Praktisch maandblad voor primair onderwijs
Home Groep 1-2 Verkeersles anders

Verkeersles anders

Samenwerking tussen groep 8 en groep 1/2 en tussen brugklas en groep 8 - groep 1-2

839

Veel scholen besteden in groep 8 aandacht aan de overgang naar de middelbare school. VVN heeft daar voor de verkeersles ondersteunend materiaal bij gemaakt, onder de naam: Van 8 naar 1.
Dit artikel geeft suggesties voor invulling van verkeerslessen in groep 8, waarbij groep 8 wordt ingezet bij verkeerslessen aan groep 1/2. Ook de mogelijkheid dat brugklassers verkeerslessen geven in groep 8 wordt beschreven. In de internetuitbreiding bij dit artikel worden nog enkele extra suggesties voor verkeerslessen besproken.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Na het verkeersexamen

Voortdurende aandacht

Na het verkeersexamen halen ouders en leerkrachten opgelucht adem. De meeste leerlingen hebben in de bekende omgeving een route bijna foutloos gereden. En daarom kan verkeerseducatie worden afgesloten.
Helaas gebeurt dit laatste maar al te vaak. Het verkeersexamen toetst echter géén eindniveau, maar eerder of een kind een startbekwame verkeersdeelnemer is in een bekende omgeving.
Niet voor niets spreekt landelijk beleid sinds 2002 over het belang van Permanente VerkeersEducatie (PVE, zie de internetuitbreiding bij dit artikel). Die voortdurende aandacht is belangrijk om verschillende redenen:
– De verkeersomgeving verandert. Bijvoorbeeld door de overgang naar de middelbare school.
– De verkeerstaak verandert met het ouder worden. Het lopende basisschoolkind wordt een fietsende en later een brommer rijdende puber.
– De verkeersregels veranderen. Zo zijn bijvoorbeeld de regels voor skaters per 1 april 2008 voor het laatst gewijzigd.

Niveaus

De doelen van PVE benoemen vier niveaus. Op de basisschool komen vooral de lagere niveaus uitvoering (1) en beheersing situaties (2) aan bod in een bekende omgeving. Op welke wijze je risico´s kunt vermijden (3) en het nadenken over je eigen verkeersgedrag (4) zijn soms wel onderwerpen in de theorieles, maar spelen een ondergeschikte rol en komen niet aan bod in het verkeersexamen. Deze onderwerpen zijn heel geschikt om extra aandacht te geven aan het eind van de basisschool.

Groep 8 helpt groep 1/2

Voorbereiding

Voorbeeldrol

In de kleutergroepen vergt een praktijkles verkeer veel organisatie en daardoor extra handen in de klas. Leerlingen van groep 8 kunnen daarbij goede hulp bieden. Ze willen dit ook graag doen, omdat ze dan worden aangesproken op hun voorbeeldrol als “oudsten binnen de school” en hun behaalde competenties op het gebied van verkeer. Daarnaast werken ze in een les aan kleuters onbewust aan hun eigen verkeershouding. Belangrijk is daarbij dat de leerlingen de les zélf mogen ontwerpen.
Maar ook voor de kleuters is de inzet van groep 8 belangrijk. Kleuters doen graag andere kinderen na. Het goede voorbeeld van stoere bovenbouwleerlingen zal direct aanspreken. Verkeer is daardoor niet alleen een zaak van volwassenen.

Oversteekles

De kleuterjuf benadert groep 8 voor hulp bij een oversteekles op het plein. Dit leidt meteen al tot veel vragen:
– Hoe wordt het plein ingedeeld: in circuitvorm of met behulp van een parcours?
– Welke oversteeksituaties moeten de kleuters oefenen?
– Hoe gaan die situaties uitgebeeld worden? En wat zijn hiervoor de benodigdheden?
Tip. Informeer bij gemeente of OBD of ze een zogenoemde oversteekkist hebben.
– Welke aanwijzingen geef je aan kleuters?
– Hoe begeleid je de kleuters op het plein?
Het uitwerken van de vragen gebeurt in groepjes. De deelvragen kunnen worden verdeeld, maar liever gaan meerdere groepjes met dezelfde deelvragen aan het werk. Bij de presentatie van de ideeën aan elkaar komen er discussies over verkeerssituaties en aanwijzingen. Juist in die discussies wordt verkeersinzicht expliciet gemaakt.

