Elke maand leest u hier een ‘bespiegeling’ van een van de columnisten van Praxisbulletin. Deze maand buigt juf Marieke zich over een roeping.

Negen hele weken. 45 werkdagen. 360 uren, zo’n beetje. Zie daar mijn schamele staat van dienst in het basisonderwijs tot nu toe. De kop is er net af en ik voel me alsof ik in drie jaar geen dag vakantie heb gehad. Wat ben ik moe.

“Is dit normaal”, vraag ik de week voor de herfstvakantie aan collega’s die er nog akelig fris uitzien.
“Het wordt beter”, is het antwoord. Wanneer dat dan zal zijn, kan echter niemand zeggen. Fijn.
Het leek een grap, afgelopen juni. Een telefoontje nog voordat ik mijn Pabo-diploma officieel op zak had. Om te komen praten over werk op een basisschool. Ik keek verbaasd naar de hoorn. Dat kon toch helemaal niet in deze tijd?

De eerste maandag van dit schooljaar bleek het wel te kunnen. Het was geen grap. Eindelijk zette ik mijn eerste stappen als heuse juf op een heuse basisschool. Mijn zeer bewuste switch van de journalistiek naar het basisonderwijs werd eindelijk concreet.

Inmiddels schrijf ik begeleidingsplannen, houd een klas min of meer in bedwang tijdens een sportdag, overleg met ambulant begeleiders en geef en passant een geïmproviseerd lesje over het naamwoordelijk gezegde.

Als ik ’s avonds thuiskom, val ik vaak op de bank al in slaap en om nou te zeggen dat alles vlekkeloos verloopt… neuh.

Soms, als de stress me te grazen neemt, vraag ik me dan ook stiekem af of ik wel goed geluisterd heb. Was het echt mijn roeping die ik hoorde ruim drie jaar geleden? Of had die stem het misschien helemaal niet tegen mij?

Totdat ik een zelf geknutseld boekje krijg van een kind uit groep 6. Met complimenten aan mijn adres, maar ook met tips: “Je bent heel lief en aardig maar met sommige lesjes ben je niet echt duidelijk. En dan doe ik alsof ik het wel snap.”
Of als een meisje uit groep 5 voor me gaat staan en daadkrachtig zegt: “Juf Marieke, ik hou van je.” Als ik een leerling rustig kan houden als ze bloed spuugt na een lelijke val op het schoolplein.
Dan weet ik het weer. Hij was wél voor mij bestemd, die stem.
De vermoeidheid is tijdelijk: mij is beloofd dat die overgaat. Mooi vooruitzicht dat ik ooit weer tot tien uur wakker kan blijven ‘s avonds. Kijk ik reikhalzend naar uit.
Net als naar de kerstvakantie.

Juf Marieke