Het verhaal gaat om hoofdpersoon Melchior Kwast. Hij is een beroemde kunstschilder. Samen met zijn vrouw IJbeltje woont hij in een klein dorpje.

Verhaallijn

De verdwenen kleuren

Het verhaal gaat om hoofdpersoon Melchior Kwast. Hij is een beroemde kunstschilder. Samen met zijn vrouw IJbeltje woont hij in een klein dorpje.
Op zekere dag krijgt Kwast bezoek van verschillende mensen, waaronder ook een moeder met haar zoontje. Die wil graag dat haar zoontje schilderles bij de grote Kwast krijgt.
Kwast stemt toe en gaat het zoontje – dat Stein Stopverf heet – lesgeven. Stein is een vlotte en snelle leerling.
Op een dag ontvangt Kwast een brief van koning Regenboog. De koning wil graag een portret van zichzelf laten maken door Kwast. Kwast gaat op reis naar het paleis van de koning en geeft Stein de opdracht om op het atelier te passen. Hij moet schilderijen afmaken en nieuwe opdrachten aannemen. Stein doet erg zijn best en gaat aan de gang.
Door het mengen van verschillende kleuren raakt hij echter de vrolijke frisse kleuren, de primaire kleuren kwijt. Hoe hij zijn best ook doet, hij krijgt alleen doffe, treurige kleuren op zijn palet. Hij doorzoekt boeken, experimenteert, maar het lukt niet om de frisse kleuren terug te krijgen.

Het advies van IJbeltje

Wanneer Kwast terugkomt, ziet hij dat alle schilderijen somber zijn. Er is geen vrolijke kleur te bekennen. Stein biecht op, dat alle vrolijke kleuren kwijt zijn. Kwast is woedend en komt nu ook in de problemen met het portret van de koning.
Hij raadpleegt de Minister van Kleur, hij raadpleegt het museum en hij praat met zijn vrouw IJbeltje. Die weet te vertellen, dat in het dorp pas een school in vrolijke kleuren geschilderd is. Ze adviseert: “Ga eens praten met de directeur van de school.” Elk ander gebouw dan de school kan natuurlijk ook. Of een speeltoestel of iets dergelijks.

Meneer Frik en koning Regenboog

Daarop gaat Kwast in gesprek met meneer Frik. Die vertelt over de kleuren waarin de school geschilderd is, maar dat deze kleuren op zijn. Maar meneer Frik weet wél waar de kleuren vandaan komen: van koning Regenboog.
Samen besluiten Frik en Kwast om koning Regenboog te gaan bezoeken. Koning Regenboog weet hoe hij de vrolijke kleuren weer kan oproepen. Na het uitspreken van formules verschijnen rood, wit, blauw en geel. De kleuren presenteren zich en geven een tube aan de koning. Koning Regenboog, de kleurenkoning, geeft Kwast de verftubes.
Kwast gaat daarop naar zijn atelier. Daar maakt hij een nieuw schilderij van alleen maar vrolijke kleuren (een soort Mondriaan). Daarop nodigt hij meneer Frik uit en overhandigt hem, als dank voor zijn goede advies, dit schilderij voor zijn school.

Scèneverdeling

Scène 1

Inhoud van de scène

Karakterisering van Melchior Kwast. Hij is een beroemde kunstschilder. Hij woont in een klein dorpje, een beetje achteraf. Hij is getrouwd met IJbeltje Kwast. We zien hem als hij ’s morgens om halfnegen zijn atelier binnenstapt.

Activiteiten bij scène 1

• Ochtendgym voor Melchior (bewegen)
– Voordat Melchior aan het werk gaat, gaat hij bewegen. Hij doet wat ontspannende oefeningen: armen hoog, armen laag (enkele malen), handen open, handen dicht (idem), op je hurken en omhoog (idem).
– Op een vrolijk muziekje oefenen de kinderen de ochtendgymnastiek voor Melchior.
Nota bene. Alle kinderen zijn hierbij Melchior: schildershemd aan, penseel in de hand.

