Dinsdagmiddag, kwart over een. In een benauwd en muf lokaal zitten de 23 jongens en meisjes van groep 5 over hun boeken gebogen. Juf Hanna doet haar uiterste best om de kinderen te leren hoe ze een samenvatting kunnen maken van de tekst, die ze net hebben gelezen. Het valt niet mee. De kinderen zijn er niet echt bij. Juf Hanna worstelt zich door de les, die toch écht af moet vandaag… En de kinderen? Weten die aan het eind van de les nu hoe ze een samenvatting kunnen maken?

Biologisch ritme

Invloed op leerprestaties

Er zijn bepaalde momenten op een dag, waarop kinderen beter kunnen leren dan op andere momenten. Ze kunnen zich “gewoon” beter concentreren of beter nieuwe dingen leren. Als er in het onderwijs rekening wordt gehouden met dit zogenoemde biologische ritme van kinderen, dan kan dat een positieve invloed hebben op hun leerprestaties.
Is het in dit licht een goed idee om ’s middags om één uur begrijpend lezen in te roosteren? Of kan juf Hanna deze lessen beter op een ander moment geven? Laten we eens bekijken wat er uit onderzoek bekend is en wat die uitkomsten kunnen betekenen voor het lesrooster.

Slaapbehoefte

Kinderen (en ook volwassenen!) kunnen zich natuurlijk niet zomaar “gewoon” beter concentreren op bepaalde momenten van de dag. Het heeft voor een groot deel te maken met het biologische ritme. Dit biologische ritme is de afwisseling tussen periodes van rust en periodes van activiteit (en de behoefte daaraan). Het biologische ritme wordt grotendeels bepaald door de slaapbehoefte. En daarom wordt het vaak in één adem genoemd met het slaap- en waakritme. Het biologische ritme is niet voor iedereen hetzelfde en het verandert naarmate je ouder wordt.

Biologisch ritme

Een biologisch ritme wordt bepaald door fysiologische en hormonale schommelingen in het lichaam, in een periode van 24 uur. De schommelingen uiten zich in:
– variatie in hormoonspiegels in het bloed: cortisol (stresshormoon) en melatonine (slaaphormoon);
– variatie in lichaamstemperatuur;
– variatie in hartslag.

 

Slaap- en waakritme

Bij het slaap- en waakritme gaat het niet alleen om het slapen ’s nachts, maar ook om de behoefte aan slaap- of rustmomenten overdag én om het op gang komen na het slapen. Een goede nachtrust is een van de belangrijkste voorwaarden voor goede leerprestaties. Bovendien blijkt uit onderzoek, dat er een verband bestaat tussen slecht slapen en slecht gedrag.
Hoeveel slaap een kind ’s nachts nodig heeft, is afhankelijk van zijn (of haar) leeftijd, maar wordt ook bepaald door individuele verschillen. Als algemene richtlijn geldt, dat kinderen van 4 tot 9 jaar zo’n 10 uur slaap per dag nodig hebben. En kinderen van 10 tot 13 jaar ongeveer 9,5 uur.
Na het slapen ben je niet meteen echt wakker. Je hebt tijd nodig om op gang te komen. Het proces van goed op gang komen kan één à twee uur duren. Dit betekent, dat als een kind om zeven uur opstaat, het pas om een uur of negen fit is en in staat is om met aandacht en concentratie te leren!

Middagdip

Jonge kinderen slapen niet alleen ’s nachts. Baby’s slapen ook overdag heel wat uurtjes. En ook dreumesen en peuters hebben nog lange tijd behoefte aan een middagslaapje. Maar ook kinderen van 3 tot 6 jaar hebben regelmatig behoefte aan een middagslaapje of een rustperiode aan het begin van de middag. In diverse landen – bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en in Zweden – staan bedjes op scholen (of zijn er nisjes ingericht), waar kinderen kunnen rusten.
De behoefte aan een rustmoment aan het begin van de middag is er niet alleen bij jonge kinderen. Oudere kinderen (en zeker ook volwassenen) voelen vaak een middagdip of lunchdip. Deze lunchdip heeft echter niks te maken met het verteren van de lunch, maar verwijst naar het tijdstip. Het natuurlijke ritme zakt namelijk om ongeveer 12 uur en is weer op niveau om ongeveer half 3.

