Op school leren we kinderen vooral omgaan met kloktijd. Maar het begrip tijd behelst veel meer dan alleen maar het leren lezen van de juiste kloktijd. Laten we eens op onderzoek gaan naar de betekenis van het begrip tijd. U zult waarschijnlijk tot nieuwe inzichten komen. En daar hebben uw leerlingen veel profijt van!

In dit artikel reik ik u praktische handvatten aan, waarmee u direct aan de slag kunt. Het is een handreiking, waarmee u het thema Tijd als onderwerp voor wereldoriëntatie kunt gebruiken. Maar lees zeker ook de extensie bij dit artikel op praxisbulletin. nl, zodat u beter onderbouwd aan het werk kunt gaan met de kinderen.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding.

Het beleven van tijd

In onze westerse, technologische samenleving houden we met z’n allen het idee vast, dat tijd onafhankelijk van onze percepties opereert. Dit is zeker waar, als het kloktijd betreft. Maar het is nauwelijks het geval, als we doordringen tot onze persoonlijke perceptie van tijd: op het biologische en psychologische vlak.

SUBJECTIEF
Voordat kinderen de klok leren lezen, hebben ze al via hun beleving contact gemaakt met het begrip tijd. Thuis zegt moeder bijvoorbeeld, dat de kinderen nog vijf minuten mogen spelen en dan aan tafel moeten komen om te eten. Of een van de ouders heeft veel haast en spoort de kinderen aan dat ze binnen één minuut in de auto moeten zitten! En bij het voorlezen van een verhaaltje voor het slapengaan raakt het kind alle gevoel van tijd kwijt.
Het beleven van de tijd is subjectief. Als je haast hebt en je moet wachten in een rij voor de kassa, dan lijken vijf minuten wel een eeuwigheid te duren! Maar in een gezellig gesprek met vrienden daarentegen zijn vijf minuten zo voorbij!

Spelen met de tijd

Neem even de tijd om te spelen. Laat kinderen de tijd ervaren, door de kloktijd aan de beleving te koppelen.

Hoelang duurt een minuut?

Start het thema Tijd vanuit de beleving van kinderen:
• Neem een klok en laat kinderen door middel van de secondewijzer één minuut volgen. Aan kinderen van de middenbouw legt u de betekenis uit van zestig tellen en één minuut. De bovenbouwkinderen laat u dit zien als reminder. Vraag aan de kinderen of alle minuten even lang duren. Het antwoord is natuurlijk: “Ja!”
• Stel daarna voor om eens te ervaren of één minuut altijd hetzelfde voelt. Laat hiervoor één tafelgroep de kloktijd aangeven, terwijl de andere kinderen van de groep mogen ervaren hoe één minuut voelt.
• Wissel na afloop de ervaringen met elkaar uit. Hoe voelt één minuut:
– als je op één been staat?
– als je een hele bladzijde moet lezen?
– als je een pittenzak in de lucht moet houden?
– als je met je tafelgenootjes mag kletsen?
– als je stil moet zijn?

HOELANG DUREN VIJF MINUTEN?
Vanuit deze ervaring gaan we naar de ervaring van vijf minuten. De meeste kinderen van de bovenbouw zijn weliswaar meer bekend met het begrip tijd, maar hebben niet vaak de gelegenheid gehad om tijd te beleven.
• Gebruik ook hier weer eerst de klok. Vraag de kinderen of ze het kunnen opbrengen om – weer door middel van de secondewijzer – 5 x 1 minuut te volgen. U zult zien, dat de beleving nu als vanzelf erbij komt: vijf minuten lang de secondewijzer volgen duurt voor de meeste kinderen heel erg lang!
• Wissel ook hier weer de ervaringen uit. Het is goed, als duidelijk wordt dat de beleving van tijd subjectief is: wat voor het ene kind kort duurde, kan voor het andere kind heel lang geduurd hebben. Hoe voelen vijf minuten:
– als je moet touwtjespringen?
– als je moet rennen?
– als je droge boterhammen of droge beschuiten moet opeten?
– als je mag spelen?
– als je moet schrijven?
Nota bene. Touwtjespringen en rennen zijn opdrachten, die buiten of in de speelzaal uitgevoerd kunnen worden.

