Scheepsarcheologie is de kennis en studie van maritieme overblijfselen uit oude tijden.
Op locatie Lelystad van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed houden scheepsarcheologen zich bezig met het bestuderen van scheepswrakken, die in de Nederlandse bodem of wateren gevonden zijn én met wrakken, die elders op de wereld zijn gezonken, maar nog wél van de Nederlandse staat zijn. Dit heeft de afgelopen 25 jaar een schat aan scheepsarcheologisch materiaal opgeleverd.
Dit artikel biedt u achtergrondinformatie en educatieve mogelijkheden op het terrein van scheepsarcheologie, met in de internetuitbreiding o.a. een aantal direct bruikbare opdrachtkaarten.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.
27-03-06-01
Opgraving van scheepswrak “De Lutina”.

Wrakken onder water

Uniek archeologisch gebied

In het Hollandse rivierengebied, de Waddenzee, de Noordzee en de Zeeuwse wateren zijn honderden schepen teruggevonden uit de prehistorie, de IJzertijd, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen en latere perioden. Het Marsdiep (tussen Texel en Den Helder) en het Vlie (tussen Vlieland en Terschelling) vormden eeuwenlang de belangrijkste verbindingswegen tussen de Noordzee en de Zuiderzee. Het passeren van deze zeegaten en het varen op de Waddenzee was niet zonder gevaar. Veel zeeschepen liepen vast of sloegen van hun ankers en zonken. Maar ook binnenvaartschepen en lichters (die werden ingezet bij het laden en lossen van de zeeschepen) zijn op de Waddenzee vergaan. Zo vergingen op kerstavond 1593 op de rede van Texel 44 koopvaarders tijdens een hevige storm. Dergelijke taferelen herhaalden zich in de loop der eeuwen. De Waddenzee heeft zich door die rampen ontwikkeld tot een uniek archeologisch gebied.

In goede staat

In onze slappe onderwaterbodems zijn complete schepen met inventaris en al onder het zand bedolven. Afgesloten van zuurstof hebben ze nauwelijks te lijden gehad. Tot het moment dat ze, soms eeuwen later, weer vrij kwamen te liggen, wanneer geulen zich verplaatsten en beschermende zandlagen verdwenen. Hout, touwwerk, voorwerpen van leer, been, glas en aardewerk zijn vaak goed bewaard gebleven.

Wrakken op het droge

Flevoland, Nederlands jongste provincie, bleek een scheepsarcheologische schatkamer te zijn. Er zijn honderden scheepswrakken aangetroffen. En wie weet wachten er nog meer op ontdekking… Dat met name de voormalige Zuiderzee zo veel scheepswrakken herbergt, is eigenlijk vanzelfsprekend. In het waterrijke Nederland vond het transport van mensen en goederen eeuwenlang voornamelijk plaats over het water. De Zuiderzee vormde daarbij een belangrijke schakel in het transportnetwerk. Daarnaast was de visserij op deze binnenzee een belangrijke bron van voedsel en inkomsten.
In de loop der eeuwen zijn veel schepen vergaan op de Zuiderzee, die met zijn vele ondiepten en onverwachte stromingen lastig te bevaren was. Het grootste deel van de gezonken schepen bestaat uit binnenvaartschepen en vissersschepen, vergaan tussen 1200 en 1900.

Scheepsarcheologie in bedrijf

Tienduizenden vondsten

Het is dus niet zo vreemd dat hét instituut voor scheepsarcheologie in Lelystad gevestigd is, op de grens van land en water. (Delen van) scheepswrakken en inventaris die uit de bodem zijn opgegraven of uit het water zijn opgedoken, komen daar terecht en worden door specialisten onderzocht, geconserveerd, gerestaureerd en uiteindelijk opgeslagen in het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot. Daar bevinden zich tienduizenden vondsten, gedateerd tussen 1200 en 1900. En soms nog veel ouder, zoals een 7000 jaar oude boomstamkano.
27-03-06-02
Gerestaureerde voorwerpen: leren schoeisel.

Lopendebandwerk

Het is een bijzonder gebouw, langgerekt en met de vorm van een omgekeerd schip en spanten aan de binnenzijde. Deze vorm past bij het proces van scheepsarcheologisch werk, dat het karakter heeft van lopendebandwerk.
Een wrak komt aan de ene kant het gebouw binnen. De hele pui van het gebouw kan open, zodat een heel scheepswrak naar binnen kan worden getakeld. (Natuurlijk kan het ook gaan om delen van een wrak.) Dan begint de weg door het gebouw. Tot het hout een conserveringsbehandeling ondergaat, wordt het nat gehouden op de sproeivloer. Vervolgens gaan de specialisten modelbouw, conservering en restauratie met scheepsonderdelen en inventarisstukken aan de slag. Uiteindelijk belanden de stukken dan in het open depot.
27-03-06-03
Romeins schip “De Meern 1” op de sproeivloer.

