In het vorige artikel van deze tweedelige serie heb ik aangegeven hoe u op uw eigen school een project kunt opzetten om de leesprestaties in groep 3/4 te optimaliseren. (Zie: Praxisbulletin, 26ste jaargang, nummer 1, september 2008.) Omdat de basis van het onderwijs in groep 1/2 is gelegen, laten we het project lopen van groep 1-4.
In dit tweede artikel beschrijf ik het tijdpad vanaf de herfstsignalering tot aan het eind van het schooljaar. We blijven ons richten op technisch lezen, om het project beheersbaar te houden.
Deze artikelenserie is gestart aan het begin van het schooljaar. En dat betekent, dat u er dit jaar mee zou kunnen beginnen.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Uitbreidingen

Projectopbouw

Vier fasen

Het leesverbeteringsproject kent vier fasen:
– Fase 1: vanaf het begin van het schooljaar tot aan de herfstsignalering (de fase van het woord- en letterbeeldgeheugen).
– Fase 2: vanaf de herfstsignalering tot aan de kerstsignalering (de integratiefase tot AVI 1/M3).
– Fase 3: vanaf de kerstsignalering tot Pasen (de verdere integratiefase).
– Fase 4: vanaf Pasen tot aan het eind van het schooljaar (de eindintegratiefase tot minimaal AVI 2/E3).
Nota bene. Fase 1 is beschreven in het eerste artikel. De fasen 2-4 worden beschreven in dit artikel. Beide artikelen vormen samen één doorlopend geheel!Drie afdelingen

Drie afdelingen

Het project kent daarnaast drie afdelingen. Bij de afdelingen gaat het erom wat u kunt doen in groep 1/2, in groep 3 en in groep 4.
Per fase zal ik per afdeling aangeven wat u kunt doen. Daarbij ga ik ervan uit dat de IB’er het project aanstuurt.

Fase 2: Vanaf de herfstsignalering tot aan de kerstsignalering

Betekenis in het schoolontwikkelingsproces

Groep 1/2

In deze periode wordt er in groep 1/2 verder gewerkt aan het lijnenboek, met daarin (in inspectietermen) een beredeneerd aanbod. De leerkrachten van groep 1/2 zorgen ervoor, dat aan het eind van deze periode de lijnen voor ontluikende en beginnende geletterdheid klaar zijn. (Zie hiervoor het eerste artikel.) Daarnaast bepaalt men in deze periode welke kinderen in aanmerking komen voor de volgende vier onderdelen:

• Kennismaken met ontluikende en beginnende geletterdheid volgens de lijnen van de school

• OKKI-lezen
Dat is bedoeld voor kinderen met een iets meer dan gemiddelde interesse voor lezen. Zij kunnen aan de hand van de teksten uit het blad OKKI een begin maken met het leren lezen. De leerkrachten hebben dan een houvast, omdat de OKKI-teksten “lopen” van AVI 0 tot en met AVI 3 (E3). Zie daarover de brochure Leren lezen in groep 2 of eerder.

• Ontdekkend leren lezen
Dat zijn kinderen, die al met lezen bezig zijn en nu de gelegenheid krijgen om via de aanpak van ontdekkend leren lezen dat lezen te ontwikkelen. Veelal eindigen die kinderen in AVI 2. En vaak ook nog wel veel hoger.

• Preteaching
Dat aanbod doet men bij kinderen, die groep 2 twee keer hebben gedaan en nóg zwak blijven. Men leert deze kinderen dan de eerste tien letters en woorden van de methode voor groep 3 aan, zodat die kinderen met een lichte voorsprong na de zomervakantie met het lezen in groep 3 kunnen beginnen.

Groep 3

In groep 3 gaat men in deze periode door met driemaal tien minuten per dag extra te lezen met de sturende groep. De nadruk moet blijven liggen op de volgende acht onderdelen:

• Flitsherkenning van de letters
Zie in dit verband demap Aanvankelijk lezen (hulpnummers 4, 16, 20, 29).

• Vlot woorden herkennen
Zie in dit verband demap Aanvankelijk lezen (hulpnummers 6, 7, 8, 19, 30).

