Verpakkingen zijn er in allerlei vormen en materialen. Ze zijn voor verschillende doeleinden geschikt. Verpakkingsmateriaal heeft in de handvaardigheidsles veel toepassingsmogelijkheden.
In dit artikel – waarin we verpakkingen zullen gaan ontwerpen en maken – beperk ik me tot de kartonnen verpakkingen.

Kartonnen verpakkingen

Er zijn dozen van golfkarton (verhuisdozen), van massief karton (voor puzzels) en van vouwkarton (bijvoorbeeld een macaroniverpakking). Kartonnen verpakkingen, die in Nederland gemaakt worden, zijn voor een groot gedeelte gemaakt van gerecycled materiaal. Deze verpakkingen bestaan voor 75 procent uit oud papier. Een voordeel van kartonnen verpakkingen is, dat ze na gebruik weer ingezameld en hergebruikt kunnen worden. Uit milieu- en kostenoverwegingen wordt er veel onderzoek gedaan naar de beste verpakking, die met zo weinig mogelijk materiaal gemaakt kan worden.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen transportverpakkingen (die voorwerpen beschermen tijdens vervoer, opslag en distributie) en consumentenverpakkingen (zoals doosjes voor hagelslag en bakmeel).
In de nu volgende lessenserie gaan we ons bezighouden met de laatste soort, de consumentenverpakking. Oftewel: de doosjes, die in de supermarkt staan.

Les 1: verpakkingen verzamelen en bespreken

• Verzamelen
Begin met het verzamelen van zo veel mogelijk (lege) verpakkingen en dozen (of doosjes) van soep, hagelslag, meel, melk, medicijnen, enzovoort. Laat de kinderen ook meehelpen. Zorg voor zo veel mogelijk diversiteit (in zowel producten als de grootte van de doosjes).

• Kringgesprek
In een kringgesprek wordt eerst gepraat over de noodzaak en het belang van het verpakken van producten. Denk hierbij aan de volgende zaken:
– Bescherming van de inhoud. De inhoud mag niet in aanraking komen met vocht en moet beschermd worden tegen licht en lucht.
– Soorten materialen. Waar zijn al deze verpakkingen van gemaakt? (Papier, karton, plastic, karton met een waslaagje, enzovoort.)
– Reclame. Wie herkent merken uit de reclame? Wat zijn bekende merken? Er zijn A-merken en B-merken. Wat is het verschil daartussen? Kun je A- en B-merken noemen?
– Het belang van herkenbaarheid. Iedereen wil in één oogopslag zijn (of haar) eigen merk kunnen herkennen en van het schap kunnen pakken. (Zie bijvoorbeeld het kleurgebruik bij volle, halfvolle en magere zuivelproducten.)
– De kosten van de verpakking. Hoe kleiner het doosje is, des te lager zijn de kosten voor grondstoffen en vervoer.

Les 2: bouwplaten maken

• Vragen
In deze les pakken we weer de verpakkingen erbij. Ieder kind kiest een doosje uit. Bekijk de verpakking. Vragen:
– Heeft jouw doosje een deksel, een strooiopening of is het helemaal dichtgeplakt?
– Kun je zien waar het vastgeplakt zit?
– Haal het doosje voorzichtig los. Bekijk hoe het er nu uitziet.
– Hoeveel plakranden zitten eraan?
– Kun je het doosje ook weer in elkaar zetten?
– Bekijk elkaars verpakkingen. Welk doosje heeft een ingewikkelde constructie? En welk doosje zit eenvoudig in elkaar?

• Werkwijze
De verpakkingen gaan we namaken van stevig, wit papier:
– Leg het doosje uitgevouwen op het papier en trek het voorzichtig om. (Hierbij is het handig om in tweetallen te werken: het ene kind houdt het doosje vast en het andere kind hanteert het potlood.) Bewaar ook het originele doosje. Dat heb je later nog nodig.
– De omtrek staat nu op papier. Kijk dan goed naar het originele doosje. Waar zitten de vouwlijnen? En waar zitten de plakranden? Stippel de vouwlijnen langs een liniaal. En doe dat ook met de plakranden.
– Ril vervolgens voorzichtig de vouwranden met de punt van de schaar langs de liniaal. Kinderen vinden dat vaak heel lastig. (Maar dit kan ook in tweetallen: het ene kind drukt op de liniaal en het andere kind houdt de schaar vast.)
– Vouw nu de vouwlijnen en probeer uit of het doosje in elkaar wil. Lukt het niet, dan is er een vouwrand nog niet gevouwen. Plak (nog) niets vast.
– Bespreek aan het eind van de les de problemen die de kinderen tegenkwamen en hoe ze die opgelost hebben. Leg het nieuwe (nagemaakte) doosje naast het origineel en laat de kinderen kijken of ze precies gewerkt hebben. Bewonder elkaars producten!

