Peuterspeelzaal De Notendop en basisschool De Sleutel in Tilburg “wonen” op dit moment samen in een tijdelijke locatie. In dit artikel kunt u lezen hoe de samenwerking op diverse gebieden verloopt. Er ontstaat een doorgaande lijn, waarbij de eigenheid en het niveau van zowel peuter als kleuter gewaarborgd zijn.
In 2010 krijgen ze een nieuw gebouw. Ze komen dan – samen met nóg een basisschool, nóg een peuterspeelzaal, Amarant (onder andere een orthopedagogisch centrum en een voorziening voor naschoolse opvang), de Twern (een organisatie voor maatschappelijke diensten) en een wijkcentrum – in één multifunctionele accommodatie.

Vooraf

Peuterspeelzaal De Notendop en basisschool De Sleutel hebben een mooie filosofie: samen waar het kan, maar apart wanneer dat nodig is. Zo hebben ze alle twee een eigen ingang en een eigen speelplaats.Op die manier wordt de eigenheid van de peuter gegarandeerd en wordt de peuter zeker niet onder de voet gelopen. Binnen het gebouw kun je overigens wél gemakkelijk van de ene naar de andere locatie lopen.
Hoe werken de peuterspeelzaal en de basisschool nu samen? Daarover zijn een zestal zaken te noemen, die ik in het vervolg van dit artikel punt voor punt zal beschrijven:
– Het afstemmen van materialen en activiteiten.
– Het uitvoeren van gezamenlijke thema’s binnen een jaarlijn.
– Het overdrachtformulier.
– Gezamenlijk overleg.
– Ouderkamer.
– Overige zaken.

Samenwerking

Het afstemmen van materialen en activiteiten

• Visualiseren
In de lokalen van de peuterspeelzaal en de kleutergroepen zie je een aantal materialen en activiteiten, die op elkaar lijken. In beide groepen wordt er veel gevisualiseerd. Dit gebeurt onder andere met foto’s. Zo hangt er in de hal bij de peuters een digitale fotolijst met foto’s, die in de betreffende week in de groep gemaakt zijn. Ouders, verzorgers en opa’s en oma’s, die de peuters komen ophalen, kunnen de foto’s bekijken en krijgen zo meteen informatie over het thema en de activiteiten, die op dat moment binnen de peuterspeelzaal aan de orde zijn.
Ook in de kleutergroepen en in de gangen zie je veel foto’s. Extra fijn voor ouders en kinderen, die de Nederlandse taal nog niet helemaal beheersen.

• Liedjesmand en liedjes- en versjeskist
Er zijn meer overeenkomsten. Bij de peuters wordt gewerkt met een liedjesmand. In deze mand zitten attributen, die horen bij een liedje, dat de peuters geleerd hebben. Een zacht knuffeleendje hoort bijvoorbeeld bij het liedje Alle eendjes zwemmen in het water. De peuters kunnen zo een voorwerp uitkiezen, waar ze een liedje over willen zingen. In de groep is er ook een peuterspeelzaalklapper, waar op elke bladzijde een afbeelding staat, die hoort bij een versje of een liedje. Zo kan een peuter, die nog geen Nederlands spreekt, een liedje of een versje uitkiezen.
In de kleutergroep zien we een liedjes- en versjeskist. Als er een nieuw versje of liedje wordt geleerd, wordt de tekst plus een bijbehorende tekening, foto of afbeelding in deze kist opgeborgen. Kleuters kunnen zo in een kleine (of grote) groep de verschillende liedjes en versjes oefenen. Als een peuter kleuter is geworden, kunnen een aantal liedjes en versjes uit de peuterspeelzaalklapper worden gekopieerd en een plaatsje krijgen in de liedjes- en versjeskist van de kleutergroep.

• Leren opruimen
Tijdens het vrije spel worden er door de leidster in de peutergroep, indien nodig, materialen opgeruimd. Eventueel samen met een aantal peuters. Na het spel wordt er gezamenlijk opgeruimd. De peuters leren in welke kast het spelmateriaal een plaats krijgt. Op elke opbergkist staat een foto van het materiaal, dat in die betreffende kist hoort. Op een kist staat bijvoorbeeld een foto van een aantal dieren. Dan zien de peuters welke dieren in die kist thuishoren. Peuters hebben nog veel hulp nodig bij het opruimen.
Kleuters kunnen al zelfstandiger en met minder hulp van de leerkracht de materialen opruimen.

