Het artikel in het Praxisbulletin schetst een les voortgezet technisch lezen waarin écht sprake is van convergente differentiatie (werken met heterogeen samengestelde groepen) en waar alle kinderen baat bij hebben. Bovendien is het een les waarbij muziek een belangrijke rol speelt als inspiratiebron voor het oefenen van de leestechniek.
In deze internetuitbreiding vindt u de complete in de les gebruikte leestekst en een overzicht van oefeningen op woord-, zins- en alineaniveau.

De complete leestekst

Heel erg deftig

“Zijn we er al?” vraagt Eef.
“Oh nee.” Opa schudt zijn hoofd.
“We zijn nog niet eens op de helft.”
Eef en Mark schrikken.
Duurt het nog zó lang voordat ze er zijn?
Dat houden ze nooit uit.
Mark zakt verveeld onderuit.
“Opa, ik heb zo’n honger…”
” En ik heb dorst…”
Eef wrijft over haar buik.
Nog geen tel later schieten ze overeind.
Opa rijdt een bospad op.
Het lijkt op het bospad van hun klimboom.
Aan het eind van het pad zien ze een houten huis.
Dat huis kennen ze.
En die vrouw kennen ze heel goed.
Dat is oma!
” We zijn er!”
Ze beginnen te juichen.
” Stoute fopopa,” zegt Eef.
Opa parkeert lachend de auto voor het huis.
Oma maakt het portier van de auto voor hen open.
” Daar zijn mijn logés.”
Ze tilt de kinderen een voor een uit de auto.
Zodra ze op de grond staan, beginnen ze te snuiven.
Boef steekt ook haar neus omhoog.
Het ruikt zo lekker. Heel anders dan in hun straat.
Het ruikt naar bos.
“Hadden jullie een goede reis?” vraagt oma.
Maar Mark en Eef hebben geen tijd om antwoord te geven.
Die rennen het huis in.
Ze slepen hun koffertjes de zoldertrap op.
Als ze boven zijn, duiken ze op het grote bed.
” Ik mag hier!”
Eef legt Ollie bij de muur.
” En jij slaapt hier, Boef. Tussen ons in,” zegt Mark.
“Ssst.”
Eef legt haar vinger op haar mond.
Ze hoort opa de trap op komen.
Opa zet Boefs mand in een hoek van de kamer.
” En mevrouw en meneer, wat dacht u van deze hotelkamer?”
Hij praat heel deftig.
Eef en Mark trekken ook een deftig gezicht.
” Erg mooi.”
” Heeft u het uitzicht al gezien?’ vraagt opa.
Eef en Mark lopen met hun neus in de lucht naar het raam.
” Daar heb je onze klimboom!” roept Mark blij.
“Kom op, we gaan spelen.”
Eef en opa moeten lachen.
Welke deftige heer wil nou in een klimboom spelen?
Maar de deftige dame heeft er ook zin in.
” We waren geen deftigers meer.”
En Eef rent achter haar broertje aan de trap af.

Bron: Carry Slee, “Ga 2 plaatsen vooruit” in: De konijnenkeuteldropfabriek (Van Holkema en Warendorf, Houten 1998).

Woorden, zinnen en alinea’s oefenen

Herhaling leidt tot resultaten. Het is een kunst om kinderen te leren oefenen. Steeds weer hetzelfde en toch anders. Hieronder staan oefeningen die u bij iedere leesles kunt toepassen. U begint met het voordoen van een oefening. De kinderen maken zich de verschillende oefenvormen eigen.
De oefeningen in deze bijlage hebben betrekking op de bovenstaande leestekst “Heel erg deftig”.

Oefeningen op woordniveau

– Kijk naar het woord: schrikken.
Lees het woord: schrikken.
Zeg het woord uit je hoofd: schrikken.

– Lees de woordrij: verveeld – onderuit – overeind.
Lees ieder woord twee keer: 1 × hardop, 1 × zacht. Doe het zo: verveeld (hardop), verveeld (zacht).