TIJD SCHATTEN
• De volgende opdracht gaat om het zélf kunnen schatten van tijd. Nodig bijvoorbeeld een van de kinderen uit om de tijd te schatten, waarin hij/zij een opdracht uitvoert. Het kind voert daarna deze opdracht daadwerkelijk uit, terwijl u met de rest van de groep de kloktijd in de gaten houdt.
• Hierna kunt u er – zeker in de bovenbouwgroepen – een zelfstandige opdracht van maken. Kinderen kunnen in groepjes de opdrachten uitvoeren: twee kinderen voeren steeds een opdracht uit, terwijl twee andere kinderen de kloktijd bewaken. Laat de kinderen ook zelf opschrijven hoelang iets duurde.
• In de middenbouwgroepen kunt u in de loop van het project af en toe een van de volgende opdrachten laten uitvoeren. Laat de kinderen zélf steeds schatten hoelang iets duurt. Opdrachten:
– Hoelang heb je nodig om een rondje om de speelplaats te rennen?
– Hoelang heb je nodig om zestig kleine snoepjes – een voor een – door de smalle hals van een lege fles te duwen?
– Hoelang heb je nodig om een bladzijde van een boek te lezen?
– Hoelang heb je nodig om het water (of het zand) met kopjes van de ene naar de andere emmer te brengen?
– Hoelang heb je nodig om de veters uit je schoenen te trekken, die veters er daarna weer in te doen en ook nog te strikken?
– Hoelang heb je nodig om een natte spons – in een rij – door te geven aan alle kinderen?
Houd de spelletjes vooral speels! Als de kinderen de spelletjes leuk vinden, raken ze betrokken. En dat zal ervoor zorgen, dat ze met nog veel meer ideeën komen! En… hun besef van tijd zal groeien en groeien!

LEVENDE KLOK
Dit is een spel voor jonge kinderen (groep 3-5), die de klok gaan leren. We gaan met de kinderen een levende klok vormen:
• Geef twaalf kinderen één cijfer in hun handen (van 1-12) en plaats de kinderen in de klokcirkel. Zet in het midden van die cirkel een grote pion. Kies één groot kind en één klein kind uit, die samen de grote en de kleine wijzer van de klok worden. Deze kinderen gaan op de grond liggen in de klokcirkel.
• Vertel daarna een verhaal. Bijvoorbeeld over de dagindeling. Eén kind mag steeds de wijzers van de klok op de juiste tijd zetten, als dat van toepassing is op iets dat u vertelt.

TIKSPEL
Deze activiteit gaat over het tikspel Hoe laat is het?, dat kan worden gespeeld in de speelzaal. Het gaat als volgt:
– De kinderen staan allemaal achter een lijn op de vloer van de speelzaal.
– In het midden van de speelzaal bevindt zich de tikker (die ik nu even voor het gemak maar Jan zal noemen).
– De kinderen achter de lijn roepen: “Jan, hoe laat is het?”
– Jan antwoordt met een uurtijd. Hij kan de cijfers 1-12 roepen. Als hij “Eén uur!” roept, mag iedereen één stap vooruit zetten. Bij “Tien uur!” zet iedereen tien stappen naar voren. Enzovoort.
– Bij 12 uur is er een toevoeging. Jan roept dan: “Twaalf uur: etenstijd!” Op dat moment gaat hij de kinderen tikken. Ze zijn veilig, als ze weer terug achter de lijn zijn. De kinderen die getikt worden, zijn af en rusten even uit op een bank.
– U kunt het spel ook met meerdere tikkers spelen.

De paradox van tijd

We kunnen tijd niet zien, voelen, horen of proeven. Wat we wél kunnen waarnemen, is dat er iets verandert in de loop van de tijd. Bijvoorbeeld: eerst was ik slank, maar nadat ik heel veel koekjes had gegeten, was ik dik. Of: deze boom was eerst kaal, maar draagt nu heel veel blaadjes.

HET ERVAREN VAN VERANDERINGEN
Het kunnen waarnemen van veranderingen is essentieel als het om rekenen gaat. Bijvoorbeeld: 3 wordt 5. Wat is er gebeurd? Antwoord: er zijn er 2 bij gekomen. Kinderen met rekenproblemen kunnen vaak geen veranderingen waarnemen.