• Begeleiding of zelfstandig
Terwijl de andere peuters met de materialen vrij aan het spelen zijn, kan een kleine groep werken aan een eenvoudige opdracht. Bijvoorbeeld: schilderen, onder leiding van een leidster. In de kleutergroep werken de kinderen vaker – en ook zonder hulp van de leerkracht – aan een opdracht. Na een korte instructie kunnen de meeste kinderen wel zelfstandig aan het werk. Natuurlijk wordt er wél hulp geboden en worden er, indien nodig, aanwijzingen gegeven door de leerkracht.

• Uitwisseling
Een peuter, die erg goed kan puzzelen, kan in een kleutergroep op zoek gaan naar een moeilijke puzzel en die puzzel daarna meenemen naar de peutergroep. En omgekeerd kan het ook. Een kleuter, die moeite heeft met de puzzels in de kleutergroep, kan een puzzel lenen uit de peutergroep.
Peuters, die bijna vier jaar zijn, gaan ook een aantal keren op bezoek in de kleuterklas, om de sfeer te proeven en om te wennen. Alle genoemde voorbeelden geven aan, dat er op een speelse manier en met eigenheid voor de verschillende leeftijdsgroepen duidelijk sprake is van een doorgaande lijn.

Het uitvoeren van gezamenlijke thema’s binnen een jaarlijn

• Prentenboek van het jaar
Aan het begin van het schooljaar worden er door het personeel van de peuterspeelzaal en de leerkrachten van groep 1 en 2 een aantal gezamenlijke thema’s gekozen. Zo wordt er bijvoorbeeld zowel door peuters als door kleuters gewerkt met het prentenboek van het jaar.
In 2009 was dit het boek Anton kan toveren, geschreven door Ole Könnecke. De kleuters gingen aan de slag met dit thema en leerden onder andere allerlei, eenvoudige tovertrucs. En ook de peuters werkten op hun eigen niveau met dit boek. Het thema werd gezamenlijk afgesloten met een feestelijke voorstelling voor peuters, kleuters en hun ouders. De peuters traden op met een eenvoudig liedje. En de kleuters lieten vol trots hun toverkunsten zien.

• Mogelijkheden
Ik geef u nu een aantal ideeën voor die gezamenlijke afsluitingen:
– Ouders, opa’s, oma’s en andere belangstellenden worden uitgenodigd voor een tentoonstelling, met werk van peuters en kleuters over het thema. De tentoonstelling kan feestelijk worden geopend met (bijvoorbeeld) muziek door ouders én leerlingen. En de leerlingen uit groep 7 en 8 kunnen verder een feestelijk drankje en een hapje voor de bezoekers verzorgen..
– Door middel van een speurtocht door het gebouw krijgen ouders en kinderen nog meer informatie over het thema.
– Het thema wordt geopend (of afgesloten) met een toneelvoorstelling. Die voorstelling kan door leerlingen uit groep 7 en 8 en/of door leerkrachten en personeel van de peuterspeelzaal worden gespeeld.

Het overdrachtformulier

Op het overdrachtformulier wordt de ontwikkeling van de peuter beschreven. Als de peuter bijna vier jaar is, wordt dit formulier besproken met de leerkracht van de toekomstige groep 1. Maar natuurlijk kan ook eerder overleg over een peuter plaatsvinden.

Gezamenlijk overleg

Er is een gezamenlijke personeelskamer. Zo worden er snel en vaak, zowel informeel als tijdens vergaderingen, verschillende zaken besproken. Regelmatig is er een gepland overleg tussen het personeel van de peuterspeelzaal en de leerkrachten van de groepen 1 en 2. Ook worden er studiemiddagen gehouden over diverse thema’s, die te maken hebben met het VVE-traject (Voor- en Vroegschoolse Educatie). Het stimuleren van de taalontwikkeling is daarbij een belangrijk thema.

Ouderkamer

• Informeel en informatief
De ouderkamer is dit schooljaar als proefproject van start gegaan. Eenmaal per twee weken komen een aantal ouders van peuters en/of basisschoolleerlingen bij elkaar in de personeelskamer. In deze ruimte kunnen ouders elkaar ontmoeten en kennismaken met nieuwe ontwikkelingen, die in het belang van hun kind zijn. Er wordt zowel informeel als informatief over diverse zaken gesproken.
Op de eerste bijeenkomst bleek, dat veel ouders behoefte hadden aan informatie over thuis “leren”met hun kinderen. De volgende bijeenkomst had daarom als thema: Spelend leren en thuis leren. Hierbij waren ook een leerkracht en een peuterspeelzaalleidster aanwezig. Ook kwam aan bod, dat het van groot belang is om thuis met de kinderen Nederlands te spreken. De ouders hadden Nederlandse appeltaart en Turkse hapjes meegebracht. En op die manier werden gezelligheid, een lekker hapje én een informatief programma prima met elkaar gecombineerd.
Afhankelijk van de wens van de ouders kan er gesproken worden over diverse thema’s en kan er vanuit diverse instanties informatie worden gegeven. Denk bijvoorbeeld aan informatie vanuit de thuiszorg of vanuit de bibliotheek.

• Toekomstplannen
Als de multifunctionele accommodatie klaar is, komt er een speciale huiskamer, waarin onder andere deze bijeenkomsten gehouden kunnen worden. Het is ook de bedoeling, dat er een keuken komt, waarin ouders en kinderen samen gerechten klaar kunnen maken. Denk dan bijvoorbeeld aan hapjes voor een feestelijke viering.

Overige zaken

Tot slot noem ik een drietal zaken, die nog niet genoemd zijn, maar die wél van belang zijn voor de samenwerking en de doorgaande lijn:
– Open dag. Op deze dag zijn ouders en belangstellenden natuurlijk welkom in het hele gebouw en maken ze kennis met de manier van werken op de peuterspeelzaal én in het basisonderwijs.
– Informatie- en fotowanden. Die kunnen aanwezig zijn op diverse plaatsen in het gebouw. Hierop krijgen ouders informatie over de diverse activiteiten, die in het gebouw plaatsvinden.
– Wereldkaart. In de hal hangt een grote wereldkaart op ooghoogte. Iedere nieuwe ouder plakt een blauw rondje op het land van herkomst. Dit is tevens een hulpmiddel om met de ouders in gesprek te raken.

Multifunctionele accommodatie

In 2010 is de multifunctionele accommodatie klaar. Peuters en kleuters kunnen dan samen genieten van bijvoorbeeld de bibliotheek, een speelzaal, een podium en verschillende buitenruimtes. Door de grootschalige opzet komen er meer ruimtes beschikbaar. En omdat er meerdere gebruikers in het gebouw komen, kan men ook gebruikmaken van elkaars deskundigheid. Natuurlijk zullen er goede afspraken gemaakt moeten worden over wie de ruimtes gaan gebruiken, wanneer de ruimtes gebruikt worden en voor hoelang. Zo worden die ruimtes veel effectiever benut.
Het nieuwe gebouw heeft van bovenaf gezien een vlindervorm. Zo kan iedereen in de vleugels van de vlinder een fijne, eigen plaats krijgen, waardoor ieders eigenheid wordt gewaarborgd.

Dank

Tot slot wil ik personeel van peuterspeelzaal De Notendop en openbare basisschool De Sleutel hartelijk bedanken voor de gastvrijheid en alle informatie die ik van hen gekregen heb.

Reacties

Diane de Beer: “Graag wil ik reageren op een statement in het artikel onder de paragraaf Ouderkamer: “Ook kwam aan bod dat het van groot belang is om thuis met de kinderen Nederlands te spreken”.
Als logopedisten van de schoolbegeleidingsdienst in Leiden (Onderwijsadvies) komen wij dagelijks in aanraking met het hardnekkige misverstand dat het Nederlands van meertalige kinderen verbetert, als hun anderstalige ouders thuis Nederlands met hen praten. Voor een kleine groep kinderen gaat dit op, nl. als de taal die de ouders het best spreken, inderdaad Nederlands is. Ofwel als zij het Nederlands zo goed beheersen, dat zij een voorbeeld kunnen zijn voor hun kinderen. Voor het overgrote deel van de meertalige kinderen geldt echter dat zij om taaltechnische redenen, maar ook culturele, sociale en emotionele redenen, beter van hun ouders de eigen taal leren en het Nederlands in een omgeving waar het Nederlands goed beheerst wordt (meestal op school, peuterspeelzaal en dergelijke).
Voor onderbouwing van dit advies verwijs ik naar o.a. Taallijn VVE, het programma Oetsiekoetsie, het boek Meertalig opgroeien en diverse studies over meertaligheid die in vakgerichte tijdschriften zijn gepubliceerd.”