Het artikel in het Praxisbulletin geeft een handleiding voor het maken van een toneelstuk in het kader van dierendag. In het toneelstuk verricht een klas goed werk voor een bejaardentehuis voor dieren. Daarbij kunnen ze een wethouder die plannen had voor een snelweg, dwarsbomen. Een vrolijk toneelstuk, waaraan u gemakkelijk een échte inzameling voor een goed dierendagdoel kunt koppelen!
In deze internetuitbreiding staat beschreven hoe u het toneelstuk kunt uitbreiden en hoe u het kunt aanpassen voor een “eigen” dierendoel.

Uitbreiding van het toneelstuk

Op enkele plekken binnen het basistoneelstuk kunt u een extra scène toevoegen. Dat kan handig zijn, als er in uw klas meer kinderen zijn die een grote rol aankunnen, of als u het toneelstuk aan ouders wilt presenteren en het stuk dus wat meer “body” wilt geven.

Scène 3b

Na scène 3 kunt u wethouder Zuurbes laten opkomen, samen met een aannemer. De aannemer heeft een overal aan, een helm op en een gordel met vakjes om zijn middel. In die gordel hangt een hamer en wat ander gereedschap. Hij heeft in zijn handen een geelkleurig apparaat waar hij doorheen kan kijken (eenvoudig zelf te maken van een kartonnen doosje en gele verf of geel plakplastic).
Wethouder Zuurbes wacht gespannen terwijl de aannemer met grote passen heen en weer loopt en door zijn apparaat tuurt. Af en toe maakt de aannemer wat aantekeningen in een notitieblokje, dat ook aan zijn gordel hangt.
“En?” vraagt Zuurbes ongeduldig.
“Ogenblikje, meneer Zuurbes. Dit zijn dingen die we nauwkeurig moeten nameten.”
“Maar natuurlijk.”
“We kunnen ons geen fouten permitteren, meneer Zuurbes.”
“Nee, nee, natuurlijk niet.”
De aannemer loopt nog een paar keer op en neer, meet iets na, zucht, rekent iets na in zijn notitieblokje en kijkt op.
“Goed… meneer Zuurbes…”
“Ja….?”
“U kunt in ieder geval een tweebaansweg hier laten aanleggen. Voor een vierbaansweg is het wat te krap. Maar… u kunt natuurlijk overwegen om een fly-over erbij te nemen.”
“Een fly-over?”
“Ja… zo’n weg die boven een andere weg zweeft als het ware. Zodat u een echt knooppunt krijgt. U kunt van hier… tot hier… een fly-over laten aanleggen.” (De aannemer loopt met grote passen van een kant van het toneel naar de andere kant om uit te leggen wat hij bedoelt.)
“Dan loopt van hier… naar daar… de gewone tweebaansweg. Snapt u wel? De auto’s kunnen dan meer kanten op. Ze kunnen van noord naar zuid, van oost naar west.”
De wethouder knikt tevreden. “Dus dan wordt Groezeldam echt een knooppunt, zegt u?”
“Precies!” De aannemer rekent nog wat in zijn boekje uit, schrijft wat op en laat het lezen aan de wethouder.
“Als we toch bezig gaan, is zo’n fly-over niet veel duurder. U moet rekenen op ongeveer dit bedrag…”
De wethouder leest en slikt.
“Uhm… dat valt me toch wat tegen om eerlijk te zijn.”
De aannemer grinnikt en slaat de wethouder joviaal op de schouders.
“Nou ja … meneer Zuurbes… het is maar een eerste berekening. U weet… met ons valt altijd over de prijs te praten.”
Zuurbes hoort dit duidelijk graag.“Goed… ik zal er over nadenken en dan bel ik u.”
De aannemer klapt zijn boekje dicht en geeft de wethouder een hand.“Prima. Maar denk erom… niet te lang wachten. Vroesdijk, even verderop, denkt ook na over een snelweg. Als zij het eerst een knooppunt bestellen, dan zal de provincie geen toestemming meer geven voor knooppunt Groezeldam. U moet er snel bij wezen. Wie het eerst komt, het eerst maalt!”
De aannemer loopt weg. De wethouder kijkt hem na en loopt daarna nog eens na waar de fly-over zou moeten komen.
“Een fly-over. Dat klinkt goed. We moeten natuurlijk koste wat het kost voorkomen dat Vroesdijk een knooppunt krijgt… ik moet snel geld regelen. Veel geld!”
De wethouder loopt ook af.

Scène 8 en meer

Er klinkt een vrolijk muziekje. Een kind loopt langs met een bordje waarop staat: “Een jaar later”.
Achter hem aan komen allemaal kinderen met kleine tentjes op. Ze zetten de tentjes neer en rollen een handdoek uit of zetten een stoeltje neer voor hun tent.

