Michelle heeft veel vriendinnetjes, is hulpvaardig en haalt bij de meeste vakken goede resultaten. Alleen bij rekenen wil het niet lukken.
Karel pikt de lesstof meestal snel op. Het ontbreekt hem echter dikwijls aan motivatie om aan de slag te gaan. In plaats daarvan probeert hij tijdens de les de aandacht te trekken van klasgenoten. Uit een test blijkt dat Karel hoogbegaafd is.
Youssef doet goed zijn best op school. Door zijn dyslexie kost het maken van schriftelijke opdrachten hem veel tijd. Voor taal heeft hij extra oefening nodig.
Bij grote opdrachten verliest Justus het overzicht. Hij wil nog wel eens opstandig reageren, wanneer hij een opdracht krijgt.
Een klas vol met leerlingen… En elke leerling heeft zijn (of haar) eigen behoeften. Hoe houdt u hier rekening mee?

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Optimale ontwikkelingskansen

Hoe kan de leerkracht rekening houden met Michelle, Karel, Youssef en Justus? Een aantal zaken rond passend onderwijs moeten op schoolniveau geregeld worden. Er zijn echter ook stappen – op weg naar passend onderwijs – die u in de klas kunt zetten.
In veel gevallen helpt een aanpak voor de hele groep om te komen tot passend onderwijs. In sommige gevallen moet u een aanpak voor een kleinere groep leerlingen verzorgen. Dit kan een intensievere aanpak zijn, voor leerlingen die moeite hebben met de lesstof. Maar het kan ook een verdieping (of verrijking) zijn, voor leerlingen die wat extra’s aankunnen.

Passende basis met passende aanpassingen

Bij het zorgen voor een passende basis (voor de hele groep) en passende aanpassingen (voor leerlingen die dat nodig hebben) kijkt u naar verschillende punten:
– Aan welk niveau heeft de leerling behoefte?
– Aan hoeveel tijd heeft hij (of zij) behoefte?
– Bij welk materiaal is hij (of zij) het meest gebaat?
– En welk leerkrachtgedrag past het best bij hem (of haar)?
Elke leerling krijgt zo optimale kansen om zich te ontwikkelen. En dat noemen we: passend onderwijs!

Vier stappen

Stap 1: leerdoelen op een passend niveau

Bij het zorgen voor passend onderwijs kijkt u naar het niveau van de lesstof. Lesstof op het juiste niveau zorgt ervoor, dat de leerling succeservaringen op kan doen en dat hij (of zij) gemotiveerd aan de slag kan gaan.
Voor Michelle is het bijvoorbeeld belangrijk dat de rekenopdrachten aansluiten bij haar niveau. Werken boven haar niveau leidt tot een verminderd zelfvertrouwen. Bij een te hoog niveau zal Michelle immers steeds ervaren dat de opdracht niet lukt. Zo verliest ze het vertrouwen in zichzelf. En voor Karel is het belangrijk dat de lesstof uitdagend genoeg is. Werken beneden zijn niveau zorgt ervoor dat zijn motivatie vermindert.

• Groepsplan
Werken op het juiste niveau kan door te werken met een groepsplan. U brengt hiervoor de verschillende niveaus in de groep in kaart. Vervolgens kiest u uit een leerlijn twee of drie niveaus, waarop u instructie kunt geven. Hierdoor krijgt elke leerling in de klas instructie, die zo goed mogelijk past bij zijn (of haar) mogelijkheden. In eerste instantie werkt u dus met een groepsaanpak, op een passend niveau van de leerlingen. Alleen voor de leerlingen die ver buiten de groep vallen, zorgt u voor een individuele aanpassing aan dat niveau.