Oefenvormen en aanwijzingen

Bij een oversteekles zijn heel veel oefenvormen mogelijk. (Zie het overzicht hieronder.) Maar niet alles is te doen met kleuters. Groep 8 moet situaties bedenken, die lijken op de directe omgeving van de wijk/school. Ook moet worden gekozen welke aanwijzingen zinvol zijn. De handelingen worden geformuleerd in de ikvorm. Dan is voor een kind direct duidelijk wat het moet doen. Voor kleuters is het draaien van het hoofd halverwege het oversteken nog te moeilijk. Ook het inschatten van de snelheid waarmee een voertuig dichterbij komt, is nog niet mogelijk. Hoe denken de leerlingen van groep 8 hierover? Wat denken zij dat kleuters al kunnen leren? Op welke leeftijd zijn zij het oversteken zélf goed gaan doen? In deze discussies komen de hogere doelen van PVE aan bod, want de leerlingen gaan nadenken over hun eigen oversteekvaardigheden en hun dagelijkse oversteekgedrag. De verschillende uitwerkingen voor werkvormen worden aan de leerkrachten in de onderbouw gepresenteerd. Daarna wordt de les verder uitgewerkt.

Oefenvormen, variatievormen en handelingsgerichte aanwijzingen bij oversteken
Oefenvormen bij oversteken
• Een straat (of een fietspad) met eenrichtingsverkeer.
• Een straat met twee richtingen en gescheiden rijbanen.
• Een straat met twee richtingen, zonder duidelijke rijbaanscheiding.
• Een straat met een fietspad ernaast.
• Dicht bij een bocht.
• Dicht bij een T-kruising.
• Dicht bij een kruispunt.
• Bij een zebrapad.
• Bij oversteeklichten.
• Zonder stoep(rand).
Variatievormen bij oversteken
• Zonder andere weggebruikers.
• Met één andere weggebruiker (variëren: van links of van rechts).
• Met twee weggebruikers uit verschillende richtingen.
• Met weggebruikers met verschillende snelheid.
• Met geparkeerde auto’s of andere belemmeringen.
• Met de regel: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor.
• Met voorrangsvoertuigen.
• Met een groepje kinderen.
• Met een rij kinderen.
• Met afleidende gebeurtenissen.
Handelingsgerichte aanwijzingen voor oversteken
• Ik sta stil bij de stoeprand, met mijn voeten nog helemaal op de stoep.
• Ik kijk naar links, rechts, links en draai daarbij mijn hoofd helemaal. (Kinderen tot acht jaar hebben een kleiner blikveld!)
• Zie ik verkeer aankomen? Ik wacht tot het verkeer weg is. Ik kijk weer.
• Zie ik niks? Ik luister dan of ik tóch verkeer hoor aankomen.
• Ik stap pas van de stoep af als er niets aankomt. (Bij oudere kinderen kan ook: ik stap pas van de stoep af als het aankomende verkeer nog ver weg is en niet snel naderbij komt.)
• Ik loop rustig en recht naar de overkant.
• Ik kijk tijdens het lopen eerst naar links.
• Ik draai bij de middellijn van de weg mijn hoofd naar rechts.
• Ik blijf op de middellijn staan als er tóch verkeer van rechts komt.
• Ik loop pas weer door als de bestuurder mij voor laat gaan óf als het voertuig weg is.

