Als je in balans bent, sta je sterk!
Als je sterk staat, ben je in balans!
Pas als een kind in balans is,
kan het tot leren komen.

Een kind is van nature nieuwsgierig, leergierig, levenslustig, open, geïnspireerd en creatief. Dit noemen we de basisbalans. Het kind mag (en kan) zichzelf zijn. En er is een natuurlijk evenwicht tussen de mentale, fysieke en emotionele balans. De basisbalans is noodzakelijk voor een evenwichtige groei en ontwikkeling van een kind.

Richtgebieden

– De mentale balans richt zich op de samenwerking tussen de linker- en de rechterhersenhelft.
– De fysieke balans richt zich op het sterk in het leven staan. Een kind staat pas sterk in het leven, als het een volledig links/rechts-, voor/achter- en onder/bovenbesef heeft.
– De emotionele balans richt zich op het omgaan met emoties.

Uit balans

Verstoring

Een kind, dat zich leert schikken naar de wensen van de omgeving (ouders, school, vrienden), kan zijn (of haar) basisbalans kwijtraken. Er is dan een verstoring in de mentale, fysieke en/of emotionele balans. Dit kan zich uiten in vage lichamelijke en/of gedragsmatige klachten, zoals hoofdpijn of buikpijn. Ook kan het kind stoer gaan doen of zich terugtrekken. Faalangst ligt op de loer. De basisbalans is weg. Het kind komt niet meer tot helder denken en leren. En alle goedbedoelde hulp (op welk terrein dan ook) is tevergeefs.
Pas als de basisbalans weer bij het kind terug is, is ondersteuning en hulp (in welke vorm dan ook) effectief. Bij een goede basisbalans kan een kind tot leren/presteren komen. Het is dus belangrijk dat alle drie de terreinen van de basisbalans worden meegenomen in een begeleiding.

Remediëring

Als er een gat in een emmer zit, kun je er eindeloos water in blijven gooien. Ieder weldenkend mens weet dat dit een zinloze bezigheid is en zal alle energie steken in het repareren van het gat in de emmer. Pas dan kan de emmer weer functioneren.
Bij remediëring wordt helaas nog te veel accent gelegd op het leerprobleem zelf: rekenen, lezen, spelling, enzovoort. Het veranderde gedrag van een kind wordt wel waargenomen (vaak door ouders), maar qua didactiek niet inhoudelijk meegenomen in de begeleiding. Immers, er is al zo weinig tijd. Water in de emmer blijven gooien lijkt dan effectiever.
Aandacht voor de basisbalans zorgt ervoor, dat het gat in de emmer gemaakt wordt en dat de emmer zijn bestaanszin weer terugkrijgt, namelijk: water dragen!

De drie terreinen van de basisbalans

De drie terreinen van de basisbalans zullen nu nader worden toegelicht.

De mentale balans

Samenwerking

De mentale balans richt zich op een goede en soepel lopende samenwerking tussen de beide hersenhelften. De linker- en de rechterhersenhelft hebben ieder hun eigen specifieke talenten. De linkerhersenhelft is vooral gericht op taal, analyse, details, tijd en volgorde. En de rechterhersenhelft is vooral gericht op beeld, geheel, vorm, kleur en ritme. Om deze eigenschappen optimaal te benutten, moeten de beide hersenhelften samenwerken.

Overzicht

Kinderen die een minder ontwikkeld coördinatievermogen hebben (en daarmee wordt bedoeld: de samenwerking tussen linker en rechter lichaamshelft), hebben ook een verminderd vermogen tot het gebruiken van lees- en leercapaciteiten. Dit is op zich geen lichamelijke afwijking. Het is een verschijnsel, dat ontstaat, omdat er geen vanzelfsprekende samenwerking bestaat tussen de linker- en de rechterhersenhelft onder stressvolle omstandigheden.
De samenwerking van de hersenhelften zorgt er namelijk voor, dat je overzicht houdt over alles wat zich in het leven afspeelt. Om overzicht te krijgen (en te houden), is het noodzakelijk dat onze links-rechtscoördinatie optimaal is.

