Het artikel in het Praxisbulletin behandelt enkele basisprincipes van het poppenkast spelen. Voor sommigen van u betekent dit: nieuwe inzichten en mogelijkheden. En voor anderen: een nostalgische opfriscursus.
Poppenkast kan als doel worden ingezet. Het doel is dan: het spelen van een leuke voorstelling. Maar het is ook een prachtig middel, bv. bij de introductie van nieuwe leerstof of bij het behandelen van thema’s.
Waar moet de poppenkastspeler aan denken bij de voorbereidingen en tijdens het spelen? En wanneer kunt u de poppenkast inzetten in de klas? Over deze (en vele andere) vragen gaat het bladartikel.
In deze internetuitbreiding vindt u de eerste aflevering van een maandelijkse bijdrage over de poppenkast als doel en middel in het onderwijs.

Jan Klaassen moet betalen

Doelstelling

De kinderen leren verschillende euromunten beter uit elkaar houden.

Poppen

– Jan Klaassen
– Katrijn
– kruidenier (of winkelier)

Benodigheden

– Verschillende euromunten. U kunt hiervoor afbeeldingen van de munten vergroten, in kleur afdrukken, lamineren. Als u klittenband op de achterkant van de munten plakt, wordt het gemakkelijk voor de poppen om de munten vast te houden en de kinderen kunnen de uitvergrote munten beter zien.
– Een bakblik (bv. van een speelfornuisje).
– Een boodschappentas of mandje.
– Enkele kleine verpakkingen van boodschappen of plastic kruidenierswaren, zoals te vinden zijn bij speelgoedwinkels.

Situatie

Katrijn vraagt aan Jan Klaassen of hij voor haar een boodschapje wil doen. Het wordt duidelijk dat Jan Klaassen niet met geld kan omgaan. Dat komt omdat hij de munten niet goed kent. Hij heeft uiteindelijk de hulp van de kinderen nodig om de boodschapjes te kunnen afrekenen.

Beginsituatie

In de klas moeten de afzonderlijke munten al eens zijn behandeld.

Scènes

Scène 1

(Katrijn is bezig met bakken. Ze loopt op en neer met een bakblik. Ze neuriet, terwijl ze duidelijk op zoek is naar iets. Ineens staat ze stil.)
Katrijn: “Tjeetje! Wat vervelend! Ik zie nu dat ik te weinig bloem heb. En ik heb ook een ei te weinig. En de jam is op…. Wat nu?”
(Jan Klaassen komt op.)
Jan: “Hallo, Katrijn! Mmm! Wat ben je aan het maken?”
Katrijn: “Niet zo veel, Jan. Ik heb geen meel meer, en geen jam, en geen boter. Ik wilde je verwennen met een lekkere cake, maar het gaat niet!”
Jan: “Hè, wat jammer. Ik heb net zo’n zin in een lekkere cake. Wacht eens… zal ik voor je naar de winkel gaan, Katrijn?”
Katrijn: “Dat zou fijn zijn, Jan. Dan geef ik je meteen geld mee en een tas en dan kan ik ondertussen alles in de keuken klaarzetten.”
(Jan krijgt een boodschappentas en een portemonnee met munten. Katrijn zwaait hem uit. Daarna loopt ze weg. De poppenkast is even leeg.)

Scène 2:

(Jan Klaassen komt op. Hij loopt naar de winkel. Hij ziet de kinderen in de zaal.)
Jan: “Hallo kinderen! Ik heb nu geen tijd voor jullie, hoor! Ik moet naar de winkel. Ik heb heel veel geld van Katrijn gekregen en daar moet ik nu boodschappen mee doen. Dag, hoor!”
(Van de zijkant komt de kruidenier op.)
kruidenier: “Goedemorgen, Jan! Hoe gaat het?”
Jan: “Goedemorgen, kruidenier. Alles gaat goed. Ik kom wat bij je kopen. Katrijn gaat een lekkere cake maken!
kruidenier: “Nou, Jan. Dat lijkt me lekker. Vertel eens, wat heb je nodig?”
Jan: “Een doosje eieren.”
(De kruidenier pakt achter de coulissen een doosje eieren.)
kruidenier: “Dat is dan twintig eurocent, Jan.”
(Jan pakt zijn portemonnee en zoekt naar geld. Het is duidelijk dat hij het moeilijk vindt.)
Jan: “Ogenblikje, kruidenier. Ik moet even zoeken…”
(Jan loopt naar de zijkant van het toneel en zoekt contact met de kinderen.)
Jan: (fluisterend) “Kinderen… kinderen… is dit twintig cent?”
(Jan houdt een andere munt omhoog, bv. 5 of 10 cent. De kinderen zullen ongetwijfeld reageren door heel hard “Nee!” te roepen.)
Jan: “Wie kan me eventjes helpen? Wie kan twintig cent vinden in mijn portemonnee?”
(Jan wijst een van de kinderen aan om te helpen zoeken. Jan bedankt het kind dat hem heeft geholpen, geeft de 20-centmunt aan de kruidenier en stopt de eieren in zijn tas. Dit kan ook buiten het zicht van de kinderen gebeuren. Leg in dat geval de eieren achter de coulissen en laat Jan iets zeggen als:)
Jan: “Even de eieren voorzichtig in mijn tas doen.”
Jan: “Kruidenier, ik ben nog iets vergeten. Ik moet ook een kilo bloem hebben.”
kruidenier: “Alsjeblieft. Dat is dan tien cent, Jan.”
(Ook die munt kan Jan niet herkennen. Hij heeft hulp nodig van een kind. Dit kunt u natuurlijk zo vaak herhalen als u wilt. Voor de gevorderde kinderen kunt u samengevoegde bedragen gebruiken, bv. een pakje boter voor 45 cent; welke munten kunnen we daarvoor gebruiken?)