• Melchior stelt zich voor met het liedje “Aangenaam!”
– De kinderen beluisteren het liedje Aangenaam! (liedje 1). Het bestaat uit vier coupletten en een refrein.
– Ze beluisteren het liedje en pikken de tekst van het refrein op:

Aangenaam, aangenaam. Kwast is de naam.
Melchior van voren, Kwast erachteraan.
Aangenaam, aangenaam. Kwast is de naam.
Melchior van voren. Kwasten is mijn baan.

– De vier coupletjes worden door steeds een ander groepje geleerd. Daarna kan het liedje worden uitgebeeld.
» Zie: liedje 1.

• Atelier (gesprek)
– Eerst een gesprek. U bespreekt samen met de kinderen wat er in het atelier te zien zal zijn: een ezel, schilderijen, kwasten, tubes verf, een kapstok (met daarop Melchiors verfoverhemd en pet), enzovoort.
– De kinderen schrijven op wat er in het atelier moet staan.
– Indien mogelijk bezoekt u met uw groep het atelier van een schilder in de buurt.

Scène 2

Inhoud van de scène

Er komt bezoek bij Melchior Kwast. Kwast krijgt bezoek van de notaris, die zijn landschapje komt ophalen. Daarna komt een ambtenaar, die een werk komt ophalen voor de tentoonstelling in het gemeentehuis. Tot slot komt een moeder met haar zoontje bij Kwast. Het zoontje heet Stein Stopverf. En moeder wil graag dat Stein schilderles krijgt van Kwast.

Activiteiten bij scène 2

• Bezoek aan de deur 1 (toneel)
De klas staat in tweetallen opgesteld tegenover elkaar. De ene rij is IJbeltje Kwast. De andere rij is de notaris. Die komt zijn schilderij ophalen. U spreekt de teksten uit. De klas doet de bewegingen. We spelen:
– Als de bel gaat (klankstaaf g), doet IJbeltje de deur open en groet: “Goedemorgen, meneer.”
– De notaris antwoordt: “Dag, mevrouw Kwast. Ik kom mijn schilderij ophalen.”
– IJbeltje zegt dan bijvoorbeeld: “Een ogenblikje, meneer. Ik zal mijn man even halen.”
Telkens als een tweetal gespeeld heeft, gaat de bel en speelt het volgende tweetal. Bespreek de resultaten kort na.

• Spreektekst
– Tussen elk gesprekje in wordt de volgende tekst uitgesproken:

Is mijn schilderij al klaar? Ik kan niet langer wachten.
Is mijn schilderij al klaar? Want anders krijg ik klachten.
(Allen) Hé, meneer Kwast, u weet het vast.
Is mijn schilderij al klaar of niet? (2x)

– Ondersteun Hé, meneer Kwast met een ritme-instrument.

• Bezoek aan de deur 2 (toneel)
– Kwast is in zijn atelier aan het werk. Drie keer gaat de bel. Eerst komt de notaris. Mevrouw Kwast doet de deur open. Ze roept haar man. Dan volgt het gesprekje tussen de notaris en Kwast. De notaris gaat weg. Kwast gaat weer aan het werk.
– Weer gaat de bel. Daar is een gemeenteambtenaar. Mevrouw Kwast doet open. Ze roept haar man. Dan volgt het gesprekje tussen de ambtenaar en Kwast. En de ambtenaar gaat weg.
– Weer gaat de bel. Een moeder en haar zoon (Stein) staan voor de deur. Mevrouw Kwast doet open. Ze roept haar man. Dan volgt het gesprekje tussen Kwast en de moeder.
– Stein zingt zijn verzoek aan meneer Kwast, door middel van het liedje De leerling (liedje 2). Het liedje wordt gezongen door een groepje leerlingen. De melodie kan gespeeld worden door kinderen uit hogere leerjaren, die een melodie-instrument bespelen.
Na het liedje is Kwast onder de indruk en besluit dat hij Stein zal gaan lesgeven. Hij zegt: “Zullen we morgen dan maar meteen beginnen?”
» Zie: liedje 2.

Scène 3

Inhoud van de scène

We zien de opleiding van Stein Stopverf, de nieuwe leerling van Kwast. Kwast legt uit, doet voor, demonstreert en geeft opdrachten. Stein is een snelle leerling. Hij vordert snel en mag ook al eigen stukjes afmaken.

