Ons Nederlandse onderwijs is altijd in beweging en aan veranderingen onderhevig. Als leerkracht ben ik daarom ook dagelijks op zoek naar nieuwe ideeën, om mijn lessen zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor mijn leerlingen. Ik wil ze graag actief betrekken bij de stof, die ze zich eigen moeten maken. En zelf vind ik het prettig om ook eens op een andere manier les te kunnen geven.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Afwisseling in didactische werkvormen

Om mijn onderwijs leuker, leerzamer en vooral interessanter te maken voor mijn leerlingen, ben ik lesmateriaal gaan ontwikkelen, waarbij ik gebruik heb gemaakt van (vooral) een afwisseling in didactische werkvormen. Ik heb gekozen voor werkvormen, waarbij de leerlingen worden uitgedaagd, waarbij het een verrassing moet zijn om te leren voor de leerlingen of waarbij het spannend moet zijn om te gaan leren. Hiervoor heb ik het thema Het Nederlandse landschap gekozen.

Lesproject

Zelf ontdekken

Kinderen leren beter als ze actief betrokken worden bij een onderwerp. Een van de lesprojecten, die ik daarvoor heb bedacht, is: Het Nederlandse landschap leren ontdekken. Dit is een project, waarbij leerlingen zélf kunnen gaan ontdekken welke Nederlandse landschappen er zijn en wat de kenmerken van die landschappen zijn. Dat zelf ontdekken gebeurt door middel van diverse opdrachten, die bestaan uit: onderzoek doen, opzoekopdrachten, samenwerkingsvormen en presentatieopdrachten.

Groepsdoel

Samenwerkend leren is daarbij de grootste, activerende werkvorm, waarbij de leerlingen worden uitgedaagd om gemotiveerd aan de slag te gaan met dit project. Ik heb dit instrument gekozen, omdat de kinderen met deze didactische werkvorm zo veel vaardigheden leren.
De leerlingen moeten aan het eind van de rit een groepsdoel hebben. En dat doel kunnen ze alleen maar bereiken, als elk groepslid aan het proces een bijdrage levert. Leerlingen hebben elkaar dus nodig bij deze samenwerkingsopdracht, want anders kunnen ze de activiteit niet met succes uitvoeren en afronden.
Als leerkracht kunt u een positief resultaat bereiken aan het eind van het project, door binnen het samenwerken te zorgen voor een taakverdeling. Elk lid van de groep heeft dus een taak, die nodig is om het einddoel te kunnen bereiken. En als leerkracht kunt u die taken sturen.

Doel van het lesmateriaal

Het materiaal dat ik gemaakt heb, is zo geschreven, dat het de leerlingen uitnodigt om veel met elkaar te praten en te overleggen. Hierdoor wisselen ze kennis, ideeën en informatie uit. En ze zullen gaan ontdekken, dat ze samen veel meer weten dan alleen.
Nota bene. In de internetuitbreiding bij dit artikel vindt u zeven onderzoeksopdrachten.

Vaardigheden

Om goed te kunnen samenwerken, horen de kinderen van tevoren wel over bepaalde vaardigheden te beschikken (óf vaardigheden te leren, die het samenwerkend leren positief bevorderen). Te denken valt hierbij aan de volgende zaken:
– Luisteren naar elkaar.
– Elkaar aankijken tijdens het spreken.
– Elkaar laten uitpraten.
– Materiaal met elkaar kunnen delen.
– Een eigen inbreng durven hebben.
– De inbreng van anderen kunnen accepteren.
– Je kunnen aansluiten bij de meerderheid.
– Een eigen idee over boord kunnen zetten bij minder stemmen.
– Goed kunnen werken tot de opdracht helemaal af is.
– Je aan de regels kunnen houden.

Evalueren

Ook is het van groot belang dat het hele project wordt geëvalueerd. Als leerkracht kunt u dan kiezen voor een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie. In mijn project zijn beide evaluatiemomenten opgenomen. Het is belangrijk om zowel het proces als het product te evalueren, waardoor de leerlingen leren reflecteren op hun eigen gedrag (en handelen) én dat van de groep. De vragen die u dan zou kunnen stellen, zijn bijvoorbeeld:
– Hoe vonden jullie het samenwerken gaan?
– Heeft iedereen zijn (of haar) taak goed kunnen uitvoeren?
– Zijn er problemen geweest, waar jullie tegenaan gelopen zijn?
– Hoe hebben jullie die problemen opgelost?
– Wat ging er niet zo goed?
– Wat zou je bij een volgende samenwerkingsopdracht anders gaan doen?
– Hoe vond je deze manier van werken?
–Heb je veel geleerd?
Mijn lesmateriaal over het Nederlandse landschap is uiteraard bedoeld om te gebruiken. Maar ik hoop ook dat het ter inspiratie dient.