– Lees de woordrij: bospad – klimboom – juichen – parkeert.
Lees de woorden om en om: 1 × hardop, 1 × zacht. Doe het zo: bospad (hardop), klimboom (zacht).

– Lees de woordrij: lachend – portier – logés – snuiven.
Lees de woorden twee aan twee. Doe het zo: lachend – portier, portier – logés, logés – snuiven.

– Lees de woordrij: verveeld – onderuit – bospad – omhoog – koffertjes – zoldertrap.
Maak drietallen. Lees de woorden.

– Lees de woordrij: portier – logés – snuiven – omhoog.
Lees de woorden met een vraagteken. Doe het zo: portier?, logés?

– Lees de woordrij: portier – logés – snuiven – omhoog.
Lees de woorden met een uitroepteken. Doe het zo: snuiven!, omhoog!

– Lees de woordrij: portier – logés – snuiven – omhoog.
Lees de woorden om en om met een vraagteken of met een uitroepteken. Doe het zo: portier?, logés!, snuiven?, omhoog!

– Lees de woordrij: verveeld – onderuit – overeind – lachend – koffertjes – zoldertrap.
Kijk naar twee woorden die naast elkaar staan. Lees het tweede woord.

– Lees de woordrij: verveeld – onderuit – overeind – lachend – koffertjes – zoldertrap.
Kijk naar drie woorden die naast elkaar staan. Lees het middelste van de drie woorden.

– Lees de woordrij: bospad – klimboom – fopopa – portier – koffertjes.
Geef ieder woord een cijfer. Doe het zo: bospad 1, klimboom 2, fopopa 3, portier 4, koffertjes 5, zoldertrap 6.
Lees de woorden met 1 – 3 – 5 in deze volgorde.
Lees de woorden met 2 – 4 – 6 in deze volgorde.
Bedenk zelf een volgorde van cijfers en lees de woorden in die volgorde.

– Lees de woordrij: schrikken – juichen – parkeert – snuiven.
Maak de woordrij steeds korter. Doe het zo: schrikken – juichen – parkeert – snuiven; juichen – parkeert – snuiven; parkeert – snuiven; snuiven.

Oefeningen op zinsniveau

– Lees de zin: Duurt het nog lang voordat ze er zijn?
Denk een streepje onder ieder woord. Denk het zo: Duurt het nog lang voordat ze er zijn? Lees de zin woord voor woord.

– Lees de zin: Mark zakt verveeld onderuit.
Kies een moeilijk woord uit de zin. Lees eerst het woord. Lees dan de zin.
Lees het woord nog een keer.

– Lees de zin: Nog geen tel later schieten ze overeind.
Breek de zin in twee stukken. Denk een streep onder beide stukken. Denk het zo: Nog geen tel later schieten ze overeind. Lees de zin in twee stukken.

– Lees de zin: Het lijkt op het bospad van hun klimboom.
Lees de zin van zacht naar hardop.
Lees de zin ook van hardop naar zacht.

– Lees de zin: Aan het eind van het pad zien ze een houten huis.
Lees de zin van langzaam naar snel.
Lees de zin ook van snel naar langzaam.

– Lees de zin: Eef wrijft over haar buik.
Kies twee woorden in de zin die je met nadruk leest. Denk dat woord dikgedrukt. Denk het zo: Eefje wrijft over haar buik. Lees de zin.

– Lees de zin: We zijn nog niet eens over de helft.
Kies in de zin drie woorden naast elkaar. Denk een streepje onder die woorden. Denk het zo: We zijn nog niet eens over de helft. Lees de zin.
Lees de drie woorden.
Lees de zin nog een keer.

– Lees de zin: Opa, ik heb zo ’n honger.
Bedek de zin. Lees de zin uit je hoofd.
Kijk naar de zin. Lees de zin.

