Helaas zijn begrippen als werkdruk en burn-out de laatste tijd in onderwijsland sterk in opkomst. Bij onderwijsgevenden zelf, maar ook in de media. Daar ontstaat soms een beeld van sukkeligheid ten aanzien van degenen, die met hart en ziel voor dit mooie beroep hebben gekozen.In hoeverre maken we ons zelf schuldig aan het ontstaan van dit, in mijn ogen onjuiste beeld?Wellicht een zinvol onderwerp, om eens op een teamvergadering aan de orde te stellen. Want… je krijgt het in het onderwijs soms behoorlijk voor je kiezen! Maar… láát je altijd voor je kiezen? Of ga je voor jezelf kiezen? Daarover gaat dit artikel.

Vrijheid

Werken in het onderwijs betekent: veel vrijheid. En dan bedoel ik niet: veel vrije tijd en veel vakantie. “Je werkt zeker in het onderwijs vanwege de korte werkdagen en de lange vakanties.” Ja, die doet het altijd goed op verjaardagen en partijen. Maar wij weten wel beter, toch? Het beste antwoord is dan volgens mij: “Jazeker, goed gekozen, toch? Moet je ook gaan doen!”
Tja, waarom werkt u eigenlijk in het onderwijs? Ligt daar een hoger doel aan ten grondslag?
Wat is het bestaansrecht van uw school? Wat zou de samenleving missen, als uw school er niet zou zijn? Waar werken jullie als team naartoe? Wat is jullie missie, jullie doel?
Zorg dat u zich daarvan bewust bent en zie al uw activiteiten in dit licht. Als u weet waar u het voor doet, is het allemaal wat minder zwaar en kunt u ook de juiste keuzes maken. Alles wat niet bijdraagt aan het doel is ballast.

Verantwoordelijkheid

Werken in het onderwijs betekent: veel vrijheid. En ik bedoel dan: vrijheid in taakopvatting en taakinvulling. Want voor een groot deel bent u nog steeds baas in uw eigen klas. Binnen de redelijke grenzen van samenwerking en beleid natuurlijk.
Vrijheid vraagt om verantwoordelijkheid. Maar dat mag geen probleem zijn in een organisatie, waar vrijwel alle medewerkers een HBO-werk- en denkniveau hebben. Dit veronderstelt een professionele werkhouding.

Keuzes maken

Vrijheid vraagt van u om keuzes te maken. Flexibiliteit in het invullen van uw werktijd. Prioriteiten stellen. Kiezen voor het doen van de goede dingen. Wat is uw kerntaak? Komt wat u doet het onderwijs aan kinderen ten goede? En doet u de dingen goed? Bent u efficiënt en competent genoeg om te doen wat van u gevraagd wordt?
Zogenaamd “leuke dingen” vragen soms onevenredig veel van uw tijd en energie. Niet doen dus! Zorg dat er voldoende tijd overblijft voor de écht belangrijke dingen. Want daarop wordt u uiteindelijk afgerekend.
Durf “nee” te zeggen tegen wat er minder toe doet. Trap niet in de valkuil van: “Ja, maar de ouders willen het zo graag.” Of: “De kinderen vinden het zo leuk.” Aan het eind van de rit gaat het erom wat u hebt kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van uw kinderen. Als leerkracht doet u ertoe! Sommige dingen kunnen de kinderen alleen van ú leren. Dus wees daar trots op!

Regie houden

Waardoor ervaren zo veel mensen in het onderwijs een grote werkdruk? En is dat reëel? Het gevoel ontstaat, dat er steeds meer werk bij komt, dat er te veel van mensen gevraagd wordt, dat het onderwijs maar alle maatschappelijke problemen moet oplossen en dat je daar als leerkracht echt geen tijd voor hebt.
Maar is dat ook werkelijk zo? En heb je daar zelf als leerkracht dan helemaal geen invloed op? Want ook dat geeft een beleving van te hoge werkdruk, het gevoel dat je de regie kwijtraakt. Probeer de regie waar mogelijk in handen te houden. Wees flexibel en neem initiatief.
Schrap met elkaar zaken uit de jaarplanning, die tijd vreten, maar die niet bijdragen aan het doel. Spreek samen af hoeveel en welke buitenschoolse activiteiten wél gedaan kunnen blijven worden en welke niet. En vraag u af in welke mate deze activiteiten bijdragen aan het behalen van uw doelen. Want uw tijd is kostbaar. Besteed hem wel!
Vrijheid vraag ook om ontwikkeling. Alles verandert. En wie niet mee verandert, raakt achterop. Vraag om POP-gesprekken (persoonlijk ontwikkelingsplan) met uw leidinggevende. Geef aan waarin u uzelf verder wilt ontwikkelen, om beter tegen uw taak opgewassen te zijn. En vraag eventueel om scholing of ondersteuning, waardoor bepaalde dingen voor u mogelijk worden, die tot nu toe niet mogelijk waren.
Overvraagd?