Scène 3:

(We zien Katrijn druk bezig in haar keuken. Jan komt op.)
Katrijn: “Jan! Wat fijn. Is het gelukt?”
Jan: “Ja, hoor. Makkie! Ik heb alles gekocht en ik heb nog wat geld over, Katrijn.”
Katrijn: “Geweldig! Dan zal ik eens gauw een lekkere cake voor je gaan bakken. Dat heb je wel verdiend, Jan!”
Jan: “Lekker, Katrijn. Ik ga ondertussen even televisiekijken. Roep je als de cake klaar is?”
(Jan loopt af, maar steekt zijn hoofd even om de hoek.)
Jan: (fluisterend tegen de kinderen) “Dank jullie wel voor de hulp. Enne… niks tegen Katrijn zeggen, hoor kinderen! Gaan jullie de volgende keer weer mee, als ik boodschappen ga doen?”

Tips

Zorg dat de kinderen de munten goed kunnen pakken en laten zien aan hun klasgenootjes. Misschien kunt u op een (prik)bord aan de zijkant van de poppenkast de munten hangen die het kind heeft uitgekozen.

Het is misschien wat lastig om Jan Klaassen de boodschappen echt in een tas te laten stoppen. Als u een plank of een tafel achter de poppenkast hebt, kunt u de boodschappen daar ook op neerleggen. Het hoeft er niet heel realistisch uit te zien, omdat de aandacht toch het meest naar de munten zal uitgaan. Als u met uw handen zichtbaar Jan Klaassen moet helpen, trek dan een zwarte handschoen aan. Uw hand is dan in feite een “onzichtbare” toneelmeester.

Het woord “kruidenier” is wat ouderwets. Het is natuurlijk leuk als kinderen dit woord leren kennen, maar u kunt de kruidenier ook vervangen door een winkelbediende.

U moet op zoek gaan naar een vrij neutrale pop die de kruidenier kan zijn. Het is de moeite waard om meer “neutrale” poppen te hebben, die u zelf een rol kunt geven. Als kruidenier kunt u de pop een schort aangeven, maar als u hem in een ander poppenkaststukje wilt gebruiken als prins, doet u hem een mantel om.
Er zijn (internet)winkels die prachtige poppen verkopen die u op deze manier kunt inzetten. Educatieve speelgoedwinkels die veel houten speelgoed verkopen, hebben vaak mooie, ambachtelijke poppen. U kunt ook eens snuffelen op Marktplaats en Ebay, waar af en toe mooie poppen worden aangeboden.

Literatuur over poppenkast

– Jacques Vriens & Francine Oomen, Allemaal Poppenkast (uitg. Van Holkema & Warendorf, 1998). ISBN 9026990855.
(Poppenkastverhalen als voorleesverhaal en in een spelschema.)
– Mariken Jongman, Alle poppen dansen, verhaaltjes voor de poppenkast (uitg. Holland, 2003). ISBN 902510911.
(Poppenkastverhalen, uitgewerkt als toneeltekst.)
– Mini Poppenkast (uitg. Libre, 2009). ISBN 9789079758067.
(Dit boek kan als tafelpoppenkast dienen. Er zitten vijftig vingerpoppetjes in het boek.)

Af en toe nog tweedehands te verkrijgen

– Hans Andreus, Hademar de Straatzanger (uitg. Fontein, 1983). ISBN 9026112807.
(Poppenkastverhalen met in de hoofdrol Hademar de straatzanger. Uitgeschreven als toneeltekst.)
– Paul Postma, Jan Klaassen en de circusaap (uitg. Cantecleer). ISBN 9021305054.
(Een mapje met enkele poppenkastverhalen, uitgeschreven als toneeltekst)

Links

Enkele websites met suggesties voor poppenkastverhalen, het maken van poppen, of verwijzingen naar poppentheaters zijn:

Poppenkast.verzamelgids
– de rubriek Poppenkast van Juf2juf.info
– de pagina Poppenkast van Community 1-2 bij De digitale school (voor wie lid is van digischool.kennisnet.nl)