(Deze “camping” kunt u ook van tevoren op een andere plek opzetten, bv. achter het publiek of aan de zijkant. Het publiek moet dan naar het nieuwe decor toe draaien. Gebruik hiervoor kleine tentjes die ook zonder haringen blijven staan. Veel lichtgewicht tentjes hebben tunnels waar snel flexibele stokken doorheen kunnen worden geschoven. U kunt ook een paar strandtentjes gebruiken die wel eens in speelgoedwinkels te koop zijn. Het gaat slechts om het toneelbeeld; de tentjes hoeven niet stevig te staan.)

Op de camping kunt u meerdere scènes laten spelen. Enkele voorbeelden:

– Wethouder Zuurbes was verschrikkelijk kwaad dat er nu een camping staat in Groezeldam. Maar nu er eenmaal een camping staat, besluit hij er het beste van te maken. Hij nodigt steeds journalisten uit, die hem mogen interviewen op de camping. We zien hem nu eens met een fotograaf en een journalist, dan weer met een cameraploeg tussen de tenten doorlopen.
– Hij zegt dingen als: “Natuurlijk is dit een van mijn betere ideeën. Een camping voor dierenliefhebbers. Iedereen die hier kampeert, helpt met het verzorgen van de dieren. Ik kreeg het idee toen ik doorkreeg dat de dieren het echt moeilijk hadden.”
– Of: “De burgemeester heeft mij gesmeekt om een oplossing te verzinnen voor deze arme dieren. Hij had zelf natuurlijk geen idee! Ik hoefde slechts even na te denken en kwam op het idee van deze camping!”
– Uiteindelijk hebben de bezoekers van de camping genoeg van alle cameraploegen en de onzin die de wethouder uitkraamt. Mijnheer Vleugel stuurt hem weg en vraagt de journalisten of ze later willen terugkomen, maar dan allemaal tegelijk, zodat de campinggasten en de dieren niet te veel worden lastiggevallen.

– Een van de oude katten is ontsnapt. Alle campinggasten worden ingeschakeld om het dier terug te vinden. Iedereen maakt zich zorgen. De camping en Groezeldam zijn in rep en roer. Uiteindelijk wordt de kat teruggevonden. Hij lag in een van de tentjes lekker te slapen, onder een slaapzak.

– Een deftige dame komt op de camping. Ze zet haar tentje op en legt haar boodschappen neer. Ze wil een lekkere lunch gaan maken. Spek en eieren en lekker brood. Terwijl ze zich even omdraait, komt een van de katten langs, die een plak spek meeneemt. Even later wandelt een hond langs, die het lekkere brood in zijn bek pakt en wegloopt. De deftige dame ontdekt al snel dat haar tafeltje bijna leeg is. Ze gaat op hoge poten klagen bij Meneer Vleugel. Tot haar stomme verbazing begint Meneer Vleugel hard te lachen. Hij legt uit dat het een dierencamping is en dat sommige oude dieren niet meer weten dat iets lekkers van de tafel stelen niet mag!
– De deftige mevrouw krijgt brokjes mee om uit te delen aan de dieren.
(De hond en de kat worden gespeeld door kinderen in bruine of zwarte kleding met een geschminkt gezicht of een masker.)

Oefenen van de personages

Wethouder Zuurbes moet goed schakelen. Het ene moment is hij erg verwaand en doet hij tegenover anderen alsof hij erg belangrijk en streng is. Het volgende moment is hij erg onderdanig, bv. als de burgemeester met hem praat. Het verschil moet voor het publiek erg duidelijk zijn. Laat de speler oefenen hoe zijn stem klinkt als hij onderdanig is tegenover de burgemeester (zacht, wat hakkelend, bescheiden). Tegenover Meneer Vleugel klinkt hij daarentegen hard, heel erg duidelijk en afgemeten.

Meneer Vleugel moet iets aandoenlijks hebben. Hij zet zich met hart en ziel in voor de dieren, maar kan niet op tegen de hardvochtige wethouder. Hij is duidelijk dankbaar als de kinderen hem helpen. Deze speler moet dus laten zien dat hij kwetsbaar is. In zijn stem moet iets van paniek doorklinken, als de wethouder geld wil zien dat hij niet heeft.

Laat de de wethouder de tekst eerst “gewoon” zeggen, met de eigen normale stem. Vraag daarna om hetzelfde te zeggen, maar dan op een manier alsof hij een beetje bang (onderdanig) is. Vervolgens de tekst nog een keer laten zeggen, maar dan op een bazige en harde toon.

Meneer Vleugel moet proberen om “warm” te klinken. Dat is een abstract begrip en misschien moeilijk om uit te leggen. De stem is zacht, maar duidelijk verstaanbaar. Om een warm geluid te produceren moet de speler zijn eigen geluid voelen resoneren in de borstkas. Veel leerlingen zullen niet precies snappen wat u bedoelt met deze aanwijzing, maar de meeste kinderen doen een klank redelijk goed na als ze hem een paar keer hebben gehoord. U kunt het best zelf voordoen wat u bedoelt, en vragen of het verschil duidelijk is.

