Hier treft u de tekst, het notenschrift, de melodie en de karaoke en de lessuggesties aan.

Wat heeft Sint het koud!

Storm en regen.
Wat heeft sint het koud!
Sneeuw en hagel.
Wat heeft sint het koud!
Hele koude oren, hele koude benen.
Hele koude handen, hele koude tenen.
Wie heeft voor Sint-Nicolaas een warme winterjas,
oorwarmers, twee wanten en een lange, dikke das?

De liedjes beluisteren en downloaden

Hierboven in de lijst staan de liedjesbestanden. Als u ze aanklikt, opent op uw computer een programma om ze af te spelen. Hebt u dit niet, dan kunt u de liedjes uiteraard wel gewoon opslaan.

Liednotering

200910notenschrift

 

Lessuggesties

Tekst uitbeelden

Doel: de kinderen kunnen de tekst van de liedjes uitbeelden, terwijl de liedjes worden gezongen. Voorbereiding: de twee liedjes aanleren. Nodig: – Plaats: in de klas of in de speelzaal. Tijd: 10 minuten. Verloop van de activiteit: de kinderen staan in een grote kring en houden elkaars handen vast. De kring draait met de wijzers van de klok mee.

tekst beweging
Storm en regen. Loop vier stappen in de kring.
Wat heeft sint het koud! Stamp het ritme van de woorden op de grond.
Sneeuw en hagel. Loop vier stappen in de kring.
Wat heeft sint het koud! Stamp het ritme van de woorden op de grond.
Hele koude oren, Houd je handen op je oren.
hele koude benen. Wrijf over je benen.
Hele koude handen, Wrijf in je handen.
hele koude tenen. Wiebel met je tenen.
Wie heeft voor Sint-Nicolaas Wijs iedereen aan in de kring.
een warme winterjas, Trek een warme jas aan.
oorwarmers, Zet je oorwarmers op.
twee wanten Doe je wanten aan.
en een lange, dikke das? Draai een lange das om je nek.

Dit dansje kunt u een aantal keren uitvoeren. U kunt het afwisselen met de “warm”-versie:

tekst beweging
Storm en regen. Loop vier stappen in de kring.
Wat heeft sint het warm! Stamp het ritme van de woorden op de grond.
Sneeuw en hagel. Loop vier stappen in de kring.
Wat heeft sint het warm! Stamp het ritme van de woorden op de grond.
Hele warme oren, Houd je handen op je oren.
hele warme benen. Wrijf over je benen.
Hele warme handen, Wrijf in je handen.
hele warme tenen. Wiebel met je tenen.
Sint zit er nu warm bij met een Sint gaat erbij zitten.
dikke winterjas, Trek een warme jas uit.
oorwarmers, Zet je oorwarmers af.
twee wanten, Doe je wanten uit.
en een lange, dikke das. Draai de lange das van je nek.

Collage maken

Doel: de kinderen kunnen afbeeldingen van kledingstukken sorteren qua “warm” en “koud”.
Voorbereiding: folders van kleding verzamelen, een werkblad maken door een A4’tje in de lengte dubbel te vouwen en boven de linkerkant koud (of een toepasselijk “koud”-pictogram) te zetten en boven de rechterkant warm (of een toepasselijk “warm”-pictogram) .
Nodig: folders, lijm, scharen, werkblad om op te plakken.
Plaats: in de klas
Tijd: 30 minuten
Verloop van de activiteit: zing de twee versies van het lied met de kinderen en houd daarna een klassengesprek over kleren. Richtvraag is: welke kleren trek je aan, als je het koud hebt en warm wilt worden?
U laat wat afbeeldingen van kleding in een folder zien en u bespreekt met de kinderen wat de kleding doet. Als je het koud hebt en je trekt een T-shirt aan, krijg je het dan warm? Als je het koud hebt en je trekt een dikke jas aan, krijg je het dan warm? Enz..
Vervolgens laat u het werkblad zien. Aan de ene kant (links) plakt u het T-shirt; van een T-shirt aantrekken krijg je het immers niet heel warm, vandaar aan de koude kant. De warme jas plakt u aan de rechter-, “warme” kant. De kinderen krijgen de opdracht om uit de folders kleding te knippen en deze op de juiste helft van het werkblad te plakken.
Na afloop bespreekt u natuurlijk de resultaten met de kinderen.

3 Coupletten veranderen

Er kunnen kleine wijzigingen in de coupletten worden aangebracht, waardoor het lied wat meer van de groep zelf wordt, bv. door de namen van de kinderen te gebruiken
Het is ook mogelijk om hier en daar de namen van leerkrachten te gebruiken – grote hilariteit.