De volgende oefeningen zijn weliswaar heel eenvoudig, maar tegelijkertijd ook heel belangrijk voor alle kinderen. Ook voor de oudere kinderen! Het zijn creatieve oefeningen met klei en tekenmaterialen, waardoor kinderen kunnen ervaren wat het begrip verandering inhoudt. De volgorde in de opbouw van de oefeningen is belangrijk!
Oefening 1: het waarnemen van veranderingen in de omgeving
– Vertel de kinderen van de middenbouw een verhaal over een verandering. Bijvoorbeeld: het verhaal over Rupsje Nooitgenoeg (van Eric Carle). Of: het verhaal over de groei van een zaadje tot bloem (ook van Eric Carle).
– Vraag daarna de kinderen om over een verandering te vertellen, die ze zélf ooit hebben waargenomen. Dat kan van alles zijn: een voetbal die eerst vol was en daarna leeg, een oma die eerst gezond was en toen ziek werd, een plek waar eerst een huis stond maar waar nu alleen nog maar een bouwval te zien is, een hond die groeide van puppy tot volwassen dier, een garage waar eerst een auto in stond maar die nu leeg is. Enzovoort. Moedig kinderen zo veel mogelijk aan hun eigen beelden te bedenken. Dan weet u zeker, dat de kinderen ook écht veranderingen kunnen waarnemen!
– Daag de kinderen van de bovenbouw uit om zélf met een voorbeeld van verandering te komen, nadat u eerst uw voorbeeld hebt verteld.
– U kunt uw eigen voorbeeld ook in scène zetten. Bijvoorbeeld: aan het begin van de dag toont u de kinderen trots een bosje witte rozen, dat u (zogenaamd) van iemand gekregen hebt. Met die rozen wilt u wel eens een experiment uitvoeren, vertelt u de kinderen. U zet de rozen in zwarte inkt! Even een blik op de klok! Dan start u gewoon uw dagprogramma. Ondertussen weet u natuurlijk absoluut zeker, dat de kinderen de rozen feilloos in de gaten gaan houden, want ze zijn ontzettend benieuwd wat er gaat gebeuren. Op het moment van verandering grijpt u uw kans, om hierop verder te gaan!
– Laat kinderen de verandering die ze zelf hebben genoemd met (speel)klei uitbeelden. In het voorbeeld van de hond betekent dat, dat het kind zowel een puppy als een volwassen hond zal maken van (speel)klei. Tussen de twee beeldjes legt het kind een pijl van klei. En het kind maakt ook van (speel)klei de letters van het woord verandering. Deze letters legt het kind vervolgens onder het “totaalplaatje”. Enzovoort.

Oefening 2: het waarnemen van veranderingen in de eigen groei
– De kinderen hebben zélf natuurlijk óók veranderingen meegemaakt. Waar staan ze nu, op dit moment, in hun leven? En hoe zag hun leven er een paar jaar geleden uit? Het gaat hierbij om hoe je zélf veranderd bent.
– Maak met de kinderen van de middenbouw en de bovenbouw een drieluik. Neem hiervoor drie vellen papier. Teken eerst hoe je nu bent. Teken dan hoe je vroeger was. En teken tot slot hoe je denkt dat je er over een paar jaar uit zult zien.
– Het is ook leuk om twee of drie tafels te gebruiken, om de veranderingen tentoon te stellen. Op de ene tafel verzamelt u dan spullen, foto’s, enzovoort van de kinderen, toen ze nog klein waren, dus van vroeger. (Denk hierbij aan speelgoed, kleding, spelletjes, schoentjes, enzovoort.) Op de andere tafel verzamelt u alle spullen en foto’s, die nu van belang zijn voor de kinderen. En wellicht is het dan ook nog leuk en interessant om een derde tafel erbij te plaatsen, waarop de wensen voor de toekomst van alle kinderen uitgestald kunnen worden.

Oefening 3: het waarnemen van veranderingen, die je in je leven hebt meegemaakt
– We hebben allemaal veranderingen in ons eigen leven meegemaakt. Sommige veranderingen waren prettig, terwijl andere misschien wel zeer ingrijpend en heel verdrietig zijn geweest.
– Bied een veilige sfeer, waarin kinderen – als ze er aan toe zijn – over deze veranderingen kunnen tekenen of boetseren. Zowel de plezierige als de pijnlijke ervaringen mogen uitgebeeld worden. Bij een ingrijpende gebeurtenis is het verstandig het kind voldoende aandacht te geven en te begeleiden. De mate waarin u dit moet doen, geeft het kind zelf wel aan. Een kind kiest overigens altijd zélf of het een prettige of minder prettige ervaring wil uitbeelden. De keuze is aan het kind! En als de emotionele lading van een verandering eenmaal verdwenen is, kunnen kinderen zich weer richten op het nu.

Het meten van tijd

BEDACHT CONCEPT
Het is goed om te beseffen, dat we – als het om tijd gaat – alleen maar veranderingen kunnen waarnemen. Begrippen als gisteren en morgen kunnen we niet waarnemen. We kunnen er wél over denken. Het zijn door mensen bedachte concepten. Het zijn concepten, die bedacht zijn om tijd te meten.
Nota bene. In de extensie bij dit artikel op praxisbulletin.nl leest u meer over de geschiedenis van het meten van tijd.