Uitvoering

Aandachtspunten

Groep 8 heeft zelf de materialen verzorgd en het plein ingericht. Vooraf wordt in de eigen klas nog over de voorbeeldrol en het eigen verkeersgedrag gesproken. De kinderen moeten ook tijdens de les “rolvast” zijn, dus ze moeten zelf ook tussen de oefeningen door goed oversteken.
Dan gaan de leerlingen naar buiten. Streef naar vaste groepjes, van maximaal drie kleuters bij twee leerlingen uit groep 8. Leerkrachten nemen zelf geen groepje, maar houden toezicht. Aandachtspunten hierbij zijn:
– Geef complimenten.
– Houd de rolvastheid van de leerlingen van groep 8 in de gaten.
– Benoem de oversteekhandelingen.
– Let bij een circuit ook op de tijd en het wisselen. Maak de tijd voor de oefeningen niet te lang. De concentratie van alle leerlingen neemt snel af, als ze dingen te vaak moeten herhalen.
– Als er te veel leerlingen van groep 8 zijn, dan kunnen die ook worden ingezet bij een halte in het circuit, om verkeerssituaties tijdens de les te wijzigen (bijvoorbeeld het omzetten van verkeerslichten) of om foto’s of filmbeelden te maken van het lesverloop. (Zie in dit verband de Tip bij Filmbeelden.)

Afsluiting

Het is aan te raden om de les op twee manieren af te sluiten:

1 Eerst door een gezamenlijke evaluatie van kleuters én groep 8 samen. Dan kunnen beide groepen elkaar veel complimenten geven en beloven dat er goed zal worden geoefend. De meerwaarde daarvan blijkt in de dagen erna uit een grotere betrokkenheid van de leerlingen onderling.

2 De tweede evaluatie is alleen met groep 8. Dan kunnen de leerlingen vertellen over wat is opgevallen tijdens de les:
– Hoe reageerden de kleuters?
– Hoe was het om begeleider te zijn?
– Was het lastig om de handelingen consequent te herhalen?
– Verliep de les zoals gepland?
– Wat is er eventueel tijdens de les gewijzigd?
– Wat zijn leuke of opvallende situaties geweest?
Nota bene. Eventuele filmbeelden moeten in dit stadium nog niet worden ingezet. Die komen aan bod in de vervolgles.

Vervolgles

Filmbeelden

De evaluatie direct na de les heeft vooral de functie van “stoom afblazen”. Het is zinvol om na een week nog eens op de les terug te komen. Geselecteerde filmbeelden zijn daarin een heel krachtig hulpmiddel. Kies daarvoor juist “sterke” fragmenten, waarin de handelingen correct worden benoemd en de kleuters goed volgen. Laat leerlingen aan elkaar benoemen wat ze goed vinden in een bepaald fragment. Daarmee wordt het goede verkeersgedrag nogmaals herhaald. Belangrijke vragen zijn hierbij:
– Hebben de leerlingen nog reacties gehad van kleuters in de dagen na de les?
– Hebben ze een verandering gemerkt in hun omgang met kleuters?

Tip: Zorg bij het maken van filmbeelden voor een statief. Het filmen op een plein met bewegende kleuters leidt anders gauw tot schokkerige beelden. Gebruik de filmbeelden bij de evaluatie van de les, het jaar erna bij de voorbereiding van een nieuwe pleinles of op een ouderavond. Dat werkt heel aansprekend!

Reflecteren en presentatie

Ook is het goed te reflecteren op het effect van de kleuterles op het eigen oversteekgedrag van groep 8:
– Is er iets in dat gedrag veranderd?
– Letten de leerlingen nu meer op jonge kinderen op straat?
– Is dat effect er na een week nog?
– En… als het een goede les was: moet die volgend jaar dan weer plaatsvinden?
– En ook: wat kunnen wij als groep 8 nu alvast aan groep 7 vertellen?
Groep 8 maakt vervolgens een presentatie of tentoonstelling voor groep 7 over de hele praktijkles verkeer. Deze activiteiten passen goed in de eindfase van de basisschool: de concrete overdracht van informatie naar groep 7 maakt het komende afscheid tastbaar.

Brugklassers helpen groep 8

Naar de brugklas

Omgevingsfactoren

De overgang van de basisschool naar de brugklas zorgt vaak voor veel veranderingen in omgevingsfactoren. De bekendste zijn in dit verband:
– Andere routes (die onbekender zijn).
– Langere routes (met meer knelpunten).
– De school begint eerder (waardoor kinderen in het spitsverkeer en het donker moeten rijden).
– Grotere groepen jongeren fietsen samen.
– Er zijn geen verkeersbrigadiers bij middelbare scholen.
– Er zijn relatief weinig corrigerende volwassenen (juffen, meesters en moeders met kleine kinderen) op de route.
– Gewijzigd vervoermiddel.
Dit zijn allemaal omgevingsfactoren. Daarnaast verandert ook het kind en de groep, waar hij/zij mee omgaat.

