Hier treft u de tekst, het notenschrift, de melodie en de karaoke en de lessuggesties aan.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek

Verrekijker

1 Kijk eens door de verrekijker,
Nou, wat zie je dan?
Alles heel dichtbij en groter.
Hoe of dat toch kan?
Verrekijker, verrekijker,
wij zingen dit lied.
En nu mag Karlijn vertellen,
wat ze allemaal ziet.

(Karlijn vertelt nu wat ze allemaal ziet.)

Variaties

2 (…) Nu mag Jorik ons vertellen,
wat hij allemaal ziet.

3 (…) Janneke mag nu vertellen,
wat ze allemaal ziet.

4 (…) Nu mag Joop ons gaan vertellen,
wat hij allemaal ziet.

Tip

Als je een verrekijker omgekeerd voor je ogen houdt, zie je alles heel ver weg en kleiner.
Dan zingen we:

Kijk eens door de verrekijker.
Nou, wat zie je dan?
Alles heel ver weg en kleiner.
Hoe of dat toch kan?
(Enzovoort.)

De liedjes beluisteren en downloaden

Hierboven staan de liedjesbestanden. Als u ze aanklikt, opent op uw computer een programma om ze af te spelen. Hebt u dit niet, dan kunt u de liedjes uiteraard wel gewoon opslaan.

Liednotering

200903notenschrift

Lessuggesties

Ritmische patronen

In plaats van de recht-toe-recht-aan-maten van vier kwartnoten, zoals die in het liedje voorkomen, kunnen ook andere ritmische patronen gezongen worden, bv. wat “swingender”:

200903ritmebouwsteen
Begin met het voorklappen en laten naklappen van zo’n “ritmische bouwsteen”, ondersteund door het ritmisch zeggen van: Kijk eens door de / ver- re- kij- ker.
Zing nu een muzikale zin steeds voor en laat deze regel herhalen. Doe dat een aantal malen.
Het bedoelde ritmische patroon kan zo nodig ondersteund worden met (een) ritme-instrument(en) en/of met handgeklap.

Namen invullen

Het is leuk voor de kinderen als hun naam in de vierde regel van het liedje genoemd wordt. Hoe die naam in het ritmisch patroon van het liedje past, hangt af van het aantal lettergrepen ervan en de klemtoon/klemtonen erin. Het ritme zal daarvoor soms aangepast moeten worden, of de woordvolgorde in de zin moet wat anders worden. Er zijn met opzet vier variaties gegeven met andere woordvolgorden in de vier gegeven coupletten.

1 Namen met 1 lettergreep: dit is simpel – de naam (het woord) krijgt gewoon de klemtoon.
In couplet 4 is dat: Nu mag Joop ons gaan vertellen …., maar er kan natuurlijk ook gezongen worden: Joop mag ons nu gaan vertellen … U kunt daarin zelf een keuze maken.
2 Namen met 2 lettergrepen: het woord krijgt de klemtoon op de eerste of op de tweede lettergreep. Als eerste voorbeeld (couplet 1) is gegeven: Kar-lijn, met de klemtoon op de tweede lettergreep: En nu mag Kar-lijn vertellen… Het tweede voorbeeld (couplet 2) is met de naam Jo-rik met de klemtoon op de eerste lettergreep: Nu mag Jo-rik ons vertellen….
3 Namen met 3 lettergrepen hebben uiteraard weer meer mogelijkheden wat de klemtoonplaats betreft. Vergelijk Jan-ne-ke met An-ne-loes en met Ta-ma-ra. Als voorbeeld is gegeven (couplet 3): Jan-ne-ke mag nu vertellen…

Tip: u kunt het best vooraf al eens even bekijken op welke manier de namen van de kinderen uit uw groep in het liedje passen. Met de vier gegeven variaties komt u vast al een heel eind.
Voor namen die niet in deze vier varianten passen, moet u zelf andere oplossingen bedenken.
Zing, nadat er een naam gekozen is, eerst de aangepaste zin met de nieuwe naam een paar keer voor.
Na het zingen van een couplet met een naam van een kind doet u het “verrekijkerspel”.

Verrekijkerspel

De namen van de kinderen kunnen beurtelings in de vierde regel worden ingevoegd. Zo kan elk kind een keer aan de beurt komen. Wie in het liedje genoemd wordt, zet de handen als een verrekijker voor de ogen en zegt wat voor bijzonders hij/zij ziet. Dat kan iets gewoons zijn wat écht gezien wordt, of u laat het doen in de vorm van het spelletje “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet”.
Leuker wordt het, als het in het fantasievolle of zelfs absurde getrokken wordt. U geeft zelf eerst enkele voorbeelden. Van: “Ik zie… een rupsje op de tak van die grote boom daar” of “Ik zie… een kaboutertje onder de watertafel” tot: “Ik zie… een regenworm onder de grond kruipen” en “Ik zie… een autootje op de maan rijden.”

