In de dertig jaar dat ik klassenbezoeken afleg, heb ik ontelbare keren in groep 1 en 2 gezeten. En ik ben langzamerhand vraagtekens gaan plaatsen bij het nut en de functie van kringactiviteiten. Vandaar dit artikel, waarmee u als leerkrachten van de onderbouw eens kritisch naar die kringactiviteiten kunt kijken.

Kringactiviteiten in groep 1 en 2

Veel scholen beginnen de dag in groep 1 en 2 met een kring. Daarna voltrekt zich een ritueel van welkom heten, namen oplezen, zingen, vertellen, bewegingsspelletjes en een leeractiviteit. Dat duurt vaak (te) lang. Omdat de meeste scholen heterogene groepen hebben, is het vooral voor de jongste kinderen een hele zit.
Je ziet ook al scholen met een inloopsituatie beginnen, waarbij kinderen – net zoals op veel peuterspeelzalen – arbeid en spelen naar keuze aan een tafel (of in een speelwerkhoek) uitvoeren. De leerkracht biedt dan speciale leerlingbegeleiding. En daarna gaat men in de kring de dag beginnen. Veel leerkrachten zijn bezig het standaardbegin van de dag met elkaar te evalueren.

“Mag ik weer over mijn pony vertellen?”

Het meest twijfel ik aan het nut van de weekendgesprekjes op maandag. Veel leerkrachten willen alle kinderen dan de gelegenheid geven te vertellen wat ze in het weekend hebben gedaan. Zo zei een kind een keer: “Mag ik weer over mijn pony vertellen?” Het was in mei en de vraag werd gesteld door een kind uit groep 2. Later bleek, dat de klasgenoten al bijna twee jaar lang moesten luisteren naar dezelfde verhalen over de pony. Ik merkte, dat vooral bij de oudste kleuters die verhalen oude koek waren. De kinderen werden onrustig. En de leerkracht zei: “Jullie moeten lief luisteren, want jullie willen ook graag dat de andere kinderen naar jullie luisteren, als jullie zelf wat vertellen.”
Het luisteren naar groepsgenoten is voor jonge kinderen al moeilijk genoeg. Niet alleen vanwege de geringe variatie aan inhouden, maar ook omdat sommige kinderen nogal onsamenhangend vertellen. Sommige kinderen kunnen ook moeilijk tot een afronding komen. “Nee, nee, ik ben nog niet klaar,” zeggen ze dan. Ook het laten vertellen wat kinderen op de tv gezien hebben, is vrij nutteloos.

Evaluatie

Het is dan ook aan te bevelen om eens met elkaar naar de kringactiviteiten te kijken. De vragen die u als leerkrachten met elkaar kunt beantwoorden, zijn:
– Welke functies/doelstellingenseries onderscheidt u bij de kringactiviteiten? Met andere woorden: wat is het nut van de kringactiviteiten?
– Welke vormen van kringactiviteiten onderscheidt u?
– Hebt u ook afspraken gemaakt over de opbouw (introductie, uitvoering, samenvatting, evaluatie) van de verschillende soorten kringactiviteiten?
– Stel dat u met meerdere soorten kringactiviteiten werkt. Welke kinderen nemen dan deel aan de diverse soorten kringen?
– Welke knelpunten kunt u zelf vaststellen met betrekking tot het functioneren van de kringactiviteiten?
– Zijn alle voorwaarden voor een goed kringgesprek altijd vervuld?
– Hoe volgt u de ontwikkeling van het kind met betrekking tot het kringgedrag?
– Hoe ervaart u de betrokkenheid van de kinderen bij de kringactiviteiten?
– Vindt u de daadwerkelijke betrokkenheid van de kinderen voldoende?
– Hoe differentieert u tijdens de kringactiviteiten?

Twee aspecten

In dit artikel moet ik een keuze maken uit de diverse aspecten van de kring. Ik wil twee aspecten uitwerken:
– Differentiatie: de leerlijnen voor de kring.
– Variatievormen.
En het zal dan vooral gaan over de kringleergesprekken.