Activiteiten bij scène 3

• Schilderles
– Stein gaat naar Kwast om schilderles te krijgen. Kwast leert Stein, dat je eerst een schets maakt met potlood. Vanaf die schets ga je je schilderij opzetten.
– Opdracht: kinderen maken een schets van het schilderij dat ze willen gaan maken.

• Licht
– Kwast legt uit, dat licht het allerbelangrijkste is voor een schilder. We zien Kwast steeds bezig om het juiste licht op zijn schilderij te krijgen. Hij schuift en draait met zijn ezel.
– Om hem daarbij te helpen, maakt u samen met de kinderen een spreektekst over de invloed van het licht voor de schilder. Het refrein kan bijvoorbeeld als volgt zijn:

Zonlicht, maanlicht, daglicht
geeft een doek een mooi gezicht.
Zonlicht, maanlicht, daglicht.
Dag, licht.

– Het couplet kan bijvoorbeeld als volgt starten: Als ik schilder en ik teken…

Scène 4

Inhoud van de scène

Kwast heeft een brief van de koning ontvangen. De koning wil dat Kwast een portret van hem maakt. Kwast gaat op reis en laat Stein achter, met de opdracht om goed op het atelier te passen, opdrachten af te maken en nieuwe opdrachten aan te nemen.
Stein doet goed zijn best. Maar door het mengen van de kleuren verdwijnen de frisse, vrolijke kleuren. Stein doet alles wat hij kan. Hij raadpleegt boeken, probeert van alles, maar… zonder resultaat.

Activiteiten bij scène 4

• Koninklijke brief (taal)
– Kwast ontvangt een brief van de koning, waarin die Kwast vraagt een portret van hem te maken. Wat zou de koning in die brief schrijven? Hoe schrijf je een brief? Hoe deel je een brief in?
– Alle kinderen schrijven een brief van de koning aan Melchior Kwast.

• Koninklijke envelop (knutselen)
– De koninklijke brief zit in een gouden envelop. Hoe ziet de brief er verder uit? Heeft de brief een koninklijk zegel?
– De kinderen maken een grote, gouden envelop, waarin alle, door de kinderen gemaakte brieven gedaan kunnen worden. Wat staat er op de envelop? Dit is het adres:

M. Kwast
Waterverfstraat 13
4461 SL PALET

• Mengen
– Stein is aan de slag gegaan, maar mengt de verkeerde kleuren. Hij krijgt alleen maar donkere, sombere tinten. Hoe meng je om donkere kleuren te krijgen? En hoe maak je ze vrolijk?
– Wat krijg je als je rood en geel bij elkaar doet? Alle kinderen experimenteren met het mengen van kleuren. Ze maken er een heel “gevuld” schilderij van.

Scène 5

Inhoud van de scène

Kwast komt terug. Hij ontdekt dat alle schilderijen van Stein somber zijn geworden. Stein biecht op dat de vrolijke kleuren kwijt zijn. hij heeft ze verbruikt bij het mengen. En toen zijn het sombere kleuren geworden. Hij kan de vrolijke kleuren niet meer vinden. En dat is een ramp! Want het portret van de koning kan nu ook niet doorgaan.
Kwast foetert op Stein. Samen gaan ze zoeken naar de vrolijke kleuren.
Activiteiten bij scène 5

• Spanning
Als Kwast terugkomt, is er veel spanning. Stein is bang dat Kwast boos zal zijn. En dat is hij ook! De kinderen gaan met muziekinstrumenten de spanning uitbeelden. Hoe bouwen we spanning op? Lage tonen, langzaam tempo, zacht geluid. Dit bouwen we op naar steeds méér, tot de apotheose. Werkwijze:
– Alle leerlingen beschikken over een Orff-instrument.
– U geeft met bewegingen het tempo en het volume aan.
– Dit herhaalt u een aantal keren. Oefen dit met de kinderen, zodat er een spannend klankstuk ontstaat.
– Dan roept Stein: “Er is iets vreselijks gebeurd!”

• Liedje “Er is iets vreselijks gebeurd” (met gebaren en pasjes)
– Start met de spreektekst: “Er is iets vreselijks gebeurd.”
– Bouw het langzaam op. Steeds meer stemmen zeggen: “Er is iets vreselijks gebeurd.” Als alle stemmen meespreken, stopt het!
– Na een korte stilte start het liedje Er is iets vreselijks gebeurd (liedje 3).
– Tussen de coupletten wordt het ritme van het liedje op ritme-instrumenten gespeeld als tussenspel.
» Zie: liedje 3.