4 Nieuwe coupletten

Voor de creatieve geesten: er kunnen natuurlijk ook nieuwe coupletten bijgemaakt worden, ook door kinderen. Ze moeten wel in de “geest” van de bestaande coupletten blijven: in elk couplet gebeurt iets vervelends, gaat iets mis, of juist veel beter dan verwacht. Maar het is altijd wat overdreven.
Laat eerst per groepje een gek geval bedenken. Dat wordt dan door het groepje omgezet tot een soort coupletje. Naderhand proberen ze hiervan een “ritmisch constant” couplet te maken, zodat lengte van de regels en de plaats van de accenten overeenkomt met de te vervangen teksten.
In de coupletten worden vooral familieleden genoemd. Er kan nog verder doorgefantaseerd worden bij het maken van nieuwe coupletten: neven, nichten, ooms en tantes.

Voor creatieve leerkrachten: probeer enkele “schooleigen” situaties in coupletten onder te brengen.

Luisteren

Doel: de kinderen kunnen de juiste route aanduiden waarin het geluid van de belletjes zich voortbewoog.
Voorbereiding: –
Nodig: een bellenkrans, een sinterklaasmijter.
Plaats: in de klas.
Tijd: 15 minuten.
Verloop van de activiteit: Houd met de kinderen een gesprek over Sinterklaas die ’s nachts over de daken gaat en bij alle kinderen cadeautjes brengt. Zijn er kinderen die Sinterklaas ’s nachts wel eens op het dak hebben horen lopen?
Natuurlijk geeft u aan dat je Sinterklaas ’s nachts niet kunt horen lopen. Stel aan de kinderen voor om het geluidloos lopen te oefenen. Laat alle kinderen even een geluidloos stukje door de klas lopen.
Nodig een van de kinderen vervolgens uit om “Sinterklaas te zijn”. Dit kind krijgt de mijter van Sinterklaas op. Alle andere kinderen liggen met hun ogen dicht te slapen. De sint loopt een route door de klas. Om het wat gemakkelijker te maken heeft u “Sinterklaas” de bellenkrans gegeven. “Sinterklaas” loopt door de klas, terwijl alle kinderen slapen. Als de sint weer terug is op zijn plaats, geeft u het signaal dat alle kinderen weer mogen kijken. Laat een kind dat de route van de sint kent (goed heeft beluisterd), deze route nalopen. De sint geeft aan of het correct was. Natuurlijk wordt dit spel nog eens herhaald.
Suggestie: het wordt meilijker wanneer in het spel de bellenkrans wordt weggelaten. Nog leuker wordt het als de sint ook op kousenvoeten over tafels heen mag klimmen. Net als Sinterklaas over de daken!

Bewegen op muziek

Doel: de kinderen kunnen een de juiste beweging bij de juiste muziek maken.
Voorbereiding: –
Nodig: een handtrom en een maracas (sambabal), twee afbeeldingen (sint heeft het koud, sint heeft het warm), cd met rustige new-age-muziek, aanwijsstokje.

Open de afbeeldingen door op de links (‘Wat heeft de Sint het koud’ & ‘Wat heeft de Sint het warm’) in de lijst hierboven te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens opslaan op uw computer of het direct afdrukken.

Plaats: in de speelzaal.
Tijd: 15 minuten.
Verloop van de activiteit: Nadat u met de kinderen de liedjes “Wat heeft sint het koud!” en “Wat heeft sint het warm!” hebt gezongen, laat u de twee afbeeldingen zien.
Nodig een kind uit om “de bibbers” van “Sint heeft het koud” op de maracas te spelen. Bespreek het resultaat met elkaar.
Alle kinderen gaan staan en bibberen, als u de maracas laat klinken.
Vervolgens nodigt u een kind uit om “lekker warm” op de handtrom te spelen. Dat hoort natuurlijk bij “Wat heeft Sint het warm”.
U speelt “lekker warm” (wrijven over het vel). Terwijl u speelt op de handtrom, beelden de kinderen “lekker warm” uit.
U vertelt de kinderen dat Sinterklaas op straat loopt, natuurlijk heel stil, want het is al avond. Maar soms krijgt sint het koud (laat de maracas even horen) en soms heeft sint het lekker warm. U zet de cd aan en de kinderen lopen alsof ze Sinterklaas zijn. Als u op de handtrom speelt, laten de kinderen zien dat Sinterklaas het heel warm heeft. Als u op de maracas speelt, laten de kinderen zien dat Sinterklaas het heel koud heeft.
Herhaal dat een aantal keren in steeds wisselende volgorde. Vervolgens zet u de muziek stop en gaan alle kinderen zitten. U nodigt drie kinderen uit, van wie er twee de instrumenten gaan bespelen; de derde is de dirigent. De dirigent krijgt een aanwijsstokje en wijst om de beurt een van de instrumentalisten aan. De aangewezen instrumentalist speelt. Als de dirigent niemand aanwijst, speelt er niemand.