Wat wil een scheepsarcheoloog weten?

Een scheepswrak is een bijzondere informatiebron. Het is “in actie” – met alles erop en eraan – gezonken en bestaat uit drie elementen: het schip zelf, de lading en de inventaris.
Van het schip wil je weten hoe het is gemaakt. Dat kan iets zeggen over waar en wanneer het schip is gebouwd, voor welk vaarwater het geschikt was en hoeveel lading het mee kon nemen. Uit de lading kunnen de functie van het schip en de mogelijke bestemming worden afgeleid. En de inventaris die bij een schip hoort, geeft informatie over het leven aan boord.
Schip, lading en inventaris vormen samen een “tijdcapsule”, die de wetenschappers veel kan vertellen. Elke vondst bevat een verhaal en is een tastbaar bewijs van het leven van lang geleden…

Wrakken beschermen

Archeologen houden zich niet alleen bezig met het (soms letterlijk) boven water halen van wrakken. Ze gebruiken ook door het instituut zelf ontwikkelde technieken, om een wrak in de bodem of onder water te beschermen. Ingepakt in de grond of afgedekt op de zeebodem kan het wrak dan op de vindplaats blijven liggen, totdat er bijvoorbeeld onderzoek aan kan worden verricht. De laatste twintig jaar wordt een wrak na de opgraving soms “herbegraven” op een kavel in Zuidelijk Flevoland, tegenover Nijkerk.

Schepen bekijken

Hoewel het vaak om grote objecten gaat, zijn er tóch verschillende, geconserveerde scheepswrakken in musea te bekijken. Een overzicht van (met kinderen!) te bezichtigen scheepswrakken is opgenomen in de internetuitbreiding bij dit artikel. Behalve naar de locatie Lelystad wordt hier ook verwezen naar musea in Den Helder, Utrecht, Assen, Leiden en Groningen.
Naast geheel of gedeeltelijk geconserveerde scheepswrakken zijn er op diverse plaatsen ook replica’s van oude schepen te bekijken. In de internetuitbreiding bij dit artikel worden onder meer de volgende mogelijkheden genoemd:
– Kampen: kogge;
– Woerden: Romeins schip De Meern 1;
– Amsterdam: VOC-schip De Amsterdam;
– Lelystad: VOC-schip De Batavia en De Zeven Provinciën (in aanbouw).
Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden. Zie voor een overzicht de internetuitbreiding.

Educatief aanbod

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, locatie Lelystad, biedt op het terrein van scheepsarcheologie de volgende (kosteloze!) educatieve mogelijkheden voor het primair onderwijs.

Scheepsarcheologische leskist “De laatste reis van De Johanna”

Een nieuwe leskist, met luister-cd, doe-opdrachten en creatieve opdrachten. Zie de beschrijving van deze leskist verderop in dit artikel.
Nota bene. De leskist is bestemd voor groep 7/8 van het basisonderwijs en kan met ingang van het schooljaar 2009/2010 worden gereserveerd bij Erfgoedhuizen in het land.

Educatieve tentoonstelling “Het zeemansgraf”

Een spannende presentatie, met multiplechoicevragen rondom het verhaal achter een gezonken schip (De Lutina) en het skelet, dat hierin achterbleef. Na het beantwoorden van de vragen mogen de kinderen het tentoonstellingsgebouwtje binnengaan, waar het skelet van de verdronken zeeman een laatste rustplaats heeft gekregen. Het is de bedoeling, dat kinderen gaandeweg uitvinden wie de verdronken zeeman is en inzicht krijgen in het onderzoek van scheepsarcheologen. Met een gekleurd brilletje op kunnen ze de teksten lezen en multiplechoicevragen beantwoorden. Ze moeten vooral goed lezen, goed kijken, logisch nadenken en rekenen. Als “echte” scheepsarcheologen!
Nota bene. De tentoonstelling is bestemd voor groep 5/6 en groep 7/8 van het basisonderwijs en de onderbouw van alle soorten voortgezet onderwijs.

Digitale les “De ondergang van De Zeehond”

Een computerspel, waarbij de leerlingen zich aan boord wanen van een Groninger tjalk – De Zeehond genaamd – die in 1886 op de Zuiderzee is gezonken en in 1967 in Oostelijk Flevoland werd aangetroffen.
De opvarenden (de schipper, zijn vrouw en hun knecht) vertellen over de dag van de ramp, toen het schip zonk.
Nota bene. Deze digitale les is te vinden op www.hetgeheugenvannederland.nl en is geschikt voor groep 7/8.

