Het artikel in het Praxisbulletin laat zien dat het aanleren van topografie op de basisschool eigenlijk veel beter kan. Uit cijfers van het Cito blijkt dat de topografische kennis van leerlingen op de basisschool erg laag is. Topografie leer je niet alleen tijdens de aardrijkskundelessen, maar juist ook op andere momenten! In het artikel worden een aantal didactische tips beschreven die leerkrachten in de midden- en bovenbouw kunnen inzetten om de topografische kennis beter te laten beklijven.
In deze internetuitbreiding vindt u een beschrijving van een ander, mooi praktijkvoorbeeld en de twaalf populairste spellen voor de slijtvaste kaart van Nederland. Bovendien zijn via een link enkele filmpjes te bekijken met praktisch uitvoerbare werkvormen rondom topografie op de basisschool.

Praktijkvoorbeeld kaart in de klas

200910foto_op_kaart
De kinderen van groep 6 van basisschool De Driemaster hebben een levensgrote kaart van Nederland in de klas hangen. Leerlinge Nicole: “We mogen er zelf plaatjes bij zoeken waar een verhaal bij hoort. Zo wordt het onze kaart in de klas!”
De kinderen van groep 6 van basisschool De Driemaster hebben een levensgrote kaart van Nederland in de klas hangen. Leerlinge Nicole: “We mogen er zelf plaatjes bij zoeken waar een verhaal bij hoort. Zo wordt het onze kaart in de klas!”

De kinderen van groep 6 van basisschool De Driemaster hebben een heel grote kaart van Nederland in de klas hangen. De kaart is gemaakt door een aantal afgedrukte vellen papier aan elkaar te plakken. De onderwerpen van het gesprek worden met plaatjes en teksten – die op memoblaadjes zijn geplakt – aangegeven op de kaart. Aan het einde van het schooljaar wordt de werkkaart vervangen. Net zoals krijtjes opraken of klei opnieuw besteld moet worden, zo moet je eigenlijk ook de drie meest basale landkaarten in de klaslokalen gebruiken. Daarnaast is het natuurlijk mogelijk om zelf een kaart te tekenen. Met een projector als hulpmiddel en een aantal grote vellen papier die u aan elkaar vastmaakt, kunt u makkelijk een kaart natekenen, die u dan als werkkaart in de klas kunt hangen. Het zelf maken van een kaart kost natuurlijk even wat moeite, maar daar staat tegenover dat deze verrassend veel leerervaringen voor de kinderen oplevert.
Als goed alternatief voor de zelfgemaakte kaart kunt u ook betaalbare wandkaarten in de klas hangen. In de grotere boekhandels zijn vaak posters te koop met een afbeelding van Nederland, Europa of de wereld. Ook bij bv. een ANWB-winkel zijn prima wandkaarten voor gebruik in de klas verkrijgbaar voor een betaalbare prijs.

Praktijklessen topografie op video

Op de website van de Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar zijn filmpjes te zien met lesvoorbeelden in de klas, waarbij Rob Komen met zijn leerlingen van groep 7 topografie aan de orde stelt. De voorbeelden zijn bedoeld als inspiratiebron voor basisscholen. Bij elk filmpje kunt u tekst en uitleg raadplegen, als u de activiteit ook in uw klas wilt gaan doen.

Kaart op het schoolplein

Roger Baltus en Rob Komen van de Hogeschool IPABO hebben op basisschool de Driemaster in Alkmaar een permanente kaart van Nederland gemaakt op het schoolplein. De contouren van Nederland zijn wat gegeneraliseerd, maar wel zodanig dat de kenmerkende vormen goed herkenbaar zijn. De twaalf hoofdsteden en dertig andere grote plaatsen uit de landelijke topografielijst zijn aangebracht in twee verschillende kleuren. Rob Komen heeft de leerlingen van groep 7 zelf spellen laten bedenken bij de kaart. Belangrijk was dat de plaatsen genoemd worden tijdens het spel.
200910namenspel2
Namenspel.

Didactische tip 1: leren met kaarten in de klas

Roger Baltus: “Het was wel even veel werk, maar dan heb je wel wat voor de komende jaren! De kinderen van De Driemaster kunnen vanuit de klas op de eerste verdieping de kaart van Nederland zien. Veel kinderen zullen zich dat later kunnen herinneren. Maar nog belangrijker: bij veel kinderen wordt de ligging van de belangrijkste plaatsen in Nederland bijna automatisch in het geheugen gegrift, doordat ze er soms spelletjes mee doen die ze zelf bedacht hebben.
200910kaartblokjesvoetbal
Kaartblokjesvoetbal.

