De wetgever heeft de scholen opgedragen meer te doen aan burgerschapsvorming: het onderwijs is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie. Maar hoe geef je daar in de klas gestalte aan? Het artikel in het Praxisbulletin bespreekt het gebruik van een klassenbox en een klassenkas. Hiermee krijgen leerkrachten en kinderen de beschikking over gereedschap om gestalte te geven burgerschapsvorming in de onderwijspraktijk. Op een praktische en aansprekende manier worden de kinderen medeverantwoordelijk voor de inrichting van hun leeromgeving, de onderlinge verhoudingen en tegelijkertijd ook voor de inhoud van het werk dat wordt gekozen.
In deze internetuitbreiding vindt u nadere praktische uitwerkingen en tips voor de onderbouw en de midden- en bovenbouw.

200905klassebox

Jonge kinderen en de klasse!box

In de onderbouw is de leerkracht nog hoofdrolspeler. De klasse!box is hier een vergaderbordje met daarop drie rubrieken:

Complimenten en felicitaties

De leerkracht geeft kinderen complimenten via een korte zin op een blaadje. Hij of zij schrijft de reacties op een blaadje en hangt dit met de magneten op het prikbordje: liefst met een tekening, stempel of sticker benadrukt ze felicitaties aan kinderen. Een felicitatie wordt tijdens het fruit eten of tijdens de afsluiting van een dag of dagdeel voorgelezen.

Voorstellen en vragen

Behalve complimenten kunnen er samen met de kinderen ook voorstellen en vragen worden geformuleerd. Het is aanbevelenswaardig om met jonge kinderen vooral van beide mogelijkheden gebruik te maken.

Klachten en kritiek

Natuurlijk komt het voor dat er klachten zijn, bv. over het gedrag van een groepje kinderen of over een verstoring van de rust. Kleintjes klagen bv. vaak terecht over wild gedrag van oudere kinderen op het schoolplein. Kleuters kunnen daarover via het vergaderbordje een klacht uiten. De juf helpt daarbij en vooral ook bij het vinden van oplossingen.

Voor het prikwandje bij de jonge kinderen worden drie pictogrammen gebruikt. Deze kunnen ook bij de klasse!box in de midden- en bovenbouw worden toegepast.
200905complimenten
Complimenten en felicitaties.
200905klachten
Klachten en kritiek.
200905voorstellen
Voorstellen en vragen.

De klasse!box in midden- en bovenbouw

Vanaf groep 4 of 5 krijgt de echte klasse!box een plek in de klas. De kinderen geven nu meer en meer zelf leiding aan de besprekingen, die minimaal eenmaal per week plaatsvinden. Aanvankelijk speelt de leerkracht nog een belangrijke rol. De kinderen die de vergadering mogen leiden, zitten dan nog naast of dicht bij hun juf of meester. Ze geven beurten, letten erop dat iedereen meedoet en ze houden de tijd in de gaten. De leerkracht geeft het goede voorbeeld van zinvolle interactie, helpt de voorzitter bij het geven van wisselende aandacht en beurten, doorbreekt de vaste patronen. Bij het bespreken van problemen zorgt hij of zij voor de veiligheid, vat nog eens samen en trekt conclusies.

Zo oefenen en beoefenen de kinderen democratie in het klein. Ze worden gestimuleerd om hun vragen en zorgen over hun eigen leef- en werkomgeving kenbaar te maken. Vanuit hun betrokkenheid voor hun omgeving formuleren ze voorstellen, uiten ze kritiek en delen ze pluimpjes uit. Ze merken dat er iets zinvols gedaan kan worden, dat ze serieus genomen worden en dat er van hen verwacht wordt anderen serieus te nemen. Ze ervaren dat ze de situatie kunnen beïnvloeden.

Democratie (be)oefenen kost tijd. In elk geval eenmaal per week wordt er met alle kinderen overlegd over de ingebrachte punten. Een consequentie kan zijn dat het uitvoeren van een voorstel geld gaat kosten. Om die reden is aan de klasse!box ook een klasse!kas toegevoegd.
200905klassekassymbool
Klasse!kas.

