Praktisch maandblad voor primair onderwijs
Home Groep 4-8 Tekki dum

Tekki dum

Tekst, notering, mp's en lessuggesties

885

Hier treft u de tekst, het notenschrift, de melodie en de karaoke en de lessuggesties aan.

Tekki dum

Tekki dum, tekki dum,
tekki tekki tekki dum.
Tekki dum, tekki dum,
tekki tekki tekki dum.
A tekki tekki tekki dum.
A tekki tekki tekki dum.

Pa da pa da pa da pa da
pa da pa da pa da pa da.

Tekki dum, tekki dum,
tekki tekki tekki dum.
Tekki dum, tekki dum,
tekki tekki tekki dum.
A tekki tekki tekki dum.
A tekki tekki tekki dum.

De liedjes beluisteren en downloaden

Hierboven staan de liedjesbestanden. Als u ze aanklikt, opent op uw computer een programma om ze af te spelen. Hebt u dit niet, dan kunt u de liedjes uiteraard wel gewoon opslaan.

Liednotering

2498c8f9-26e8-4c16-9a71-cfbba445d0fd_0000006971_2807liedklein

Lessuggesties

Bewegen op muziek

Doel: de kinderen kunnen deze ontmoetingsdans uitvoeren terwijl ze het lied (mee)zingen.
Nodig: voldoende ruimte. Bij voorkeur een speellokaal.
Tijd: 30 minuten.
Werkvorm: klassikaal in tweetallen tegenover elkaar (binnenkring en buitenkring).
Verloop van de activiteit: introduceer deze dans als een kennismakingsdans. In het eerste gedeelte van de dans (het tekki dum-gedeelte) kom je elkaar tegen en begroet je elkaar op een heel bijzondere manier. In het tweede gedeelte vertel je elkaar wat, dat doe je door middel van gebaren (foto’s die je uitbeeldt), de ander doet dat exact na. En ten slotte in het laatste gedeelte van de dans neem je afscheid van elkaar (herhaling van het tekki dum-gedeelte).

In twee cirkels (binnenkring en een buitenkring) staan de kinderen tegenover elkaar. Vraag of alle kinderen even hun rechterhand willen opsteken. Laat ze even met hun rechterhand tegen de rechterhand van het tegenover staande kind klappen. Herhaal dat met de linkerhand en ten slotte met beide handen.
Leer vervolgens de dans aan; doe dat door het lied langzaam te zingen met de bewegingen (zie hieronder) erbij.

Tekst

Beweging

Tekki

Twee stappen op de plaats

dum

Klap rechts

Tekki

Twee stappen op de plaats

dum

Klap links

Tekki tekki tekki

Om je as heen draaien

dum

Klap met beide handen

Tekki

Twee stappen op de plaats

dum

Klap rechts

Tekki

Twee stappen op de plaats

dum

Klap links

Tekki tekki tekki

Om je as heen draaien

dum

Klap met beide handen

A tekki tekki tekki

Half om je as heen draaien

Dum

Bumpen met de bips

A tekki tekki tekki

Half om je as heen draaien

Dum

Klap met beide handen

Dit gedeelte herhalen

Het “pada”-gedeelte is een fotospiegel. Eén van het tweetal doet iets voor, de ander doet het exact na. Let op, het zijn steeds “foto’s”: bij elke klank wordt een houding aangenomen die de ander exact spiegelt.

Hierop volgt het “tekki dum”-gedeelte.

Variatie

U kunt in het “tekki dum”-gedeelte de volgende variatie aanbrengen.

Tekst

Beweging

Tekki

Knip met je vingers recht/links

dum

Kick met je rechterbeen/voet

Tekki

Knip met je vingers recht/links

dum

Kick met je linkerbeen/voet

Tekki tekki tekki

Om je as heen draaien

dum

Spring met twee voeten van de vloer

Tekki

Knip met je vingers recht/links

dum

Kick met je rechterbeen/voet

Tekki

Knip met je vingers recht/links

dum

Kick met je linkerbeen/voet

Tekki tekki tekki

Om je as heen draaien

dum

Spring met twee voeten van de vloer

A tekki tekki tekki

Half om je as heen draaien

Dum

Bumpen met de bips

A tekki tekki tekki

Half om je as heen draaien

Dum

Spring met twee voeten van de vloer

Afsluiting: bespreek met de kinderen de dans. Wat vonden ze er moeilijk en wat vonden ze er makkelijk aan. Bespreek deze ontmoetingsdans. Kennen de kinderen manieren hoe mensen elkaar begroeten?