Differentiatie: de leerlijnen voor de kring

• Doelstellingen Omdat de meeste scholen in groep 1 en 2 een heterogene groepsindeling hebben – en er dus kinderen in een groep zitten die net vier zijn, maar ook kinderen die al zes zijn – moet je je afvragen of alle kinderen wel aan hun trekken komen. Mijn ervaring met kringactiviteiten is dat het vaak een “gemiddelde soep” is. Ik heb me meermalen afgevraagd welke doelstellingen tijdens een bepaalde kringactiviteit nu voor de jongste kinderen en welke voor de oudste kinderen werden nagestreefd. In de meeste gevallen heb ik het niet kunnen ontdekken, omdat er meestal sprake was van een soort “vaag, gemiddeld onderwijsaanbod”. Het is echter belangrijk, om bij heterogene groepen te weten welke aandachtspunten u voor de jongste kinderen hebt én welke doelstellingen u voor de oudste kinderen hebt. Daarbij kan het om inhoudelijke doelstellingen gaan op het gebied van taal, geletterdheid, gecijferdheid, enzovoort. Maar het kan ook gaan om doelstellingen op het gebied van het kringgedrag zelf. • Leerlijnen In twee artikelen heb ik het idee van een lijnenboek ontwikkeld. Met behulp van deze lijnen kunt u tijdens gezamenlijke kringactiviteiten een doelstelling kiezen voor de jongste kinderen én een (ander) doel voor de oudste kinderen. Nota bene. Zie in dit verband het artikel Leerlijnen in groep 1, 2 en 3. Aflevering 1: een lijnenboek (Praxisbulletin, 22ste jaargang, nummer 1, september 2004) en het artikel Leerlijnen in groep 1, 2 en 3. Aflevering 2: de lijnen voor ontluikende en beginnende gecijferdheid (Praxisbulletin, 22ste jaargang, nummer 2, oktober 2004). Lijnen voor de meer technische kant van de kring kunnen er als volgt uitzien:

Lijn 1 Kring: uitingen
Stap 1 Leer het kind om vragen te beantwoorden. Stel een duidelijke vraag en leer het kind een antwoord te geven op die vraag.
Stap 2 Leer het kind te vertellen wat het gedaan heeft, als dat wordt gevraagd. Laat het kind in de kring vertellen over het weekend of over gewone dingen die gebeurd zijn.
Stap 3 Leer het kind te vertellen wat het gaat doen, als dat wordt gevraagd. Laat het kind vertellen wat het gaat doen: in de toekomst, straks, morgen, enzovoort.
Stap 4 Leer het kind om uit zichzelf iets te willen vertellen. Bij stap 2 en stap 3 vraagt u iets aan een bepaald kind. En nu vraagt u wie er iets te vertellen heeft. Begeleid de wijze van uiten.
Stap 5 Leer het kind om iets geordend te vertellen. Dus: volgbaar voor anderen, duidelijk gesproken en voldoende luid.
Stap 6 Leer het kind om met een leergesprek mee te doen en bij het onderwerp te blijven.
Lijn 2 Kring: techniek
Stap 1 Leer het kind op zijn/haar plaats te blijven.
Stap 2 Leer de regel aan: er is er maar één die praat, zodat het beter gaat.
Stap 3 Leer de luisterhouding aan: kijk naar het kind, dat wat vertelt.
Stap 4 Leer het kind samen te vatten wat anderen vertellen, naar aanleiding van vragen. U biedt dus hulpvragen.
Stap 5 Leer het kind samen te vatten wat anderen vertellen. Maar nu moet het kind zelf samenvatten, zonder hulpvragen.
Stap 6 Leer het kind om vragen te stellen aan een verteller. Doe dat voor en bespreek wat je kunt vragen.
Stap 7 Leer het kind om aanvullingen te maken. Wat het kind zegt, moet te maken hebben met het gespreksonderwerp.
Stap 8 Leer het kind de kring rond te kijken als het zelf wat vertelt.
Stap 9 Leer het kind beurten te geven en een beetje gespreksleider te zijn.