• Zingend lezen
Zie in dit verband de map Aanvankelijk lezen (hulpnummers 1, 2, 3).

• Integratietechnieken (het doel van deze periode)
Zie in dit verband de map Aanvankelijk lezen. Tegen het eind (even zelf inschatten): hulpnummers 35-141. Het kunnen lezen van deze bladen is het doel. Maar dat is qua planning nog wat krapjes.

• Verlengde instructie met de methode-inhouden

• Samenstellen en uitvoeren van de kerstsignalering
Dit geldt voor de 50 procent zwakst functionerende kinderen uit de groep. (Met daarin ook Cito Leestechniek M3 en Cito Leestechniek DMT1.)

• Bijhouden wat er is gedaan in het logboek

• Routebepaling
Er moet bepaald worden welke route kinderen gaan volgen die nu al AVI1 lezen (of die zelfs al op niveau AVI 2 of verder zijn). Dat is bij fase 1 ook al bepaald. Maar de kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong moeten een voortdurende zorg zijn en een aanbod op maat hebben, dat ook nog door de leerkracht uit te voeren is.

Groep 4

De nadruk ligt hier op de volgende vier onderdelen:

• Leesbladen
Voor de zwakke lezers is het in deze periode van belang om veel te oefenen met de leesbladen uit de map Speciale leesbegeleiding (blauwe map), leesblad 6 tot en met 28. Het gaat goed met deze kinderen, als ze eind november minimaal AVI 3 beheersen. Dus het is belangrijk om – naast de aanpak van de methode – op safe te spelen en woordinstructie te geven.

• Werken met het flitscomputerprogramma

• Uitvoeren van de DMT2 en de DMT3

• Experimenteren met Cito Leestempo M4
Nota bene. Er zijn met de genoemde (nieuwe) Cito-toetsen veel problemen. Op de pilotscholen, waar instituut Pravoo mee samenwerkt, is afgesproken om ervaringen met deze toetsen op te doen en een discussie te voeren over de vraag of men deze toetsen wel wil gaan gebruiken. Dat doet men aan de hand van de twee nota’s, die daarover geschreven zijn, namelijk: Cito Leestempo: haken en ogen en Inspectie, ministerie, Cito en Pravoo over Cito Leestempo. Bij het verschijnen van deze artikelen is al bekend, dat veel scholen – op basis van de interne discussies – nog enkele jaren zullen wachten met het gebruik van de genoemde Cito-toetsen.

Fase 3: Vanaf de kerstsignalering tot Pasen

Hoofdinvalshoeken

Hoofdinvalshoeken

In deze periode zijn voor groep 1/2 de volgende hoofdinvalshoeken te melden:

• Doorgaan met het uitvoeren van de lessen en activiteiten in het kader van de leerlijnen beginnende en ontdekkende geletterdheid. Men doet nu praktijkervaringen met die lijnen op.

• Starten met het werken volgens de indeling in vier subgroepen:
– kinderen, die vrijblijvend kiezen voor de activiteiten in de lees- en schrijfhoek en die de leerlijnen volgen;
– kinderen, die doen aan OKKI-lezen;
– kinderen, die preteaching krijgen aangeboden;
– kinderen, die ontdekkend lezen volgen.

• Daarnaast beschrijft men ook de eigen werkwijze ten behoeve van het schoolplan:
– Welke lijnen en middelen zijn er?
– Hoe zijn de werklessen opgebouwd?
– Hoe wordt er gedifferentieerd?
– Hoe worden de kinderen gevolgd?
– Hoe worden de kinderen overgedragen?

Groep 3

• Deze periode zal in groep 3 vooral bestaan uit:
– het bieden van leesbegeleiding met behulp van de bladen uit de map Speciale leesbegeleiding (en dit ook volhouden!);
– en de aanpak van de driemaal tien minuten.