Een praktijkvoorbeeld

Juf Carla is de vaste leerkracht van de groep, maar ze is al een aantal weken afwezig vanwege zwangerschapsverlof. Twee weken geleden is de baby geboren: een jongetje van 3780 gram, Kees Jurjen. Er leefden van meet af aan ideeën voor een cadeau. Vandaag worden de voorstellen over het cadeau in de groepsvergadering besproken. Er zijn drie voorstellen: een T-shirt, letters die we zelf uitzagen en – voorgesteld door het gele tafelgroepje – een groeimeter van karton.

De kinderen in deze groep zijn gewend om samen plannetjes te bedenken en samen besluiten te nemen. Stemmen kan, maar liever wordt er gestreefd naar consensus en worden er zorgvuldige afwegingen gemaakt, waarbij argumenten pro en contra worden uitgewisseld: “Is het niet veel werk, al die letters uitzagen?” “En dan moet je ze ook nog schilderen!” “Kunnen we niet beter zo’n T-shirt laten bedrukken met een digitale foto van de hele groep? Dat is veel mooier dan eigen tekeningen met een textielviltstift.” “We kunnen er ook een kopen.”
Ook haalbaarheid speelt een rol. Deze kinderen hebben een eigen kas om hun plannen financieel te kunnen realiseren. “Zo’n print op een T-shirtje is niet duur en voor het schilderen van die letters heb je goede houtverf nodig! Dat kost best veel.”
Maar ook andere aspecten spelen mee: “Zo’n groeimeter hebben de kinderen van de middenbouw vorig jaar ook aan hun juf gegeven. Dat vind ik niet origineel!”

Als er na tien minuten nog geen besluit is genomen, vraagt de leerkracht aan de voorzitter om te proberen tot een besluit te komen. De groep is het ermee eens om te stemmen over de drie voorstellen. De leerkracht merkt op: “We gaan ze dan eerst nog wel eens goed op het bord schrijven, zodat we weten waarvoor je stemt.”
In het afsprakenboekje staat na afloop: “Theresa en Chantal gaan volgende week een T-shirtje voor Kees Jurjen kopen en dit laten bedrukken met een foto van onze groep.”

Complimenten en felicitaties

Hoe makkelijk is het om negatief te zijn! Het geven van complimenten kan juist een positieve uitwerking hebben op de sfeer en de relaties tussen kinderen. Ze leren zich te verplaatsen in de ander, voelen hoe belangrijk het is om een schouderklopje te ontvangen en te kunnen geven. Het blijft een taak van de leerkracht de kinderen te wijzen op de mogelijkheid van de complimenten. Stel gerust als vraag: “Wie heeft er vandaag iets leuks te vertellen over een ander kind uit de groep?”
Doe bv. zelf de mededeling: “Ik heb vandaag een felicitatie voor …, want die heeft mij geweldig geholpen met …”
Stimuleer de kinderen om van een felicitatie iets moois te maken: een speciaal vel papier, een bijzonder lettertype, een sticker, een geurstift, een mooie illustratie maken het compliment tot een echte felicitatie. En natuurlijk geeft de leerkracht daarbij zelf het goede voorbeeld.

De procedure bij de bespreking van een compliment kan als volgt zijn:

De voorzitter (een kind) leest de felicitatie voor aan de gefeliciteerde persoon of personen. Het is zaak dat de voorzitter dit goed heeft voorbereid.
Daarna geeft de voorzitter de beurt aan de auteur van de felicitatie. Die kan nu het compliment aanvullen en toelichten.
Het mooie briefje (de felicitatie) wordt door de voorzitter overhandigd aan het kind aan wie het is gericht. Vanzelfsprekend mag dit kind reageren.
De felicitatie wordt meegenomen naar huis om te laten lezen aan de ouders.
(Later kan aan het kind gevraagd worden hoe er thuis werd gereageerd.)
200905klasseboxgebruik
De klasse!box in gebruik.