Oefeningen

Het is aan te raden om kinderen met leerproblemen dagelijks oefeningen te laten doen, die de samenwerking tussen de linker- en de rechterhersenhelft bevorderen. Gerichte oefeningen hiervoor zijn bijvoorbeeld de kruisloop en de luie acht. Deze oefeningen kunnen individueel, maar ook klassikaal worden gedaan.

• De kruisloop
Werkwijze:
– Tik met de rechterhand de opgetrokken linkerknie aan en tik daarna met de linkerhand de opgetrokken rechterknie aan (marcheren).
– Doe deze kruislooppassen iedere dag een paar minuten op muziek.
Let op: niet tellen bij de kruislooppassen!
De rechterkant van het lichaam wordt gecontroleerd en geactiveerd door de linkerhersenhelft en de linkerkant van het lichaam wordt gecontroleerd en geactiveerd door de rechterhersenhelft. Om het overzicht te houden over wat je doet, is het belangrijk dat de beide hersenhelften samenwerken. Beide hersenhelften verwerken informatie namelijk gelijktijdig, maar op een verschillende manier.
De linkerhersenhelft verwerkt informatie in volgorde. (Dat noemen we: seriële informatieverwerking.) En de rechterhersenhelft verwerkt informatie gelijktijdig. (Dat noemen we: simultane informatieverwerking.)
Het geïntegreerd kunnen omgaan met informatie is een levenslang proces. Een kind, dat beide hersenhelften tegelijkertijd gebruikt, kan daardoor tegelijkertijd praten, lopen, denken en rondkijken. Het kan schrijven en tegelijkertijd lezen wat hij (of zij) schrijft.

• De luie acht
Dit is een goede oefening om de ogen beter te laten samenwerken, waardoor de ogen soepeler de middenlijn van het papier “oversteken” bij het lezen en schrijven. Dit bevordert de oog-handcoördinatie. Werkwijze:
– Teken een grote, liggende acht (oftewel luie acht of lemniscaat). Dit kan op een vel papier (A3-formaat), maar ook op een rol behang.
– Pak je potlood in je rechterhand en zet de punt in het midden van de luie acht.
– Beweeg het potlood over de lijn naar boven. (Dit mag links- of rechtsom.)
– Volg met je ogen het potlood, dat nu de luie acht “overtrekt”, zonder het papier te verlaten. Doe dit een keer of tien.
– Pak daarna het potlood in je linkerhand en trek de luie acht weer tien keer over.
– Pak nu twee potloden. In iedere hand één.
– Plaats de punten samen in het midden van de luie acht en trek ze dan beide over de luie acht, in dezelfde richting. Ze “achtervolgen” elkaar als het ware. In de bochten halen ze elkaar even in.
Let op: niet tellen bij het tekenen van de luie acht!

26-04-01-01
Luie acht (lemniscaat)

De fysieke balans

Mentaal sterk

Allerlei gezegdes laten zien dat sterk op je eigen benen staan te maken heeft met mentaal sterk staan. Denk maar eens aan: zo sterk als een huis! En: zo stevig als een rots!
Sterk staan is belangrijk voor de balans. Dit vergroot het zelfvertrouwen en zal goed van pas komen in situaties, die onzekerheid kunnen oproepen (zoals pesten en examens). Om sterk te staan, zijn twee zaken belangrijk: het gronden en het ontspannen.

