Er zijn vele mogelijkheden, om muziek als middel in te zetten in de rekenles. In dit artikel vindt u enkele voorbeelden hiervan, die u hopelijk zullen enthousiasmeren, om met muzikaal interactief rekenen aan de slag te gaan.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreidingen

Inleiding

Als u rekenen combineert met muziek, dan wordt rekenen ineens veel leuker. Kinderen worden meer gemotiveerd. Een gemotiveerde leerling leert meer én sneller. En als dat rekenen ook nog eens interactief (met elkaar) wordt gedaan, dan wordt het leerresultaat nóg groter…
In dit artikel wil ik aantonen, dat er vele mogelijkheden zijn, om muziek als middel in te zetten in de rekenles. Als leerkracht hoeft u niet over grote muzikale vaardigheden te beschikken, om met muzikaal reken aan de slag te gaan. Maar u moet wél beschikken over de durf, om met deze aanpak te gaan experimenteren. Want omdat muziek moet klinken, zal het minder stil zijn in uw klas! En u moet beschikken over de overtuiging, dat deze muzikale aanpak van het rekenen tot resultaat zal leiden.

Tellen met instrumenten

INFORMATIE

– Benodigdheden
Voor deze activiteit hebt u nodig: een set claves, een triangel en een handtrom.
– Doelgroep
De activiteit, zoals die hierna beschreven wordt, is bedoeld voor de middenbouw, maar kan op een eenvoudige manier worden aangepast aan het niveau van de bovenbouw, door er meer instrumenten bij te betrekken.
– Bedoeling
Door op verschillende de instrumenten te spelen, wordt een getal verklankt:
– De claves verklankt de eenheden.
– De triangel verklankt de tientallen (t van triangel/tiental).
– De handtrom verklankt de honderdtallen (h van handtrom/honderdtal).
Voorbeeld: 532 klinkt dus als: 5x handtrom, 3x triangel en 2x claves.

DIDACTIEK

De activiteit kunt u uitvoeren in 9 stappen:
1 Noteer vooraf op het bord wat de verschillende instrumenten symboliseren.
2 Laat de instrumenten zien en laat ze natuurlijk ook even horen.
3 Noteer een aantal getallen op het bord en bespreek met de kinderen hoe die getallen zullen klinken. (Bijvoorbeeld 418, 609, 59 en 288.)
Let op! Als een instrument niet klinkt, dan symboliseert dat de nul (0). Het is mooi, als de kinderen dat zélf bedenken.
4 Selecteer drie kinderen. Elk kind krijgt één instrument. De besproken getallen worden door de kinderen uitgevoerd. Natuurlijk spelen ze niet gelijktijdig, maar na elkaar: eerst de handtrom, dan de triangel en tot slot de claves.
Bij het ten gehore brengen van de eerste getallen wijst u de kinderen nog aan. Let goed op, dat u ook bij (bijvoorbeeld) het getal 609 de triangel aanwijst, ook al moet de triangel niet spelen! Hierdoor maakt u het getal 0 zichtbaar/hoorbaar. Als een en ander voldoende duidelijk is, wijst u de kinderen niet meer aan.
5 U hebt een aantal getallen, die u zélf gaat spelen op de instrumenten. De kinderen in de klas noteren die getallen. Na afloop worden de getallen besproken.
6 U hebt een aantal getallen genoteerd op een velletje papier. U selecteert een drietal kinderen, die deze getallen uitvoeren. (Zie: stap 4.) De andere kinderen noteren de verklankte getallen. Na afloop worden de getallen besproken.
7 Herhaal stap 6 nóg eens, maar nu met drie andere kinderen.
8 De kinderen mogen allemaal een getal bedenken en noteren. Elk kind mag vervolgens zijn/haar getal op de instrumenten spelen, terwijl de andere kinderen dat getal noteren. Daarna wordt het geheel besproken.
9 Organiseer een plek in de klas, waar de kinderen in kleine groepjes (2-5 leerlingen) zelfstandig stap 8 kunnen gaan uitvoeren. Maak vooraf goede afspraken over het niveau van het geluid en maak één kind van het groepje verantwoordelijk voor het geluidsniveau.