Afspraken

Ook technische ontwikkelingen hebben invloed op verkeersgedrag. Een fietsend kind, dat zit te sms’en, terwijl het ook nog een MP3-speler op het hoofd heeft, heeft geen aandacht voor het verkeer. Dit zijn echter situaties die wel degelijk voorkomen, nu vrijwel alle jongeren dagelijks een mobieltje én een MP3-speler gebruiken!
Het verkennen van de route naar de middelbare school wordt op 50 procent van de scholen in groep 8 besproken, waarvan 15 procent van de scholen ook daadwerkelijk de route in de praktijk verkent (PPON, 2006).
Maar komen de praktijkervaringen van brugklassers ook terug naar de basisschool? Het zou goed zijn als hierover afspraken worden gemaakt tussen basisscholen en de middelbare school. Op de middelbare school staat verkeer niet in de reguliere lesroosters, maar kan wél opgenomen worden in uren voor studiebegeleiding of Nederlands. Niet alleen voor de brugklassers zijn hier doelen te realiseren, maar ook de middelbare school zelf kan hier een kans voor profilering benutten.

Ervaringen delen

Verkeersles aan groep 8

Als leerlingen in groep 8 al de rol hebben gehad als uitvoerder van verkeerslessen aan kleuters en groep 7, dan is het niet meer zo onwennig om als brugklasser verkeersles te gaan geven aan groep 8.
De ervaringen van brugklassers moeten in zo’n ontmoeting centraal staan:
– Wat zien zij als de grootste overgang in het verkeer, nu ze naar de brugklas gaan?
– Hoe hebben ze zich daarop voorbereid?
– Hoe gaan ze om met het plannen van de route en het inschatten van de reistijd (ook bij verschillende weertypes)?
– Wat hebben ze geleerd over het omgaan met onverwachte gebeurtenissen onderweg (lekke band, valpartijen, uitval van openbaar vervoer, enzovoort)?
– Wat valt tegen?
– Wat valt mee?
– Wat vinden ze vervelend onderweg?
– Welke verkeerssituaties zijn moeilijk?
– Waar zijn ze bang voor?
– En welke afspraken hebben ze gemaakt met hun ouders?
Allemaal vragen, die aansluiten bij de doelen: het plannen van verkeersdeelname (PVE, niveau 3) en het herkennen van factoren die van invloed zijn op verkeersveiligheid in het algemeen en op het eigen gedrag (PVE, niveau 4).

Rol van ouders

Zo’n bijeenkomst kan heel goed een introductie vormen voor activiteiten, waarin de route naar de middelbare school ook door groep 8 verkend wordt. Dat hoeft niet allemaal onder schooltijd te gebeuren. En ook is het niet wenselijk om de verantwoordelijkheid voor de voorbereiding uitsluitend bij de basisschool te leggen. Ouders hebben hierin een belangrijke rol te vervullen.
Een onderwerp als: welke afspraken maak je met je ouders over “onverwachte situaties onderweg”? is – als vervolg op een bezoek van een brugklasser – heel geschikt om het gesprek hierover tussen ouder en kind op te starten.

Tot slot

Verkeersgedrag wordt sterk beïnvloed door de houding ten opzichte van veilig verkeersgedrag. Kinderen volgen daarbij vaak het verkeersgedrag dat ze zien van anderen. Het loont daarom de moeite om die sociale omgeving in de verkeersles te betrekken.
Sommige scholen laten om die reden opa’s en oma’s meedoen met het verkeersexamen. Door het inzetten van oudere leerlingen bij verkeersles aan lagere groepen worden verkeersdoelen behaald voor alle betrokkenen. En verkeersles ná het verkeersexamen blijkt niet alleen heel goed mogelijk te zijn, maar is een belangrijke stap in de ontwikkeling van gezonde verkeersdeelname.

Veel succes!