Stel je voor: je gaat verhuizen naar een huis met een tuin en je hebt totaal geen verstand van tuinieren. Maar je wilt tóch graag een mooie, kleurrijke tuin. Wat heb je dan allemaal nodig? En wie zou je kunnen helpen?

Introductie

Openingsverhaal

Het openingsverhaal over mijn vriendin met haar nieuwe tuin gaat er bij de kinderen in als koek. Als de kinderen horen dat ze op zoek is naar een goed tuincentrum, knikken ze begrijpend. Logisch! En natuurlijk kunnen we met de klas zo’n tuincentrum beginnen.
Het is altijd weer bijzonder, om te merken hoe graag kinderen mee gaan in een verhalend ontwerp. Sommige kinderen blijven de vriendin tot aan de presentatie af en toe noemen. Zo van: “Zou ze nu al weten wat ze wil?” Anderen schakelen direct over naar het tuincentrum en voelen zich heuse medewerkers.

Van naam tot veiligheidssysteem

De naam van ons tuincentrum is gauw bedacht: Klavertje 4. Met veel zorg maken enkele kinderen de medewerkers. Andere kinderen zorgen voor een logo en een plattegrond. Daarop is een wat onduidelijk detail te zien. Maar navraag leert, dat het een belangrijk onderdeel is van het veiligheidssysteem van het tuincentrum: de verlamlaser. Tja, daar kun je natuurlijk niet zonder! Gelukkig snappen de kinderen best dat we nog méér nodig hebben. Wat dacht je bijvoorbeeld van planten? En van kennis van planten?

Ons assortiment

Informatieblad

Alle kinderen maken een informatieblad over een zelfgekozen tuinplant. Zo komen we in korte tijd veel te weten. Het opzoeken van informatie op internet vinden de kinderen nog moeilijk, dus we gebruiken vooral tuinboeken.

Zaaien

Zodra we wat meer over de planten weten, wordt het tijd voor het échte werk: het zaaien. We gaan zaad van verschillende plantjes zaaien in potjes. De kinderen vinden het super. Lekker met hun handen in de aarde. Een hele zak potgrond is er zo doorheen!
De meeste kinderen blijken nog nooit gezaaid te hebben. En het is dan ook een hele ervaring, als de zaadjes opkomen. Elk kind heeft precies onthouden welk potje van hem/haar is. En als de plantjes opkomen, kijken ze die zowat de grond uit. Elke dag voelen ze even en gaan ze met hun handen het hele plantje langs, om te laten zien hoe lang het al geworden is. Arme plantjes…! Ze worden zó uitgerekt, dat ze het niet allemaal zullen overleven.

Op bezoek

Terwijl de zaailingen hun best doen, werken de kinderen aan mooie tuinontwerpen. En ook gaan we op bezoek bij een echt tuincentrum. De klas vindt dit reuze interessant. “Kijk, ze verkopen hier ongeveer hetzelfde als wij. Planten en gereedschap. En hier staan de klompen.”
En natuurlijk proberen de kinderen te ontdekken hoe hier de beveiliging is geregeld. Jammer genoeg blijkt de afspraak om een interview af te nemen niet doorgekomen te zijn bij de baas, die wat knorrig reageert. Maar gelukkig laten de kinderen zich niet uit het veld slaan. “Wat vindt u het leukst aan dit werk?” vraagt een van de kinderen. “Klanten helpen,” bromt de man. Ik denk er het mijne van.

Hulp van oud-leerlingen

Afspraak

Bloemstukjes maken is een vak apart. Zeker als je met weinig bloemen iets moois wilt maken. De zus van Puk doet het tweede jaar van VMBO Groen. “Misschien kunnen we mijn zus en haar vriendin vragen om ons te helpen,” merkt Puk op. Tess en Lavinia, beiden oud-leerling van onze school, blijken dolgraag een soort workshop te komen geven aan onze groep. Hun coördinator wil zelfs de twee meisjes er speciaal vrij voor geven. Maar voorwaarde is dan wél, dat de meisjes zelf contact met hem opnemen en dat ze zelf met hun docent bloemschikken overleggen over de te gebruiken materialen.

