Het artikel in het Praxisbulletin beschrijft – als eerste in een serie van twee – een aantal eenvoudig uit te voeren mogelijkheden voor boeiend natuuronderwijs met als uitgangspunt de vijf bekendste “schoolvogels”.
In deze internetuitbreiding vindt u ideeën voor een motiverende introductieactiviteit, een lijst van bruikbare boeken en websites, tips voor het zelf organiseren van een “schoolvogeltelling”, de top tien uit de Nationale Tuinvogeltelling in de jaren 2006 t/m 2009 en drie opdrachtenbladen: “Vogels tellen”, “Spreeuwen” en “Pimpelmezen”.
De eerste vragen van de laatste twee opdrachtenbladen zijn met opzet hetzelfde. Dit maakt het mogelijk om vergelijkingen tussen de soorten te maken.

Uitbreidingen

Introductieactiviteit

Voor het slagen van de schoolvogeltelling is het nodig dat u de kinderen via een introductieactiviteit laat kennismaken met de vogels uit de top tien 2006-2009. U kunt hiervoor starten met een kring-/leergesprek, waarbij de namen van de vogels uit de vier top-tienlijsten voor iedereen goed zichtbaar zijn. Probeer ervoor te zorgen dat de hieronder genoemde boeken en foto’s/tekeningen van deze vogels in de kring aanwezig, maar nog niet zichtbaar zijn.
In dit gesprek staan de volgende vragen centraal:

– Welke van deze vogels kennen jullie?
(Maak een lijst van deze vogels. Ga daarna op elke genoemde vogel apart in).
– Waar ken je deze vogel van? Uit een boek, van internet of heb je hem wel eens gezien?
– Waar heb je hem wel eens gezien?
– Wie kan vertellen hoe deze vogel eruitziet?
(Laat de vogel daarna in een van de boeken of tussen de foto’s/tekeningen opzoeken).
– Heeft iemand van jullie deze vogel wel eens bij de school gezien?
– Wie kan meer over deze vogel vertellen?

Kijk daarna samen, of er – naar aanleiding van dit gesprek– een top vijf is te maken van vogels die bij de school worden gezien. Deze initiële top vijf wordt later, nadat de schoolvogeltelling is uitgevoerd, vergeleken met de uitkomst van de echte telling.
Vraag de kinderen tot slot van deze eerste activiteit om foto’s, boeken en andere ondersteunende materialen over de vogels uit de top-tienlijsten mee naar school te brengen. Laat hen een tafel met dit materiaal inrichten.
Geef ook gelegenheid om de hieronder genoemde websites te raadplegen.

Boeken en websites

Boeken

– Robert Burton, Vogels over de vloer (Tirion, Baarn).
– Nico de Haan en Elwin van der Kolk, Vogelontdekgids (Ploegsma, Amsterdam).
– Peter Hayman, Nieuwe zakgids vogels (Tirion, Baarn).
– Maarten de Jongh, Pimpelmeesjes, serie “Natuur in beeld” (De Ruiter,Gorinchem).

In het grijze verleden (zo’n veertig jaar terug) heeft uitgeverij Wolters een serie leesboekjes met als serienaam “Eerste plank” uitgegeven. Stuk voor stuk pareltjes, met o.a. zes deeltjes over bekende vogels. Drie ervan (de mus, merel en pimpelmees) staan nu in de top vijf. Wie weet komen de boekjes nog ergens van een zolder om in de klas een nieuw leven te beginnen?

Websites

www.vogelbescherming.nl
Site van Vogelbescherming Nederland met een keur aan wetenswaardigheden over vogels. Bruikbaar voor alle vogels uit de schoolvogeltelling.
www.tuinvogels.nl
Site vol ideeën om meer vogels naar de tuin te lokken.
www.worldexplorer.be/pimpelmees
Site met o.a. foto’s en gegevens over pimpelmezen.

Interessant in dit verband is ook het lespakket Vogels op school, ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen School TV “Nieuws uit de Natuur”, Vogelbescherming Nederland en WILDzoekers. Dit pakket is bestemd voor de groepen 5, 6 en 7 en is gratis te bestellen op www.wildzoekers.nl/vogelsopschool.