Voorstellen en vragen

De klasse!box is een kistje, met aan de achterzijde een prikbordje, waarop afspraken en oproepen aan de hele klas bekendgemaakt kunnen worden. De klasse!box kan bevestigd worden tegen de wand van een klaslokaal. Maar het is ook mogelijk om hem los op een tafel of een kast te zetten. Tijdens groepsoverleg (begin- en eindkring van de dag, planning, klassenvergadering, werkbesprekingen, presentaties) krijgt de box een centrale plaats in de kring.

De procedure kan als volgt zijn:

1 De voorzitter heeft vooraf het voorstel gelezen en leest het tijdens de bespreking voor aan de hele groep.
2 Daarna krijgt de bedenker van het voorstel eerst de beurt om het voorstel toe te lichten.
3 Vervolgens worden de andere kinderen uitgenodigd om vragen te stellen aan de bedenker. Uiteraard mag de rest reageren op die vragen.
4 Het is voor de beginnende voorzitter vaak moeilijk om van de fase van verheldering en meningsvorming over te gaan naar het nemen van een besluit. Daarbij kan de leerkracht helpen door samen te vatten en het voorstel te herformuleren tot een besluit. Soms levert een discussie meer varianten op, waaruit dan gekozen kan worden. De leerkracht schetst deze en vat ze samen. Het is belangrijk om hier het bord of een flap bij te gebruiken, zodat de kinderen zien hoe het proces verloopt. In de bovenbouw kunnen sommige voorzitters dit al zelf doen.
5 Eventueel wordt er gestemd.
6 Er worden ook altijd afspraken gemaakt over de uitvoering: wie doet wat, wanneer en hoe?
7 Wat doet de secretaris? Die formuleert in het afsprakenschrift het voorstel en de eventuele varianten die ontstaan tijdens de discussie, en schrijft het besluit op. Ook de afspraken over de uitvoering worden in het schriftje genoteerd.
8 Ten slotte leest de secretaris voor wat er over het voorstel in het afsprakenschrift wordt geschreven.

Klachten en kritiek

Kinderen zijn het niet altijd overal mee eens. Ze hebben kritiek, niet alleen op de leerkracht, maar ook op elkaar. Niet alles wat je dwars zit, hoeft geuit te worden en niet elke klacht hoeft met de hele groep besproken te worden, maar het is goed dat kinderen leren om constructief en serieus met kritiek om te gaan, om echte klachten te uiten en samen te zoeken naar oplossingen. Daar dient de bespreking voor.
De procedure kan daarbij als volgt zijn:

1 De voorzitter leest de klacht duidelijk voor. Het is belangrijk dat de voorzitter daar vooraf ook even met de auteur over heeft gesproken. Sommige klachten zijn pas na lang aarzelen aan het papier toevertrouwd, andere klagers maken van hun hart nooit een moordkuil en zijn heel openhartig in hun kritiek. De leerkracht ondersteunt de voorzitter in het begin bij deze voorbereiding.
2 Dan krijgt de auteur van de klacht de gelegenheid zijn klacht toe te lichten.
3 Vervolgens kunnen de persoon of personen tegen wie de kritiek gericht is, vertellen wat er zich heeft afgespeeld.
4 De groep stelt vragen aan beide partijen.
5 Op een gegeven moment – en daar zal de leerkracht zeker in het begin weer bij moeten ondersteunen – moet de fase van verheldering afgerond worden. Aan de groep wordt dan gevraagd om oplossingen te bedenken.
6 De voorzitter vat, eventueel geholpen door de leerkracht, deze samen en komt met een voorstel of voorstellen.
7 Wat doet de secretaris? Net als bij het bespreken van een voorstel: formuleert deze in het schrift de opmerking en de oplossingen die bedacht zijn. Hij of zij schrijft het besluit op, evenals de afspraken over de uitvoering.
8 Ten slotte leest de secretaris voor wat er in het afsprakenschrift is opgeschreven.