Kinderen leren na het lezen van teksten de woorden in beelden te vertalen. Ze zullen merken dat dat bij sommige teksten makkelijker gaat dan bij andere.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Video

Filmpje NZ Book Council – Going West:

Vier teksten

Tekst 1

Dans l’eau bleueun, deux, trois
vite mirons-nousah,
que l’eau est belle!
Dans l’eau bleueun, deux, trois
amirette -rette -rette
long si roit.
Glou gloubaignons-nous
flique floque
sac la potte.
Glou glou
tout doux
l’eau fait froid
sur les cailloux.

(bron: kinderliedjes.overtuin.net)

Tekst 2

Dat DNB met hogere groeicijfers zou komen, lag voor de hand. Eerder liet de Oeso zich al positief uit over de economische ontwikkeling in Nederland en ook de grootbanken ABN Amro en ING schroefden de verwachtingen over groei op. Het leidt er volgens de centrale bank toe dat de economie dit jaar met twee procent groeit.

(bron: Trouw)

Tekst 3

Met een harde knal gaat achter Toms bank de schuifdeur van zijn wagon open. Tom kijkt over zijn schouder om te zien wie er binnen komt. Struikelend valt er een zurig stinkende vent Toms treinstel in. Zijn jas heeft een bruinige kleur, vol vlekken en vegen. Vette slierten haar hangen in zijn nek. In zijn hand een halflege wijnfles. Hij krabbelt op en ploft op de bank tegenover Tom. Nu durft Tom zich niet meer te bewegen.

‘Wat een griezel! Wat moet hij hier? In mijn treinstel. Net nu er niemand anders zit. Zal ik de conducteur roepen?’ denkt Tom. ‘Zou die me kunnen horen? Het is maar een korte trein. Op zondagochtend willen er zeker niet veel mensen van Haren naar Assen. Waarom leek het me nou zo geweldig om alleen met de trein te reizen? Het is helemaal niet leuk, het is… het is doodeng.’

(tekst: Fabien van der Ham)

Tekst 4

‘Wat is er toch met je?’
‘Niks.’
‘Je wil altijd buiten spelen, zelfs als het stormt of hagelt.’
‘Er is niks!’
‘Je kunt het me best vertellen hoor. Misschien kan ik je helpen?’ Zachtjes aait mama over Pips rug.
‘Ik ben bang voor het kusjesmonster,’ klinkt het onder de kussens vandaan.
‘Het kusjesmonster?’Pip komt overeind. Met een plof valt een kussen op de grond. Snikkend vertelt ze dat het kusjesmonster op het plein woont. In een hol onder de wortels van de grote boom. Altijd als ze op het pleintje is, komt hij tevoorschijn. Kwijlend en stinkend. Groen en slijmerig. Met puisten en stekelige haren.
‘Kus, kus,’ gromt hij steeds. Wegrennen helpt niet want het kusjesmonster is snel. En sterk. Hij grijpt haar altijd zo stevig vast dat het pijn doet. Als hij haar een kusje geeft, moet ze bijna spugen. Zo vies vindt ze dat. ‘Nooit, nooit ga ik meer naar het kusjesmonster toe.’

(tekst: Fabien van der Ham)