Het opdrachtspel biedt de mogelijkheid om op verschillende niveaus en leeftijden invulling te geven aan het vak drama. Breid het naar eigen smaak en behoefte uit.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Lessuggestie

Observeren
Naarmate het speelplezier en de durf om te spelen toenemen, kunt u het accent wat meer verleggen naar het verrijken van het zelfbeeld, de ideeënwereld en de creativiteit die de kinderen voor hun toekomst nodig hebben. Tegelijkertijd ondernemen ze al spelend de ontdekkingstocht naar zichzelf, waarbij het creatief oplossen van problemen hun gids vormt. Als daar vaak gelegenheid voor wordt gegeven, leren de kinderen als het ware hun creatieve handschrift kennen.
Daarbij zijn vier typen te onderscheiden:
Zo zijn er kinderen die:
– zich vooral kunnen inleven in een ander, zoals bijvoorbeeld in een persoon uit een boek, maar ook in een medespeler tijdens het spelen van de opdracht;
– aangetrokken worden door te gokken; ze nemen een beredeneerd risico bij de oplossing van een probleem. Meestal levert het succes op, meestal…
– graag de competitie aangaan met een ander; daarbij staat het winnen voorop. Je daagt tenslotte iemand niet uit om te verliezen.
– als in een roes handelen; ze geven zich volledig over aan wat ze doen. Ze gaan volledig op in hun spel.

Het kan interessant zijn om te zien tot welk type een kind behoort en u zult daardoor wellicht het gedrag van dat kind beter gaan begrijpen. Een simpel lijstje waarop u tijdens het spel deze gegevens noteert, is hierbij heel handig.

Evalueren
Geen commentaar, kritiek, vragen en opmerkingen. Slechts één criterium geldt: is de opdracht gespeeld?
Voorop staat dat iedereen zich veilig voelt en plezier in het spelen heeft. Daarbij passen voorlopig geen vorm- en/of inhoudsbeoordelingen. Ook als de evaluatie een wat ruimere plaats gaat innemen, kunt u het beste voorrang geven aan een vorm van zelfevaluatie van de groep.
Maar de hoofdzaak die de kinderen van u kunnen leren is dat u evalueert op de aangereikte bouwstenen voor een spelopdracht: een wekker, een strand, een kopje blauwe thee…
Met de gegevens daaruit kunt uw eigen evaluatie inhoud geven, een opzet voor een volgende les maken of bijstellen.

Opdrachten
Om u alvast in de stemming te brengen, staat hier een aantal voorbeelden van opdrachtgroepen:
– kleding: stofjas, trainingspak, warme sjaal.
– voorwerpen: tafel, melkkan, nagelschaartje.
– plaats: in het bos, op mijn hoofd, in de schoorsteen.
– tijd: om 12 uur, midden in de nacht, in het jaar nul.
– situatie: in de mist, tijdens een schipbreuk, in grote armoede.
– actie: lopen, klimmen, schateren.
– beweging: roerloos, trillen, voortsnellen.
– rollen: Marcel, de dokter, de agent.
– uitspraken: hè jammer, yes!, hm.
– geluiden: piepen, trommelen, knarsen.
– sfeer: gezellig, feestelijk, plechtig.

Geef eens de volgende opdracht aan de kinderen: onderstreep alle werkwoorden in deze tekst.
Werkwoorden is natuurlijk vervangbaar door personen of eigennamen, plaats- of tijdsbepalingen, bijvoeglijke naamwoorden met of zonder zelfstandig naamwoord, …

Zo verzamelt u talloze speelopdrachten en de kinderen oefenen ook weer wat vormen van ontleden.