• De periode januari tot en met maart wordt bijna niet gestoord door uitvallende vakantiedagen. In deze drie maanden moet men dan ook veel investeren in de hulp aan kinderen met een vertraagde leesontwikkeling. Dat kunt u doen door de volgende aandachtspunten in acht te nemen:
– Maak meer specifiek gebruik van de map Speciale leesbegeleiding aanvankelijk lezen.
– Het is nu ook tijd voor het flitscomputerprogramma.
– Begin maart: afnemen DMT en AVI. (De DMT1 voor alle kinderen en voor de zwakkeren. Bij kinderen die op de DMT een C, D of E scoren, worden ook de AVI-kaarten afgenomen.)

• Ook voor deze periode wordt bekeken hoe het gaat met de goede lezers en op welke manier die adaptief onderwijs kunnen krijgen. Denk aan:
– het volgen van een leeslijn aan de hand van boeken;
– al vooruitlopen met de aanpak van ontdekkend leren spellen;
– het behandelen van kinderboekenschrijvers, enzovoort.

Groep 4

• Deze periode zal in groep 4 vooral bestaan uit:
– het bieden van leesbegeleiding met behulp van de bladen uit de map Speciale leesbegeleiding (en dit ook volhouden!);
– en aanvullende programma’s (zoals Zinsgericht leren lezen).

• In maart: bij alle kinderen de DMT2 en DMT3 afnemen. Bij kinderen die op de DMT een C, D of E scoren, worden ook de AVI-kaarten afgenomen.

Klassenbezoek

Verbeterpunten

In totaal zijn de groepen dit jaar driemaal bezocht. Aan het begin van het jaar heb ik met de IB’er de klassenbezoeken uitgevoerd. Van alle leerkrachten zijn de verbeterpunten vastgesteld. En aan het eind van deze periode heeft de IB’er alle klassen alleen bezocht en in een verslag aangegeven wat er met de verbeterpunten is gebeurd.

• Groep 1/2
In groep 1 en groep 2 ging het om de volgende zaken:
– Het verminderen van klassikale werkbladlessen rondom een letter. Het nut om met alle kinderen hetzelfde te doen, is zeer discutabel. (Het was nu in de lessen nog te vaak: “Nu gaan jullie allemaal…”)
– Als er uit wordt gegaan van een letter, moet men meer aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
– Het bieden van verlengde instructie komt bij de zwakke kinderen nog te weinig voor. Daarnaast wordt er te weinig begeleiding geboden, als kinderen met de verwerking bezig zijn.
– Er moeten meer motiverende en inhoudelijke nabesprekingen gehouden worden.
– De begeleiding van kinderen die al (wat) kunnen lezen, moet beter uitgewerkt worden.
– Veel scholen hebben een systeem van zelfstandig werken, waarbij men toch veel kansen laat liggen.
Ik heb vaak gezien dat men in groep 1/2 aangeeft dat het nu zelfstandig werken is. Daarbij maakt men gebruik van het IKEA-stoplicht (of een ander teken). De kinderen moeten dan stil werken van de leerkracht. Hoewel stil werken een legitiem onderwijsdoel kan zijn, heeft het weinig met zelfstandig werken te maken. Zelfstandig werken is eigenlijk: zelfstandig denken en het leren oplossen van problemen. Dat échte zelfstandig werken heb ik tijdens klassenobservaties te weinig gezien.
Opvallend is, dat de lessen ook geen motto hebben. Eigenlijk moet het zo zijn, dat wat de vorige dag fout ging de volgende dag het aandachtspunt (of het motto) moet zijn. De huidige invulling van wat men zelfstandig werken noemt, heeft eigenlijk niets met zelfstandig denken te maken.

• Groep 3
– In groep 3 zijn er grote verschillen in de mate waarin men tot écht lezen komt. Veel methoden kennen een groot aanbod aan activiteiten, waarbij kinderen bijvoorbeeld met kaartjes leuke dingen mogen doen. Maar ik heb in duogroepen lessen gezien, waarbij de ene leerkracht van de 45 lesminuten er 35 écht aan het lezen was, terwijl de andere leerkracht tijdens diezelfde les 10 minuten aan het lezen was. Als men de leesontwikkeling van kinderen wil optimaliseren, is het belangrijk om je steeds af te vragen hoeveel er écht wordt gelezen. Vaak zijn de lessen leuk, maar weinig effectief met betrekking tot de leesontwikkeling.
– Ook heb ik vaak gemerkt, dat een kind een stukje moet voorlezen, terwijl de rest van de klas niet voldoende goed kan horen wat er voorgelezen wordt. Dus: laat het kind voor in de klas staan en laat het met duidelijke en voldoende luide stem voorlezen.