De top 12 van spellen en activiteiten bij de kaart

Voordat de kinderen met een spel beginnen, kunnen ze op een geplastificeerd vel kijken naar de plaatsnamen.
Bij elk spel mogen de kinderen natuurlijk zelf varianten bedenken met nieuwe spelregels. Het is wel belangrijk dat de plaatsen tijdens het spel genoemd worden.

1 Kaartkegelen, met de hand of voetballend

Op de plaatsen worden houten blokjes of kegels gezet. De plaatsnamen worden genoemd aan het begin van het spel.
Vanaf een bepaald punt proberen de spelers de blokjes om te schieten met een bal. Vóór de poging tot omschieten moet de speler de naam van de plaats noemen. Wordt dit blokje omgeschoten, dan scoort hij twee punten. Valt een ander blokje om, dan scoort hij geen punt.

2 Kaartvoetbal met blokjes of kegels

De spelers zoeken zelf een plaats op de kaart en zetten daar een blokje of kegel neer. Aan het begin van het spel noemen de spelers om de beurt de namen van de plaatsen. Daarna volgt het voetbalspel, waarbij het de bedoeling is een blokje van een van je tegenstanders om te schieten. Als dat is gelukt, scoor je een punt, mits je ook de plaatsnaam noemt. Er kan bv. gespeeld worden totdat de winnaar 5 punten heeft. Of dat iemand af is als het blokje van deze speler driemaal is omgeschoten.

3 Steden-jeu de boule

Op de kaart staan verschillende plaatsen. Vooraf wordt bepaald welke plaatsen meedoen (bv. alleen de rode of de groene stippen of een aantal genoemde plaatsnamen). Om de beurt werpen een spelers een bal. Vóór het gooien moet de speler de plaats noemen waar de bal naartoe wordt geworpen. Komt de bal dicht in de buurt van de plaats die de werper genoemd heeft, dan kan deze winnaar worden: de winnaar is de speler die een van zijn ballen het dichtst geworpen heeft bij de plaats(en) die hij voor zijn worp noemde.

Leerprincipe

Uit onderzoek naar het leren van een vreemde taal is gebleken, dat veel mensen een onbekend woord gemiddeld zeven keer opnieuw moeten hebben gehoord, voordat ze zich het betreffende woord helemaal eigen hebben gemaakt. Van belang daarbij is, dat het woord steeds in een andere context aan de orde komt, om het beter in het langetermijngeheugen vast te leggen. Voor het leren van topografie is dat leerprincipe eigenlijk niet veel anders.

4 Stedenstuiterbal

Noem een stad. Het kind dat de beurt krijgt, moet de bal laten stuiteren op deze plaats. Ondertussen zoeken andere kinderen een plek op de kaart bij een andere plaats. Daarna krijgt degene die de bal liet stuiteren, de mogelijkheid om een andere speler af te gooien vanaf de plaats waar de bal stuiterde. Daarbij moet de plaats van de af te gooien speler genoemd worden. Wie af is, moet dan de bal laten stuiteren.

5 Zoek een zitplaats

De spelers zitten op een zelf uitgekozen plaats op de kaart van Nederland. Van tevoren is (bv. met stoepkrijt) aangegeven welke plaatsen meedoen in het spel. Een speler loopt rond en tikt diverse andere spelers aan die op de kaart van Nederland zitten. De aangetikte spelers staan op en lopen achter de tikker aan. Op het teken van de spelleider zoekt iedereen een zitplaats. Iedereen die een plaats gevonden heeft, moet de naam ervan roepen. De laatste speler die overblijft, is de nieuwe tikker. Wie lukt het om geen tikker te worden?

6 Tikspel met veilige tikplaatsen

De tikker moet spelers tikken, die vervolgens weer aan de beurt zijn om te tikken. Maar wanneer een speler op een stip op de kaart gaat staan en de naam van het betreffende topografische item correct noemt, mag hij even niet getikt worden, bv. gedurende 5 seconden. Of de tikker moet eerst verder weg zijn (bv. 5 meter).