Stap 2: passende tijd

• Effectieve leertijd
Een tweede factor die bijdraagt aan passend onderwijs is tijd. Met “tijd” bedoelen we: effectieve leertijd (oftewel: de tijd, waarin de leerling écht bezig is met leren). Dit kan, doordat de leerling gerichte instructie krijgt of doordat de leerling zelfstandig met een opdracht aan de gang is.
Er kan meer tijd naar een vak uitgaan, door dit vaker (en/of langer) op het rooster te zetten. Maar het is minstens zo belangrijk, om de tijd die voor een vak op het rooster staat zo effectief mogelijk te besteden. Dat wil zeggen, dat de leerling tijdens de tijd die op het rooster staat ook écht met het vak bezig is.
Wanneer u de instructie kunt geven aan een groep leerlingen, is de effectieve leertijd zo hoog mogelijk. Door een individuele aanpak daalt de effectieve leertijd.

• Gedrag
Gedragsproblemen kunnen de leertijd verminderen. Wanneer er veel tijd uitgaat naar het corrigeren van negatief gedrag of wanneer een leerling door opstandig gedrag niet aan het werk gaat, is er minder effectieve leertijd. Door passend leerkrachtgedrag (zie verderop in dit artikel) nemen gedragsproblemen af en neemt de leertijd dus toe.

• Werkhouding
Wanneer de leerlingen zelfstandig aan het werk gaan, zijn ze niet altijd met de opdracht bezig. Vaak neemt gedurende de les de concentratie af. Leerlingen worden sneller afgeleid, waardoor de effectieve leertijd vermindert. Het verdient dus de voorkeur om in een basisaanpak voor de groep bewust aandacht te besteden aan zelfstandig werken. Door in een les werkhoudingsdoelen centraal te stellen, krijgen de leerlingen de gelegenheid om ook in andere lessen écht zelfstandig te werken. Zo kunnen ze bijvoorbeeld in een les leren hoe ze ervoor kunnen zorgen dat ze alle benodigde materialen voor een opdracht vooraf verzamelen. In een andere les leren ze om een vraag uit te kunnen stellen. Zo leren de leerlingen om in de tijd dat ze zelfstandig werken efficiënt bezig te zijn. Dit verhoogt de effectieve leertijd.

• Individuele aanpassingen
Wat betreft tijd zijn er dus veel manieren om het onderwijs door een groepsaanpak passend te maken. In enkele gevallen kan de leerkracht ook individuele aanpassingen doen.
Doordat bijvoorbeeld Karel de lesstof snel oppikt, kan de leerkracht voor hem de tijd voor opdrachten verkorten. Door het aanbieden van extra opdrachten en activiteiten kan Karel zijn tijd goed invullen. Voor Karel doet de leerkracht dus een aanpassing in de vorm van verdieping, om passend onderwijs te creëren. Youssef heeft bij schriftelijke toetsen extra tijd nodig. De leerkracht houdt hier rekening mee, door voor hem extra tijd in te ruimen bij toetslessen. Voor taal is in het geval van Youssef een (gedeeltelijk) intensieve aanpak nodig. In deze speciale gevallen kan een remedial teacher met de leerling aan een vak werken, zodat dit niet ten koste gaat van de tijd, die de leerkracht aan andere leerlingen kan besteden.

Stap 3: passende materialen en middelen

• Aanbiedingsvormen en werkvormen
U kunt de lesstof op verschillende manieren aanbieden. U kunt een verhaal vertellen, platen of een video laten zien of de leerlingen meenemen naar een plek, om een bepaalde situatie in het echt te zien. In het geval van een geschiedenisles kunt u dus een verhaal vertellen en/of een geschiedenisplaat laten zien, maar u kunt de leerlingen ook meenemen naar een oude opgraving, vlak bij de school.
De ene leerling pikt de stof makkelijk op wanneer u een verhaal vertelt. De andere leerling moet iets ook echt “zien” (of ervaren). Bij de keuze van materialen, middelen en methodes kunt u rekening houden met verschillen, door de lesstof altijd op meerdere manieren aan te bieden. (Tijdens het vertellen van een verhaal gebruikt u bijvoorbeeld platen en voorwerpen, die afbeelden wat het verhaal vertelt.)