• Groep 4
– Ook bij de lessen met de methoden voor voortgezet lezen in groep 4 kan men de vraag stellen hoeveel daar effectief gelezen wordt. Vaak hebben die methoden ook leuke, speelse activiteiten met de woorden, waarbij er eigenlijk onvoldoende écht wordt gelezen. Belangrijk in groep 4 is om de woorden, waarvan blijkt dat de kinderen daar moeite mee hebben, op het bord te zetten en die iedere dag even te oefenen. Op die manier kan men moeilijke woordbeelden inslijpen.
– In groep 4 is het ook belangrijk, om verlengde instructie goed uit te voeren, zodat men met de zwakkere kinderen nog extra kan oefenen (waarbij ook het computerprogramma Flits een functie kan hebben). Voor het computerprogramma Flits geldt overigens, dat het alléén nuttig is voor kinderen met lichte achterstanden. Hoe groter de leesproblemen zijn, des te minder effect heeft Flits!

Fase 4: Vanaf Pasen tot aan het eind van het schooljaar

Hoofdinvalshoeken

Groep 1/2

Voor groep 1/2 gelden de volgende aandachtspunten:
– Doorgaan met de werkactiviteiten met betrekking tot geletterdheid en differentiëren met de vier eerdergenoemde groepen.
– Datum voor overdracht afspreken. En invullen: Signaleringslijst risicofactoren lezen (overgang groep 2/groep 3).
Nota bene. Deze signaleringslijst is besproken en voor een deel afgebeeld in het eerste artikel van deze reeks. (Zie: Praxisbulletin, 26ste jaargang, nummer 1, september 2008.) De lijst is integraal opgenomen in de internetuitbreiding bij dit artikel, zodat u die gemakkelijk kunt downloaden voor eigen gebruik in uw groep.

Groep 3

Voor groep 3 geldt vooral, dat er wordt doorgegaan met de sturende groep (driemaal tien minuten per dag) en dat de nadruk blijft worden gelegd op de volgende onderdelen:

• Flitsherkenning van de letters
Extra werken met de map Aanvankelijk lezen (hulpnummers: 4,16, 20, 29). Flitsen op de computer.

• Extra werken
Extra werken met inhouden uit de map Aanvankelijk lezen (voor zwakkere lezers en bij specifieke problemen).

• Verlengde instructie met de methode-inhouden

• Eindspurt: maatjeslezen en de duur van de hulp in de klas verhogen
Bij dit soort onderwijsontwikkelingen is er kans, dat de inzet van de leerkrachten wat in elkaar zakt. Vooral als in maart blijkt, dat de kinderen goed scoren en er nauwelijks D- en E-kinderen zijn.
Op de Wegwijzer in Krimpen aan de Lek waren er in maart 2008 in beide groepen 3 slechts twee kinderen, die een D of een E scoorden. De andere kinderen scoorden allemaal een C of hoger. Toch is het belangrijk om door te gaan, om ervoor te zorgen dat ook de eindspurt nog een effect oplevert én dat de kinderen minimaal AVI 2 beheersen aan het eind van groep 3!

• Bij alle kinderen worden eind groep 3 de DMT1 en de DMT2 afgenomen, evenals de Cito-toets Leestechniek. (Ook over deze laatstgenoemde toets zijn er twijfels met betrekking tot de functionaliteit.) Bij kinderen die een C, D of E scoren, worden de AVI-kaarten afgenomen.

