Al uit de ijstijd is bekend dat de mensen elkaar, in hun grotten bij het vuur, verhalen vertelden. Het was de manier om elkaar te betrekken bij wat ze meegemaakt hadden, bijvoorbeeld tijdens de jacht. Ervaringen, emoties werden gedeeld. De mensen vertelden verhalen om van elkaar te leren, om kennis en vaardigheden over te dragen aan elkaar. Maar ook om wijsheden door te geven, oeroud, maar nog springlevend. En nog steeds is dat zo.
Wat ook nog steeds zo is, is de kracht van de verteller. De verteller brengt het verhaal tot leven. Hij/zij stelt de eigen persoon, de eigen mogelijkheden, stemgebruik, gebaren, mimiek en rekwisieten in dienst van het verhaal. Kortom: de verteller stapt als het ware in het verhaal…

Samen zoeken

In dit artikel zijn verhalen het uitgangspunt voor het filosoferen met kinderen. Het is niets meer, maar ook niets minder dan in een veilige sfeer met elkaar napraten, nadenken, vragen beantwoorden met nóg meer vragen, gedachten en meningen delen, van mening verschillen, van mening veranderen. Leren van elkaar. Groeien. Wijzer worden.
De rol van de verteller is heel belangrijk. Maar nóg belangrijker is de rol van de gespreksleider. Dat kan de verteller zijn, maar dat hoeft niet. Wanneer de verteller in zijn/haar houding neutraal, uitnodigend is, dan is hij/zij een filosoof in de letterlijke zin van het woord: een vriend van de wijsheid.
De leerlingen ervaren zo de ruimte voor wat ze zelf denken. Ineen sfeer die veiligheid biedt, die uitnodigt tot het delen van gedachten en gevoelens. Een sfeer, waarbinnen het niet gaat om wie iets het beste weet, maar waar het gaat om het samen zoeken. En daarbij is de inbreng van ieder kind waardevol.

Waarom filosoferen met kinderen?

Er zijn belangrijke redenen om te filosoferen met kinderen:
– Filosoferen stimuleert het zelf denken. Dat houdt in: informatie verwerken, beredeneren, creatief denken, evalueren.
– Het brengt kinderen verder in hun emotionele ontwikkeling. Zelfkennis, zelfsturing, motivatie, invoelend vermogen en sociale vaardigheden worden erdoor vergroot.
– Het bevordert het hebben van een visie, het ontdekken van waarden, het zoeken naar zingeving. (Wie ben ik? Wat kan ik betekenen?)

Filosoferen met kinderen doet recht aan hun vragen, hun meningen, aan hun veranderen van gedachten, aan groeien. Zo heeft het uiteindelijk ook effect op de samenleving. Het begint in de klas, thuis, gaat verder daarbuiten, op straat, in allerlei levenssituaties. Wie weet wie er wijzer van worden!

Zin in verhalen

• Website
Op de website www.zininverhalen.nl staan verhalen, die ruimte geven aan kinderernst en kinderhumor. Ze bieden kansen om de kinderen beter te leren kennen, om inzicht te krijgen in hoe ze denken over zichzelf, de anderen en de wereld en hoe ze zich daarbij voelen.
De verhalen nodigen uit om te filosoferen met kinderen. Zo leren de kinderen van de ander, van de wereld om hen heen. Bij elk verhaal zit een lesbrief.

• Verhalen
De verhalen komen uit verschillende culturen en religies en gaan over:
– Wie ben jij?
– Worden wie je bent.
– Omgaan met anderen.
– Lokale waarden en normen.
– Universele waarden, wijsheden en zingeving.

• Verhalenmail
De website is een initiatief van Stichting Exter, nu Zintenz. Op de website staan een aantal verhalen, met lesbrieven voor groep 7/8, groep 5/6 en groep 3/4. Daarnaast krijgen scholen, leerkrachten en anderen, die met kinderen werken en zich opgeven voor de verhalenmail, per maand een nieuw verhaal op hun e-mailadres. Er wordt gewerkt aan een map, waarin de verhalen gebundeld worden. Ook wordt gewerkt aan het verwijzen naar verhalen/prentenboeken voor kleuters – eventueel voor peuters in de brede school – die aansluiten bij het thema van het verhaal. Op de website is over dit alles nog meer informatie te vinden.

Hoe passen de verhalen bij de visie op het onderwijs van nu?

Verhalen zijn altijd verbonden geweest met het onderwijs. De inhoud en de vorm zijn voortdurend in ontwikkeling. Ook in onze tijd. Verhalen sluiten aan bij de werkelijkheid, ze verpakken die in een hanteerbare, volgbare vorm. Ze kunnen ingezet worden op alle kerndoelen van het onderwijs, omdat ze daarmee raakvlakken hebben.
Ik beperk me hier tot de kerndoelen van oriëntatie op jezelf en de wereld. Sinds vorig jaar zijn daarin de doelen verwerkt, die te maken hebben met burgerschapsvorming. Hierdoor zijn de doelen weer aangepast aan de vraag van deze tijd, van onze werkelijkheid.