Muziek spelen

Doel: de kinderen kunnen tijdens het zingen de begeleiding spelen met ritme instrumenten Nodig: rasp (quiro), een handtrom, staafinstrument (xylofoon/metallofoon/klokkenspel) en triangel Tijd: 20 minuten Werkvorm: klassikaal en (optioneel) individueel in een muziekhoek Verloop van de activiteit: zorg ervoor dat de leerlingen het lied Tekki dum kennen en uit het hoofd kunnen zingen. Laat de kinderen het woord “tekki” meeklappen, het woord “dum” met de voet op de vloer tikken en op “a” een vingerknip maken. Oefen dat met de klas. Observeer goed wie het al helemaal door heeft. Vervolgens deelt u de instrumenten rasp, handtrom en triangel uit. Bij voorkeur aan kinderen die bij elkaar zitten. De rasp speelt “tekki”, de handtrom “dum” en de triangel “a”.

Rasp

Tekki

Handtrom

Dum

Triangel

A

Zing vervolgens het lied met begeleiding van deze instrumenten. De begeleiding van het “pa-da” gedeelte wordt door het staafinstrument gedaan. Nadat u het lied heeft aangeleerd laat u het gedeelte “pa-da” (zie afbeelding) zien. Onder de noten staan de notennamen (d-e-f-g en a), deze vinden de kinderen ook terug op het staafinstrument. Zing “pa-da”-gedeelte even voor en speel het vervolgens voor op het staaf instrument. Laat het muziekstukje ook nog even door één van de kinderen naspelen. Plaats vervolgens het instrument met het “pa-da”-muziekstukje in een “muziekhoek” zodat de kinderen wanneer ze daar tijd voor hebben, het muziekstukje kunnen instuderen.

59c30a30-59d8-4b54-8bb4-748c6be0b74f_0000006973_2807_tekkie-notenbalk

Later in de week wanneer u het lied van de instrumentale begeleiding wilt voorzien, kunnen kinderen die het “pa-da”-gedeelte hebben ingestudeerd dit spelen terwijl de rest van de klas het lied zingt. Natuurlijk combineert u de het “pa-da”-gedeelte met het “tekki dum”-gedeelte.

Suggestie

Wanneer er bij u in de klas kinderen zitten die een melodieinstrument zoals fluit, viool, gitaar of keyboard bespelen, kunt u hen vragen om het “pa-da”-gedeelte in te studeren. Wanneer ze het hebben ingestudeerd mogen ze hun instrument meenemen naar school en tijdens het lied het “pa-da”-gedeelte meespelen.

Afsluiting: geef een uitvoering van het lied voor een andere klas of maak een opname van het lied (audio of video). Bespreek met de kinderen het resultaat. Waar ben je tevreden over? Wat zou je nog willen veranderen?

DE TAAL DER…
Doel: de kinderen kunnen een nieuwe tekst verzinnen op de woorden “tekki dum”
Nodig: de meezingversie van het lied
Tijd: 15 minuten
Werkvorm: klassikaal en/of in groepjes
Verloop van de activiteit: zing het lied met de klas en zorg ervoor dat de kinderen het lied goed kennen. Leg aan de kinderen het probleem voor van de betekenis van de taal. Praat erover dat dit onzintaal is, een “mensen onzintaal”. Vraag aan de kinderen het lied in een “niet mensen onzintaal” kunnen zingen?
Geef als suggestie de “spokentaal”. In plaats van “tekki dum” wordt het dan “spookje hoei”. Zing het lied eens op deze manier (het pa-da gedeelte blijft gelijk).
Vraag de kinderen om nog meer voorbeelden.
Voorbeelden zijn: “fietsbel tring”, “bokkie mèh”, “auto vroem”, “eendje kwak”, “muisje piep”, “kipje tok”, “bby bèh”.