• Zoeken
– Alle kinderen staan in de ruimte. Ze gaan op alle mogelijke manieren “zoeken”.
– Steeds geeft u een andere instructie: “Zoek op het keukenkastje.” “Zoek onder de kast.” “Zoek tussen de boeken op het bureau.” “Zoek op de grond.” “Zoek in je etui.” Enzovoort.
– De kinderen beelden dit steeds uit. Bespreek met de kinderen de verschillen.
– Doe dit nogmaals. Maar nu bepalen de kinderen zelf waar ze zoeken.
– Op een signaal (bijvoorbeeld van een tamboerijn) wordt steeds gewisseld.

Scène 6

Inhoud van de scène

Kwast en Stein gaan op zoek naar de kleuren. Ze raadplegen de Minister van Kleur. Ze gaan naar het museum en vragen het de directeur. Ook spreken ze met IJbeltje. Die heeft een idee. Er is pas een school geschilderd in vrolijke kleuren. Als je nu de directeur eens zou vragen…
Kwast gaat naar meneer Frik, de directeur van de school. Die vertelt, dat de school in vrolijke kleuren is geschilderd, maar de kleuren kunnen er niet af en de kleuren zijn ook op. Meneer Frik weet wél waar de kleuren vandaan komen: van Kleurenkoning Regenboog. Hij kan de kleuren oproepen.

Activiteiten bij scène 6

• De regenboog laten klinken (muziek)
– Bespreek met de kinderen uit welke kleuren de regenboog bestaat. En de volgorde van die kleuren. Leg kleurenstroken in de goede volgorde.
– Zet de kleuren om in muziek. Welke geluiden/instrumenten horen bij welke kleuren? De kinderen spelen de kleuren in de volgorde van de regenboogkleuren.
– Weten de kinderen hoe het gaat? Wijs dan de kleuren in een verschillende volgorde aan. Dan ontstaat er een kleurencompositie.

• Regenboogdans
– Alle kinderen maken (of krijgen) gekleurde linten van crêpepapier. Die worden samengebonden tot een “bosje”. Elk kind heeft een regenboogbosje van gekleurde linten.
– Ze maken daarmee een regenboogdans. U speelt huppelmuziek, loopmuziek en dansmuziek op de tamboerijn. De kinderen bewegen improviserend, dansend.

Scène 7

Inhoud van de scène

Bezoek aan Kleurenkoning Regenboog. Kwast en Frik bezoeken samen de Kleurenkoning. Hij begrijpt het probleem en hij wil hen wel helpen. Door het uitspreken van bepaalde formules verschijnen de vrolijke kleuren weer: rood, geel, wit en blauw.
Om de beurt verschijnen de kleuren. En daarna geeft Regenboog een tube van elke kleur aan Kwast. Kwast is enorm blij, opgelucht en dankbaar. Hij gaat direct naar zijn atelier.

Activiteiten bij scène 7

• Spreuken bedenken
– Koning Regenboog heeft spreuken om de kleuren op te roepen. Wie kent dit soort spreuken? De kinderen bedenken vier spreuken: een voor de kleur blauw, een voor de kleur wit, een voor de kleur geel en een voor rood.
– Ze oefenen de spreuken, zodat ze de spreuken uit het hoofd kennen.

• Spreuk bij de kleur blauw
– De kinderen spreken de spreuk bij de kleur blauw uit. Na het uitroepen van deze spreuk komen “zeedruppels” het toneel op. Op een leuk muziekje bewegen de kinderen dansend over het podium. Aan het eind van het muziekje zitten ze ineengedoken achter op het podium.
– Op dezelfde manier kan bewogen (gedanst) worden met de kleur wit (sneeuwvlokken), de kleur geel (zonnestralen) en de kleur rood (vlammetjes). Zo zijn alle vrolijke kleuren tevoorschijn gekomen.