KINDEREN METEN DE TIJD
Zon en aarde (1)
– Kinderen van de middenbouw (vanaf groep 4/5) en de bovenbouw zijn meestal erg geboeid, als ze over de aarde en de hemellichamen mogen leren. Stephen Hawking heeft daar prachtige boeken voor kinderen over geschreven.
– In dit artikel gaat het vooral om de link tussen hemellichamen en tijd. Laat kinderen vooral op driedimensionaal niveau ervaren hoe de draaiing van de aarde om de zon verloopt en wat dat betekent voor het meten van de tijd. Denk hierbij aan: dag en nacht, een maand en een jaar.
– Kinderen kunnen zelf de aarde en de zon maken met klei. Plaats de aarde (van klei) op een satéstokje. Dan kunnen de kinderen zelf experimenteren met de bewegingen.
Zon en aarde (2)
Als u over voldoende ruimte beschikt, is het volgende idee erg fijn voor kinderen om aan te werken:
– Vraag de kinderen om de aarde uit te beelden op een ronde cirkel, met een veelheid van materialen. Geef kinderen hiervoor een grote cirkel van papier (met een doorsnede van 1 meter), die ze op de grond kunnen leggen. Materialen, die geschikt zijn om de aarde mee uit te beelden, zijn bijvoorbeeld: kurken, wc-rolletjes, resten papier, plastic speelgoed, klei, plastic flessen en stenen.
– Op aarde is veel water. Plastic flessen kunnen doormidden worden geknipt en als “zee” fungeren. Het water kan gekleurd worden met crêpepapier.
– De kinderen kunnen tot slot ook een grote zon maken en schilderen en die zon een passende plaats geven ten opzichte van de aarde.
Zandloper of waterklok
Kinderen experimenteren ook graag met zandlopers of waterklokken. Als u op Google “zandloper maken” en/of “waterklok maken” invoert, krijgt u veel informatie over de uitvoering hiervan. En door hiermee bezig te zijn, komen u en de kinderen helemaal in de tijd!

Tekenen des tijds

Tot slot beschrijf ik een opdracht, waarbij kinderen kunnen tekenen over hun tijd. De introductie is voor middenbouw en bovenbouw verschillend.

OPDRACHT MIDDENBOUW
– Laat de kinderen van de middenbouw kennismaken met grotschilderingen. Vertel aan de kinderen wat mensen bezielde om deze schilderingen te maken.
– Laat de kinderen daarna zelf grotschilderingen maken, om in de beleving te komen. Om de opdracht een speciaal tintje te geven, is het leuk om enkele kleuren verf (rood, groen, zwart) te mengen met de dooiers van eieren. Er ontstaat zo een duidelijke link met de grotschilderingen. Door de combinatie van verf met eierdooiers krijgen de kleuren een diepere en glanzende tint. De verf zelf wordt iets dikker, waardoor het effect van een grotschildering duidelijker zichtbaar wordt. Tot slot kunt u de kinderen ook nog stoepkrijt laten raspen en dit poeder door de verf laten roeren. Voor kinderen is deze opdracht erg leuk om te doen. Want ze werken bijna hetzelfde als de oude meesters deden!
Let op! U kunt de mengsels van verf en eierdooiers niet bewaren!
– Daag de kinderen tot slot uit om iets van hun eigen leven te schilderen, als een soort spoor van de tijd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren op grote rollen behangselpapier, die u later op de gangen tentoonstelt.

OPDRACHT BOVENBOUW
Introduceer het onderwerp als volgt voor de bovenbouw:
– “Door de eeuwen heen heeft de mens steeds behoefte gehad om datgene wat hem bezighield op te tekenen. Je hebt beslist wel eens de grottekeningen uit de Oudheid bewonderd of de hiërogliefen van de oude Egyptenaren of de sierlijke letters van de monniken uit de Middeleeuwen! Je zou deze uitingen van mensen “sporen van de tijd” of “tekenen des tijds” kunnen noemen. We gaan de grotschilderingen, de hiërogliefen en de sierlijke letters eens goed bekijken en ermee oefenen.”
– Zie verder: de opdracht voor de middenbouw hiervoor. Mogelijk kunt u nu de verschillende opdrachten verdelen over drie groepjes. Eén groepje kan zich dan verdiepen in de grotschilderingen, één groepje in de hiërogliefen en één groepje in de sierlijke letters van de monniken. Zo kan elk onderdeel grondig worden bekeken, bestudeerd en geoefend.
– En natuurlijk mogen ook de bovenbouwkinderen een fragment van hun eigen leven tekenen en schilderen: “Welke sporen laat jij na? Neem een vel papier en ga spontaan tekenen over dingen of gebeurtenissen uit je eigen leven, die je nu te binnen schieten. Denk er niet te veel over na, maar laat het gewoon gebeuren. Alles wat uit je handen vloeit, is goed. Zelfs alleen maar vormen en kleuren.”

Tot slot

Ik hoop dat de praktische oefeningen en handvatten in dit artikel ertoe zullen bijdragen, dat de kinderen van uw groep een beter begrip van tijd krijgen. Want het begrip tijd omvat veel meer dan alleen maar klokkijken. De theoretische onderbouwing op praxisbulletin.nl stelt u in staat om alles uit het thema te halen. En daardoor wordt het praten over tijd, het beleven van tijd en het meten van tijd voor de kinderen een fascinerend project. Ik wens u en de kinderen dan ook een magische tijd! Veel succes!