Tellen met bodysounds

Muzikaal tellen kan ook zonder instrumenten worden uitgevoerd. In dat geval worden de instrumenten door bodysounds vervangen:
– Knippen met je vingers staat voor de eenheden.
– Tikken met je tenen staat voor de tientallen (t van tenen/tiental).
– Klappen in je handen staat voor de honderdtallen (h van handen/honderdtal).
Voorbeeld: 532 klinkt dus als: 5x klappen in je handen, 3x tikken met je tenen en 2x knippen met je vingers. Verder kunt u dezelfde didactiek volgen, zoals die staat beschreven bij Tellen met instrumenten.

Rekenen met instrumenten

INFORMATIE

– Benodigdheden
Voor deze activiteit hebt u nodig: een xylofoon (of metallofoon/klokkenspel), 2 kloppers, een bekken, een set claves, een triangel en een handtrom.
– Doelgroep
De activiteit, zoals die hierna beschreven wordt, is bedoeld voor de middenbouw en de bovenbouw, maar kan op een eenvoudige manier worden aangepast aan het niveau van de onderbouw, door er minder instrumenten bij te betrekken.
– Bedoeling
Door op verschillende de instrumenten te spelen, wordt een getal verklankt:
– De claves verklankt de eenheden.
– De triangel verklankt de tientallen (t van triangel/tiental).
– De handtrom verklankt de honderdtallen (h van handtrom/honderdtal).
– De xylofoon geeft aan wat voor rekensom er moet worden uitgevoerd. (Optellen: de klopper glijdt langs de toetsen van laag naar hoog. Aftrekken: de klopper glijdt langs de toetsen van hoog naar laag. Vermenigvuldigen: de klopper glijdt heen en weer over de toeten. Delen: de kloppers slaan tegelijk twee tonen aan.)
– Het bekken staat voor het is-teken (=).

DIDACTIEK

De activiteit kunt u uitvoeren in 9 stappen:
1 Noteer vooraf op het bord wat de verschillende instrumenten symboliseren.
2 Laat de instrumenten zien en laat ze natuurlijk ook even horen. De verklanking van de xylofoon heeft bij rekensommen een sleutelpositie. Oefen met de xylofoon, door de leerlingen te laten zeggen welk rekensymbool u speelt. (U kunt natuurlijk ook een van de leerlingen laten spelen.)
3 Noteer een aantal rekensommen op het bord en bespreek met de kinderen hoe die sommen zullen klinken. Afhankelijk van waar u in de klas mee bezig bent, maakt u een selectie van sommen. Wordt het alleen optellen en aftrekken? Of breidt u het uit met vermenigvuldigen en/of delen?
4 Selecteer een aantal kinderen. Elk kind krijgt één instrument. De besproken rekensommen worden door de kinderen uitgevoerd.
5 U hebt een aantal rekensommen, die u zélf gaat spelen op de instrumenten. De kinderen in de klas noteren die rekensommen. Na afloop worden de rekensommen besproken.
6 U hebt een aantal rekensommen genoteerd op een velletje papier. U selecteert een aantal kinderen, die deze rekensommen uitvoeren. (Zie: stap 4.) De andere kinderen noteren de antwoorden. Na afloop speelt een van de kinderen uit de klas zijn/haar antwoord op de instrumenten. De klas controleert dit antwoord.
7 Herhaal stap 6 nóg eens, maar nu met andere kinderen.
8 De kinderen mogen allemaal een rekensom bedenken en noteren. Laat een aantal kinderen vervolgens hun rekensom op de instrumenten spelen, terwijl de andere kinderen het antwoord noteren. Een van de kinderen mag zijn/haar antwoord komen verklanken. Daarna wordt het antwoord besproken.
9 Organiseer een plek in de klas, waar de kinderen in kleine groepjes (2-5 kinderen) zelfstandig stap 8 kunnen gaan uitvoeren. Maak vooraf goede afspraken over het niveau van het geluid en maak één kind van het groepje verantwoordelijk voor het geluidsniveau.

Rekenen met bodysounds en bodymoves

Muzikaal rekenen kan ook zonder instrumenten worden uitgevoerd. In dat geval worden de instrumenten door bodysounds vervangen:
– Knippen met je vingers staat voor de eenheden.
– Tikken met je tenen staat voor de tientallen (t van tenen/tiental).
– Klappen in je handen staat voor de honderdtallen (h van handen/honderdtal).
– Optellen. Maak een kruis met twee armen voor de borst: de rechterarm is verticaal, de linkerarm is horizontaal.
– Aftrekken. Houd je rechterarm horizontaal voor je.
– Vermenigvuldigen. Kruis rechterarm en linkerarm voor de borst. Rechterarm en linkerarm zijn diagonaal.
– Delen. Wijs met je rechterwijsvinger en je linkerwijsvinger naar voren, terwijl je je handen boven elkaar houdt.
– Is gelijk aan (=). Houd je handen naast je schouders en laat de handen dan naar achteren vallen. (Dus maak het gebaar van: ziezo!)
Verder kunt u dezelfde didactiek volgen, zoals die staat beschreven bij Rekenen met instrumenten.