Tot slot komt alles bij elkaar: alle kinderen (behalve de dirigent en de twee instrumentalisten) lopen als Sinterklaas over straat en hebben het koud bij het geluid van de maracas en warm bij het geluid van de handtrom. Wissel na een poosje de rollen van instrumentalisten en dirigent af.
Suggestie: als u het lied “Wat heeft Sint het koud” zingt, kunt u de maracas laten meespelen in het juiste (woord)ritme. Bij “Wat heeft Sint het warm” speelt de handtrom mee.

Spelen op instrumenten

Doel: de kinderen kunnen bij de juiste afbeelding het juiste instrument spelen.
Voorbereiding: alle muziekinstrumenten verzamelen en in het midden van de kring leggen.
Nodig: muziekinstrumenten, afbeelding van de “denkende sint”, aanwijsstokje.

Open de afbeelding door op de link in de lijst bovenaan dit artikel te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens opslaan op uw computer of het direct afdrukken.

Plaats: in de klas.
Tijd: 15 minuten.
Verloop van de activiteit: Bespreek, nadat de liedjes zijn gezongen, de kleding die sint nodig heeft om het “warm” te krijgen:

– de warme winterjas,
– de oorwarmers,
– de wanten,
– de lange, dikke das.

Laat de afbeelding van de “denkende sint” zien.
Samen met de kinderen bedenkt u welk instrument er het best bij de vier voorwerpen past. Volg hierbij de associaties, de fantasie van de kinderen. Nadat de vier kledingstukken van instrumenten zijn voorzien, hangt u de afbeelding op. Verdeel de gekozen instrumenten in de groep en spreek met de kinderen af dat, wanneer u een kledingstukken aanwijst op de afbeelding, het daarbij horende instrument moet klinken. Oefen dit een paar keer. Laat de instrumenten ook regelmatig van eigenaar wisselen.
Vervolgens vestigt u de aandacht op de “denkballetjes” op de afbeelding. Maak een afspraak welke klank daarbij hoort. Dit wordt een klank die door alle kinderen met de mond wordt gemaakt (bv. een vragende mmm). Ook de bibbertekens bespreekt u met de kinderen. Bij dit teken maken alle kinderen het brrr-geluid.
Naast instrumentale klanken bij de vier kledingstukken hebt u nu ook twee vocale klanken. U wijst iets aan op de afbeelding en de kinderen voeren het juiste geluid uit.
Het is goed om na een aantal keren het aanwijzen aan een kind over te laten.

Weermuziek maken

Doel: de kinderen kunnen een bij de “weerkaarten” de juiste muziek maken.
Voorbereiding: Druk de weerkaarten (storm) af op groot formaat (A4 of A3).
Nodig: voor alle kinderen twee ritmestokjes (dunne, houten stokjes), de weerkaarten, aanwijsstokje.

Open de weerkaarten door op de link in de lijst bovenaan dit artikel te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens opslaan op uw computer of het direct afdrukken.

Plaats: in de klas.
Tijd: 20 minuten.
Verloop van de activiteit: Nadat u met de kinderen het lied “Wat heeft Sint het koud!” hebt gezongen, houdt u een kringgesprek over het weer en de consequenties die dat heeft voor je kleding.
“Als het koud is, doe je een warme winterjas aan. Soms is het zo koud, dat je ook een muts of oorwarmers op je hoofd zet, dikke wollen wanten aan je handen doet en om je nek een lange, warme sjaal knoopt. Als het regent, doe je natuurlijk andere kleren aan: regenjas, laarzen enz.”
Stel aan de kinderen voor om muziek over het weer te maken. Deel de ritmestokjes uit en vraag hun om drie verschillende geluiden met de stokjes te maken. Inventariseer de geluiden die de kinderen hebben bedacht.
Suggesties voor het spelen op de ritmestokjes zijn:

– zacht met de stokjes op elkaar tikken klinkt als zachte regen;
– hard met de stokjes op elkaar tikken klinkt als harde regen;
– met de stokjes op de tafel of de stoelzitting tikken klinkt als hagel;
– met de stokjes langs elkaar wrijven klinkt als wind;
– als de stokjes niets doen, is het stil en schijnt het zonnetje.