• Materialen en middelen
Wanneer Youssef bijvoorbeeld een groot stuk tekst in zijn aardrijkskundeboek leest, begrijpt hij de stof beter, als er platen zijn die de tekst ondersteunen. Zo neemt hij de stof makkelijker op. En Justus is vooral gemotiveerd, wanneer hij zélf dingen mag doen. Lang luisteren is niets voor hem. Hij bloeit op tijdens praktische opdrachten. Nadat hij bijvoorbeeld zelf een planetenstelsel op school heeft gemaakt, vertelt hij dit thuis in geuren en kleuren.
Door in de les dus verschillende aanbiedingsvormen en verschillende werkvormen terug te laten komen én ervoor te zorgen dat het materiaal op verschillende manieren aan de orde komt, voorziet u in de basisaanpak in de behoeften van zo veel mogelijk leerlingen.

Stap 4: passend gedrag van de leerkracht

• Basisaanpak Een vierde punt, dat invloed heeft op het leren van de leerlingen, is het gedrag van de leerkracht. Hierbij gaat het erom, dat dit gedrag aansluit bij de behoeften van alle leerlingen. Géén aparte benadering voor elke leerling, maar een basisaanpak voor de groep, waar alle leerlingen van profiteren. Door met een duidelijk lesmodel te werken, speelt u in op de behoeften van het grootste deel van de leerlingen. Een eenduidig lesmodel zorgt voor structuur, geeft aanwijzingen om zelfvertrouwen te stimuleren en geeft de leerling verantwoordelijkheid. • Aanpassingen Alleen voor leerlingen, die ondanks het toepassen van een duidelijk lesmodel uitvallen, moet u individuele aanpassingen doen. Door eenvoudige aanpassingen kunt u aan hun behoeften voldoen, zonder de andere leerlingen in de klas tekort te doen. We geven u nu een voorbeeld van een goede basisaanpak, waarbij zo min mogelijk leerlingen uitvallen.

Passend onderwijs in een groepsaanpak
Lesmodel
Door te werken met een lesmodel speelt u in op de behoeften van het grootste deel van de leerlingen. Een voorbeeld van een lesmodel is het authentieke lesmodel. Juf Mirjam besteedt vandaag in de rekenles aandacht aan verhoudingstabellen.

Introductie
In de introductie vertelt Mirjam de leerlingen, dat ze vandaag gaan leren hoe ze verhoudingen tussen getallen kunnen uitrekenen. Dat is handig, als je bijvoorbeeld in een winkel uit moet rekenen wat 300 gram kaas kost, als je de prijs van een kilo weet. De juf vraagt of de leerlingen nog meer voorbeelden kennen, waarbij het handig is om met verhoudingen te kunnen rekenen. Ze schrijft op het bord wat de leerlingen deze les gaan doen.

Zelf oplossingen zoeken
In de volgende fase gaan de leerlingen zélf op zoek naar oplossingen. Ze krijgen het volgende probleem voorgelegd: Een zak met 2,5 kilo appels kost 3 euro. Wat kost een kilo appels?
Juf Mirjam vertelt de leerlingen dat ze vijf minuten de tijd krijgen om na te denken hoe ze dit op kunnen lossen.

Bespreking en instructie
In de fase van bespreking en instructie laat juf Mirjam enkele leerlingen vertellen hoe zij de som hebben opgelost. Jozef vertelt bijvoorbeeld dat hij eerst beide getallen heeft vermenigvuldigd met 2, om mooiere getallen te krijgen. Daarna heeft hij die getallen door 5 gedeeld: 1 kg kost dan € 1,20. En Josée heeft van 2,5 kg eerst 10 kg gemaakt. De prijs wordt dan 4x zo hoog: € 12,00. En 1 kg kost dan € 1,20.
Juf Mirjam bespreekt met de leerlingen wat ze een handige manier vinden. Dit illustreert ze met een verhoudingstabel.