Kerndoelen

Herziene kerndoelen basisonderwijs van de Stichting Leerplan Ontwikkeling. De doelen, waar we ons in Zin in Verhalen vooral op richten, zijn:

Kerndoelen Oriëntatie op jezelf en de wereld: mens en samenleving
Kerndoel 34 De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.
Kerndoel 37 De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen      aanvaarde waarden en normen.
Kerndoel 38 De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen, die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.
Kerndoel 39 De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.
Kerndoel 40 De leerlingen leren in de eigen omgeving veelvoorko­mende planten en dieren te onderscheiden en te benoemen en ze leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.

Voorbeeld: verhaal met lesbrief

Verhaal voor groep 5-8: De wijze hen

Het verhaal De wijze hen komt uit: Het geluk van TAO. Verhalen en parabels uit China, Uitgeverij Asoka, 2008. Het verhaal is hier en daar iets veranderd voor groep 5-8.

Overal op de elektriciteitsdraden rondom de boerderij zaten zwaluwen naast elkaar. Ze kwetterden, vertelden elkaar van alles, maar met hun gedachten waren ze vooral bij het einde van de zomer. De herfst zat er aan te komen en de noordenwind lag al op de loer. Het werd tijd voor hun reis naar het zuiden. En op een dag waren ze opeens allemaal verdwenen.
De kippen hadden de zwaluwen horen vertellen over hun reis.
“Ik denk dat ik volgend jaar zelf maar eens naar het zuiden ga,” zei een hen.
Het jaar ging voorbij. De zwaluwen waren weer teruggekeerd, hadden hun nesten gebouwd, waarin de jongen werden geboren. Die jongen waren nu al groot. En toen de noordenwind kwam, zaten ze weer op de draden, klaar om te vertrekken. De kippen letten dit jaar niet op de zwaluwen. Ze hadden het alleen maar over het vertrek van de hen.
Op een ochtend, in alle vroegte, toen de wind uit het noorden waaide, vlogen de zwaluwen plotseling op. Ze voelden de wind onder hun vleugels en vol vertrouwen volgden ze de route, die een oerinstinct hen liet volgen. Naar het zuiden, over de zee, naar Afrika.
“Ik denk dat de wind zo wel goed staat,” zei nu ook de hen. Ze spreidde haar vleugels en rende het kippen­hok uit. Al fladderend liep ze een eind de weg op, totdat ze bij een tuin kwam.
Tegen de avond kwam ze hijgend terug. In het kippenhok vertelde ze hoe ze naar het zuiden was gegaan, helemaal tot aan de snelweg, waar ze het verkeer van de grote wereld voorbij had zien razen. Ze had landen bereikt, waar aardappels groeiden en ze had de velden gezien, waarop mensen werkten. Aan het eind van de weg had ze een tuin gevonden met rozen, prachtige rozen. De tuinman was er ook.
“Wat vreselijk interessant,” zeiden de kippen. “En wat heb je dat prachtig beschreven!”
De winter verstreek en maanden van bittere kou gingen voorbij. Het voorjaar brak aan en de zwaluwen keerden terug. Ze vertelden over hun reis, over het vliegen boven de zee.
Maar de kippen waren het er niet mee eens, dat er een zee was.
“Jullie moeten eens naar onze hen luisteren!” zeiden ze. “Die weet alles van het zuiden.”

Verhaal voor groep 3-4: De mol en de muis

Het verhaal De mol en de muis heeft hetzelfde thema als De wijze hen, maar is een aangepaste versie voor groep 3-4.

Onder de grond woonden twee families. De familie Muis en de familie Mol. In allebei de families waren pas kindertjes geboren en die moesten natuurlijk te eten hebben. De vaders en moeders hadden het er maar druk mee. Pa en ma Mol scharrelden door de ondergrondse gangen op zoek naar regenwormen, slakken en andere kleine hapjes. Pa en ma Muis zochten het eten voor de jonge muisjes boven de grond: zaadjes op het veld en restjes brood, koek en kaas in het huis van de mensen.
Op een dag kwamen pa Mol en pa Muis elkaar tegen in een gang. Pa Muis vertelde van de velden vol met graan en bloemen, van alle kleine dieren, die er woonden.
Mmmm…, dacht pa Mol, lekkere hapjes!
Pa Muis vertelde ook over het huis, over de mensen, over de hond, die hij wel aardig vond en over de kat, waar hij verschrikkelijk bang voor was.
Toen pa Mol weer thuis was, vertelde hij zijn vrouw en kinderen over die andere wereld, de wereld boven de grond.
“Ik denk, dat ik er ook maar eens naartoe ga,” zei hij.
Zo gezegd, zo gedaan. De volgende morgen ging pa Mol op pad. Hij liep helemaal tot aan het eind van een gang en begon daar te graven boven zijn hoofd. Net zo lang tot het ineens heel licht werd. Hij zat op een grote molshoop. En wat zag hij daar? Niks! Nou ja, bijna niks, want mollenogen zijn gewend aan het donker en kunnen niet goed zien bij veel licht.
Pa Mol kroop snel zijn gang weer in en schuifelde terug naar zijn hol.
“Er is niks boven de grond!” zei hij tegen ma Mol en de kleintjes. “Alleen maar heel veel licht. Die pa Muis verzon maar wat.”
“Luister maar goed naar vader,” zei ma Mol, “want die kan het weten!”

