Leidraad voor het maken van een minimusical, waarbij de kinderen hun eigen rol bedenken door het maken van een masker.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Uitbreidingen

Introductie (10 minuten):
uitleg over het beschrijven van een masker.

Verwerking (individueel, 10-15 minuten per kind):
talige activiteit op de computer

De musical kan een leuk vervolg krijgen door alle maskers in de school op te hangen en er een groot maskerspel bij te maken met de kinderen. Start uw uitleg met twee verschillende maskers als voorbeeld. Vraag of de kinderen de maskers willen beschrijven zonder de naam te verklappen. Ze benoemen de kleur en bv. het soort haar. Probeer de groep verder te laten denken:

Heeft de figuur een gladde huid?
Een grote neus?
Wat is een kenmerkende eigenschap ervan?

U legt aan de kinderen uit dat ze hun eigen masker in de ik-vorm gaan beschrijven. Dit tikken ze zelf in Word op de computer (geen activiteit voor een startende groep 4). Waar nodig, kunnen de kinderen elkaar natuurlijk helpen. Geef wel duidelijk de volgorde aan waarin zij achter de computer mogen plaatsnemen en controleer of alle teksten in de computer opgeslagen zijn. Druk ze daarna af op een klein formaat, zodat u er kaartjes van kunt maken. Lamineer de kaartjes. Geef alle maskers en bijbehorende kaartjes nummers die niet met elkaar corresponderen. Hang alles kriskras door elkaar op.

In groep 4 beschreef een van de kinderen haar masker bv. als volgt:

Ik heb lange haren en ben heel mooi. Mijn haren zijn blond. Ik heb een rode mond. Ik heb een ketting om.

Naam kind

De kinderen die het spel spelen, lezen de beschrijving en gaan op zoek naar het masker dat erbij hoort, in dit geval overduidelijk een mooie prinses. Op onze school hebben de kinderen uit groep 4 het spel gespeeld met kleuters door de kaartjes voor te lezen. De leerlingen uit andere groepen speelden het grote maskerspel eveneens met plezier. In de bovenstaande lijst vindt u voor dit spel relevante documenten. Lees ook de spelregels. Hierbij vindt u ook een oplossingenformulier.

Open de kopieerbladen door op de links te klikken. U kunt de pdf-bestanden vervolgens afdrukken en/of opslaan op uw computer.

Het grote maskerspel

• Introductie: kringgesprek over beeldvormers uit verschillende culturen (duur: 15 minuten)

• Verwerking: beeldende activiteit (duur: 2 x 45 minuten)

• Werkwijze
– Maskers vormen de basis van de minimusical, die geschikt is voor groep 4-7. Door het maken van een masker bedenken de kinderen hun eigen rol in de voorstelling, die gaandeweg vorm krijgt. Laat als introductie afbeeldingen zien van maskers uit verschillende culturen en praat hierover met de groep.
– Maak, voordat de kinderen aan de slag gaan, zelf de mallen of gebruik ronde, papieren bordjes, want dit scheelt veel tijd.
– Om van tevoren de grote lijn in het verhaal te kunnen aanbrengen en om kinderen houvast te geven, mogen ze kiezen uit het maken van monsters, dieren of sprookjesfiguren.
– Zorg ervoor, dat de kinderen vrij kunnen experimenteren met materialen als wol, schuimrubber, papier en verf. Ze moeten hun fantasie de vrije loop kunnen laten. Houd een paar bibliotheekboeken met maskers achter de hand, voor kinderen die hier moeite mee hebben.
– Bevestig, eventueel met hulp van ouders, latjes of stokken achter de maskers. Bevestig géén elastiekjes aan de maskers, want de maskers moeten naar beneden kunnen tijdens de uitvoering.