Sorteren en seriën

Sorteren is een belangrijk onderdeel van rekenen bij het jonge kind. Na het sorteren volgt meestal het seriën (het in de juiste volgorde plaatsen).

GELUIDENCIRKEL

– Sorteren op materiaal
Voor het sorteren gebruikt u alle instrumenten, die er in de klas aanwezig zijn. Laat de kinderen de instrumenten sorteren op (bijvoorbeeld) materiaal:
– Er zijn instrumenten met een vel, waarop je slaat (handtrom).
– Er zijn instrumenten van metaal (triangel, bellen, bekken).
– Er zijn instrumenten van hout (woodblock, ritmestokjes, claves).
– Werkwijze
– Geef elke soort instrument een kleur. (Bijvoorbeeld: velinstrumenten geel, metalen instrumenten rood en houten instrumenten blauw.)
– Teken een geluidencirkel op het bord.
– Alle kinderen krijgen een instrument.
– Als u een bepaalde kleur aanwijst, speelt de groep instrumenten, die bij die kleur hoort.
– Wijst u het witte middenvlak aan, dan is het stil.
– Vergeet niet om af en toe de instrumenten te wisselen, zodat de kinderen de instrumenten leren kennen en leren reageren op de juiste kleur.

SORTEREN MET KOSTELOZE MATERIALEN

– Benodigdheden
Voor deze activiteit hebt u nodig: 10 lege flesjes (van niet transparant plastic), zout, rijst, macaroni, fijn grind en kleine knoopjes.
– Werkwijze
– Sorteren kan ook goed met kosteloze materialen. In de flesjes stopt u – per tweetal – steeds hetzelfde materiaal. Vul bijvoorbeeld 2 flesjes met een bodempje zout, 2 flesjes met een bodempje rijst, 2 flesjes met een bodempje macaroni, 2 flesjes met een bodempje fijn grind en 2 flesjes met kleine knoopjes.
– Sluit de flesjes goed af en laat de kinderen op gehoor de flesjes twee aan twee ordenen.

SERIËN

– Montessoribellen
Seriën kan heel eenvoudig met de bekende montessoribellen1. De kinderen luisteren goed naar de klank van de bel en zetten de bellen in serie van laag naar hoog of van hoog naar laag.

– Geluidskokers
Ook de geluidkokers2 zijn ideaal voor het seriën. In elke koker zit een bepaald materiaal. (Zie: illustratie.) De gevulde kokers kunnen van dof naar scherp of van scherp naar dof klinkend in serie worden gezet.

– Grafische notatie
– Het is ook goed mogelijk, om muzieksymbolen in een grafische notatie te ordenen. Bijvoorbeeld: symbolen, die staan voor hard, zacht en alles wat daar tussen zit. (Zie: voorbeeld.)
– Laat de kinderen de muzieksymbolen in de juiste volgorde (in serie) zetten. En natuurlijk mogen ze de notatie dan ook even op een instrument spelen!

Breuken in muziek

Helften en kwarten

– Geef de kinderen een vel papier, met maatbalken erop. Ze verdelen de maat zelf in helften en kwarten. En natuurlijk mogen ze die verdeling aan elkaar voorspelen!

Ga ermee aan de slag!

Het doel van dit artikel is niet geweest, om een compleet rekenaanbod door middel van muziek uit te werken. Want er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden, om de vakken rekenen en muziek met elkaar te combineren. Als u ermee aan de slag gaat, dan zult u die mogelijkheden vanzelf tegenkomen.
Het artikel wil alleen een aantal mogelijkheden etaleren, in de hoop, dat u er enthousiast mee aan de haal zult gaan en straks met een intrinsiek gemotiveerde groep leerlingen fantastisch veel plezier aan het muzikaal rekenen zult beleven. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk, dat de leerlingen hun rekenvaardigheid door middel van muziek verder ontwikkelen.
Veel succes!

Over de auteur

Hans van Eerden is sinds 20 jaar werkzaam als muziekdocent in het onderwijs en sinds 10 jaar verbonden als muziekpedagoog aan de pabo en het conservatorium van Inholland Haarlem.