Workshop

Op de afgesproken middag verschijnen Tess en Lavinia op het schoolplein. Ze vinden het vreselijk spannend om de workshop te komen geven, want dat hebben ze nog nooit eerder gedaan.
Ik stel de meiden aan de kinderen voor en vraag ze daarna om eerst voor te doen hoe je een bloemstukje kunt maken. Ook vraag ik of ze daarbij precies willen vertellen wat ze doen. Dat gaat ze prima af. En alle kinderen kijken ademloos toe. Daarmee is het ijs gebroken. Vanaf dat moment helpen Tess en Lavinia de kinderen alsof ze dit werk dagelijks doen. “Wie heeft er nog hulp nodig?” vraagt Tess. En ook Lavinia laat zich van haar beste kant zien. “Ook met weinig bloemen kun je iets heel moois maken, hoor!” zegt ze.
Na afloop zijn de meiden blij en tevreden. De kinderen vonden het leuk om te doen. En de bloemstukjes zien er prachtig uit. Nog nagenietend van deze succeservaring lopen Tess en Lavinia later het schoolplein af. En ik ben trots op de professionaliteit van deze jonge meiden.

Schilderles

Toevallig heb ik de kans om een professionele schilderes de klas in te halen, om schilderles te geven. Het kost me weinig moeite om die buitenkans aan het tuincentrum te verbinden. De meeste tuincentra verkopen – naast planten, bomen en bloemen – ook mooie dingen voor in huis. Van beelden tot kandelaars en van kaarsen tot schalen. Wij willen ons assortiment uitbreiden met schilderijen! De kinderen hebben erg veel plezier in de schilderlessen en maken prachtige dingen.

Werken aan de inrichting

Vlak voor de presentatie richten de kinderen de klas in als tuincentrum. Aan de volgende onderdelen wordt onder andere gewerkt:
– Op een grote tafel bij de deur stallen ze alle bloemstukjes uit. Sommige kinderen weten zeker dat hun ouders hun stukjes willen kopen. Die kinderen doen een briefje “verkocht” op hun bloemstukje.
– Voor de ramen zetten de kinderen tafels, met daarop de gezaaide plantjes en allerlei stekjes, die via andere kanalen zijn binnengekomen.
– Shaneega, die veel afwezig is geweest, komt tot ieders verrassing met een échte kassa naar school. Dat vinden de kinderen fantastisch. En Shaneega loopt te stralen.
– Mijn plan om T-shirts te bedrukken met ons logo is door tijdgebrek gesneuveld. Maar Luna weet een andere oplossing. “Laten we naamkaartjes maken, met ons logo erop. Dan ziet iedereen dat wij de medewerkers zijn,” oppert ze. En haar plan wordt uitgevoerd.
– Op de dag van de presentatie lopen alle kinderen trots met hun naamkaartje op. Sidar is dierenverzorger en 8 jaar. Katerina is tuinontwerper en 19 jaar. “Maar in het echt ben ik negen, hoor,” vertelt ze er voor alle zekerheid bij.

Gasten in de klas

Opwinding en onrust

Deze klas heeft nog nooit iets gepresenteerd voor publiek van buiten de school. De kinderen zijn dan ook erg opgewonden als hun moeder of vader binnenkomt. En ze worden heel onrustig, als ze hun gast nog (steeds) niet gezien hebben. Isa rent paniekerig door de klas. “Ik zoek een telefoon,” roept ze hijgend, “want ik geloof dat ik de verkeerde tijd tegen mijn oma heb gezegd.”

Professioneel

Tijdens de presentatie zitten de kinderen op de grond bij het bord. Luna praat alles aan elkaar en vertelt hoe het tuincentrum is ontstaan. Daarna kondigt ze de harde werkers van het tuincentrum aan. “Dit is Johanna, ze is 25 jaar. Haar functie is kamerplanten. Ze is niet zo goed in spelletjes, want ze kan niet tegen haar verlies.” Als een van de kinderen tijdens de presentatie heel zachtjes praat, zegt Luna stralend: “Kan dat heel even iets harder?” En als een meisje niet meer kan lezen wat er op het informatieblad over planten staat, zegt Luna vrolijk: “We hebben even een probleempje om dit te lezen. Er kan hier herfst of lente staan!” En zo helpt ze haar klasgenoten op een vrolijke manier en heel professioneel door hun presentaties heen.

Applaus!