Voorkennis

Het is goed te weten dat je als leerkracht over de nodige voorkennis beschikt betreffende het Nederlandse landschap, alvorens over te kunnen gaan tot het geven van deze lesvorm.

Nederland is klein, maar kent een groot aantal verschillende landschappen. De indeling is gebaseerd op de overheersende grondsoort. Die grondsoorten kunnen we gebruiken om in Nederland de volgende zes landschappen te onderscheiden:
– zandlandschap;
– veenlandschap;
– rivierenlandschap;
– zeekleilandschap;
– duinenlandschap;
– löss-/krijtlandschap.
De landschappen in Nederland zijn ontstaan door natuurlijke factoren, zoals erosie en sedimentatie door rivierwater, zeewater, natuurijs en wind.
De kenmerken van elk landschap zijn te uitgebreid om hier te beschrijven. Het is echter wel handig om u hier als leerkracht in te verdiepen.

Beschrijving lesmateriaal

Introductie project

Als introductie op het Nederlandse landschap kunt u de hierna beschreven les geven.

Organisatie

• Foto’s
Op het bord hangen een aantal foto’s. (In mijn geval werden die foto’s getoond met behulp van een digitaal schoolbord.) Op de foto’s zijn verschillende landschappen te zien. Hierbij moet u niet alleen uitgaan van de Nederlandse landschappen, maar ook bewust kiezen voor foto’s van (bijvoorbeeld) toendra, taiga, steppe, loofbos en naaldbos.

• Opdracht
De opdracht die u vervolgens aan de leerlingen geeft, is om een foto te kiezen, waarvan zij denken dat dit een typisch landschap voor Nederland is. Hierbij moet het kind ook verklaren waarom het denkt dat deze foto zo typerend is voor Nederland.

Kern

• Zeven onderzoeksopdrachten
De zeven onderzoeksopdrachten rondom de Nederlandse landschappen worden getoond en op het bord gehangen. Elk landschap wordt in een van de onderzoeksopdrachten uitgediept, zodat aan het eind van de rit de hele groep leerlingen van elkaar heeft geleerd over de zes verschillende landschappen.
Nota bene. Er zijn zeven onderzoeksopdrachten: één opdracht over het Nederlandse landschap in het algemeen en zes opdrachten, die elk een van de zes Nederlandse landschappen aan de orde stellen. Alle onderzoeksopdrachten zijn opgenomen in de internetuitbreiding bij dit artikel, zodat u ze gemakkelijk kunt downloaden en vermenigvuldigen voor uw groep.

• Spontane groepsindeling
Als leerkracht leest u de zeven onderzoeksopdrachten stuk voor stuk voor. De kinderen krijgen hierbij de opdracht, om te onthouden wat ze voor zichzelf de leukste opdracht zouden vinden. Als u een bepaalde onderzoeksopdracht hebt voorgelezen, vraagt u aan de kinderen wie deze opdracht zou willen gaan doen. Dat doet u bij elke opdracht. Zo zal er een spontane groepsindeling ontstaan, op basis van interesse. De groepen gaan vervolgens aan de slag met hun opdracht, die uitgebreid beschreven staat op de werkbladen van de onderzoeksopdracht.

Slot

– Tussentijds vindt een evaluatie plaats.
– Aan het eind van het project zullen de leerlingen hun resultaten gaan presenteren via een spreekbeurt (of via een andere, zelfbedachte vorm) aan hun klasgenootjes.
– En tot slot zal er ook nog een eindevaluatie over het samenwerken plaatsvinden.

Tot slot

Wat ik in dit artikel heb beschreven, is een leuke, uitdagende werkvorm voor u als leerkracht. Maar natuurlijk in de eerste plaats voor de kinderen, die het Nederlandse landschap moeten gaan leren kennen.
Probeer het materiaal eens uit. U kunt het eventueel op punten aanpassen (of herzien), zodat het volledig aan uw eigen wensen voldoet voor gebruik in uw groep.
Ik wens u en de kinderen veel succes en plezier!

Tip

Op de werkbladen van de onderzoeksopdrachten staan veel websites vermeld, waarnaar gelinkt kan worden. Controleer of alle links nog goed functioneren, voordat u ze door de kinderen laat gebruiken. Het kan namelijk wel eens voorkomen dat een bepaalde link niet meer werkt!

Literatuur

• Maarten Terlingen & Jaap van Eekeren, Nederlandse Landschappen (HAVO/VWO), Malmberg, ’s-Hertogenbosch, 1989 (eerste druk).
• Ronald Kranenburg (samenstelling), Kleine Geografie van Nederland, Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, Utrecht, augustus 2000 (hoofdstuk: Landschappen).