Het artikel in het Praxisbulletin beschrijft – als laatste in een serie van twee – een aantal eenvoudig uit te voeren mogelijkheden voor boeiend natuuronderwijs met als uitgangspunt de vijf bekendste “schoolvogels”.
In deze internetuitbreiding vindt u ideeën voor een motiverende introductieactiviteit, een lijst van bruikbare boeken en websites en drie opdrachtenbladen: “Merels”, “Koolmezen” en “Mussen”.
Het laatste is bewust als buitenwerkblad opgezet. Buitenwerk geeft immers een extra dimensie aan uw lessen natuuronderwijs en met een onderwerp als mussen ben je in elke directe schoolomgeving verzekerd van succes. Ter ondersteuning is bij dit opdrachtenblad een voorbereidende toelichting opgenomen.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Uitbreidingen

Introductieactiviteit

Vanaf maart zijn de zang en nestbouw van vogels actueel. Daarom volgen hier bij beide aspecten wat suggesties voor een introductieactiviteit. Aan u de keus of u ze beide als zodanig wilt gebruiken of dat u er een keus uit maakt.

Zang

Aan de zang van vogels is door veel schrijvers aandacht besteed. De bekende natuurvorser Jac. P. Thijsse schreef er 70 jaar geleden al een boek over voor een Verkade-album. Het eerste hoofdstuk ervan begint met de vraag “Waarom zingen vogels?”En Thijsse zegt dan in de eerste zin “Ik weet het niet, maar dit weet ik wel: ze kunnen het niet laten.”
Die eerste vraag in het boek van Thijsse is trouwens – denk ik – ook een uitstekende vraag om een kring-/leergesprek over vogelzang te starten. En daaraan kan dan meteen de vraag gekoppeld worden waarom wij zelf eigenlijk zingen. Wanneer zing jij? Zou dat bij vogels ook zo zijn?
Verder dan deze drie vragen hoeft u eigenlijk niet te gaan, want ze leveren meer dan genoeg gespreksstof op voor dit onderwerp. Maar hoe ver u ook gaat, sluit deze introductie in ieder geval af met het luisteren naar geluiden van vogels uit de top vijf of top tien. In (openbare) bibliotheken zijn cd’s met vogelgeluiden te leen. Maar ook internet kan hierbij worden ingeschakeld (zie onder Websites). Laat de geluiden een paar keer horen en noem daarbij de naam. Herhaal dit een of meer dagen later, maar nu zonder namen te noemen en in een andere volgorde en laat de kinderen de namen opschrijven. Om de geluiden echt goed in te prenten zal deze werkwijze nog vaker moeten worden gevolgd. Want vogelzang herkennen is moeilijk. Maar in de praktijk zal blijken dat de kinderen dit heel leuk vinden.

Nestbouw

Als u een kring-/leergesprek over nestbouw gaat houden, kan de vraag “Waarom bouwen vogels nesten?” een goede start zijn. Als vervolg komen dan vanzelf vragen aan de orde als

– “Waar bouwen vogels zoal nesten?”
– “Zien alle nesten er hetzelfde uit?”
– “Hoe zou het komen dat nesten er zo verschillend uitzien?”
– (heel interessant) “Waarom zal meestal alleen het vrouwtje bouwen?”

Ook aspecten als het gebruik van nesten na de broedtijd en het broeden in kolonies passen in zo’n introductie. U merkt vanzelf hoe ver u over al deze vragen kunt doorpraten. Pas in ieder geval op voor overdaad. Antwoorden op bijzondere vragen die overblijven, kunnen meestal wel via de hieronder genoemde boeken worden gevonden.
Het is leuk om dit aspect af te ronden door de kinderen te vragen zelf een nest te bouwen. Materiaal hiervoor kunnen ze buiten verzamelen. Al werkend aan hun nest, zullen ze ontdekken dat het heus niet meevalt om een stevig nest te maken. Dit kan bijdragen tot respect en waardering voor wat de vogels voor elkaar krijgen.