Begeleid inoefenen
In de fase van begeleid inoefenen krijgen de leerlingen enkele opgaven met verhoudingen, die ze mogen maken. Voor elke opdracht krijgen ze een korte tijd, om na te denken over het antwoord. Vervolgens worden de antwoorden klassikaal besproken.

Zelfstandig verwerken
In de fase van zelfstandig verwerken gaan de leerlingen zelfstandig met meerdere opdrachten uit het boek aan de slag. Juf Mirjam loopt hulprondes. Tijdens die rondes geeft ze leerlingen complimenten en geeft ze leerlingen directe feedback op hun antwoorden. Op het bord staat duidelijk aangegeven welke opgaven de leerlingen mogen maken en hoeveel tijd ze hiervoor hebben.

Terugkoppelen
In de laatste fase (die van het terugkoppelen) herhaalt juf Mirjam met de leerlingen wat ze deze les hebben geleerd. Ook de manier waarop de leerlingen gewerkt hebben, komt aan de orde. De juf complimenteert de leerlingen dat ze goed hebben gezocht naar oplossingen. En ze vraagt de leerlingen nogmaals te benoemen in welke situaties in het dagelijkse leven ze verhoudingen nog meer kunnen gebruiken.

 

Onderwijsarrangement

Dit waren vier grote stappen, richting passend onderwijs in de klas. Een leerkracht, die in zijn (of haar) onderwijs rekening houdt met verschillende niveaus, die zorgt voor een optimale leertijd per leerling, die zorgt voor passende materialen en middelen en die inspeelt op behoeften van leerlingen heeft de vier belangrijkste stappen in de klas richting passend onderwijs gezet.
Om het voor de leerkracht beheersbaar te houden, is het belangrijk om te investeren in een goede basisaanpak. Hiervan kan het grootste deel van de groep profiteren. Voor leerlingen die wat extra’s nodig hebben, legt de leerkracht dit vast. Zij krijgen een intensiever (of een verdiept) onderwijsarrangement.

Rekening houden met individuele behoeften

Door te werken met het lesmodel krijgen de leerlingen in de basisaanpak een duidelijke structuur en hebben ze een actieve inbreng in de les. En met kleine aanpassingen houdt juf Mirjam tijdens het model rekening met leerlingen met extra behoeften.
Justus krijgt tijdens de verwerkingsfase bijvoorbeeld een stappenplan, waarop de aanpak staat van een verhoudingssom. Justus krijgt in de fase van het zoeken naar oplossingen twee of drie manieren aangeboden, waarmee hij de opgave kan oplossen. Die manieren kan hij uitproberen. En hij kan kiezen welke manier hij het prettigst vindt. Zo blijft de lesstof voor hem overzichtelijk.
Karel mag tijdens de verwerkingsfase zelf zijn werk nakijken. Zo speelt de juf in op zijn behoefte aan verantwoordelijkheid. In de fase van de introductie laat de juf Karel zelf benoemen wanneer hij het lesdoel zou kunnen gebruiken. Zo heeft Karel het gevoel dat wat hij leert er werkelijk toe doet.
Omdat Michelle met rekenen grote problemen heeft, is voor haar een individueel handelingsplan opgesteld. Hierin is vermeld, dat – de dag voordat een nieuw rekenonderwerp in de groep wordt behandeld – zij alvast van de remedial teacher een introductie op dit onderwerp krijgt aangeboden.

Ik wens u veel succes!

Gebruikte literatuur

• J. G. Roozendaal & M. E. Visser-Meijman, Werken in de school met het GIP-model (boek/dvd), De Bascule, Cluster Speciaal Onderwijs en Zorg, Amsterdam, 2007.
• J. Vos, C. Struiksma, K. van der Veer & M. Hoogenkamp, Passend lesmodel, CED-Groep, Rotterdam, 2008.

Websites

• Zie: www.passendlesmodel.nl.
• Zie: www.cedgroep.nl.