Variatievormen

Het biedt kinderen houvast als iedere dag op dezelfde manier wordt begonnen. Rituelen hebben het voordeel van een houvast. Variatievormen hanteert u dan ook niet zomaar, omdat het maar eens een keer anders moet. Variatievormen moeten functioneel zijn en een beter middel om een doel te bereiken dan de klassieke kring, waarbij alle kinderen van vier tot zes jaar met hetzelfde bezig zijn.
Het doel van een bepaalde kringvorm kan zijn om de leertijd effectiever te benutten, zodat meer kinderen wat doen en minder kinderen passief meekijken en meeluisteren. Variatievormen kunt u ook hanteren, omdat u speciale leerinhouden op een bepaalde manier aan de orde wilt stellen voor bepaalde subgroepen. Ik noem de volgende variatievormen:

• Werken met grote en kleine kringen
Dat wil zeggen, dat u een grote groep aan het werk zet en met een kleine groep andere (of intensievere) dingen gaat doen. De kleine groep kan dan bestaan uit kinderen met beperkte leermogelijkheden of met leerachterstanden.
Wat men vaak nalaat, is om kleine groepen samen te stellen voor begaafde kinderen of kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. U hebt dan in de kleine kring mogelijkheden om het ontdekkend leren te begeleiden!

• Ervaringsgesprek in tweetallen
In plaats van het houden van een ervaringsgesprek met de hele groep (“Wat heb je gedaan in het weekend?”) is het ook goed mogelijk om kinderen in tweetallen een plek te laten zoeken in het lokaal en dan aan elkaar te laten vertellen wat ze gedaan hebben. Dat gaat veel sneller en voldoet aan de behoefte om wat te vertellen. Bovendien kunt u langslopen en iets uit die tweegesprekken halen, waar u een algemeen groepsgesprek over wilt houden.

• Oefengesprekjes
Verander de groepssamenstelling ook eens door bijvoorbeeld kleine oefengesprekjes te houden met kinderen, die moeite hebben om met het grote groepsgesprek mee te doen.

• Pre-teaching
Voer pre-teaching uit in een kleine kring. U bereidt daarbij met een kleine groep kinderen een gespreksonderwerp voor, dat de volgende dag aan de orde komt.

• Waarnemingskring
Zorg ook dat er voldoende te zien is in de kring. Een zinvolle vorm kan een waarnemingskring zijn, waarbij een tafel in het midden van de kring staat, met daarop een voorwerp waarover gesproken gaat worden.
Bij projecten kom je die tafels over het algemeen wel tegen. Maar daarbuiten vind ik, dat men nog wel kansen laat liggen, waarbij waarnemingsvoorwerpen de betrokkenheid van de kinderen enorm (zouden) kunnen vergroten.

• Evaluatiekring
Doe ook ervaring op met een evaluatiekring. U bespreekt met de kinderen wat er de afgelopen week is gebeurd. Of u bespreekt met ze wat goed ging en wat beter kan.

• Effectief tijdstip
Bekijk of het wel effectief is om kringgesprekken aan het begin van de dag te doen. Dat moment (het begin van de dag) is voor andere leeractiviteiten ook erg effectief. Een kringgesprek zou evengoed aan het begin van de middag of aan het eind van de middag kunnen plaatsvinden.

Tot slot

Ik wil dit artikel afsluiten door mijn zorgen uit te spreken over de mate waarin leerkrachten (niet) ingrijpen, als kinderen te vrijmoedig over hun thuissituatie vertellen. Ik heb diverse malen kinderen dingen horen vertellen, waarvan ik weet dat de ouders dat niet op prijs stellen, omdat wat verteld werd hun recht op privacy schaadt.
Mijn tip is: let daarop en kap de uiting van het kind af, als u zich afvraagt of u wel het recht hebt om dat te weten. Vraag in elk geval niet door en probeer op een ander onderwerp over te stappen, door een onschuldige vraag te stellen.

Veel succes!