Voor dieren is de winter een moeilijke periode. Er zijn dan ook heel wat beestjes die de winterse problemen ontvluchten. Zij trekken weg, gaan in winterrust of houden een winterslaap.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreidingen

Extra informatie over egels, vleermuizen en wilde hamsters

Egels

Ondanks hun stekelige uiterlijk is er altijd veel belangstelling voor egels. Jammer genoeg is het niet zo best gesteld met deze ‘stekelvarkens’, zoals ze soms ten onrechte worden genoemd. Met name het aantal verkeersslachtoffers is erg groot. Ook het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen heeft veel egels het leven gekost.

Egels steken hun aanwezigheid niet onder stoelen of banken. Luid snuivend zoeken ze hun kostje bij elkaar dat grotendeels bestaat uit slakken en andere kleine beestjes. Op een dag in oktober of november maken ze aanstalten om aan de winterslaap te beginnen . Ze zoeken daarvoor een rustig , liefst wat vochtig plekje onder een beschermende laag dor blad en tuinafval op. Dat vocht is van belang, omdat ze tijdens de winterslaap vrij veel vocht verliezen.

Als ze aan de winterslaap beginnen, rollen ze zich op, zetten hun stekels uit en slapen in. Hun lichaamstemperatuur daalt dan van 38 naar 4 graden, terwijl de hartslag van 100 naar 20 slagen per minuut zakt. Zo brengen ze vier tot vijf maanden van het jaar slapend door, waarbij ze dertig procent aan lichaamsgewicht verliezen. Lang niet alle egels overleven deze bijzondere periode. Te veel noodzakelijke beweging, te weinig reserves en uitdroging kunnen allemaal oorzaken zijn dat ze dood gaan. Maar als ze in het prille voorjaar wakker worden, zien ze meestal kans in korte tijd hun schade in te halen. Dat is ook wel nodig, want de paartijd staat voor de deur. Een of twee keer per jaar worden drie tot tien egeltjes geboren. Bij de geboorte zijn ze nog kaal en blind. Ze hebben al wel stekels, maar die zitten nog verborgen onder de huid. Al na een dag steken ze een stukje naar buiten. Na een maand of drie gaan ze ruien. Ze verliezen hun jeugdstekels en krijgen er hun blijvende stekels voor terug.

Vleermuizen

De meeste vleermuizen hebben opvallend kleine ogen en toch kunnen zij zich in het donker uitstekend oriënteren. Dat gebeurt met echopeiling. Een vleermuis stoot al vliegend heel hoge geluiden uit die mensen zonder hulpmiddelen niet kunnen horen. Als die geluiden ergens tegenaan botsen, worden ze vanaf dat voorwerp teruggekaatst en vangt de vleermuis die geluidsgolven met de oren op. Op deze manier worden niet alleen botsingen met zelfs de fijnste hindernissen voorkomen, maar ook vinden ze zo insecten, hun voedsel.

Omdat het aantal vliegende insecten aan het eind van de zomer snel vermindert, zoeken vleermuizen al vanaf september hun winterverblijf op. Dat moet koel, maar wel vorstvrij zijn; zo tussen de 1 en 8 graden. Verder moet het er donker zijn en is een hoge luchtvochtigheid een vereiste. Ten slotte mag tijdens de winterslaap van geen enkele verstoring sprake zijn. Zulke winterverblijven vinden ze vooral in forten, grotten, bunkers en kelders. Met de achterpoten aan wanden en plafonds hangend en met de kale vlieghuid strak om zich heen, brengen ze de winter door. Hun lichaamstemperatuur daalt daarbij tot zo’n 5 graden, terwijl ook hun ademhaling en hartslag sterk vertragen. Als dan in de loop van april het insectenleven op gang komt, komen ook de vleermuizen weer voor de dag.

Wilde hamsters

Als een hamster zijn wintervoorraad in het hol heeft opgeslagen, maakt hij de twee ingangen van het hol met aardkluiten dicht, om daarna van oktober tot in maart te slapen. Maar zo nu en dan wordt hij wakker en eet dan wat van zijn wintervoorraad. Alleen als het streng en langer vriest wordt hij niet wakker en daalt zijn lichaamstemperatuur fors.

Zo’n kleine twintig jaar geleden was de wilde hamster op een paar exemplaren na in Nederland uitgestorven. Dat kwam vooral door het verdwijnen van geschikte leefgebieden en veranderingen in de landbouw door het verdwijnen van velden met tarwe, rogge en haver, het belangrijkste voedsel van de hamster. Daar kwam, net als op veel andere plaatsen in Nederland, maïs voor in de plaats en daarvoor komen hamsters hun hol niet uit. Gelukkig werd er na veel gehakketak een reddingsplan opgezet en dank zij een fokprogramma en het gegeven dat hamsters vaak en veel jongen krijgen is dat een succes geworden. Hiervoor zijn wel speciale hamsterreservaten aangekocht, waar de boeren ‘hamstervriendelijk’ werken.

Boeken en websites

Boeken

  • de Backer & S. Wisman, Zeg kleine egel, wat slaap jij lang, KNNV, Zeist, 2010.
  • Fischer-Nagel , In het hol van de hamster, Meulenhoff, Amsterdam, 1986.
  • Hoogeveen, Winterslaap, KNNV, Zeist, 2009.
  • Limpens & P. Twisk, Dora ondersteboven, KNNV, Zeist, 2011.

Websites: