter worden.
Voor enkele gevallen kan het handig zijn om een afspraak met twee collega’s te maken: als u een van uw leerlingen met een rood kaartje naar hen toe stuurt, komen zij samen de klas binnen, tillen het kind met stoel en al op en zetten het op een gewenste plaats neer.
Natuurlijk zijn dit uiterste redmiddelen, die om een vervolg vragen. Met zo’n kind is meer aan de hand en het zal binnen het team besproken zijn of worden. Ook intensief contact met de ouders en eventuele hulpverlening is dan noodzakelijk.

Voorkomen

Het is belangrijk om de beschreven problemen te voorkomen. Trek op tijd aan de bel bij collega’s en de IB’er. Zij kunnen u helpen om een helder beeld te krijgen van de problematiek en met een stappenplan om de situatie te verbeteren.