Het Praxisbulletin-artikel neemt u mee op een beweeglijke reis, waarin het creatieve vermogen en de speelse geest van u en de kinderen wordt aangesproken. Improviseren kun je leren! Dat is wat de auteur – via de dansimprovisatie-workshop in dit artikel – u als leerkracht en de kinderen van uw groep wil aanreiken.
In deze internetuitbreiding vindt u een theoretische verdieping bij het artikel.

Theoretische verdieping

Opvoeden is een kunst!

Opvoeden als beroep is niet alleen uitdagend en steeds in ontwikkeling, maar vraagt ook om een grote creativiteit van opvoeders en leerkrachten.
Kunst (creatief bezig zijn) en opvoeden hebben veel meer raakvlakken dan u misschien denkt! Ik wil hier vooral aandacht besteden aan het gegeven dat beide in grote lijnen bestaan/ontstaan uit improvisatie.
Grote kunstenaars houden zich meestal niet vast aan regeltjes en strakke regimes. Ze bewandelen vaker de weg van het loslaten en afwijken van deze doorsnee-aanpak. Het loslaten hiervan en het meestromen met je gevoel van het moment noemt men ook wel improviseren.
Ook in een alledaagse opvoedingssituatie komt improvisatie vaak voor. Een voorbeeld in de klas: iemand laat zijn beker met drinken op de grond vallen, terwijl u net twee ruziënde kinderen uit elkaar haalt. Wat doet u? Hier is geen kant-en-klaar handboek met de juiste aanpak voor te vinden. Het moment dwingt u om te handelen naar wat uw gevoel als juist ervaart.
Improviseren vergt een bepaalde openheid en vrijheid in een mens. Hoe groter de vrijheid en het vertrouwen in uw geest, hoe effectiever het resultaat van de improvisatie op het moment zal zijn! Improvisatie in een opvoedingssituatie kan dan heel mooie, verrassende en vernieuwende dingen opleveren voor zowel opvoeder als kind! En het leuke hiervan is, dat je dit loslaten, je gevoel volgen, meestromen en inspringen op het moment kunt leren. “Improviseren kun je leren,” dat is wat ik u en de kinderen via de workshop in het Praxisbulletin en deze theoretische verdieping wil aanreiken.
Allereerst bied ik u een algemeen stukje theorie over lichaamsgericht werken, waarna ik dieper inga op het begrip dansimprovisatie. Hierop volgt een uitleg over het effect van dansimprovisatie op kinderen en hoe u die als leerkracht kunt aanreiken aan de kinderen in de klas.

Veel improvizier!

Dansimprovisatie

Het leven is altijd in beweging; de natuur, dieren, mensen en onze omgeving zijn constant onder invloed van verandering en in beweging. Dans en bewegingsimprovisatie spelen hier goed op in door kinderen hun natuurlijke impulsen, lichamelijke bewegingen en eigen initiatieven te laten onderzoeken en exploreren. Improvisatie biedt ruimte voor lichaam en geest!
Voordat ik verder uitleg geef over dansimprovisatie wil ik eerst iets vertellen over de wisselwerking van het lichaam en het bewustzijn. Dit is van belang om te begrijpen dat dans en beweging (en dan vooral het onderdeel dansimprovisatie) een grote impact hebben op het welzijn, bewustzijn en handelen van een mens.

Lichaamsgericht werken

Anders dan bij andere kunstvormen heb je voor dansen en bewegen je lichaam altijd bij je. In dans wordt het lichaam niet alleen als instrument beschouwd, maar als onderdeel van je totale persoonlijkheid. Lichaamsbewustzijn en zelfbewustzijn gaan hand en hand. Door te weten en te ervaren hoe het lichaam in elkaar zit en functioneert, ga jemeer op jezelf vertrouwen.
Het materiaal van dans is beweging. Door de constructie van het lichaam zijn de bewegingsmogelijkheden zeer uitgebreid. Je kunt bewegen met afzonderlijke delen van je lichaam, maar ook met het geheel. Daarnaast kun je met het lichaam ook op verschillende manieren voortbewegen en beweging en voortbeweging combineren.
Al dansend maak je gebruik van de ruimte om je heen. Je kunt verschillende hoogtelagen in de ruimte gebruiken, veel of weinig ruimte benutten en dichtbij of juist ver weg van anderen dansen. Via beweging kun je dus op verschillende gebieden in contact komen met jezelf, maar ook met anderen. Er zit een fysiek, een sociaal en een expressief aspect aan dans. (Over de verschillende aspecten van dans kunt u meer lezen in mijn artikel Het leven in beweging in Praxisbulletin 26-4 (december 2008). Je kunt je lichaam en jezelf (en ook de ander) beter leren kennen via beweging en de uitwisseling hiervan.