Koppel de geluiden aan de weerkaarten. Oefen de kaarten om de beurt. Als de kinderen bij elke weerkaart het juiste geluid kunnen maken, kunt u de weerkaarten naast elkaar neerzetten of ophangen. Vervolgens wijst u in de schrijfrichting de weerkaarten aan. Dat kan het best door als een dirigent met een aanwijsstokje onder langs de weerkaarten te schuiven. Zorg ervoor dat u de compositie beëindigt met de zonafbeelding.
Natuurlijk laat u ook een van de kinderen het muziekstuk aanwijzen. Een ander kind krijgt de kans om de volgorde van de kaarten te veranderen en is vervolgens de dirigent.
Suggestie: leg de weerkaarten in de muziekhoek, kinderen kunnen dan zelf muziek componeren en uitvoeren.
Wie horen bij elkaar?

Doel: de kinderen kunnen de juiste beweging terugvinden.
Voorbereiding: de muziek klaarzetten (het lied “Wat heeft Sint het koud!”) .
Nodig: beweegkaartjes voor alle kinderen.

Beweegkaarten

Open de beweegkaarten door op de link in de lijst bovenaan dit artikel te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens opslaan op uw computer of het direct afdrukken.

Plaats: in het speellokaal.
Tijd: 15 minuten.
Verloop van de activiteit: u laat de kinderen de vier plaatjes zien (wanten, sjaal, warme jas en oorwarmers). Geef als richtvraag: hoe doe je dit kledingstuk aan?
Laat enkele kinderen het voordoen. Doe dat als volgt: u roept een kind bij u en laat het een van de afbeeldingen zien. Het kind beeldt het aantrekken uit. De groep mag raden welke afbeelding het is geweest. Doe dit enkele malen, zodat kinderen goed de verschillen kunnen zien.
Vervolgens krijgen alle kinderen een afbeelding. Die mogen ze aan niemand laten zien! Wanneer u de muziek laat spelen, staan de kinderen op en lopen ze door de ruimte, terwijl ze de juiste beweging van hun eigen afbeelding uitvoeren. Ondertussen moeten ze kijken welk kind dezelfde beweging maakt en daar moeten ze naartoe gaan. Uiteindelijk zullen er zo vier groepjes ontstaan: een van kinderen met wanten, een van kinderen met een dikke jas, een van kinderen met oorwarmers en een van kinderen met een lange das.
Maar… als de muziek klaar is, moeten de kinderen in het juiste groepje staan. Want als er geen muziek is, blijft iedereen stilstaan.

Zingen met en zonder geluid

Doel: de kinderen kunnen een fragment van een liedje in het hoofd (zonder geluid te maken) zingen.
Voorbereiding: de twee liedjes aanleren.
Nodig: muziek van het lied, geluidsapparatuur.
Plaats: in de klas.
Tijd: 10 minuten.
Verloop van de activiteit: nadat u met begeleiding van de muziek (met of zonder melodie) samen met de kinderen de liedjes “Wat heeft Sint het koud!” en “Wat heeft Sint het warm” hebt gezongen, stelt u het volgende voor: nog eens het lied zingen, maar dan hard, zacht of gewoon:

– als er hard gezongen moet worden (let op dat het niet op schreeuwen uitdraait, want dat is geen zingen), houdt u uw handen ver van elkaar;
– als er zacht moet worden gezongen, houdt u uw handen vlak bij elkaar;
– als er gewoon moet worden gezongen houdt u uw handen een stukje van elkaar.

Dit gaat u met de groep oefenen. Verander de stand van uw handen (en dus ook het zangvolume) per zin. Nadat dit enkele keren geoefend is, introduceert u het gebaar “twee handen op elkaar”. Vraag aan de kinderen hoe je dan moet zingen. Er zullen vast kinderen met het antwoord “stil zingen” of “geluidloos zingen” komen. Noem het “zingen in je hoofd”. De groep gaat het liedje nog eens zingen en u geeft het volume aan, maar soms doet u uw handen op elkaar en moet er in het hoofd gezongen worden. U kunt het moeilijker maken door het fragment van “zingen in het hoofd” langer te maken. Zorg er wel voor dat het lied altijd gezongen (dus met volume) eindigt.
Suggestie: het wordt moeilijker, wanneer u bij stil zingen geen begeleiding van het geluidsfragment geeft.