Juf Martie is ziek, ongeneeslijk ziek. Team en kinderen – en zeker groep 3/4 van juf Martie zelf – zijn er, voor zover dat mogelijk is, goed op voorbereid. Iedereen weet van de ernst van de ziekte en de situatie. Elke ochtend wordt er een kaars aangestoken voor de juf. Soms wordt over haar ziekte gepraat. En soms wordt haar situatie alleen even genoemd. Af en toe wordt er een themaboek voorgelezen, als aanleiding om er met de kinderen over te praten. En in het midden van de school staat al een tijdje een “brievenbus”, waar kinderen en ouders tekeningen, brieven, kaarten en soms zelfs kleine cadeautjes in doen. Voor juf Martie. Leerkrachten nemen alle blijken van medeleven dan mee als ze, om beurten, namens het team langsgaan bij hun zieke collega.
En dan gebeurt het. Toch nog sneller dan verwacht, maar niet onverwacht, overlijdt juf Martie…

Juf Martie is ernstig ziek

Onzekerheid

Het overlijden van een collega is voor de meesten van ons een “nieuwe” ervaring. En dat veroorzaakt onzekerheid. Wie doet wat? Wat moet er gebeuren? Vergeten we geen dingen? Of, erger nog, doen we niets verkeerd? Vooraf wordt voor de zekerheid het bestaande protocol bij overlijden nog eens kritisch bekeken en besproken. Dát het overlijden gaat plaatsvinden, weten we. Maar we weten niets over het moment waarop en de omstandigheden waaronder het zal gaan gebeuren. En ondanks de aanwezigheid van een protocol kunnen niet alle vragen op voorhand worden beantwoord. Stel dat het in het weekend gebeurt. Of in de meivakantie. Of straks in de zomervakantie. Het moment en de omstandigheden zijn bepalend voor wat je doet en hoe je dat doet. Duidelijkheid is erg belangrijk.

Afspraken

De belangrijkste afspraak die we als team maken, is de volgende: de directeur van de school en twee leerkrachten (waaronder de huidige leerkracht van de groep van juf Martie) zullen een kleine coördinatiegroep gaan vormen, samen met de klankbordgroepouder van groep 3/4, zodra het bericht van overlijden binnenkomt. Dit ontlast de overige teamleden van een belangrijk deel van de zwaarwegende verantwoordelijkheid. De coördinatiegroep bedenkt wat er nodig is en wat de beste aanpak zal zijn. En om er zeker van te zijn, dat aan alles wordt gedacht, wordt ook het draaiboek doorgenomen van dr. Riet Fiddelaers-Jaspers. Ook worden er enkele afspraken op papier gezet, voor het geval juf Martie in de meivakantie overlijdt. Dan zal juf Jolanda de eerstverantwoordelijke zijn, omdat de directeur in die periode afwezig is. Ook ligt er een conceptadvertentie klaar. (Dit vinden wij overigens allemaal erg vreemd om te doen, voor iemand die nog niet is overleden.) En verder zullen ouders en bestuur via de nieuwsbrief op de hoogte worden gehouden.

Juf Martie is overleden

Het bericht

En dan kómt het bericht. Op een moment, dat er een studiedag gaande is voor de leerkrachten van de onderbouw en de kinderen van groep 1-4 dus niet op school zijn. Het is ook de woensdag vóór Hemelvaartsdag, dus de kinderen van de onderbouw komen pas maandag weer op school. Groep 5/6 en groep 7/8 zijn nog maar net met de schooldag begonnen. En in groep 5/6 is een invaller aan het werk, omdat de eigen juf studieverlof heeft.

Ik onderbreek de studiebijeenkomst van de onderbouw en breng het bericht over van het overlijden van Martie. Samen lopen we naar mijn kamer om het bericht te lezen, dat via e-mail is binnengekomen. Het is een poosje stil. We laten elk op onze eigen manier het bericht tot ons doordringen. Daar zijn op zo’n moment weinig woorden bij nodig.