Wat is dansimprovisatie?

Dansimprovisatie is al eeuwen oud. In de danswereld houden veel verschillende stromingen zich hiermee bezig. Bij dansimprovisatie kom je vooral met jezelf in contact en leer je in te springen in het moment, je grenzen te verkennen en verleggen, en oude gewoonten en vertrouwde patronen los te laten via beweging. Zo wordt er op een lichamelijke manier ruimte gemaakt om nieuwe wegen te bewandelen. Bij dansimprovisatie hoeft niets en mag (bijna) alles. Je kunt meestromen op de energie van de muziek, je eigen impulsen van binnenuit volgen of meegaan in de beweging van iemand anders. Je leert je innerlijke impulsen waarnemen en hierop te reageren via beweging. Een soort van actie-reactie-effect. Door middel van dansimprovisatie kun je verschillende dingen leren die effect hebben op je geestelijke gesteldheid.

Doelstellingen van dansimprovisatie die raakvlakken kunnen hebben
met kinderen in een opvoedingssituatie

  • bewust je grenzen verkennen en waarderen
  • lichaam en geest samen laten komen/handelen 
  • ingaan op het moment
  • gefocust zijn
  • samen spelen
  • eigen initiatief nemen
  • eigen of gezamenlijke ruimte innemen
  • stilte ervaren
  • spelenderwijs ervaren hoe het is om te volgen of leiden
  • eigen innerlijke impulsen voelen
  • flexibel zijn tegenover jezelf en anderen
  • concentratietraining
  • reageren op impulsen van jezelf of anderen
  • luisteren naar elkaar
  • denken en handelen integreren

Contactimprovisatie

In de jaren ’70 ontstond contactimprovisatie. Hierbij gaat het vooral om het sociale aspect van dans waarin onderling contact centraal staat. Zo leer je in beweging contact te maken met elkaar via spiegelen, samen spelen en het delen van gewicht: leunen en steunen op elkaar. Er is bij contactimprovisatie geen tijd om over een beweging na te denken! Er zijn vaak geen regels waaraan je je moet houden. Wel kunnen er van tevoren afspraken worden gemaakt rondom veiligheid, of er kan gedanst worden rondom een vooraf afgesproken thema.
Bij contactimprovisatie speel je altijd in op het moment samen. Het is van belang dat je routines, programma’s en overige verwachtingen – die je kunnen beperken in de beweging – durft los te laten. Ook hier is het belangrijk dat je leert luisteren naar je gevoel en kunt samenstromen in beweging.

