Koninginnedag is een feestelijke dag in Nederland. De straten kleuren langzaamaan oranje, als de feestdag nadert. Op school wordt daar vaak ook aandacht aan besteed. Rommelmarkten in en rondom de school worden georganiseerd en oranje knutselwerkjes prijken aan de muren. En omtrent het koningshuis worden lessen aangeboden, die meer inzicht verschaffen in de geschiedenis van Nederland. Maar wat als de kinderen zélf gaan nadenken over de essentie van Koninginnedag? Wat als ze zich – door middel van eigen leervragen– verder verdiepen in het koningshuis en zélf bijvoorbeeld de knutselwerkjes aandragen? Wat als de kinderen in de bovenbouw worden uitgedaagd om zélf een boek te ontwikkelen over Koninginnedag, met als doelgroep kleuters?

Doelen

De doelen van dit project voor de bovenbouwgroepen zijn:

– Gedegen doelgroeponderzoek door middel van oriëntatie.
– Lay-out ontwerpen.
– Schrijverspubliek ervaren.
– Verhalend schrijven.
– Doelgroepondersteunende teksten, verhalen en gedichten schrijven.
– Ideeën aandragen, loslaten en samenbrengen.
– Evalueren.
– Vakoverstijgend werken.
– Met als product: een eigen boek

Enthousiasmeren

Om de kinderen uit te dagen om een heus kinderboek rond Koninginnedag te gaan maken, is uw eigen enthousiasme onontbeerlijk. Als start kunt u verschillende boeken meenemen naar uw klas: prentenboeken, voorleesbundels, aanwijsboeken, enzovoort.

Boekentips: oriëntatie op de doelgroep

Allereerst noem ik een paar boeken, waarmee de kinderen zich kunnen oriënteren op de doelgroep (kleuters):

– Ingrid Schubert, Doeboek knutselen, puzzelen, tekenen, Lemniscaat.
– Martine van Rooijen & Maria van Donkelaar, Het hele jaar rond, Lemniscaat.
– Amanda Barlow, Kleuterknutsels, Standaard Uitgeverij.
– A. Bakelaar, Koken met kinderen, Centrale Uitgeverij Deltas.

Boekentips: informatief

Daarnaast is het ook gewenst om enkele boeken mee te nemen, die meer informatie geven over Koninginnedag zelf:

– Anneke Scholterns, Vinden ze ons dan niet schattig?, Zwijsen.
– Erik van Os, De koning en zijn schat, Gottmer Uitgevers Groep.
– R. Beardshaw & R. Rimmer, Ik ben een prinses!, Gottmer Uitgevers Groep.
– Thea van Mierlo, Handenarbeid met kleuters (deel 1, rubriek: Oranjefeest), Cantecleer.

Vertel de kinderen dat ze zélf een boek mogen gaan maken. Een boek, dat ook écht gelezen zal gaan worden. Immers: alleen als de kinderen een lezerspubliek zullen ervaren, zal de stelopdracht als “zinvol” worden beschouwd.

Het maken van een boek is waarschijnlijk de meest “echte” schrijfactiviteit, die kinderen kunnen doen. Het gaat namelijk niet alleen om het schrijven zelf, maar ook om illustreren (het toevoegen van plaatjes en tekeningen), vormgeven en lezen.

Oriëntatie op de doelgroep

Onderzoek

Laat de kinderen de verschillende boeken eens goed bekijken. Maak dan samen met hen een puntenlijstje. Aan welke eisen moet een goed kleuterboek voldoen? Als je dat helder hebt, kun je die punten later weer als actielijst gebruiken. Ik noem een paar punten, die uit het onderzoek naar voren kwamen:

– Makkelijk geschreven taal.
– Pakkende opening.
– Korte zinnen.
– Uitgangspunt: belevingswereld.
– Veel kleurrijke plaatjes.
– Uitdagende teksten.
– Korte liedjes, die makkelijk te onthouden zijn.
– Voorkant (cover): daagt uit.
– Opdrachten: kopieerbaar en door kleuters zelf uit te voeren.

Oriëntatie

Belangrijk is, dat de kinderen zich gaan oriënteren op de doelgroep: kleuters. Ze moeten een beeld krijgen van wat kleuters aanspreekt. Daarnaast is het ook goed om te bespreken wat wél en wat niet toepasbaar is. Wat gaan we daadwerkelijk gebruiken als voorbeeld? Welk boek wordt onze inspiratiebron?