Eerste besluiten

Als de eerste tranen gedroogd zijn, moet er actie worden ondernomen. De klankbordgroepouder wordt gebeld. Ze is thuis en komt naar school. Samen met haar en de onderbouwleerkrachten nemen we de eerste besluiten:
1- Het vertellen aan de leerkrachten
We houden het bericht nog even bij onszelf en vertellen het de leerkrachten van groep 5/6 en 7/8 pas tijdens de ochtendpauze. De leerkrachten die niet aanwezig zijn, worden gebeld en ingelicht. Twee leerkrachten kunnen we niet bereiken. De overige leerkrachten besluiten om direct naar school te komen.
De eigen leerkracht van groep 5/6 (die studieverlof heeft en vervangen wordt) wil het treurige nieuws het liefst zélf aan haar groep vertellen. We zullen de invaller in groep 5/6 daarom vragen om tijdens de pauze even alleen pleinwacht te lopen, zodat we alles met de eigen leerkracht van groep 5/6 kunnen bespreken.
2- Het telefonisch inlichten van de ouders
Omdat de kinderen van groep 1/2 en groep 3/4 pas maandag weer op school zullen komen, brengen we alle ouders telefonisch op de hoogte. We besluiten ook de ouders van de bovenbouwkinderen te bellen. Op een kleine school is dat goed mogelijk. De onderbouwleerkrachten zullen het bellen van de ouders voor hun rekening nemen. Ze zullen dat doen samen met een ouder, die als predikant veel thuis werkt en eerder al heeft aangegeven te willen helpen met het bellen van de ouders.
De gezinnen worden verdeeld. En we maken een lijstje van wat er in het telefoongesprek met de ouders gezegd zal gaan worden:

• We hebben het verdrietige bericht gekregen, dat juf Martie vannacht is overleden.
• Als het ouders van kinderen van groep 1-4 betreft:
– Wilt u het zélf aan uw kind vertellen?
– Ziet u dat wel of niet zitten?
– Hebt u misschien vragen over hoe u dat het best kunt doen?
– Als u het erg moeilijk vindt om te doen, dan kan het ook door de leerkracht aan uw kind verteld worden.
– Vanmiddag is de school open vanaf 13.00 uur. Dan is iedereen welkom om langs te komen. En dan kan de leerkracht het ook vertellen aan de kinderen, die het nog niet weten.
• Als het ouders van kinderen van groep 5-8 betreft:
– De leerkrachten hebben het inmiddels aan alle kinderen verteld.
– Vanmiddag is de school open vanaf 13.00 uur. Dan is iedereen welkom om langs te komen.
• We willen u vragen om het bellen en benaderen van andere ouders over te laten aan de school, zodat iedereen het in eerste instantie van ons te horen krijgt.

3- Brief aan ouders
Ouders, die we niet kunnen bereiken en waarvan er ook oudere kinderen op school zitten, moeten natuurlijk alsnog snel worden ingelicht. Voor die ouders geven we een brief mee aan hun kind(eren).
4- Acties tot slot
We bellen géén ouders, waarvan we weten dat ze op dit moment met hun kind(eren) een dagje uit zijn vanwege de vrije dag. We willen niet dat ouders en kinderen bijvoorbeeld in een pretpark te horen krijgen dat juf Martie is overleden. Ook deze ouders krijgen een brief thuisbezorgd. En bovendien worden ze ’s avonds ook nog gebeld door een leerkracht.
5- Tips voor ouders
Als ouders tips willen over hoe ze het bericht het best aan hun kind kunnen vertellen, dan geven we de volgende aandachtspunten aan die ouders:

