Duurzame ontwikkeling raakt zowel de wereld van nu als de wereld van later en begint bij de leerlingen. Een wezenlijk onderdeel ervan is de kwaliteit van leefomgeving en sociale participatie.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Uitbreidingen

Ouderbrief

U opent de brief door op de bestandsnaam in de lijst hierboven te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens afdrukken en/of opslaan op uw computer.

Beknopte handleiding bij het verhalend ontwerp

Verhaallijn (start)

Op zolder vindt de juf/meester een stoffig, oud kastje met laatjes. Op de voorkant van dit kastje staat met grote letters:

Ik + Jij = Wij

Bij het kastje zit een brief. Op die brief staat een verhaal + spreuk. Om het kastje te openen moeten de kinderen de spreuk opzeggen. Laatje voor laatje zullen de kinderen op ontdekkingsreis gaan, waarbij zij voornamelijk zelf de activiteiten richting zullen geven. De voorwerpen in elk laatje zullen aanleiding geven voor de activiteiten en vormen zo de rode draad in het project. (Zie voor het bijbehorende verhaal het bladartikel.)

Middelen/voorwerp (laatje):

Kastje.

Organisatie:

Kring

Sleutelvragen na het vinden van het kastje

– Wie heeft het daar gezet?
– Hoe ziet degene die het kastje daar heeft neergezet, eruit?
– Waarom zou je de spreuk moeten gebruiken?
– Wat zou er in de laatjes zitten?
– Hoe oud zal het kastje zijn?

Leeractiviteiten

– Een beeld oproepen bij het kastje.
– De eerste gedachten bij het kastje uitzetten.
– Nieuwsgierigheid prikkelen.

Tip: Een tekenopdracht kan hieruit voortvloeien, bv. de persoon illustreren die dit heeft geschreven. Daarnaast kunnen ook verkleedkleren gebruikt worden met hetzelfde doel.

Wandfries

De wandfries kan hier nog niet beginnen, omdat er nog geen voorwerpen zijn vanuit het kastje.

Episode 1: Wat vind ik en wat vind jij?

Kastje/laatje openen (filosofie).

Spreuk opzeggen en bijbehorende bewegingen uitvoeren

Hallo Kastje, mogen wij even zien,
wat er in jouw laatje zit misschien?
Wij draaien drie keer in het rond,
en stampen met onze voeten op de grond.
Jij en ik zijn toch samen wij?
Laatje, ga toch open en maak ons blij!

Middelen en voorwerpen (laatje 1)

– Vraagtekenkaartje (geplastificeerd);
– kastje.

Organisatie

Kring.

Sleutelvragen

– Op het kastje staat Ik + Jij = Wij. Wat betekent dat?
– Hoe kun je iemand helpen?
– Kun je iedereen op de wereld helpen?
– Heb je elkaar nodig of kun je het ook alleen?
– Wat zou je doen als je voor één dag helemaal alleen op de wereld zou zijn?

Leeractiviteiten

– De kinderen denken na over de betekenis van de woorden samen en alleen.
– De kinderen denken verder. Ze proberen van de wereld van zijn vaste vorm te ontdoen. De kinderen filosoferen en leren dat alle kinderen verschillende antwoorden kunnen geven en dat al die antwoorden goed zijn. Omdat het eigen gedachten zijn, die niet als goed of fout zijn te definiëren.
– Kinderen stellen voortdurend vragen. Filosoferen met jonge kinderen vormt een eerste aanzet tot het ontwikkelen van een eigen mening.

Boekentip: Jij daar! door Chris Raschka (uitg. Zirkoon, Amsterdam/Ef & Ef, Beusichem, 1997). U kunt de inhoud van dit boek eventueel ook laten naspelen om het gevoel van vriendschap te benadrukken. Dat is een mooie dramavorm.

Wandfries

Het vraagtekenkaartje wordt vervolgens aan de muur bevestigd en dient als start voor de wandfries.

Episode 2: Klik!

Fotograferen.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het tweede laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 2)

– Weggooicamera/fototoestel of geplastificeerd kaartje van fototoestel;
– kastje;
– foto’s.

Organisatie

Kring.

Sleutelvragen

– Waarom maken mensen foto’s?
– Wat doe je met foto’s?
– Hoe moet je een fototoestel vasthouden?
– Hoe kun je met foto’s laten zien dat je elkaar helpt?

Leeractiviteiten

– De kinderen leren verwoorden waarvoor foto’s dienen.
– De kinderen worden uitgedaagd om met fotograferen aan de slag te gaan.
– De kinderen vormen zich een beeld van elkaar helpen.

Doel: de kinderen bedenken zelf de activiteit om daadwerkelijk foto’s te gaan maken van zichzelf hoe ze een ander helpen.

Wandfries

Gemaakte foto’s ophangen zichtbaar in de klas. Dit is de eerste activiteit, die een eerste aanzet gaat vormen op de wandfries.

Episode 3: Kan ik jou vertrouwen?

Sociaal emotionele vorming.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het derde laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 3)

– Blinddoek;
– pionnen;
– rubberen handjes/voetjes die de weg bepalen;
– stoepkrijt.