Scène 8

Inhoud van de scène

Kwast gaat meteen aan de gang met de vrolijke kleuren. Hij laat Stein zien hoe je te werk gaat. In deze vrolijke kleuren schildert hij een mooi doek. Daarmee gaat hij naar meneer Frik om hem te bedanken. Kwast zegt: “Geef het maar een mooi plekje in uw school.”

Activiteiten bij scène 8

• Een “Mondriaan”
– Bekijk met de kinderen schilderijen van Mondriaan. Wat valt je daarin op? Welke kleuren worden gebruikt?
– Alle kinderen maken een eigen “Mondriaan”. Eerst een ontwerp, dan een schilderij.

• Slotlied maken
– “Hiep, hiep, hoera! De kleuren zijn gevonden. De kleuren zijn terecht. Hiep, hiep, hoera! De kleuren zijn gevonden. De kleuren zijn het echt.” Deze tekst kan gebruikt worden als refrein voor een slotlied. Alle kinderen zingen naar eigen idee de tekst. Dat doen ze een paar keer.
– Op den duur ontstaat er een gezamenlijke melodie. Het refrein is klaar. Bij dit refrein maken we eventueel ook met elkaar nog coupletten.

Uitwerking musical

De musical wordt bij voorkeur gespeeld in pantomime. U bent verteller. De rollen (Kwast, IJbeltje, Stein, notaris, gemeenteambtenaar, postbode, Kleurenkoning Regenboog, Frik, directeur museum en de Minister van Kleur) worden gespeeld door kinderen, die natuurlijk karakteristiek uitgedost worden. In de scènes worden de geoefende en uitgewerkte activiteiten gebruikt als onderdeel van de totaalmusical.

Bij elke scène zijn een aantal activiteiten beschreven. In de Activiteitenmatrix, die in de lijst hierboven staat, kan worden ingevuld welke groep leerlingen een bepaalde activiteit uitvoert.

Liedje 1

Aangenaam!

Tekst & muziek: Kees van Damme

1
Ik maak schilderijen voor ieder die dat wil.
Groot of klein, u zegt het maar. Dat maakt geen verschil.

Refrein
Aangenaam, aangenaam. Kwast is de naam.
Melchior van voren, Kwast erachteraan.
Aangenaam, aangenaam. Kwast is de naam.
Melchior van voren. Kwasten is mijn baan.

2
Tubes verf, penselen, palet en terpentijn
is ‘t gereedschap voor wie echt kunstenaar wil zijn.

Refrein

3
Hier een likje oker en daar een likje paars.
Nee, die kleuren zijn niet goed. Ik krijg heel iets raars.

Refrein

4
Mijn palet met kleuren. Ik weet wat ik ga doen.
‘k Ga ze mengen met elkaar: geel en blauw maakt groen.

Refrein

Klik op de afbeelding onderaan de tekst voor een vergroting van het notenschrift van het lied.

De geluidsbestanden van dit lied vindt u in de lijst hierboven.

Liedje 2

De leerling

Tekst & muziek: Kees van Damme

1
Dag meneer Kwast,
ik ben Stein.

‘k Wil zo graag ook
schilder zijn.
Kunt u me dat leren?
‘k Wil zo graag proberen.
Oh, meneer Kwast,
echt, het lukt me vast
Help me alstublieft

Tussenspel

Herhaling couplet 1.

Klik op de afbeelding onderaan de tekst voor een vergroting van het notenschrift van het lied.

De geluidsbestanden van dit lied vindt u in de lijst hierboven.

Liedje 3

Er is iets vreselijks gebeurd

Tekst & muziek: Kees van Damme

Refrein
Er is iets vreselijks gebeurd. Er is een ramp gebeurd.
Alle verf is door elkaar en is nu donkerbruin gekleurd.

1
Alle kleuren, rood, wit, blauw,
geel en zwart, waar ik van hou,
zijn verdwenen. Maar waarheen?

Refrein

2
Alle kleuren, rood, wit, blauw,
die ‘k zo graag gebruiken wou,
zijn verdwenen. Maar waarheen

Tussenspel

Refrein

Herhaling couplet 1.

Refrein

Herhaling couplet 2.

Klik op de afbeelding onderaan de tekst voor een vergroting van het notenschrift van het lied.

De geluidsbestanden van dit lied vindt u in de lijst hierboven.