• Vertel het zoals het is. En niet als “zachte heelmeester”. U bent als opvoeder verantwoordelijk voor het geven van een reëel beeld. En doodgaan is gewoon verdrietig. Dat mogen (moeten) kinderen weten.
• Verberg uw emoties niet. Maar zorg er wél voor, dat uw emoties niet te heftig zijn. Want dat kan ertoe leiden, dat kinderen er niet over gaan praten, omdat ze niet willen dat u opnieuw emotioneel wordt.
• Vraag uw kind wat het van het bericht vindt. Zo komt u te weten of het bericht goed overkomt én of uw kind er op een “gezonde” manier op reageert.
• Blijf letten op het gedrag van uw kind, als het gesprek klaar is. Kinderen hebben tijd nodig om erover na te kunnen denken, om er vragen over te kunnen stellen en erover te praten. Sommige kinderen kunnen bijvoorbeeld dagen achtereen aan u vragen: “Juf is dood, hè?” Ze hebben dat nodig, om zich te realiseren dát het zo is en hoe erg doodgaan is.
• U kunt ervan uitgaan dat uw kind het goed oppakt, als uw kind geen “vreemde” dingen gaat zeggen of doen (bijvoorbeeld tijdens spel met andere kinderen). Dit geldt vooral voor kinderen tot circa zeven jaar.
• Voor alle kinderen is het belangrijk om te merken dat het een gebeurtenis is, die langere tijd aandacht krijgt. Het is dan ook belangrijk om af en toe het gebeuren even te benoemen (“Verdrietig hè, dat juf er niet meer is.”), er even een vraag over te stellen (“Heb je nog iets gedaan op school voor de juf?”), af en toe een kaarsje te branden, enzovoort.

6- Herinneringsplek
In het midden van de school wordt een mooi versierde herinneringsplek gemaakt, met een foto van juf Martie, een grote kaars (in een windlicht) en bloemen.

Openstelling van de school

Als er om één uur ouders en kinderen op school komen, gaan de meeste kinderen in de klas een tekening maken of een brief schrijven. De ruimte rond de herinneringsplek wordt opgevuld met werkjes. Ouders praten met de leerkrachten en met elkaar. Iedereen staat wel even stil bij de herinneringstafel, met daarop de foto van juf Martie.
We besluiten om de school óók op de vrijdag na Hemelvaartsdag een poosje open te stellen voor kinderen en ouders. Ze krijgen hiervan bericht via e-mail. En opnieuw zijn er veel kinderen en ouders. Ook een aantal, die er woensdag al waren.

Voorbereiden op de begrafenis

Op maandagmiddag is de begrafenis. We willen niemand verplichten om erheen te gaan. We vragen de ouders om samen met hun kind(eren) te beslissen of ze erheen gaan of niet. We vragen ze ook om dat even te melden op school, zodat wij weten of er veel kinderen met hun ouders aanwezig zullen zijn. Ouders regelen zelf het vervoer.
Kinderen die dat willen, mogen tijdens de dienst voor juf Martie het lied zingen, dat ze vaak ’s ochtends in de kring zong.
In alle klassen wordt op maandagochtend gesproken over ervaringen met begrafenissen. Kinderen die naar de begrafenis gaan, weten dan wat ze kunnen verwachten. Met de kinderen die het lied gaan zingen, wordt nog even geoefend.

Afscheid

Een groot deel van de groep van juf Martie en ook kinderen uit andere groepen zijn met hun ouders aanwezig bij de afscheidsdienst. De meesten gaan ook mee naar de begrafenis zelf. Sommige kinderen blijven stilletjes bij hun ouders staan, terwijl andere kinderen er met hun neus bovenop staan, om maar niets te missen van wat er allemaal gebeurt. Kinderen zingen het lied van juf Marte. En na de dienst krijgen alle kinderen een beertje, met een laatste groet van juf Martie.
De volgende dag is er in de ochtendkring gelegenheid om te praten over de begrafenis. Bij de herinneringsplek wordt weer een kaars aangestoken voor juf Martie. En dat gebeurt ook alle dagen daarna. In de periode na de begrafenis wordt soms over juf Martie en over de begrafenis gepraat. En soms wordt ze alleen maar even genoemd.