Piek- en dipmomenten

De les begrijpend lezen van juf Hanna valt precies midden in de middagdip. Niet het meest geschikte moment dus. Kijkend naar het biologische ritme van kinderen zijn er tijden op de dag, die meer geschikt zijn om te leren. De piekmomenten om te leren zijn:
– tussen 10 uur en 12 uur ‘s ochtends (opgebouwd vanaf 9 uur);
– tussen 3 uur en 5 uur ’s middags (opgebouwd na de middagdip, vanaf 2 uur).
Op deze momenten is de hersenactiviteit van de kinderen namelijk zodanig, dat kinderen beter kunnen leren. Overigens moet hierbij ook opgemerkt worden, dat kinderen (maar ook volwassenen!) eigen, persoonlijke leertijdvoorkeuren kunnen hebben. Sommige kinderen zijn ’s ochtends op hun best, terwijl andere kinderen pas later op gang komen.
De slechtste tijden overdag voor intellectuele prestaties zijn:
– tussen half 9 en 9 uur ’s ochtends;
– tussen 12 uur en 2 uur ’s middags.

Kortetermijngeheugen en langetermijngeheugen

Kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen werkt optimaal in (het midden van) de ochtend. De tijd tussen 9 uur en 12 uur is dan ook bijzonder geschikt voor het leren van nieuwe dingen en het werken aan eenvoudige, repetitieve taken, waarvoor het kortetermijngeheugen nodig is.
Vanaf half 9 kunnen activiteiten worden gedaan als het kringgesprek of gesprekken in de kleine kring, voorlezen, zingen, het oefenen van de tafels of het zelf nakijken van eerder gemaakt werk. In de piekperiode van 10 uur tot 12 uur kan het best instructie worden gegeven over nieuwe leerstof op het gebied van rekenen, spelling en dictee, (voortgezet) technisch lezen, begrijpend luisteren en woordenschat.

 

Langetermijngeheugen

Het langetermijngeheugen functioneert beter in (het midden van) de middag. De tijd tussen 2 uur en 5 uur is daarom vooral geschikt voor het uitvoeren van geheugentaken en het herhalen van eerder geleerde stof. Juist door herhaling wordt het langetermijngeheugen aangesproken.
De middag is dus een goed moment om de woordenschat die ’s ochtends is aangeboden te herhalen. In de middag kunnen ook heel goed complexere taken worden ingeroosterd, waarbij het gaat om het integreren van kennis en vaardigheden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan topografie, wereldoriëntatie, begrijpend lezen of het uitvoeren van onderzoeksopdrachten voor techniek (of wereldoriëntatie).

Consequenties voor het rooster

Er zijn dus goede en slechte tijden om te leren op school. Maar hier wordt op Nederlandse scholen absoluut geen rekening mee gehouden.

Ochtend

Neem bijvoorbeeld het moment van de ochtendpauze. Op de meeste basisscholen is de ochtendpauze rond 10 uur. De pauze valt hiermee precies in de optimale leertijd van de ochtend. Die pauze kun je dus beter afschaffen!

Middag

En laten we eens kijken naar het lesrooster van de middag. Het grootste dipmoment van de middag is tussen 12 uur en 2 uur, terwijl veel scholen rond 1 uur weer van start gaan met de lessen. Bijvoorbeeld met begrijpend lezen, zoals in de klas van juf Hanna. Het laatste deel van de middag wordt op veel scholen juist besteed aan lossere activiteiten als knutselen of voorlezen. Of kinderen ruimen hun kastje op…
Het zou – met het oog op het biologische ritme – beter zijn, om kinderen in de diptijd tussen 12 uur en 2 uur bezig te laten zijn met sociale, culturele of doe-activiteiten. Bijvoorbeeld: drama, vrij spelen, muziek maken, knutselen of (vrij) tekenen. Of er kunnen rustige activiteiten gepland worden, zoals lezen of muziek luisteren. Zware sportactiviteiten moeten echter niet ingepland worden, vlak voordat er weer geleerd moet worden. Vanaf 2 uur kan er dan – tot aan het einde van de lestijd – intensief gewerkt worden. En zo maak je dan gebruik van de gunstige leertijden in de middag.