De manier van lopen laat ook het verschil tussen de personages duidelijk zien. De wethouder loopt met korte, afgemeten, scherpe stapjes. Als hij een hoek omgaat, zal hij dat op een vierkante manier doen. Hij draait zijn lichaam een kwart en stapt weer door.

De burgemeester loopt met ontspannen, grote stappen. Hij is duidelijk een leider met een natuurlijk gezag. Een rustige, maar duidelijke tred.

Meneer Vleugel ziet er ook in zijn manier van lopen kwetsbaar uit. Zijn schouders hangen en hij twijfelt een beetje als hij van richting verandert.

Kinderen vinden het interessant om zelf uit te proberen welke manier van lopen het best bij hun personage past. U kunt de hele groep (eventueel verdeeld in kleinere groepjes) mee laten zoeken en laten beslissen wat het best werkt.

Het kost overigens wel wat concentratie en oefening om een loopje en een manier van praten tijdens het toneelstuk vol te houden. U zult daar tijdens het oefenen van de scènes aandacht aan moeten besteden, maar het mag niet het spel letterlijk bederven. U zult moeten inschatten of een speler in staat is om dit tijdens het spel vol te houden, ook als er publiek bij is. Als het niet lukt, is het niet erg.

Aankleding personages

De burgemeester moet een ambtsketen om hebben. Van aluminiumfolie en paperclips kunt u met de groep schakels maken voor de ketting.
Verder is een zwarte, hoge hoed en een zwart, driedelig kostuum prachtig voor de burgemeester.

Wethouder Zuurbes is erg precies op zijn kleding. U zou de speler kunnen vragen om regelmatig, tijdens de scènes met wat spuug zijn schoenen te laten opwrijven.
Hij draagt waarschijnlijk een pak met een das. Hij klopt ook regelmatig onzichtbare stofjes van zijn schouders. Als de burgemeester met hem praat, trekt hij steeds nerveus zijn das recht.

Meneer Vleugel heeft een ribbroek aan en comfortabele instapschoenen of klompen. Hij draagt een warme, gebreide sjaal om zijn nek en een winterjas met stukken op de ellebogen. Zijn haar ziet er warrig uit.

Juf Karin heeft een rok aan die iets over de knieën valt, met een bijpassende coltrui. Ze draagt schoenen met hakjes en heeft het haar opgestoken.
Ze glimlacht veel en houdt van roze lippenstift.

Maarten en zijn klasgenoten zien er sportief en stoer uit. Veel kinderen dragen spijkerbroeken met daarboven een stoere trui.

Een goed dierendoel

In het toneelstuk hebben we een dierendoel verzonnen. U kunt wellicht een bestaand dierendoel gebruiken in uw versie en aan het eind ervan een collecte houden voor dat doel. U moet dan het uithangbord en eventueel de plaatsnaam in het toneelstuk veranderen, om duidelijk te maken over welk dierendoel het gaat in uw stuk.

Misschien is er in uw gemeente wel een echt bejaardentehuis voor dieren. Dit zijn een soort pensions waar oude dieren worden opgevangen, of waar dieren van oude mensen worden opgevangen. De bejaarde eigenaren van de dieren kunnen niet meer voor hun eigen huisdier zorgen, maar op deze manier nog wel bij hun eigen huisdier op bezoek.
In veel gemeenten zijn instanties voor dieren en milieu bezig, die minder belangstelling krijgen in de media, maar zeker steun kunnen gebruiken.
Denk bv. aan de vogelopvang, de egelopvang, de schildpaddenopvang en de lokale dierenambulance. Ook kunt u aan een kinderboerderij in de buurt vragen of ze geld nodig hebben voor iets speciaals. Sommige kinderboerderijen vinden het een goed idee, als een school een van hun dieren “adopteert”. De zeehondencrèche in Pieterburen biedt ook die mogelijkheid, net als sommige andere stichtingen. Op de verschillende websites kunt u daar meer over lezen.

Veel stichtingen en organisaties hebben interessant materiaal beschikbaar waarmee de kinderen werkstukken of spreekbeurten kunnen voorbereiden, en lesbrieven voor leerkrachten. Hieronder vindt u enkele suggesties met links, maar een goed doel in uw eigen regio is misschien aantrekkelijker, omdat een uitstapje ernaartoe dan wat makkelijker te realiseren is.

Stichting Schildpaddencentrum Nederland
Egelopvang Zoetermeer
Stichting Egelopvang Den Haag
Stichting Egelbescherming Nederland
Padden.nu
Zeehondencreche Lenie ‘t Hart
Stichting Vogelopvang Utrecht
Vogelopvang de Strandloper
Vogelhospitaal – Stichting Vogelopvangcentrum Midden-Nederland
Stichting Knaagdierenopvang Het Knagertje
Konijnenopvang Rijnmond
Dierenbescherming
Stichting AAP