Gronden

De volgende oefening wordt onder uw leiding uitgevoerd. Deze grondingsoefening is kort, maar bijzonder effectief. Werkwijze:
– De kinderen gaan naast hun stoel staan, met hun ogen dicht.
– U spreekt de volgende tekst rustig uit:

“Je staat midden in een bos, met heel hoge bomen. Jij staat tussen de bomen. Je hoort de vogeltjes fluiten. Je voelt het gras onder je voeten. De zon schijnt. Je voelt de warmte op je hoofd. Je voelt de warmte door je hoofd gaan naar je nek, je armen, je borst, je rug, je buik en naar je benen. Voel de warmte in je hele lichaam. Je voelt de warmte naar je voeten gaan. De warmte maakt je voeten groot en sterk. Het is net of er wortels aan je voeten zitten, die de grond in groeien. Je staat zo stevig als een boom. De warmte gaat door de wortels. Je staat heel sterk. Je voelt je sterk. Je zegt in jezelf: “Ik voel me sterk…” Kom nu weer langzaam terug in deze ruimte en voel hoe sterk je jezelf voelt.”

Ontspannen

De kinderen moeten leren vanuit ontspanning en vanuit de buik adem te halen. Een goede manier om dit te ervaren, is de slappe-popademhaling. Het is weer een korte, maar zeer effectieve oefening. Werkwijze:
– Ga rechtop staan.
– Adem diep in door je neus en adem rustig uit door je mond.
– Adem nu langzaam in drie tellen in, terwijl je je armen de hoogte in steekt. Houd je adem even vast.
– Blaas nu langzaam in zes tellen de lucht weer uit door je mond en laat jezelf als een slappe pop voorover vallen. Je armen bungelen met losse schouders naar beneden.
Herhaal de hele oefening drie keer.

De emotionele balans

Faalangst

Een kind kan door verschillende oorzaken uit balans raken. Bijvoorbeeld als het leren niet goed lukt. De kans is dan groot dat het kind een faalangst ontwikkelt. School is niet meer leuk, er komen vage klachten, er ontstaan blokkades en het leren gaat nóg slechter. De vicieuze cirkel is rond: door de frustratie ontstaan blokkades, waardoor het leren steeds slechter gaat. Hierdoor raakt het kind nóg meer uit balans. School wordt een kwelling!

26-04-01-02
Emotiecirkel

Emotiecirkel

Faalangst is een van de meest voorkomende, emotionele blokkades bij leerproblemen. Het eerste dat opvalt bij faalangst is: er komt niet uit wat erin zit. Om het negatieve cirkelproces te doorbreken, kunnen de ouders en de leerkracht met behulp van de Emotiecirkel de faalangst bespreekbaar (en dus hanteerbaar) maken. Deze werkwijze geeft houvast bij het doorbreken (en omkeren) van ongunstige cirkelprocessen, waardoor er een uitweg komt en er uiteindelijk weer balans ontstaat.

Volgorde en doel

De Emotiecirkel werkt met een vaste volgorde en is gericht op een doel. Om te beginnen, is het raadzaam om dit doel overzichtelijk en praktisch te houden.

• Doel
Het is voor de motivatie en de slagingskans belangrijk om – samen met het kind – een reëel (en dus haalbaar) doel te stellen. Dus niet: “Ik ken alle tafels volgende week!” Maar: “Volgende week ken ik de tafels van 1, 5 en 10.”

• Aanpakken
Het aanpakken van de taak kan dan het leren van de tafels van 1, 5 en 10 zijn. Maak een plan, om het doel te laten slagen. Het kind gebruikt hiervoor vragen als:
– Wat kan ik doen om de tafels te leren?
– Wie (of wat) helpt mij daarbij?
– Hoeveel tijd heb ik nodig?
– Maak ik een werkrooster en hoe vul ik dat in?
– Hoe kan ik het best leren?
– Wie overhoort mij en wanneer?

• Reactie
Het is belangrijk om op een goede manier een reactie te geven aan het kind, zodat het een positief zelfbeeld ontwikkelt. Het is daarom belangrijk, dat er een persoonsgerichte reactie wordt gegeven, die altijd positief is. Zeg liever: “Hoe kun je deze lastige som onthouden?” in plaats van: “Jij vergeet altijd alles meteen. Concentreer je nu toch eens een keer!”
Het is de bedoeling, dat de reacties van u (en van de ouders) het kind inzicht geven in het probleem.
Een negatieve reactie is soms noodzakelijk. Maar probeer die dan alleen op de taak te richten en niet op het kind zelf. Zeg dus liever: “Deze tafeltoets heb je niet goed gemaakt” in plaats van: “Jij kunt niet goed leren.”