Dagarrangementen

Als gevolg van de motie Van Aartsen/Bos bieden steeds meer scholen zogenoemde dagarrangementen. De kinderen kunnen dan van 8 uur ’s ochtends tot circa 5 uur ’s middags terecht op school en volgen een continurooster.
Veel scholen, die zulke dagarrangementen bieden, gooien het traditionele lesrooster overhoop. Vakken, die normaliter onder schooltijd plaatsvinden, kunnen hierdoor ook na 3 uur ’s middags worden ingeroosterd. En activiteiten, die gezien worden als typisch buitenschoolse activiteiten, kunnen andersom ook tijdens de traditionele schooluren plaatsvinden.
Met het verruimen van de lestijden worden de mogelijkheden om te spelen met het lesrooster wat groter en kan er wat makkelijker rekening gehouden worden met de biologische ritmes van de kinderen dan bij een “gewoon” lesrooster. Maar ook als de school gebonden is aan de traditionele schooltijden loont het de moeite om na te denken over hoe je in je rooster zo goed mogelijk kunt aansluiten bij de optimale leertijden van leerlingen.

Ervaringen

Op een aantal scholen in Rotterdam wordt in het lesrooster rekening gehouden met het biologische ritme van kinderen. Dit zijn overigens niet alleen scholen, die een dagarrangement bieden. Ook scholen die traditionele lestijden hebben, hebben wijzigingen aangebracht in de volgorde waarin vakken worden aangeboden. De CED-Groep ondersteunt scholen hierbij. Door het geven van informatie over het biologische ritme van kinderen en door mee te denken bij het maken van een nieuw lesrooster. Dat is wel steeds een hele puzzel, want de momenten waarop kinderen het best leren zijn niet voor elke leeftijdsgroep gelijk. En je kunt ook niet altijd rekening houden met alle kinderen. Daarnaast hebben kinderen toch ook nog hun eigen voorkeuren.
In de Verenigde Staten wordt op achterstandsscholen geëxperimenteerd met wisselende roosters. Vakken worden dan niet steeds op dezelfde tijden aangeboden. Op deze manier kan elke leerling wel een keer profiteren van zijn (of haar) piektijden om te leren.

Invloed op leerprestaties

Zwakke leerlingen

Door (zo veel mogelijk) rekening te houden met de optimale leertijden kunnen kinderen betere resultaten bereiken. Uit Frans onderzoek is naar voren gekomen, dat dit vooral van belang is voor leerlingen die al een achterstand hebben.
Zwakke leerlingen kunnen zich namelijk veel minder goed verzetten tegen een “dip” dan goede leerlingen. Je zou dan ook kunnen zeggen, dat rekening houden met het biologische ritme van dubbel groot belang is voor zwakke leerlingen. Want die hebben al een achterstand. En als er nauwelijks rekening wordt gehouden met wanneer (op welk moment van de dag) deze kinderen het best nieuwe leerstof aangeboden kunnen krijgen, dan wordt die achterstand alleen nog maar groter!

Kritisch en creatief nadenken

Inspelen op de biologische ritmes van kinderen in het onderwijs is in Nederland nog relatief nieuw. Duidelijke, harde bewijzen dat het werkt, zijn er dan ook (nog) niet. Het afschaffen van de ochtendpauze gaat dan ook misschien wat te ver. Maar het vervroegen (of verkorten) van die pauze is wél een goede optie.
Het zal ook lang niet altijd lukken om een helemaal perfect lesrooster te maken. Het loont echter wel de moeite, om kritisch en creatief na te denken over de tijdstippen waarop lessen worden gepland op scholen. Dan is de kans groot, dat blijkt, dat de les begrijpend lezen van juf Hanna op een ander moment van de dag veel effectiever zal zijn. En dat zij veel minder het gevoel zal hebben zich door de les te moeten worstelen. Het proberen waard!

Veel succes!
Meer weten?

Wilt u meer weten over de problematiek van dit artikel en over de ondersteuningsinitiatieven van de CED-Groep?
Neem dan contact op met:
CED-Groep
T 010 – 407 15 86
(Eugenia Codina)