Variatie: in het prachtige (voorlees)boek Juttertje Tim (1985) van Paul Biegel (voor wat oudere kinderen) gaat het ook over kijken door een verrekijker. Alleen blijk je hiermee naar de verleden tijd te kunnen kijken! Dat gaan wij nu ook doen. Met onze toververrekijker kunnen we kijken naar gisteren/vorige week/vorig jaar/toen ik jarig was….

Presenteren

Het liedje kan uitstekend gebruikt worden bij een presentatie voor andere groepen en voor ouders (weekbesluit, maansluiting enz.). Uiteraard kunnen dan maar enkele kindernamen genoemd worden. Deze kinderen mogen bij het verrekijkerspel iets heel “geks” noemen. En het laatste kind zegt bv.: “Ik zie…. dat het tijd is om te stoppen!”

Verrekijkers

Indien mogelijk, laat u de kinderen met echte verrekijkers werken. Gebruik hiervoor bij voorkeur een klein soort kijkers, bv. toneelkijkers.
U kunt eventueel ook een paar goedkope speelgoedverrekijkers aanschaffen. En misschien zijn er enkele (niet al te dure) kijkers te leen van ouders?

Hoe werkt een verrekijker? Geef er wat uitleg over. Laat alleen met de scherpstelknop werken, niet met het draaien aan of bijstellen aan één oculair.
Uiteraard gaat u met de kinderen naar buiten om echt “in de verte” te kijken. Stel kijkvragen, bv.:

– Wat zie je door je verrekijker op dat verkeersbord daarginds?
– Wat zie je door je verrekijker op de punt van die toren?
– Wat staat er voor plaatje/nummer op dat huis daar?

Uiteraard wijst u de kinderen erop, dat verrekijkers dure instrumenten zijn en dat er heel voorzichtig mee omgegaan moet worden, zeker als ze geleend zijn. Nooit met je vingers aan de lenzen komen!

Als je een verrekijker omgekeerd voor je ogen houdt, zie je alles heel ver weg en kleiner. Er kan dan een aangepast coupletje gezongen worden:

Kijk eens door de verrekijker
nou, wat zie je dan?
Alles heel ver weg en kleiner –
hoe of dat toch kan?
enz.

Ook dit doen we natuurlijk in de praktijk met de echte verrekijkers. Wat een grappige ontdekking!

Natuurkunde en techniek

Laat kinderen eens wat experimenteren met loepjes, vergrootglazen, oude brillenglazen (vragen bij de opticien), holle en bolle lenzen, enz.
U kunt het principe van het brandglas demonstreren, maar dit mogen de kinderen natuurlijk niet zelf doen: er kunnen brandwondjes ontstaan of een beginnend brandje. Overweeg hierbij goed wát u wilt laten zien en óf u dit wel wilt laten zien (in verband met experimenteren hiermee door de kinderen buiten de school).

Knutselen

1 Natuurlijk kunnen er leuke fantasieverrekijkers geknutseld worden, bv. van een paar wc-rolletjes. Er zijn ook verrekijkers met één oculair, een “zeemansverrekijker” of “piratenkijker”. Die kan gemaakt worden van twee of meer kokers die precies in elkaar passen. Laat de kijkers mooi versieren, met een koordje eraan, om ze om de nek te kunnen hangen.

2 Er kan (bv. in de gang) een prachtige kijkwand gemaakt worden met gaten erin. Op enige afstand van die wand – recht tegenover die “verrekijkergaten” – hangen de kinderen zelfgeschilderde landschappen, dieren, huizen, mensen, verre planeten, enz. op. Wie met zijn ogen kort ervoor door de verrekijkergaten gluurt, ziet de mooiste taferelen. Ook leuk voor de ouders en voor de oudere kinderen van de school. Voor de kijkwand zelf kunt u grote stukken karton van bv. wasmachinedozen gebruiken. Bevestig ze op een frame van latten.

Veel verrekijkerplezier!

Reacties

Ann Bode: “Ik ben van plan het lied “Verrekijker” te gebruiken als begroeting en voorstelling van de kinderen in de eerste communiemis. Kan voor anderen misschien ook een leuk idee zijn? Bedankt voor alle boeiende artikels en ideeën!”