Kraak de code

De politie vraagt aandacht voor het volgende: “Een inval is gedaan in een blauw met witte camper, merk Volkswagen. Er zijn verschillende, vreemde voorwerpen aangetroffen, in verdachte omstandigheden. De politie houdt rekening met een misdrijf en vraagt iedereen mee te helpen met het onderzoek. Kom naar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad en doe mee aan het sporenonderzoek!”
Nota bene. De doe-les Kraak de code is bestemd voor groep 6-8. Al doende maken de leerlingen kennis met scheeps- en onderwaterarcheologie. De doe-les vindt plaats bij de Rijksdienst in Lelystad, onder leiding van de eigen leerkracht (met behulp van een instructiehandleiding) of door externe begeleiding.

Gratis bezoek

Al deze lessen over scheepsarcheologie kunnen worden gecombineerd met een (gratis) bezoek aan het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad, waar een rondgang kan worden gemaakt over de publieksvriendelijk ingerichte begane grond. Banieren en videopresentaties wijzen de weg en geven een kijkje in de keuken van het werk van scheepsarcheologische specialisten. Ik noem de volgende zaken:
– De leerlingen zien hoe op de sproeivloer een Romeins schip voortdurend nat wordt gehouden.
– Ze zien hoe maritieme voorwerpen worden geconserveerd en gerestaureerd.
– Ze zien hoe (en waarom) een scheepsmodel wordt gebouwd.
– De educatieve tentoonstelling Het zeemansgraf kan worden bezocht.
– Op het buitenterrein staan de wrakken van het beurtvaardersschip (zie hierna) en De Zeehond.
– Alle inventarisstukken, die bij de wrakken gevonden zijn, zijn te zien in het inpandige Nationaal Scheepsarcheologisch Depot, waar zich ruim 30.000 voorwerpen bevinden. Enzovoort, enzovoort.

Nieuwe scheepsarcheologische leskist

De laatste reis van een beurtschip

Eerder in dit artikel – bij het tekstblok Educatief aanbod – is al gesproken over de scheepsarcheologische leskist De laatste reis van De Johanna (werktitel). Tijdens de NOT 2009 presenteerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed deze nieuwe leskist, ontwikkeld door TGV Presentaties en bestemd voor groep 7/8.
27-03-06-04
De leskist “De laatste reis van De Johanna” is gemaakt naar het voorbeeld van de bij het schip aangetroffen kist met eieren.

De leskist neemt de kinderen mee op de laatste reis van een beurtschip, dat in de zeventiende eeuw diende als openbaar vervoer op de Zuiderzee. In 1980 werd het wrak van deze beurtvaarder in het centrum van Lelystad gevonden en opgegraven. Het wrak was in goede staat. En er werd een zeer complete inventaris bij aangetroffen.

Rode draad

De rode draad van de leskist is het logboek van de kapitein. Elke les begint met het lezen van een deel van dit logboek. De kapitein beschrijft daarin zijn schip, de reis en de mensen aan boord: een boerin, een handelaar en een Duitse seizoensarbeider. In zijn logboek vraagt hij zich allerlei dingen af.
Het zijn deze vragen, waarop de leerlingen een antwoord moeten vinden. Een groot deel van deze antwoorden is te vinden op een luister-cd, waarop de verschillende passagiers van het beurtschip vertellen wat ze aan boord doen, waar ze vandaan komen en wat hun beroep is.

Lessen

In de lessen staan een aantal bijzondere vondsten en passagiers centraal. Zo werden in dit schip onder andere een kist met 187 nog gave eieren en een ton, boordevol met tinnen voorwerpen gevonden.
De leskist behandelt achtereenvolgens de thema’s Economie, Migratie en Scheepsarcheologie. Niet alleen leren de kinderen zo over het principe van de beurtvaart, maar ook over de grote verscheidenheid van mensen en hun bezigheden in het begin van de zeventiende eeuw.
Nota bene. De scheepsarcheologische leskist De laatste reis van De Johanna (met luister-cd, doe-opdrachten en creatieve opdrachten) kan worden gereserveerd bij de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bij Erfgoedhuizen in het land. Zie voor alle verdere informatie: www.cultureelerfgoed.nl.

Tot slot

Ik hoop u met dit artikel enthousiast te hebben gemaakt voor de unieke en boeiende onderwijsmogelijkheden, die maritieme archeologie biedt. En ik wens u en uw leerlingen veel plezier bij het ontdekken ervan!
Meer weten?

Wilt u meer informatie over de vele mogelijkheden op het terrein van scheepsarcheologie?
Bel of mail dan naar Lies Resink:
T 0320 – 26 97 00/706
E l.resink@cultureelerfgoed.nl.

Foto’s

De foto’s in het bladartikel en in de internetuitbreiding zijn afkomstig van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.