Organisatie

Een buitenparcours voor de kinderen, dat ze samen met hun maatje kunnen volgen.

Sleutelvragen

– Waarom zou er een blinddoek in het kastje zitten?
– Hoe voel je je, als je niets kunt zien?
– Wie heb je nodig, als je niets kunt zien?
– Wat zou jij doen, als je niks kunt zien?
– Wie durft een blinddoek voor zijn ogen te doen? En wie durft hem of haar dan te helpen?
– Wie durft buiten een rondje te lopen met een blinddoek voor, samen met een maatje?

Leeractiviteiten

– De kinderen leren over vertrouwen.
– De kinderen leren samenwerken.
– De kinderen leren over wat het betekent als je niets kunt zien, en proberen zich daar een voorstelling van te maken.

Wandfries

Aan de wandfries kunnen bv. een rubberen handje (van het parcours) en de blinddoek bevestigd worden.

Episode 4: Wat zie jij er hetzelfde uit!

Culturele vorming.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het vierde laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 4)

– Foto met Engelse schoolkinderen in uniforme kleding (voor in het laatje);
– uitnodiging of brief voor ouders;
– blauwe spijkerbroek/blauw T-shirt (kan uiteraard ook andere kleding zijn, maar dit zijn veel voorkomende kledingstukken/kleuren die kinderen thuis al hebben);
– een brief met de uitnodiging voor de ouders/verzorgers (zie hierboven).

Organisatie

Kring.

Sleutelvragen

– Hoe zien deze kinderen eruit?
– Waarom hebben alle kinderen op de foto hetzelfde aan?
– Hebben er mensen in Nederland ook dezelfde kleren aan? (Denk aan beroepen als brandweerman, verpleegkundige enz.)
– Hoe zou je je voelen, als je er allemaal hetzelfde zou uitzien?
– Hoe zou je het vinden om voor één dag allemaal in dezelfde kleding naar school te komen?
– Hoe onthouden we dit en hoe kunnen we dit aan onze papa’s en mama’s vragen/vertellen?

Leeractiviteiten

– De kinderen denken na over een cultuurverschil tussen Nederland en Engeland op het gebied van kleding.
– De kinderen ervaren dat hetzelfde eruitzien betekent dat je meer gaat kijken naar hoe lief, aardig of bijzonder de ander is.
– De kinderen moeten allemaal één dag in een spijkerbroek en blauw T-shirt naar school komen om zich net als de kinderen in Engeland te voelen.
– De kinderen bedenken dat er een uitnodiging of brief moet komen voor de ouders/verzorgers om hun er meer over te vertellen.

Wandfries

Een foto van alle kinderen, gemaakt op de dag dat zij in dezelfde kleding naar school komen. Of een tekening laten maken daarvan. (Bv. door een aantal kinderen uit een hogere groep.)

Episode 5: Wat ben je mooi, zo mooi!

Creatieve vorming.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het vijfde laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 5)

– Kwast met een briefje eraan waarop staat: mooi!;
– kastje met laatje;
– tekenvellen;
– materiaal waarmee de kinderen kunnen tekenen en/of schilderen.

Organisatie

Kring + tafels om aan te kunnen werken.

Sleutelvragen

– Wat is mooi zijn?
– Wat vind jij mooi aan … (naam kind)?
– Wat valt jou op?
– Waarom zit er een kwast in het laatje? Wat zouden we daarmee moeten doen?
– Hoe kun je op papier laten zien wat je mooi vindt aan … (naam kind)?
– Wat gebruik je daarbij?

Leeractiviteiten

– De kinderen mogen met zelfgekozen materiaal (krijt, potloden, stift, verf) een tekening maken van een ander.
– De kinderen leren benoemen wat ze mooi vinden aan de ander.
– De kinderen krijgen een compliment van elkaar.
– De kinderen krijgen allemaal een maatje. Ze moeten hun maatje tekenen of schilderen. Daarna overhandigen ze de tekeningen aan elkaar.

Wandfries

De (verf)tekeningen worden opgehangen op een zichtbare plek in de klas. Boven de tekeningen kunt u een kaartje bevestigen met het woordje: mooi!.

Episode 6: Ik neem je mee aan de hand

Handpoppen, toneelspel.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het zesde laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 6)

– Twee handpoppen;
– kastje met laatje;
– eventueel: verkleedkleren.

Organisatie

Achter de poppenkast of in de kring.

Verhaalvorm + sleutelvragen

De twee handpoppen vormen, zodra ze uit het laatje komen, meteen een verhaal. U neemt de poppen ter hand en het verhaal begint direct.

