In deze negendelige reeks vindt u hier spelsuggesties rondom emoties. Aan de orde komen de volgende negen onderwerpen: jaloezie, vriendschap, medelijden, eenzaamheid, schaamte, angst, opluchting, verliefdheid en spijt. De spelsuggesties verschijnen bij elk nummer van de jaargang, met uitzondering van het themanummer (nummer 6, februari 2011).

Van Dale: vreug·de, vreugd de; v vreugde blijdschap

“Verheugd zijn” oftewel “blij zijn” is een emotie waarvan we hopen dat de leerlingen in onze klas die vaak ervaren. Maar waar worden we blij van? Heeft het vooral met het krijgen van mooie spullen te maken, of kunnen we ook blij worden van andere dingen? En wat kunnen we doen om anderen blij te maken? Daar gaan de volgende scènes over.

Begin de les met een kort gesprek. Vertel aan de klas wanneer u zelf blij was de afgelopen paar weken. Vertel daarbij zowel over een materiële als een niet materiële aanleiding. Bijvoorbeeld: u was blij omdat u in de uitverkoop een warme winterjas vond die u net nodig had. En u was blij omdat een oude vriendin, die nu in Australië woont, u een lange e-mail had gestuurd. Bespreek met de kinderen het verschil tussen beide aanleidingen om blij te zijn. Vraag hen om een voorbeeld te bedenken dat ze zelf hebben meegemaakt. Wat heeft hen de afgelopen tijd echt blij gemaakt?
Geef vervolgens een voorbeeld van een moment waarop u iemand anders blij kon maken. U hebt bijvoorbeeld uw tante een mooi opschrijfboekje gegeven omdat u weet dat ze graag gedichten schrijft.

Vraag aan de leerlingen of ze zich kunnen herinneren wanneer zij iemand anders blij hebben gemaakt met iets wat ze deden, of met iets wat ze aan iemand cadeau gaven.

Daarna verdeelt u de klas in groepjes. Elk groepje gaat een scène oefenen. Als u een grote klas hebt, kunt u twee groepjes dezelfde scène laten oefenen.

Toneelstuk

PERSONAGES
Moeder
Haar kinderen (Daan en Eef)
Oude mannetjes waaronder
Meneer Van Veen
Mevrouw Durema
Enkele vrienden en vriendinnen

REKWISIETEN
Stofzuiger
Stofdoek
Mand met was
Tafeltje
Een paar (postzegel) albums
Een pincet
Een postzegel
Slinger
Ballon
Confetti
Taart
Cadeautjes
Kat (een knuffelbeest)
Kussentje (voor de kat)

Scène 1: In huis
Een moeder (of vader) is druk bezig met allerlei huishoudelijke taken. Het is duidelijk te zien dat ze nog veel moet doen en daarom eigenlijk bezig is met van alles tegelijk. Ze loopt zuchtend heen en weer. Eerst zet ze een grote mand met wasgoed neer op een tafeltje. Daarna kijkt ze hoofdschuddend naar de grond. Ze pakt een stofzuiger of kruimeldief en begint met stofzuigen. Daarna gaat ze weer naar het wasgoed. Ze vouwt een paar kledingstukken op. Dan loopt ze naar de andere kant van het toneel. Ze haalt een stofdoek uit haar zak en begint te stoffen.
Daan en Eef komen binnen. Ze zien dat hun moeder druk bezig is. Ze proberen een gesprek met haar aan te knopen, maar ze stuurt ze weg. Ze heeft nu geen tijd voor hen. Daan en Eef smiespelen even samen. Dan pakt Daan de stofdoek over van zijn moeder en begint te stoffen. Eef begint met het opvouwen van de was. De moeder is duidelijk dolblij. Ze omhelst de kinderen en gaat daarna zelf ook aan de slag, met de was of met de stofzuiger. Het is goed te zien dat ze blij is met de hulp. Daan en Eef moeten lachen om hun moeder die ineens zo vrolijk is. Met zijn drieën werken ze hard door terwijl ze een vrolijk lied zingen. Moeder zegt dat ze voor iedereen, als ze klaar zijn, iets lekkers heeft.