Het verhaal

• Verwerking: talige kringactiviteit en dramatische vorming (duur: 2 x 15 minuten)

• Werkwijze
– Schrijf later in de week alle namen van de maskerfiguren, die door de kinderen zijn bedacht, op het bord en groepeer ze waar mogelijk. Zo staan Roodkapje, de monsters, een beer, prinsessen en dwergen op het bord.
– Vertel de kinderen, dat u samen met hen het verhaal voor de voorstelling gaat bedenken. Beschrijf een beginsituatie, op basis van de maskers die de kinderen hebben gemaakt. (Bijvoorbeeld: een groep prinsessen is op weg naar een bal. Wat kan er onderweg allemaal gebeuren? In de bovenbouw gaat Roodkapje in een cabrio op pad.)
– Als de kinderen het moeilijk vinden om het verhaal met elkaar te bedenken, dan kunt u een dramaoefening doen, om ze op weg te helpen. Pak twee maskers en houd die tegenover elkaar vast. Zeg tegen de kinderen (of speel het voor) dat deze twee figuren elkaar tegenkomen. Wat zouden ze dan tegen elkaar kunnen zeggen? Dit is meteen een mooie taaloefening: het oefenen van dialogen.
– Als het verhaal rond is, zet u het zelf op papier. Lees het verhaal aan de kinderen voor en kijk wat ze ervan vinden. Er is natuurlijk altijd ruimte voor aanvullingen of een nieuw idee!

Muziek, maestro!

• Verwerking: muzikale expressie (duur: 15 minuten en momenten “tussendoor”)

• Werkwijze
– Bespreek vervolgens met de kinderen welke muziek in het verhaal past. (Bijvoorbeeld: groep 4 heeft net het liedje Brrr, wat een kou geleerd en oppert, dat de heksen een spreuk kunnen uitspreken, zodat het koud wordt in het bos. De prinsessen zetten vervolgens het lied in. De dwergen uit groep 7 vinden het erg stoer om zelf een rap te bedenken, die begint met Hey, ho, hey ho.)
– Er zijn vast genoeg bekende kinderliedjes te vinden, die raakvlakken hebben met het verhaal. Denk eraan dat twee liedjes voldoende zijn voor deze minimusical, die ongeveer tien minuten duurt. Het is een leuke toevoeging om bewegingen bij de liedjes te (laten) bedenken.

Oefenen, oefenen, oefenen!

• Verwerking: dramatische expressie (duur: tijd varieert)

• Werkwijze
– Tussen de lessen door doet u kleine dramaoefeningen met de groep in de kring. Oefeningen, die overeenkomen met de figuren, die kinderen gekozen hebben. Bijvoorbeeld: lopen als een stoere wolf, paraderen met de neus in de lucht (als een arrogant prinsesje) en kakelen als een oude heks. Kinderen vinden deze korte oefenmomenten erg leuk.
– Voor het “echte” werk is het prettig, als er geoefend kan worden in een speel- of gymlokaal, waar u de leerlingen alleen (of in groepjes) een eigen plekje kunt geven in de ruimte. De kinderen oefenen zelfstandig. In bovenbouwgroepen kan er met wie-, wat- en waar-kaartjes worden geoefend.
Nota bene. Van de genoemde wie-, wat- en waar-kaartjes zijn voorbeelden opgenomen in de internetuitbreiding bij dit artikel, in de vorm van uitgewerkte praktijkvoorbeelden.
– Laat de kinderen tijdens vrije momenten de keuze om met elkaar te oefenen in het klaslokaal.
– Kijk goed wat uw groep aankan. Zo krijgen kinderen uit de lagere groepen niet zo veel tekst, terwijl u als leerkracht tijdens de voorstelling een groot deel van het verhaal voorleest. Dit kan ook nodig zijn in een hogere groep of in het SBO. Alles hangt af van het niveau van uw groep, dus wat uw groep aankan. U kunt dat het best beoordelen.

De uitvoering

• Grote finale (duur: maximaal 10 minuten)

• Werkwijze
– Oefen de voorstelling minimaal één keer voor de klas, hoe klein die voorstelling ook is! En organiseer een generale repetitie op de plek, waar de uitvoering straks zal plaatsvinden.
– Groepeer de kinderen en zet ze in de juiste volgorde (dit is: in volgorde van de opeenvolgende onderdelen van de voorstelling). En laat de kinderen goed zien waar ze het podium op moeten en waar ze het podium af moeten gaan.
– Herhaal de belangrijkste basisregels zo vaak als nodig is. (Bijvoorbeeld: als je praat, doe je je masker naar beneden en praat je hard en duidelijk.)
– Laat de kinderen op een leuke manier het (ovationele?) applaus ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door met alle kinderen na de voorstelling hand in hand een buiging te maken voor het hooggeëerde publiek.