7 Tikspel drie (twee) is te veel

De spelers staan in tweetallen bij een plaats. Eén speler is de tikker. Op een teken van de spelleider moet een speler van elk tweetal weglopen. Die kan dan door de tikker getikt worden. De speler kan zich vrijstellen door tussen een ander tweetal te gaan staan. Daarbij moet de plaatsnaam genoemd worden. Een speler van dat tweetal moet nu weglopen en kan getikt worden.

8 Overgooien naar steden met de bal

Ieder kind gaat op een (hoofd)stad staan. Amsterdam gooit bv. als eerste de bal en werpt hem naar Leeuwarden. Dit kind roept “Leeuwarden”. Als alle deelnemers een keer zijn geweest, begint het spel: de speler gooit de bal naar een ander en roept nu de plaats waar hij naartoe gooit. Als het spel loopt, kunt u kijken of er extra ballen bij kunnen om het spel ingewikkelder te maken.
Spreek met de kinderen af wanneer ze een punt verdienen en/of wanneer ze af zijn.

9 Steden-inhaalbal

De kinderen staan zo op een plaats op de kaart, dat ze min of meer een kring vormen. Er zijn twee teams; de teamleden staan om en om in de kring. Er zijn twee ballen in het spel. De bal wordt met de klok mee gespeeld. De bedoeling is dat de bal naar de volgende speler van het team wordt gespeeld. De speler die de bal gooit, moet de plaatsnaam roepen waar hij naartoe gooit.
Als de bal van het ene team de bal van het andere team heeft ingehaald, wordt er van plaats gewisseld.

10 Steden-lijnenspel

De kinderen trekken met stoepkrijt lijnen tussen de plaatsen. Daarmee gaan ze een loopspel bedenken. Bv. door elkaar heen lopen, waarbij je niet over dezelfde lijn mag lopen en niet over dezelfde plaats. Tijdens het spel kunnen nieuwe regels bedacht worden.

11 Steden-loopspel

De groep geeft aan iemand opdrachten, bv.: “Rol de bal naar Groningen.” Als de speler op Groningen is aangekomen, krijgt hij een volgende opdracht, bv.: “Rol de bal naar Den Helder.” Zo gauw er een fout gemaakt wordt met de plaatsnamen, mag iemand anders.

12 Stedennaam/fotoquiz

Maak op de printer afdrukken van de plaatsnamen, rivieren enz, of van foto’s met bezienswaardigheden uit de plaatsen. Verdeel de kinderen in bv. twee groepjes. Wie het papier op de juiste plaats op de kaart weet te leggen, krijgt een punt voor zijn groepje.

De kaart maken

Om de kaart op het schoolplein te maken is eerst een schematisch kaartje van Nederland op ruitjespapier getekend. Vervolgens is dit patroon met krijt op de stoeptegels van Nederland aangebracht. Daarna is een foto van deze kaart (vanaf het dak) beoordeeld op kenmerkende vormen. Waar nodig is vervolgens de vorm aangepast om tegemoet te komen aan het typische kaartbeeld van Nederland. Maar het kan niet te gedetailleerd, want het blijft een schematische kaart.

200910kaartplakken-1

Het materiaal voor de slijtvaste lijnen is op maat gesneden en met een primer op de tegels aangebracht met een flinke brander. Dat is een precies werkje, want alles moet mooi op elkaar aansluiten en er mag niet te veel in de voegen van de tegels komen. Daarna zijn de steden aangebracht met speciale markeerverf. Al met al een werkje waar in totaal 30 mensuren in zitten. Even flink doorwerken dus. Maar het was bovenal een leuke beleving om zo’n kaart te zien groeien en klaar te maken voor de kinderen.
200910kaartplakken-2

Reacties

Ida Post-Hoogland: “Bij deze een aanvulling op het leuke artikel over topografie. Het roept bij mij veel herinneringen op aan mijn lagere schooltijd, 45 jaar geleden. Naast het leren van de rijtjes hadden wij een merkjesschrift. We knipten thuis van alle verpakkingen van levensmiddelen de plaats waar het desbetreffende product werd gemaakt. Zo weet ik nu nog dat Van der Meulenbeschuit in Hallem (Friesland ) wordt gemaakt, maïzena in Foxhol (Groningen), enz. We plakten de merkjes per provincie in een schrift. Wisten we niet waar de desbetreffende plaats lag, dan moesten we het opzoeken. Het was een levendige ruilhandel en een leuk einde van de vrijdagmiddag. Misschien een idee om weer te doen?”