Lesbrief

Doelgroepen, thema’s en onderwijsdoelen

• Doelgroepen
– Het iets bewerkte verhaal – De wijze hen – lijkt geschikt voor groep 5-8.
– Het nieuwe verhaal met hetzelfde thema – De mol en de muis – lijkt geschikt voor groep 3-4.

• Thema’s
– Centraal thema: De wereld is voor iedereen anders. Je moet verder kijken dan je eigen wereldje.
– Onderliggend thema: Gelijk willen hebben kan ten koste van de waarheid gaan.

• Koppelbaarheid aan onderwijsdoelen
Kerndoelen oriëntatie op jezelf en de wereld/natuur:
– Kerndoel 34. Ontdekken wat voor jezelf belangrijk is. Openstaan voor andere ideeën. Openstaan voor wat voor een ander belangrijk is.
– Kerndoel 37. Mens en samenleving. In onze samenleving met veel culturen kennen we veel eigen wereldjes, inclusief die van onszelf. Elkaar daar in leren kennen kan verrijkend zijn.
– Kerndoel 40. Dit verhaal kan ook aanleiding geven tot vertellen over de in het verhaal voorkomende dieren en hun functioneren in hun leefomgeving.

Vooraf

• Vragen
Sta even stil bij het verhaal en stel uzelf een aantal vragen:
– Wat doet het verhaal met uzelf?
– Past het bij de leerlingen van uw groep?
– Wat kan het verhaal voor uw leerlingen betekenen?
– Denkt u dat het verhaal de leerlingen kan helpen bij het nadenken over wat zinvol, waardevol, belangrijk is in het leven: in hun leven én in het leven van anderen?
– Wat leeft en speelt er in de groep? Kunt u dit verhaal daarbij aan laten sluiten? Zoek, waar mogelijk, de weg naar de eigen ervaringen van de leerlingen.
– Zijn er dingen, die voorkomen in het verhaal, waar wat uitleg vooraf voor nodig is? Soms kan een pakkende inleiding de kinderen meteen bij het verhaal betrekken.

• Richting geven
De vragen, die hierna in dit artikel zijn opgenomen, kunnen richting geven aan het napraten, aan het samen filosoferen over de inhoud van het verhaal. Maar er zijn vast meer of andere vragen, die bij het verhaal en de groep passen. Een verwerkingsvorm achteraf kan ook de tijd geven om alles nog even te laten bezinken.

Mogelijke richtvragen en open vragen voor groep 3-4

De nu volgende vragen en suggesties horen bij het verhaal De muis en de mol.

• Suggesties voor de inleiding
– Laat wel of niet geblinddoekt naar iets zoeken.
– Laat ervaringen met elkaar delen.

• Vragen
– Wie had er nu gelijk? Pa Muis of pa Mol? Waarom?
– Ma Mol zegt: “Pa kan het weten.” Klopt dat? Wat vind jij daarvan?
– Pa Mol had ook wat anders kunnen zeggen. Wat dan?
– Wat zou jij doen, als je een van de kleine mollen was?

• Verwerkingssuggesties
– Maak een tekening van de wereld van de mol.
– Of maak een tekening van de wereld van de muis.
Mogelijke richtvragen en open vragen voor groep 5-8

De nu volgende vragen en suggesties horen bij het verhaal De wijze hen.

• Suggestie voor de inleiding
Vang een vlieg, laat hem buiten los en vraag de leerlingen of de vlieg de wereld anders ziet dan zij zelf.

• Vragen
– Boven het verhaal staat: De wijze hen. Wat vind je daarvan?
– Is de wereld van de kippen anders dan de wereld van de zwaluwen? Waarom?
– Voor wie waren het zuiden en de zee belangrijk?
– Is wat je niet kunt zien of wat je niet weet wel of niet belangrijk? Waarom wel? Of waarom niet?
– De kippen vinden alleen maar waar wat een van hen gezien heeft. Wat vind jij?
– Stel dat een van de kippen zei: “Ik geloof de zwaluwen!” Wat zou er dan gebeuren?
– Wat zou jij doen als jij een van de kippen was?
– Heb je wel eens meegemaakt, dat iemand je iets wilde laten geloven wat niet waar was of wat niet helemaal waar was? Hoe vond je dat?
– Weet jij een andere titel voor dit verhaal?

• Verwerkingssuggesties
– Maak een plattegrond van de wereld van de kip óf van de wereld van de zwaluw.
– Als het mogelijk én zinvol is, kunnen de leerlingen het verhaal zelf nóg eens lezen, nadat het verhaal verteld en besproken is.

Tot slot

Ik wens u veel zin in verhalen! Reacties op dit artikel zijn welkom op e-mailadres nel@zintenz.com. Ervaringen met het werken met een van de twee verhalen – of met een ander verhaal van Zin in verhalen – zijn ook van harte welkom.

Veel succes!