– Lees de zin: En die vrouw kennen ze heel goed.
Maak de zin korter. Doe het zo: En die vrouw kennen ze. Lees dat stuk.
Maak de zin weer korter. Doe het zo: En die vrouw. Lees dat stuk.

– Lees de zin: Opa parkeert lachend de auto voor het huis.
Lees de zin. Maak kleine sprongen boven de zin. Kijk op welke woorden je terechtkomt. Lees die woorden.

– Lees de zin: Oma maakt het portier van de auto voor hen open.
Kies een woord uit de zin. Bedenk er een ander woord voor. Doe het zo: Oma trekt het portier van de auto voor hen open. Lees de zin met het nieuwe woord.

– Lees de zin: Ze tilt de kinderen een voor een uit de auto.
Bedek twee woorden in de zin.
Lees de zin.
Lees de woorden.

Oefeningen met een alinea of zinsfragment

De oefeningen worden bij voorkeur gedaan in samenwerking met een leesmaatje. Het verschil van één leesniveau tussen de maatjes is voldoende voor een zinvolle samenwerking.

– Lees allebei de alinea eerst zacht voor jezelf.
Lees daarna om de beurt een zin hardop.

– Lees allebei de alinea eerst zacht voor jezelf.
Lees daarna samen de alinea. De één leest hardop en de ander zacht.

– Lees allebei de alinea eerst voor jezelf.
Dan leest een van jullie de eerste zin tot de helft. De ander leest de rest van die zin.
Doe hetzelfde met de andere zinnen.

– Lees allebei de alinea eerst voor jezelf.
Dan leest een van jullie de eerste zin tot de helft. Lees de rest van de zin samen hardop.
Doe hetzelfde met de andere zinnen.

– Lees allebei de alinea eerst voor jezelf.
Een van jullie leest een stukje met drie of vier woorden uit de eerste zin. De ander leest de hele zin. De eerste leest het stukje nog een keer.
Doe hetzelfde met de andere zinnen.

– Lees allebei de alinea eerst zacht voor jezelf.
Dan leest een van jullie de zinnen op één toon. Daarna leest de ander de zinnen op meer tonen.

– Lees allebei de alinea eerst voor jezelf.
Dan leest een van jullie de eerste zin, woord voor woord, op de manier van hakken. Doe het zo: Oma maakt het portier van de auto voor hen open. De ander leest de woorden aan elkaar, op de manier van plakken. Doe het zo: Omamaakthetportiervandeautovoorhenopen.
Doe hetzelfde met de andere zinnen.

– Lees allebei de alinea eerst zacht voor jezelf.
Dan kiest een van jullie een woord uit de alinea. De ander leest de zin met dat woord. Daarna kiest de ander een woord. Nu leest de eerste de zin met dat woord.
Doe hetzelfde met de andere zinnen.

– Lees allebei de alinea eerst voor jezelf.
Let op de personen in de alinea. Verdeel de rollen. Doe het zo: Wie is …? Wie is …? Lees wat de personen zeggen. Wie leest de rest?

– Lees allebei de alinea eerst zacht voor jezelf.
Welke moeilijke zinnen kun jij goed lezen? Welke zinnen kan je leesmaatje goed lezen? Kies ieder evenveel zinnen. Lees daarna om de beurt een zin hardop.

– Lees allebei de alinea eerst zacht voor jezelf.
Jij bedenkt welke zin je uit je hoofd kunt lezen. Jij leest de alinea nog een keer en slaat nu die zin over. Je zegt die zin tegen je leesmaatje.
Daarna kiest je leesmaatje ook een zin en doen jullie hetzelfde nog een keer.

– Lees allebei de alinea eerst voor jezelf.
Spreek af na hoeveel woorden je stopt en de ander verdergaat. Jij begint hardop te lezen en stopt na bijvoorbeeld vier woorden. Je leesmaatje gaat dan door en stopt vier woorden verder. Lees zo de hele alinea.