Het grote maskerspel

• Introductie: uitleg beschrijven masker (duur: 10 minuten)

• Verwerking: talige activiteit op de computer (duur: 10-15 minuten per kind; individueel)

• Werkwijze
– De musical kan nog een leuk vervolg krijgen door alle maskers in de school op te hangen en hier een groot maskerspel van te maken met de kinderen.
– Start de uitleg met twee verschillende maskers als voorbeeld. Vraag de kinderen van die maskers of ze de maskers willen beschrijven, zónder de naam van de maskers te verklappen. Ze benoemen bijvoorbeeld de kleur en het soort haar van hun masker. Probeer de groep dan verder te laten denken. (Heeft dit masker een gladde huid? Een grote neus? Bedenk eens een kenmerkende eigenschap.)
– De kinderen gaan daarna allemaal hun eigen masker beschrijven. Dat doen ze in de ikvorm. Die beschrijving tikken ze zelf op de computer (in Word). Dit is géén activiteit voor een startende groep 4! De kinderen mogen elkaar natuurlijk wél helpen, als dat nodig is.
– Geef duidelijk de volgorde aan, waarin de kinderen achter de computer mogen plaatsnemen om hun maskerbeschrijving te typen. Controleer tot slot of alle teksten opgeslagen staan in de computer. Print die teksten op een klein formaat papier, zodat u er kaartjes van kunt maken en lamineer die.
– Geef alle maskers én bijbehorende kaartjes nummers, die niet met elkaar corresponderen! Hang alle maskers en kaartjes daarna kriskras door elkaar op.
– Voorbeeldkaartje. In groep 4 beschrijft een van de kinderen haar masker als volgt:

Ik heb lange haren
en ik ben heel mooi.
Mijn haren zijn blond.
Ik heb een rode mond.
En ik heb een ketting om.

Jade

– De kinderen die het spel spelen, lezen de beschrijving op het kaartje (in dit geval van Jade) en gaan op zoek naar het masker, dat bij de betreffende beschrijving hoort. Het moet overduidelijk een mooie prinses zijn!
Bij ons op school hebben de kinderen uit groep 4 het spel gespeeld met kleuters, door de kaartjes voor te lezen. De leerlingen uit andere groepen speelden het grote maskerspel eveneens met plezier.
Nota bene. In de internetuitbreiding bij dit artikel zijn de spelregels opgenomen van het grote maskerspel én het oplossingenformulier (voor de notatie).

Veel plezier!

Wie-, wat- en waar-kaartjes

De wie-, wat- en waar-kaartjes zijn in de bovenbouw een houvast voor de kinderen. De kaartjes maken het makkelijker om hen individueel te laten oefenen. De onderstaande voorbeeldkaartjes zijn gebruikt in groep 7.

Open de kopieerbladen met de kaartjes door op bovenstaande link te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens afdrukken en/of opslaan op uw computer.

Maskers uit diverse culturen als beeldvormers

De allereerste introductie bestaat uit een kringgesprek over maskers, waarvoor u het best beeldvormers uit verschillende culturen kunt gebruiken. Hiermee voorkomt u dat de kinderen de voorbeelden gaan namaken, maar ze kunnen wel dienen als inspiratie. Het is aan te raden om het gesprek te voeren op basis van een kijkwijzer (zie hieronder). Het is natuurlijk leuk als u ook een echt masker kunt laten zien.
Internetvoorbeelden van maskers

Ubud-Barong-masker
Toetanchamon-masker
Venetiaans masker
– Afrikaans masker
– Son of the Mask
– wandschildering met masker
schilderij met masker

 

Download de kijkwijzer

U opent de kijkwijzer door op de link te klikken. U kunt het pdf-bestand direct afdrukken of het eerst opslaan op uw computer.