Scène 2: Postzegels
Een paar oude mannetjes zitten aan een tafel in hun postzegelalbums te bladeren. Ze praten met elkaar over hun verzameling.
“Kijk, deze zegel heb ik nog zelf in India gekocht. Toen ik op reis was, nu zo’n 62 jaar geleden.”
“Ik heb de hele collectie postzegels met bloemen erop compleet. Die heb ik gespaard toen ik nog een kleine jongen was. Zo vroeg was ik er al mee bezig.”
Iedereen is erg trots op zijn postzegelverzameling. Een van de mannen, meneer Van Veen, kijkt echter een beetje sip. De anderen vragen hem wat er aan de hand is.
“Nou, kijk, ik heb deze hele serie met postzegels bijna compleet. Kijk, het is de serie met allemaal oude auto’s erop. Ik heb ze allemaal… behalve een. Ik heb nooit de zegel met de Ford erop kunnen vinden. Dat vind ik zo jammer.”
De mannetjes bekijken allemaal het album van meneer Van Veen. Ze laten merken dat ze onder de indruk zijn van zijn verzameling.
“U hebt wel hele mooie zegels. Prachtig, hoor.”
“Ja, maar als ik nou die ene postzegel nou nog had, dan was het pas echt helemaal compleet.”
Een van de mannen loopt terug naar zijn eigen album. Met trillende handen haalt hij met een pincet een postzegel eruit. Hij geeft de zegel aan meneer Van Veen.
“Alstublieft. Ik heb de zegel met de Ford erop wèl. Maar ik heb de auto-serie nooit echt verzameld. Ik kan deze zegel missen.”
Meneer Van Veen kijkt verrast op.
“Echt waar? Kunt u de zegel echt missen?”
“Natuurlijk, ik heb de auto-postzegels nooit gespaard. Ik heb de bloemenpostzegels verzameld, en postzegels uit Zwitserland. Tja, en verder heb ik een heleboel losse zegels. Zoals deze met de Ford erop.”
“Wat wilt u ervoor hebben? Wat kost het?”
“Niets, meneer Van Veen. Ik geef u de zegel cadeau.”
“Echt waar? Dat is fantastisch!”
Meneer Van Veen pakt de pincet voorzichtig aan en schuift de zegel in zijn album. Dolblij laat hij daarna zijn postzegelalbum aan iedereen zien.
“Kijk, nou toch! Na bijna 70 jaar is eindelijk mijn verzameling compleet!”

Scène 3: Verjaardag
In een kamer hangt mevrouw Durema op haar dooie gemak een slinger op. Ze blaast rustig een ballon op, en strooit nauwkeurig wat confetti over een tafel. Ze heeft felgekleurde vrolijke kleren aan, maar haar gezicht staat verdrietig. Ze zet een taart op tafel. Rustig steekt ze kaarsjes in de taart. Ondertussen praat ze hardop tegen een kat die op een kussentje ligt.
“Nou, Minoes, ik ben helemaal vergeten om mensen uit te nodigen voor mijn verjaardag. Ik had het zo druk vorige week, en ik dacht… ach… ze hebben toch vast geen tijd als ik ze zo laat pas uitnodig. Eigenlijk stom van me. Maar ja, we hadden ook dat grote project op kantoor, en ik was ook nog verkouden. Ik was eigenlijk een beetje vergeten dat ik zo snel al jarig zou zijn. Beetje ongezellig. Nou ja. Gelukkig ben jij er nog. Ik heb lekkere tonijn voor je gekocht.”
Ze steekt de kaarsjes aan en gaat op een stoel achter de tafel zitten. Ze begint te zingen. Het klinkt erg droevig.
“Lang zal ik leven. Lang zal ik leven. Lang zal ik leven in de gloria. In de gloria.”

Ze staat op en blaast de kaarsjes uit. Dan klapt ze voor zichzelf. Daarna wil ze de taart aansnijden maar op dat moment wordt er op de deur geklopt. Mevrouw Durema kijkt verbaasd op.
“Kom binnen!”
Een aantal vrienden en vriendinnen komt binnen. Ze omhelzen mevrouw Durema, die heel verbaasd is.
De vrienden leggen uit wat ze komen doen:
“Ja, je denkt toch niet dat we jouw verjaardag zomaar vergeten? Natuurlijk niet. We hoopten al dat je thuis zou zijn. Gefeliciteerd Elizabeth! Van harte!”

Dolblij neemt Elizabeth Durema cadeaus in ontvangst. Snel haalt ze wat bordjes zodat ze iedereen een stukje taart kan geven.

Einde

TIPS
Bij het spelen van de scènes moet goed te zien zijn dat de personages erg blij zijn met iets. Dat kunnen de spelers bereiken door vooral heel erg ‘niet-blij’ te zijn in het eerste deel van de scène. Ze moeten letten op hun gezichtsuitdrukking en op de klank van hun stem. Als de personages somber zijn praten ze lager en langzamer dan wanneer ze blij zijn. Dan klinken de stemmen helder en hoger en praten de personages waarschijnlijk ook iets sneller.

Nabespreken

Vraag aan de leerlingen of duidelijk te zien was wat de hoofdpersonages zo blij maakte. Kunnen ze nog andere voorbeelden verzinnen? Waarschijnlijk hebben sommige leerlingen al mooie voorbeelden genoemd tijdens het inleidende gesprek. Als er tijd over is, kunnen de groepjes een van die voorbeelden gebruiken als basis voor een nieuwe scène.

HET GEHEIME ‘VREUGDEPROJECT’
Misschien is het een leuk idee om met de klas een geheime afspraak te maken. De komende tijd probeert iedereen heel bewust een keer per week iemand anders blij te maken met iets. Dat kan iets kleins zijn en het mag natuurlijk ook in de klas plaats vinden.
Voorbeelden zijn: Elkaar helpen met opruimen. Een mooie tekening maken voor iemand anders. Met een tros druiven en een kaart van de klas op bezoek gaan bij een klasgenootje dat ziek is.