Dans en bewegingsimprovisatie met kinderen

Kinderen weten vaak heel goed wat ze voelen en willen. Helaas kunnen in onze huidige samenleving niet alle kinderen hier altijd even goed uitdrukking aan geven. Vaak “moeten” kinderen al zoveel op jonge leeftijd (door strakke schema’s en planningen) dat de ruimte en vrijheid die ieder mens van nature bezit, vervaagt. Het gebruik van improvisatie spreekt deze vaardigheden in kinderen, maar ook in de leerkracht weer aan.
Op school en ook vaak thuis komen kinderen in aanraking met vaste programma’s en strak geplande schema’s. Deze zorgen er enerzijds voor dat kinderen veiligheid, structuur en regelmaat ervaren. Dit zijn belangrijke aspecten in de opvoeding van een kind! Anderzijds vraagt het constant in beweging zijnde leven om meer dan dit. Verandering en beweging vraagt om flexibiliteit, creativiteit en vindingrijkheid in het moment. Kinderen zijn hier vaak sterren in! Meer nog dan volwassenen, die het al zo gewend zijn om te leven in de hectiek en planning van alle dag.
Om op te groeien tot zelfstandige, unieke individuen is het van groot belang, dat kinderen leren om te vertrouwen op hun eigen creativiteit en dat ze flexibel leren inspringen op wat het leven hun brengt. Dit noemt men improviseren.
Improviseren staat ook wel tegenover programmeren. In een perfecte opvoedingsituatie zouden beide componenten eigenlijk aanwezig moeten zijn. Dit is helaas, in het huidige onderwijssysteem, nog niet overal zo. De nadruk ligt vaak meer op het aanleren en erin stampen van vaste methodes en strikte routines dan op het loslaten van dit alles en ingaan op eigen impulsen. Terwijl het leven toch best wel vaak om deze vaardigheden kan vragen: meestromen met het moment, je gevoel volgen, initiatief nemen en je vindingrijkheid tonen en creatief zijn… improviseren!
Improvisatie staat gelijk aan het loslaten van veilige programma’s en overtuigingen. Een kant-en-klaar recept kan natuurlijk heel lekker zijn, maar op de duur wordt het ook saai en eentonig. Het is best spannend om eens iets totaal anders te koken, zonder kookboek bij de hand; als het dan lukt, is de triomf ook des te groter!
Het loslaten van vertrouwde gewoonten en oude patronen kan dus best beangstigend zijn voor sommige kinderen (en leerkrachten). Toch kan ik vanuit mijn ervaring als leerkracht en dansstudent/lerares zeggen, dat kinderen er baat bij hebben om de vrijheid en ruimte van het improviseren te ondervinden. Vertrouwen in het kind (en het vertrouwen van het kind in zichzelf) speelt hierbij de grootste rol. Vertrouwen zit alleen niet altijd in het vasthouden aan veilige routines en aangeleerde programma’s (die in eerste instantie natuurlijk wel bedoeld zijn om het alledaagse leven makkelijker te maken voor het kind en zijn omgeving). Vertrouwen is groter dan dat. Vertrouwen zit hem juist in het loslaten en meestromen, meebewegen met het leven en inspringen in het moment.
Ook kinderen die extra structuur en planning behoeven, kunnen leren improviseren. De in het bladartikel aangeboden workshop biedt ook voor hen een opening naar deze kunst van het improviseren.

Achtergrondinformatie voor de leerkracht

De leerkracht heeft een begeleidende rol tijdens de workshop. Hij introduceert de activiteiten, motiveert en spoort aan waar dat nodig is.
De leerkracht is er altijd om in te springen, bv. als het voor een kind te veel wordt en het zich onveilig voelt in de situatie of als de situatie door anderen als onveilig wordt ervaren.
Improviseren leer je geleidelijk, zoals veel dingen in het leven. Een vrije opvoeding in een omgeving waar veel ruimte is voor de behoeften van het kind, stelt het in staat om zijn impulsen gemakkelijker vorm te geven via beweging en om op te gaan in de eigen creativiteit. Een kind dat vooral leeft volgens de regels van zijn opvoeders en dat weinig ruimte krijgt voor de eigen behoeften en creativiteit, zal niet gewend zijn om in één keer zijn eigen impulsen aan te voelen en hierop te reageren. Deze vrijheid is het kind simpelweg niet gewend. Het vormgeven van deze impulsen en het erop reageren via beweging kan dan als ver weg en onveilig worden ervaren. In het ergste geval kan een kind dan helemaal dichtslaan en “bevriezen” (niet meer willen bewegen), of juist helemaal doorslaan in de beweging en een storende factor worden voor zijn omgeving. In beide gevallen is het van belang dat de leerkracht adequaat optreedt en met het kind in gesprek gaat. Het is belangrijk dat u als leerkracht de workshop en de bijbehorende informatie zorgvuldig doorneemt en bovenal vertrouwen uitstraalt naar de kinderen!

Veel succes!