Groep 4

Voor groep 4 geldt in deze laatste periode:
– Het volhouden van het bieden van speciale hulp in de klas, met behulp van de programma’s Speciale leesbegeleiding (voortgezet lezen) en met Zinsgericht leren lezen.
– In juni neemt men bij alle kinderen de DMT3 en de Cito-toets Leestempo (als experiment) af. Bij de kinderen met een C-, D- of E-score worden de AVI-kaarten afgenomen.
Alle scores van de zwakke kinderen worden geplaatst in een handig overzicht.

Materialen

Gebruikte materialen

In het leesverbeteringsproject voor groep 1-4 (zoals beschreven in deze tweedelige serie artikelen) wordt gebruikgemaakt van de volgende materialen:

• De map Speciale leesbegeleiding (aanvankelijk lezen), Pravoo, Lekkerkerk, 2007.
• De map Speciale leesbegeleiding (voortgezet lezen; blauwe map), Malmberg, ’s-Hertogenbosch, z.j.
• De brochure Leren lezen in groep 2 of eerder, Pravoo, Lekkerkerk, 2006.
• Het programma Zinsgericht leren lezen, Pravoo, Lekkerkerk, 1998.
• De brochure Cito Leestempo, haken en ogen, Pravoo, Lekkerkerk, 2008.
• De brochure Inspectie, ministerie, Cito en Pravoo over Cito Leestempo, Pravoo, Lekkerkerk, 2008.
• Cito-toets Leestechniek (groep 3), Cito, Arnhem.
• Cito-toets Leestempo (groep 4), Cito, Arnhem.
• Flitsprogramma Flits, uitgegeven bij NIB, ’s-Gravenhage, z.j. (Alleen te gebruiken als de leesproblemen niet al te ernstig zijn, dus bij minder dan een jaar leesachterstand.)

In plaats van de gebruikte materialen in deze tweedelige serie artikelen kunt u ook alternatieven gebruiken, als het maar om concrete oefenstof en om concrete voorstellen voor lesinhouden gaat. Ik noem de volgende, alternatieve materialen:

• Hulpverleningspakketten van schoolbegeleidingsdiensten.
• Mappen met oefenmaterialen van de Zuid-Vallei, uitgegeven door de SBD Zuid-Vallei, Ede.
• Materiaal van de methode de Leesweg, uitgegeven door Meulenhoff, Amsterdam.
• Onderdelen van de Ralfi-aanpak (via Opleidingen speciale onderwijszorg, onder andere in Zwolle).

Slotopmerkingen

Vier kenmerken

Uit ervaring is gebleken, dat het beschreven leesverbeteringsproject het meeste effect heeft als u er twee jaar mee aan de slag gaat. Het eerste jaar is in deze tweedelige serie artikelen besproken. Kenmerkend voor de opzet zijn vier onderdelen:

1 Het intensiveren van het aanbod van leesonderwijs
Er wordt niet zozeer méér gelezen, maar wél intensiever en gerichter!

2 De vinger-aan-de-polsaanpak
Dus laat – voordat de kinderen naar groep 3 gaan – de risicokinderen opsporen en bied ze meteen begeleiding. Wacht daar niet mee tot na de herfstsignalering. Ook daarna wordt steeds (aan hand van de afname van toetsen) bepaald welke kinderen wat nodig hebben.

3 Het aandacht besteden aan de goede lezers
Aan goede lezers wordt eveneens aandacht besteed. En wel in de vorm van ontdekkend leren lezen of andere vormen van zelfstandig lezen.

4 Het houden van klassenbezoeken
In totaal drie keer per jaar worden er klassenbezoeken gehouden, waarbij gekeken wordt naar wat er goed gaat en wat de concrete verbeterpunten voor de leerkrachten zijn.

Tweejarig project

Na afloop van het eerste jaar wordt de aanpak beschreven en worden de beslissingen vastgelegd, die men ondertussen heeft genomen.
Het tweede jaar is nodig om alle onderdelen ook daadwerkelijk te implementeren, dus een deel te laten worden van de dagelijkse praktijk. Tijdens het tweede jaar zullen er ook wel weer wat aanpassingen komen. En ook de klassenbezoeken door de IB’er blijven een pijler vormen van het project.
Ik wens u veel succes, als u zelf ook zo’n soort project binnen uw school wilt gaan uitvoeren!