Zelf vogels tellen

Als er bij uw school mogelijkheden voor zijn, is het leuk om met uw groep een schoolvogeltelling op poten te zetten. Het succes hiervan kunt u sterk vergroten door enkele eenvoudige voorwaarden te scheppen:

– Begin een paar dagen voor de telling met voeren op de uitgekozen plek. Zorg ook voor een drinkplek; dat kan simpel met een grote, platte schaal.
– Kies een plek die vanuit de klas goed te overzien is.
– Houd de schoolvogeltelling bij voorkeur aan het begin van de ochtendschooltijd. De vogels zijn dan het actiefst.

Top tien van tuinvogels

 

winter 2006 winter 2007 winter 2008 winter 2009
1
huismus huismus huismus huismus
2
koolmees koolmees koolmees koolmees
3
merel merel merel merel
4
pimpelmees pimpelmees pimpelmees pimpelmees
5
vink kauw spreeuw vink
6
spreeuw spreeuw vink kauw
7
kauw vink kauw spreeuw
8
Turkse tortel Turkse tortel Turkse tortel Turkse tortel
9
roodborst houtduif houtduif houtduif
10
ekster roodborst ringmus ekster

Opdrachtbladen

U opent de kopieerbladen door op de links in de lijst hierboven te klikken.

Toelichting

Het niveau van de opdrachten is met opzet verschillend gehouden. Naast opzoek- en observatieopdrachten zijn er verdiepende opdrachten opgenomen, waarop in kring-/leergesprekken uitstekend kan worden doorgepraat.

Antwoorden

Opdrachtenblad “Vogels tellen”

3 huismus, koolmees, merel, pimpelmees
4 huismus
5 Deze vogel leeft in groepen.
6 In de winter leven meer vogels rondom de huizen dan in de rest van het jaar, omdat daar dan vaak het meeste voedsel te vinden is.
7 Omdat de winters minder koud zijn, blijven steeds meer vogels in de winter in Nederland.
Tip: stel hier, als de groep eraan toe is, het onderwerp klimaatverandering in een kringgesprek aan de orde.

Opdrachtenblad “Spreeuwen”

4 In de duinen. In de bossen.
Zekerheid over de oorzaak van de afname in deze gebieden is er nog niet. Wel wordt vermoed dat het voedselaanbod voor de jongen bij boerderijen groter is dan in de duinen en bossen. De laatste aanwijzingen maken duidelijk dat het met de spreeuwen minder goed gaat. Uit onderzoek is o.a. gebleken dat het aantal spreeuwen de laatste twintig jaar met een derde is afgenomen. In de duinen is de achteruitgang het grootst, terwijl het op het platteland juist wat beter gaat. Dit zou wel eens te maken kunnen hebben met het voedsel. Spreeuwen eten namelijk bij voorkeur dierlijk voedsel dat ze in grasland vinden).
5 Spreeuwen zitten graag op een dak te zingen.
6 Spreeuwenpotten werden vroeger gebruikt om spreeuwen in te laten broeden en de jongen, als ze groot waren, eruit te halen en te braden. Deze gewoonte kwam vooral onder de gewone plattelandsbevolking voor. Nu worden de potten alleen nog maar gebruikt als een soort nestkast.
Eeuwenlang was het gebruik van spreeuwenpotten in de vergetelheid geraakt. Pas na de vondst van een gevelsteen, zo’n zeventig jaar geleden, werd duidelijk waarvoor ze vroeger dienden. In sommige landen worden nog steeds spreeuwen gevangen en gegeten.
Tip: spreeuwenpotten van terracotta zijn tegenwoordig weer als nestkast te koop. Leuk om aan de muur van de school te hangen!

Opdrachtenblad “Pimpelmezen”

4 oude bomen.
In jonge bomen zitten geen natuurlijke holten.
5 Omdat veel jongen al jong doodgaan.
6 Het broeden en vooral verzorgen van al die jongen kost zoveel energie, dat de oude vogels na die tijd uitgeput zijn en niet meer in staat zijn om aan een tweede broedsel te beginnen.