Keuzes

Een boek kan op drie manieren ontstaan:

– Je ontwerpt het boek pagina voor pagina, terwijl je tegelijkertijd schrijft en tekent.
– Je schrijft eerst de hele tekst en voegt pas aan het eind de tekeningen toe.
– Je maakt eerst de tekeningen en voegt pas later de teksten toe.

De kinderen mogen zélf een keuze maken op welke manier ze hun eigen boek willen gaan maken. Het is echter wél slim om rekening te houden met het soort boek, dat gemaakt gaat worden. Want bij een prentenboek zal de laatstgenoemde keuze wellicht goed werken, terwijl bij een verhalenbundel de tweede keuze een betere optie is.

Als de keuze voor de manier van werken eenmaal is vastgesteld, dan ligt er een stevige basis voor het verdere werk. Nu kan het echte creatieve proces beginnen!

Brainstorm

Woordveld

In groepjes kunnen de kinderen nu gaan brainstormen over het boek:

– Wat willen ze in het boek terug laten komen?
– Zijn er al ontluikende verhaallijnen waar te nemen?
– Zijn er gedichten op komst?

Kortom: alle gedachtespinsels van de kinderen moeten vorm gaan krijgen. Een woordveld kan hier uitkomst bieden. Het bedenken van inhoud, vorm en doel staat in dit stadium centraal.

Overzicht

Als de ideeën op papier staan, kunt u die klassikaal bespreken. En op het bord maakt u daarvan een overzicht. De volgende ideeën van kinderen zijn in de praktijk getest en zouden dus op het bord kunnen komen te staan:

• Koken met kinderen: oranje baksels. (Ingrediënten voor oranje koekjes, versierde cakejes, feesttaarten, tompoezen, oranje soep.)
• Spelletjes met een koninklijk tintje. (Blikken gooien, zaklopen, koekhappen.)
• Oranje knutselwerkjes. (Een kroon maken, de hoed van de koningin ontwerpen, prinsjes en prinsesjes maken van kurk, oranje armbandjes maken, koningin Beatrix schilderen, een vlag maken, een nieuwe stoel voor de koningin ontwerpen.)
• Wedstrijdje. (Wie ontwerpt de mooiste, oranje koninginnenfiets en komt op die versierde fiets naar school?)
• Verkleedtips. (Wie komt als de mooiste prins of prinses naar school?)
• Verhalen. (Titels: De verdrietige prins, De koning zonder kasteel, De verdwenen koningin.)
• Informatie over het koningshuis. (Titel: Waarom vieren we Koninginnedag?)

Schrijfplan

Actiepunten en afspraken

Ook nu moeten er weer keuzes gemaakt worden. Kinderen moeten soms ideeën loslaten, aansluiten bij andere kinderen of hun eigen ideeën juist vasthouden. Het schrijfplan moet nu echt vorm gaan krijgen.

Na de keuze voor bepaalde onderwerpen, illustraties en schrijfstijlen krijgt het schrijfplan meer en meer vorm. U kunt een kind (of een groepje kinderen) aanwijzen om het schrijfplan – in de vorm van korte actiepunten – zelf op papier te zetten en te verdelen over de groep. Dit geeft houvast en structuur in het verdere proces. (Welk groepje gaat wat ondernemen? Wie is waar verantwoordelijk voor?) Maak ook afspraken over wanneer er gedurende de schoolweek aan het boek gewerkt gaat worden en op welke datum de eerste geschreven versie klaar moet zijn.

Voorbeeld

Ik geef u nu een voorbeeld van een mogelijk schrijfplan:

SCHRIJFPLAN
DATUM
BOEKVORM Prentenboek met gedichtjes en knutselwerkjes, die bij het verhaal passen.
WERKVORM Pagina voor pagina: tegelijk schrijven en tekenen.
DOELGROEP Groep 1/2.
TITEL  De dappere koning. (Dit kan nog veranderen!)

Taken

– Een verhaal gaan schrijven over De dappere koning. (Verzorgd door groep A.)
– Tekeningen maken, die passen bij het verhaal. (Verzorgd door groep B.)
– Liedjes en gedichten schrijven over Koninginnedag, die ook passen bij het verhaal. (Verzorgd door groep C.)
– Knutselwerkjes bedenken en verzorgen, die kleuters ook écht kunnen maken en die passen bij het verhaal. (Verzorgd door groep D.)
– Voorkant en achterkant van het boek ontwerpen. (Verzorgd door groep E.)
– Presentatie verzorgen. (Verzorgd door alle groepen samen.)