Boeken en websites

Boeken

– Robert Burton, Vogels over de vloer (Tirion, Baarn)
– Jan Hanzak, Nesten en eieren van bekende Europese vogels (Meulenhoff,Amsterdam)
– Jenny de Laet, Over merels en andere kerels (VUBPress, Brussel)
– Jenny de Laet, De vier seizoenen van de mezen (VUBPress, Brussel)
– Jenny de Laet, Mussen, een groene partij (VUBPress, Brussel)
– Michael Lohmann, Vogels in de nesten (Tirion, Baarn)
– M. van der Plas-Haarsma, Mussen in beeld (KNNV, Zeist)
– Hans Post, Mus (Lemniscaat,Rotterdam)
– Detlef Singer, Vogels in en rond de tuin (Tirion, Baarn)
– Jac. P. Thijsse, Vogelzang (Verkade, Zaandam)
– Ninon Vis, De koolmees, serie “Informatie Junior” (De Ruiter, Gorinchem)
– Dick de Vos, Vogelzang in beeld (KNNV, Zeist)
– Thijs Vriends, Koolmezen in de tuin (Kok, Kampen)

Cd’s

Nico de Haan, Vroege Vogelzang (Vogelbescherming, Zeist)

Websites

Vogelgeluiden:
www.vogelbescherming.nl
www.lauwersmeer.com/nl/geluid

Merel:
www.vogelbescherming.nl

Koolmees:
www.vogelbescherming.nl
www.beesies.nl/koolmees

Mus:
www.vogelbescherming.nl
www.stichtingdemus.nl

Opdrachtbladen

U opent de kopieerbladen door op de links in de lijst hierboven te klikken. U kunt de pdf-bestanden vervolgens direct afdrukken of ze eerst opslaan op uw computer.

Antwoorden

Opdrachtenblad “Merels”

4 Merelmannen zijn zwart en ze zingen bijna net zo mooi als lijsters.
5 Ze gooien bladeren opzij, omdat zij weten dat onder gevallen bladeren vaak diertjes zitten die zij eten.
6 Merels eten van alles.
7 Stadsmerels broeden vaker, omdat ze veel minder moeite hebben om voedsel te vinden. Bovendien broeden ze al vroeger in het jaar dan bosmerels, omdat het in de stad warmer is.

Opdrachtenblad “Koolmezen”

4 Dat doen ze om in te slapen.
5 Dat komt, omdat de meeste rupsen er eerder zijn dan vroeger.
6 Ze eten rupsen van het koolwitje.
7 Genoemd kunnen worden: kuifmees, staartmees, matkop, glanskop, buidelmees, zwarte mees. Fanatieke zoekers noemen wellicht ook nog: rouwmees, bruinkopmees en azuurmees (drie soorten die niet in Nederland voorkomen).

Opdrachtenblad “Mussen”

6 Ze hippen.

Buiten naar mussen kijken

Hoofddoel bij elke buitenactiviteit is en blijft het aankweken van verwondering voor en het genieten van het gewone dat ons dagelijks omringt. Maar voor het aanbrengen van structuur is het ook zinvol de kinderen te leren, waarop ze moeten letten bij het kijken naar planten en dieren. Dat bereikt u door regelmatig met hen naar buiten te gaan. Door daarbij kleine groepjes van 3 à 4 kinderen te vormen leren ze samen te werken en naar elkaar te luisteren.
Het lijkt wellicht wat overdreven, maar het is verstandig om bij dit soort buitenwerk eerst zelf te verkennen waar de meeste kansen op succes voor de bedoelde activiteit aanwezig zijn. Zo’n korte verkenning betaalt zichzelf terug. U bereikt er een vlotte start en rust in de groep mee.
Tijdens het werken met het opdrachtenblad houdt u contact met de groepjes, om waar nodig vragen te beantwoorden of een aanwijzing te geven.
Zodra u merkt dat de kinderen voldoende tijd hebben gehad, keert u met hen terug naar de klas. Daar brengt elk groepje verslag uit van hun bevindingen en vergelijken ze de waargenomen resultaten met elkaar. Hierbij zal vaak opvallen dat er nogal wat verschil in nauwkeurigheid van waarnemen is. Dat is niet erg, want de kinderen leren hiervan en ze zullen er een volgende keer hun voordeel mee doen.