De kinderen hebben alle presentaties natuurlijk al een paar keer gehoord. Maar toch zijn ze nog net zo gefascineerd als de ouders. Ze protesteren dan ook stevig, als enkele van hun collega-presentatoren tijdens het presenteren voor de plattegronden staan. “Je staat ervoor. We kunnen het zo niet zien!”
Na de laatste presentatie applaudisseren de ouders. Ze hebben genoten van de prestaties van hun kind. En natuurlijk ook van alle andere kinderen. Dan is er koffie voor de gasten en limonade voor de kinderen, met heerlijke, zelfgebakken cakejes van de moeder van Serifa.

Goeie handel

Wisselgeld

Zo veel enthousiasme kan verzilverd worden, lijken de kinderen te denken. Nadat de schooldirecteur het lint heeft doorgeknipt en het tuincentrum officieel is geopend, start dan ook meteen de verkoop. Als echte marktkooplui venten de kinderen hun handel uit: bloemstukjes, stekjes, zaailingen en zelfgemaakte schilderijen. “Bij de kassa kunt u tasjes krijgen.”
Alle plantjes hebben een eigen (verschillende) prijs. Dus als klanten meerdere plantjes kopen, is dat een heel gereken. Dieuwer rekent hardop en haar moeder denkt even hard mee. Na een hoop prijsjes bij elkaar te hebben opgeteld, noemt Dieuwer het totaalbedrag. Dat klopt bijna, maar niet helemaal. Moeder aarzelt of ze er wat van zal zeggen. Ze wil haar kind niet ontmoedigen. Maar ze wil ook niet te veel betalen. Dan vindt ze de oplossing. Ze redt zich eruit met de opmerking: “Laat het wisselgeld maar zitten, Dieuwer.” “Dat is goed,” knikt haar dochter.

Uitverkoop

Na een half uur start de uitverkoop. En dan gaan de kinderen helemaal los! De ouders trouwens ook. Dus we zijn in een mum van tijd van bijna alle plantjes af.
Een van de kinderen heeft een euro gekregen om te winkelen. In de uitverkoop slaat ze haar slag. “Kijk mama, hier, de laatste grote plant voor jou!” Haar moeder, die al tassen vol met plantjes heeft gekocht, zucht even, maar bedankt haar dan hartelijk. Want dat is toch wel heel lief van haar dochter. Of niet?

Informatie over planten

De oma van Isa is niet gekomen. En wat blijkt? Isa heeft inderdaad de verkeerde tijd aan haar oma doorgegeven. Eerst is Isa uiteraard hier verdrietig om. Maar als het publiek enthousiast op haar presentatie reageert, krijgt ze de smaak te pakken. Snel tekent ze een grote I op een vel papier en prikt dat aan de aanwijsstok. Met de stok omhoog en een boek in haar hand loopt ze tussen de mensen door en roept: “Informatie over planten, informatie over planten!” Zodra iemand geïnteresseerd is, zoekt ze in haar boek de gewenste informatie op.

Vette winst

IJsje voor iedereen!

Als de verkoop is gesloten en alles is opgeruimd, zit de kassalade vol met geld. Natuurlijk willen de kinderen, die nog niet zijn opgehaald, direct gaan tellen. Toch doen we dat niet. Want de meeste kinderen zijn al naar huis. Ik vertel, dat we maandag met z’n allen gaan berekenen hoeveel winst we hebben gemaakt.
Dat blijkt nog een hele klus te zijn. Alle bonnetjes worden erbij gehaald, alle getallen worden onder elkaar op het bord gezet en… rekenen maar! We houden genoeg geld over voor een ijsje. En dat gaan we dan ook met z’n allen feestelijk ophalen in de stad. En wat een bof, zeg! We kunnen ook nog een bal kopen!

Tot slot

Als het verhalend ontwerp is afgelopen, merk ik, dat de kinderen veel hebben geleerd. Ze hebben duidelijk meer gevoel voor planten gekregen en kennen nu allerlei gereedschappen bij naam. En minstens zo belangrijk is: ze hebben de smaak van het presenteren goed te pakken!
Als ik het volgende project aankondig en vertel dat we weer gaan presenteren, verzucht een van de kinderen tevreden: “Wouw! Dan komen de ouders dus nóg een keer!”