Evaluatie

Op … (datum) gaan we elkaar laten zien wat we hebben gemaakt. Tussentijds overleggen mag altijd. Maar op 1 november moet het eerste deel klaar zijn.

Eerste versie schrijven

• Het is handig om per groep een teamleider aan te wijzen, die verantwoordelijk is voor het behoud van alle spullen in een mapje. Alle gemaakte ontwerpen worden dan overzichtelijk bewaard, met voorop een kopie van het eigen schrijfplan.
• Daarnaast verdient het de voorkeur, dat in de verschillende groepjes taken verdeeld gaan worden. En ook in de kleine subgroepjes kunnen weer evaluatiemomenten worden ingelast. Op die manier worden verschillende handelingen op elkaar afgestemd. Uiteraard kunnen de kinderen thuis ook verder werken.
• Las wekelijks een kort moment met de teamleider in, om te bespreken hoe het proces verloopt. Het geeft u de mogelijkheid om het proces enigszins te bekijken en te bewaken.

Tussentijdse evaluatie en revisie

• Nu is het van belang om in de groep – klassikaal – het werk in z’n geheel te gaan bekijken en te beoordelen. Fragmenten moeten worden samengevoegd.Vervolgens zal er kritisch naar het boek gekeken moeten worden. Wijzigingen dienen gemaakt te worden, evenals toevoegingen. En wellicht moeten er ook dingen weggelaten worden. Dat vraagt heel wat van de kinderen. Ze zullen hierbij uw hulp zeker kunnen gebruiken. Steeds moet het “hogere doel” voor ogen blijven, namelijk: we zijn samen verantwoordelijk voor het boek en dus ook voor de kwaliteit ervan! Bespreek ook wat goed is gegaan en zorg voor (hernieuwde) motivatie om door te gaan.

• Nadat de eerste versie is bekeken, kan een nieuw werkplan opgesteld worden, met daarop duidelijk een nieuw overzicht van de actiepunten en wie daarvoor verantwoordelijk is (taken). Daarnaast kan ook een nieuwe datum gepland worden, waarop het boek zo goed als klaar moet zijn.

Aan het schrijven blijven!

Het werken aan de tweede versie kan op dezelfde manier verlopen als bij de eerste versie:

• Nadat de correcties zijn uitgevoerd, komt de groep weer op de afgesproken datum bij elkaar. De bedoeling is nu, dat er klassikaal nagedacht gaat worden over de publicatie van het boek en de presentatie daarvan.

• De volgende taken liggen nog in het verschiet:

– Kleutergroepen informeren over het verschijnen van het nieuwe boek.
– Flyers maken en/of posters maken.
– De presentatie gaan verzorgen voor de kleutergroepen. (Eventueel met voorlezen.)
– Alle losse stukken van het boek samenbrengen en zorgen dat er één geheel ontstaat. (Dat kan bijvoorbeeld door inbinden en plastificeren.)
– Kritisch naar de lay-out kijken en controleren of de verhaallijnen kloppen.

Presentatie

Het moment van aanbieden is daar. De kinderen gaan hun boek presenteren. Het is leuk om dat in de kleuterklassen te organiseren, met een uitnodiging voor de ouders van de kinderen zelf. Het is immers een klein meesterwerk, dat de kinderen hebben gemaakt! Voor de presentatie kan gedacht worden aan:

– Scannen van het boek en delen laten zien op het digitale schoolbord (PowerPoint).
– Het maken van een ondersteunende website voor het boek. Op www.kennisnet.nl kan zo’n ondersteunende website door de kinderen zelf gemaakt worden. Zo’n website is ook leuk voor anderen om te bekijken.
– Voorlezen vanuit het boek.
– Een gezamenlijk knutselwerkje gaan maken, dat in het boek beschreven staat.

Tijdpad

Houd rekening met een tijdpad van minimaal 3 weken. Maar… schrijven is een proces. Dus het is belangrijk om daar voldoende tijd en aandacht aan te besteden. Dat komt de kwaliteit zeker ten goede.

Tot slot

Het maken van een kinderboek voor andere kinderen is een boeiende schrijfactiviteit. Verhalen, ideeën en gedachtespinsels moeten samen één weg zien te vinden. Je richt je als kind op dat wat je over wilt brengen aan je doelgroep. En daar gaat een secuur onderzoek aan vooraf.

Niet alleen Koninginnedag is een geschikt onderwerp om over te schrijven. U zou ook kunnen denken aan andere feesten of projecten. En… als het zelfgeschreven boek dan uiteindelijk af is, dan is dát al een feestje op zich!

Veel succes!