Het gevoel van werkdruk ontstaat ook als iemand niet goed in beeld heeft waar hij/zij voor betaald wordt. Wat mag van u gevraagd worden? Of: waarmee verdient u uw geld?
Realiseert u zich, dat het werk waarvoor u betaald wordt niet per se in veertig weken af kan zijn binnen “kantoortijd”. Frustreer uzelf niet onnodig. Het hoort gewoon bij de baan om flexibel met werktijden om te gaan. Maar er zijn wél grenzen natuurlijk. Bewaak zelf uw normjaartaak. Voer gesprekken met uw leidinggevende en geef duidelijk aan waar uw mogelijkheden en uw grenzen liggen.

Taakbeleid

Het gegeven, dat een leerkracht gemiddeld minder dan 40 van de 52 weken in een jaar aanwezig is, betekent, dat de werktijd waarvoor hij/zij wél betaald wordt, maar die hij/zij niet voor de klas staat, op een andere maniergecompenseerd moet worden.
Om te voorkomen dat iemand een aantal weken in de vakantie of in het weekend terug moet komen óf heel lange werkdagen moet maken, is het taakbeleid ontwikkeld. Daarin wordt op grond van de werktijdfactor een berekening gemaakt voor niet-lesgebonden uren. Bij parttimers gebeurt dat vanzelfsprekend naar rato!
Ook binnen het taakbeleid bestaat een zekere mate van vrijheid:
– Ten aanzien van het tijdstip, waarop de taken uitgevoerd worden. (De een werkt liever langer door na een reguliere werkdag, de ander gaat liever eerst naar huis en doet ’s avonds nog wat of komt op woensdagmiddag terug.)
– Ten aanzien van belangstelling. (Welke taak of werkgroep heeft je interesse?)
– En ten aanzien van specifieke competenties. (Waar ben je goed in?)
Maar ook hier geldt, dat deze vrijheid moet passen binnen de grenzen van de organisatie. Want soms moet er natuurlijk écht op een avond gewerkt worden. Bijvoorbeeld tijdens een ouder-, kijk- of afscheidsavond.
Daarnaast is het taakbeleid er ook op gericht, dat mensen niet ongemerkt over hun eigen grenzen heengaan. Het is ook een vorm van zelfbescherming: weet waaraan je je tijd besteedt en maak de goede keuzes.

Professionals

De werkers in het onderwijs zijn professionals. Het taakbeleid, de normjaartaak, spreekt mensen aan op een professionele werkhouding. Er wordt vanuit het oogpunt van professionaliteit een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid, die onlosmakelijk verbonden is met vrijheid.

Tot slot

Kunt u ook de voordelen van uw prachtige baan nog zien? Weet u nog waarom u ooit voor die baan gekozen hebt? Of laat u dat allemaal ondersneeuwen door de negatieve gevoelens van werkdruk? Neem uw verantwoordelijkheid, neem de regie weer in uw eigen handen en wees een professional!

Veel succes!

Oefeningen met het team

1 Beschrijf individueel, in uw eigen woorden, de kerntaak van uw school (een vraag naar visie en missie). Komt dit overeen met wat uw collega’s opschrijven?

2 Inventariseer alle extra activiteiten van het afgelopen schooljaar, die op uw school zijn gedaan. Schrap drie activiteiten. Kiest iedereen dezelfde drie?

3 Noem drie dingen, die u wilt blijven doen naast het lesgeven, omdat u die dingen leuk en/of belangrijk vindt voor uzelf en/of voor de kinderen. Welke dingen blijken de meeste collega’s te noemen?

4 Bent u het eens met de volgende tien stellingen? Beargumenteer steeds uw antwoord. En hoe denken uw collega’s erover? Bespreek de volgende stellingen in het team:
4.1 De school heeft steeds meer een maatschappelijke functie en dat is terecht.
4.2 Ouders besteden het opvoeden liever uit aan de school.
4.3 De inspectie bedenkt steeds nieuwe vakken.
4.4 Ik ben blij met alle lespakketten, die al of niet ongevraagd de school binnenvallen.
4.5 Bij elke keuze die ik in mijn werk maak, vraag ik me af of de kinderen er beter van worden.
4.6 Ik voel me in staat om wat van mij gevraagd wordt te doen in de tijd die ik ervoor krijg.
4.7 Als ik moet kiezen tussen het schrijven van een handelingsplan of het voorbereiden van een feestdag, dan kies ik voor de feestdag.
4.8 Bij ons op school mag een leerkracht gelukkig zélf bepalen hoe laat hij/zij komt en weggaat.
4.9 Van mij mag de vrije woensdagmiddag voor de kinderen afgeschaft worden.
4.10 Buitenschoolse activiteiten hebben een grote meerwaarde.