• Evaluatie
Het is belangrijk om na afloop samen te evalueren. Als de overhoring van de tafels tóch niet goed is gegaan, kijk dan samen eerst of er een reëel doel was gesteld. Is dat het geval, ga dan samen na waar het fout is gegaan:
– Lag het aan de voorbereiding?
– Was er die dag iets aan de hand (emoties)?
– Was er te weinig tijd?
Nadat een conclusie is getrokken, gaat u samen kijken hoe het de volgende keer anders kan.

• Emotie
Stimuleer het kind om zijn (of haar) emoties te uiten. Tevredenheid, teleurstelling, faalangst…, het zijn herkenbare en normale emoties. Deze emoties mogen worden getoond en moeten worden geaccepteerd. Stimuleer het kind om zijn (of haar) emoties te verwoorden en om te zetten in positieve daden. Een kind zegt al snel: “Ik had een onvoldoende voor mijn tafeltoets. Ik kan het niet. Ik ben dom!” Maar een negatief gevoel helpt een kind niet verder! Maak het kind duidelijk dat deze zinnen hem (of haar) niet verder helpen bij de herkansing. Het is beter om iets positiefs te zeggen. Bijvoorbeeld: “Ik doe mijn best. Ik bereid me goed voor. Ik zie het wel.”

• Resultaat
Een hoge verwachting is vaak moeilijk te bereiken. Blijf realistisch en stel verwachtingen bij, naarmate er meer inzicht komt in de mogelijkheden. Wees ook eerlijk over de problemen, die er eventueel zijn (dyslexie, een zwak kortetermijngeheugen, geen motivatie, geen tijd) en doe daar niet geheimzinnig over. Benoem het probleem!
Succes hangt samen met zelfkennis. Weet wat je zwakte is. En maak gebruik van je sterke punten.

Inzicht in eigen handelen

Vervolgens wordt het cirkelproces van de Emotiecirkel opnieuw gevolgd. Stel een nieuw doel, voer de taak uit, geef een reactie, analyseer, erken de emoties en stel het resultaat bij. De Emotiecirkel kan zo op een speelse en natuurlijke manier worden benut. Het kind wordt op een plezierige manier begeleid en krijgt inzicht in zijn (of haar) eigen handelen. Hierdoor zal het uiteindelijk in staat zijn om zijn (of haar) eigen cirkelproces te analyseren. Iets, dat menig volwassene nog moet leren!

Tot slot

Bewustwording

Het basisbalansmodel is een ideale situatie: zowel mentaal, fysiek als emotioneel is er balans, waardoor leren, denken en werken optimaal verlopen. Het leven van mensen verloopt echter nooit gelijkmatig. En er is constant beweging. Er gebeurt van alles, wat de balans verstoort. Ruzie, overlijden, vriendschap, verliefdheid, teleurstelling…, het hoort allemaal bij het leven. Daarom is het belangrijk om je bewust te zijn van je eigen balans en te weten wanneer er gericht gewerkt moet worden aan een of meerdere pijlers.

Training

In de trainersopleiding Schoolbasis Beeld en Brein® wordt dieper ingegaan op het praktisch en doeltreffend omgaan met het basisbalansmodel.
De training leert kinderen – vanuit het model – om (letterlijk en figuurlijk) sterk in het leven te staan. Het kind krijgt zowel handvatten om beter en sneller te leren, als inzicht in zijn (of haar) eigen kunnen. Want: alleen als je lekker in je vel zit, kun je goed leren!

Informatiebronnen

Websites

www.bureaubezem.nl
www.sterkerstaan.nl
www.beeldenbrein.nl

Literatuur

Anneke Bezem & Marion van de Coolwijk, Schoolbasis Beeld en Brein®, ISBN 978 90 808754 3 2.