Les 3: het bedrukken van de verpakking

• Werken en overleggen
Een tekenles is de volgende stap. Want nu moet de verpakking nog “bedrukt” worden. Hierbij dient het originele doosje als voorbeeld. Als ervoor gekozen is om in tweetallen aan één doosje te werken, gaan de leerlingen tegenover elkaar zitten. Elk kind kan dan aan zijn (of haar) eigen helft werken. Bovendien kunnen de kinderen zo goed overleggen. (“Welke kleuren nemen we?” “Jij bent beter in letters. Doe jij die maar.”)
U kunt ervoor kiezen om met kleurpotloden te werken. Maar ook plakkaatverf, ecoline of kleurkrijt zijn mogelijkheden.

• Problemen oplossen
Deze les zal veel tijd in beslag nemen. Vooral als kinderen elk aan hun eigen verpakking werken. Er moeten problemen opgelost worden. (Hoe geef je een lap tekst, die gedrukt is, weer? En die kleur, die nu net niet in het assortiment zit? Letters kunnen getekend, maar ook gestempeld worden. Enzovoort.)

• Tentoonstelling
Als de verpakkingen klaar zijn, kan een tentoonstelling voorbereid worden. De originele verpakking én de zelfgemaakte verpakking kunnen als bouwplaat naast elkaar op een vel papier geplakt worden. Maar de doosjes kunnen nu ook in elkaar geplakt worden en zo op een kast neergezet worden. Een mooi moment om na te praten over de ervaringen, die de kinderen hebben opgedaan.

Les 4: zelf een verpakking ontwerpen

Nu de leerlingen ervaringen hebben opgedaan met doosjes (en hoe ze in elkaar zitten), wordt de volgende opdracht: ontwerp zelf een doosje. Het wordt een verpakking voor een fantasieproduct uit een fantasiefabriek.

• Werkwijze
– U kunt ervoor kiezen om de keuze te beperken. Kies bijvoorbeeld voor een snoepfabriek. Dan kunnen alle kinderen nieuwe snoepproducten bedenken. Bedenk met elkaar hoe de fabriek moet heten.
Lees in dit geval (als voorbereiding) een stuk voor uit Sjakie en de chocoladefabriek, van Roald Dahl (Fontein, 1987). Hierin worden fantastische snoeperijen bedacht, zoals kietelbrokken en onzichtbare chocoladerepen. Het brengt de kinderen alvast op ideeën. De producent, die op alle verpakkingen staat, is dan dezelfde. Dat geeft een heel leuk geheel.
– Laat ieder kind eerst bedenken wat zijn (of haar) product wordt en hoe het gaat heten. Als de kinderen dat weten, kunnen ze bedenken hoe groot hun doos(je) moet worden.
– Het werkt het gemakkelijkst om de kinderen eerst met dun papier een voorbeeld te laten maken. Zorg ervoor dat de zijkanten goed haaks lopen. En laat de kinderen van tevoren nadenken over waar de plakranden komen. Daarna kunnen ze het voorbeeld uitknippen. (Klopt het wat ze bedacht hebben?) Mijn ervaring is dat de kinderen het een paar keer even moeten uitproberen.
– Zijn eventuele problemen opgelost? Geef dan als opdracht, dat er uit één groot vel zo veel mogelijk dezelfde verpakkingen gehaald moeten worden. Een kwestie van passen en meten! Misschien moet het oorspronkelijke ontwerp nog wat aangepast worden. Daarna kan van dun karton de verpakking gemaakt worden.
– Het leukste komt dan nog: de verpakking moet zó worden bedrukt, dat je kunt zien wat erin zit! Dit “bedrukken” kan weer op alle mogelijke manieren gedaan worden. Is uw klas handig op de computer? Dan kunnen de leerlingen ook in Paint een bedrukking ontwerpen. Die kan daarna op het kartonnen doosje geplakt worden.
– Als alles klaar is, organiseert u natuurlijk een tentoonstelling van uw eigen snoepfabriek!

Tot slot

Met papier en karton zijn de mogelijkheden om iets te maken haast oneindig. Bruikbare informatie (ook voor spreekbeurten!), knutseltips en leuke proefjes zijn te vinden én gratis te bestellen op www.papierenkarton.org.

Ik wens u en de kinderen veel plezier met deze lessenserie!