Handpop 1: (rekt zich uit en geeuwt uitbundig) “Tjonge, wat heb ik lekker geslapen!”
Handpop 2: (waarschuwend) “Je moet je hand voor je mond doen, als je geeuwt! Ik kan zelfs bijna zien wat je vanmorgen gegeten hebt!”
Handpop 1: (hardop lachend) “Ja, mijn boterham met pindakaas was reuze lekker.”
Handpop 2: (zuchtend) “Dat is niet beleefd.”
Handpop 1: “Wat is dat nou weer voor een gek woord: beleefd?”
Handpop 2: Nou, dat betekent dat je netjes bent. Dus bijvoorbeeld dat je je hand voor je mond doet.”
Handpop 1: “Dat vind ik onzin. Dat moet ik toch lekker zelf weten?”
Handpop 2: “In Nederland is het goed om netjes te zijn.” (kijkt vragend naar de kinderen) “Wie van jullie weet ook iets waarbij je beleefd moet zijn?”
Kinderen: (antwoorden)
Handpop 1: “Tjonge, ik wist niet dat dat zo belangrijk was in Nederland.” (kijkt vragend naar de kinderen) “Is dat overal in de hele wereld zo, denken jullie?”
Kinderen: (antwoorden)
Handpop 1: (zuchtend) “Ik vind het zo véél. Hoe kan ik dat allemaal onthouden?”
Kinderen: (antwoorden)
Handpop 2: (enthousiast) “Daar weet ik wel wat op! Lieve kinderen, als jullie nou gaan toneelspelen? Dan speel je wanneer je beleefd moet zijn. En dan kijken wij mee en daar leren wij dan weer van!”

Leeractiviteiten

– De kinderen geven spelenderwijs antwoord op de sleutelvragen die in het poppenspel verweven zitten.
– De kinderen leren nadenken hoe je beleefd kunt zijn in Nederland.
– De kinderen spelen verschillende situaties na en voelen dat er een daadwerkelijk publiek is waaraan zij iets moeten leren.

Wandfries

De poppen krijgen een mooi plekje bij de wandfries.

Episode 7: We kunnen niet zonder elkaar

Sociaal-emotionele vorming.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het zevende laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 7)

– Kastje met laatje;
– puzzels en spelletjes die de kinderen samen kunnen doen;
– kaartje met een schoen met veters;
– een liedje met de tekst (op de wijs van “Vader Jacob”):

Als jij mij helpt, als jij mij helpt,
help ik jou, help ik jou.
Zoals met veters strikken, zoals met veters strikken.
dat voelt fijn, dat voelt fijn.

Als jij mij helpt, als jij mij helpt,
help ik jou, help ik jou,
zoals een spelletje spelen, zoals een spelletje spelen,
dat voelt fijn, dat voelt fijn.

Als jij mij helpt, als jij mij helpt,
help ik jou, help ik jou,
zoals een laatje openen, zoals een laatje openen,
dat voelt fijn, dat voelt fijn.

Sleutelvragen

– Op het plaatje staat een schoen met veters. Waarom?
– Hoe voelt het om iemand te helpen?
– Waarmee kun je anderen vandaag nog meer helpen?
– Waarom kun je niet alles alleen?
– Kunnen grote mensen alles alleen?

Leeractiviteiten

– De kinderen ervaren dat volwassenen ook hulp nodig hebben.
– De kinderen voelen dat het leuk en prettig is om een ander te helpen.
– De kinderen kunnen bedenken dat je eigenlijk niet zonder elkaar kunt.
– De kinderen leren dat om hulp vragen “de gewoonste zaak van de wereld” is.

Organisatie

Aan de tafels.

Wandfries

Bij de presentatie (episode 8) kan het liedje aan de wandfries gehangen worden. Een paar kinderen kunnen het liedje zingen en uitbeelden.

Episode 8: Het overdenken waard?

Terugblik en presentatie.

Spreuk opzeggen

De kinderen zeggen de spreuk op (zie episode 1), waardoor het achtste laatje zal opengaan.

Middelen en voorwerpen (laatje 8)

– Foto van de wandfries (in laatje);
– uitnodiging kleuren;
– potloden/stiften.

Organisatie

Het is leuk om de ouders/verzorgers of kinderen/leerkrachten van andere groepen uit te nodigen in de klas waar de wandfries aanwezig is. De kinderen kunnen dan in chronologische volgorde, aan de hand van nummers op de wandfries, vertellen over alles wat ze gemaakt en beleefd hebben.
Ook zou er een “echte” koning binnen kunnen komen om de kinderen persoonlijk te bedanken.

Sleutelvragen

– Wie zou onze wandfries willen zien?
– Hoe kunnen we vertellen dat de wandfries hier staat?
– Wie durft bij de wandfries iets te vertellen?
– Wat vond je het leukst van het kastje?
– Waar ben je het meest trots op?

Leeractiviteiten

– De kinderen blikken terug op alle activiteiten en vormen zich een mening.
– De kinderen leren verwoorden waar ze trots op zijn of waar ze blij van werden.
– De kinderen denken na over het onder de aandacht brengen van de wandfries (bv. een uitnodiging tekenen en verspreiden).
– De kinderen denken na over de presentatie aan ouders/verzorgers en of de kinderen/leerkrachten van andere groepen. (Ze presenteren elk onderdeel en maken daar afspraken over.)
– De kinderen ontvangen een brief van de koning, als bedankje voor hun harde werk.