Symbolische ballonnen

Op de laatste schooldag in juli is er na schooltijd een jaarafsluiting met kinderen en ouders. De dag ervoor heeft elke groep twee grote, kartonnen ballonnen gekregen: een zwarte en een gekleurde. Elke groep kreeg daarbij de volgende opdracht:
– Zet op de zwarte ballon de dingen, die het afgelopen jaar moeilijk, vervelend, lastig en verdrietig waren en die je liever wilt vergeten.
– En zet op de gekleurde ballon alle leuke, mooie, fijne en vrolijke dingen van het afgelopen jaar.
Vanzelfsprekend komt juf Martie op beide ballonnen voor. Tijdens de jaarafsluiting worden de ballonnen bekeken en besproken. Eerst de zwarte ballonnen. En als alles is benoemd, wordt een grote, zwarte ballon (die met helium is gevuld) losgeknipt, zodat die opstijgt en verdwijnt in de lucht. We vertellen de kinderen, dat in deze ballon alle herinneringen zitten, die niet leuk zijn geweest.
Als we van de zwarte ballon nog maar een stipje aan de horizon zien, bekijken en bespreken we ook de gekleurde ballonnen. En als alles weer is benoemd, krijgen alle kinderen een grote, gekleurde ballon (die met lucht is gevuld) mee naar huis. We vertellen de kinderen dat in deze ballon alle leuke en fijne herinneringen zitten van het afgelopen jaar.

Herinnering

De herinneringsplek in het midden van de school is er tot de zomervakantie gebleven. Regelmatig hebben kinderen er nieuwe tekeningen en brieven bij gelegd.
Van al die tekeningen en brieven is een boek gemaakt, dat aan de man van juf Martie is gegeven.
Na de vakantie is de herinneringsplek een herinneringsplekje in de personeelskamer geworden: de foto, een mooi gedicht van een ouder en een paar beertjes, die de kinderen ook na de begrafenis gekregen hebben.
Nog regelmatig gaat het even over juf en collega Martie. Steeds wat minder, maar zo hoort dat ook te gaan…

Evaluatie

Natuurlijk hebben we stilgestaan bij de vraag of het allemaal “goed” is gegaan. Een paar dingen zijn voor ons heel belangrijk gebleken:
1- Vooraf moet voor iedereen duidelijk zijn wie op welke manier de eerste acties onderneemt.
2- Je hoeft niet bang te zijn dat je dingen verkeerd doet of vergeet. Want samen zorg je er echt wel voor, dat het allemaal goed en op de juiste manier gebeurt.
3- Ouders gaven aan het erg op prijs gesteld te hebben dat de school zélf alle ouders benaderd had.
4- De twee momenten waarop de school werd opengesteld, waren zeer waardevol. Voor de kinderen, voor de ouders én voor het team. Met steun voor elkaar en warme, onderlinge verbondenheid. En ook om recht te doen aan de ernst van de situatie én aan de betekenis van en voor juf Martie.
5- Het slechtnieuwsgesprek blijft een lastige taak. Sommige ouders willen niet graag overrompeld worden en willen het liefst dat je het slechte nieuws voorzichtig vertelt. En andere ouders willen het slechte nieuws liever direct horen, zodat ze niet de tijd krijgen om te denken dat er iets met hun eigen kind aan de hand is. Je weet niet altijd genoeg van ouders om precies te weten hoe je zo’n slechtnieuwsgesprek het best kunt aangaan. Wij hebben gekozen voor de “directe benadering”. En achteraf hebben we het idee, dat dat voor de meeste ouders prima gewerkt heeft.
6- De jaarafsluiting was aangrijpend, maar was tevens een goed moment, om met z’n allen wat afstand te kunnen nemen en vol goede moed de vakantie in te gaan.

Tot slot

Wat mij persoonlijk erg is opgevallen, is het effect van een overlijden op kinderen. En zeker ook op volwassenen. Of je de overledene nu goed hebt gekend of niet, het appelleert altijd weer sterk aan eigen ervaringen en emoties. Niet in het minst ook voor mijzelf. Dit is een aspect, om zeker rekening mee te houden bij de manier waarop je het proces vormgeeft.

Noot

In dit artikel zijn alle namen van betrokkenen veranderd.