Laat de kinderen in een groepje een nieuwe tekst verzinnen. Daarna mogen de kinderen met begeleiding van de meezingversie van het lied hun versie zingen.

Afsluiting: kies van elk groepje één tekst uit, schrijf die tekst op het bord en zing met de hele klas alle verzonnen coupletten.

CD-HOESJE ONTWERPEN
Doel: de kinderen kunnen in beelden vormgeven aan hun beleving van het lied “tekki dum”.
Nodig: papier voor elk kind, potloden en/of stiften, een drietal cd’s met een aansprekende afbeelding
Tijd: 30 minuten
Werkvorm: individueel
Verloop van de activiteit: toon de kinderen de drie door u geselecteerde cd’s. Vraag aan de kinderen of ze een vermoeden hebben hoe de muziek zal klinken die op de cd’s staat? Vraag de kinderen waaraan ze dat kunnen zien. Bespreek op deze manier de drie cd’s. Vraag ook naar cd’s die zij zelf thuis hebben. Ook kunt u bespreken wat de functie kan zijn van de cd-hoes naast de informatieve functie.

Vertel de kinderen dat ze nu zelf een cd-hoesje gaan ontwerpen dat hoort bij het lied “tekki dum”. Zeg aan de kinderen dat het een cd-hoesje moet zijn waaraan een ander direct kan zien wat voor muziek er op de cd staat.

Afsluiting: hang de ontworpen cd-hoesjes in de klas op (anoniem). Elk ontwerp heeft een nummer. Alle kinderen mogen op een papiertje twee nummers van cd-hoesjes noteren die zij het best bij het nummer “tekki dum” vinden passen. De kinderen leveren dit papiertje in. Na telling wordt gekeken welk cd-hoesje de meeste stemmen kreeg. Laat de kinderen de keus motiveren.

DRAMA
Doel: door middel van communicatieve verbale expressie uitdrukken in onzintaal.
Nodig: een grote vrije ruimte (speelzaal) die verduisterd kan worden (hoeft niet heel donder te zijn).
Tijd: 20 minuten
Werkvorm: In tweetallen
Verloop van de activiteit: zeg aan de kinderen dat u ze een verhaal gaat vertellen.

Verhaal: ergens in een land dat je alleen maar kunt bereiken als je twee zeeën en een oceaan bent overgestoken, wonen kleine mensen. Ze worden niet groter dan één meter twintig. Het zijn gewone mensen, alleen veel kleiner dan de mensen bij ons in het land. Daarom zijn de huizen in het land ook veel kleiner dan bij ons. Het land heet: Kidumdum. Nou vraag je je natuurlijk af waarom de mensen in Kidumdum zo klein zijn? Dat komt omdat het een heel donker land is; het land ligt in de schaduw van een enorme berg. Daardoor schijn de zon er nooit. Het is er soms erg schemerig, maar meestal gewoon donder. Daarom groeien de mensen er niet zo groot als bij ons. De mensen in Kidumdum kunnen elkaar ook niet goed zien, omdat er zo weinig licht is. Ze kunnen niet aan elkaars gezichten zien of ze blij, verdrietig, boos, moe of juist uitgelaten zijn. Dat hindert niet, want dat kunnen ze elkaar wel vertellen. En dat vertellen doen ze op een heel speciale manier. Het is namelijk niet alleen een land wat heel donker is, waar heel kleine mensen wonen, nee, het is ook een land waar ze alleen maar “tekki dum” en “pa da” kunnen zeggen.

Nou wonen daar in het land twee kinderen. Ze wonen naast elkaar in zo’n klein huisje.
Het meisje “Tekki” woont naast haar buurjongen “Dum”. Als Tekki aan Dum vraagt of hij met haar wil spelen dan zegt ze: Tekki dum? (laat de kinderen in de klas dit even nazeggen). Als Dum tegen Tekkie zegt dat hij een beetje moe is dan zegt hij: Tekkie dum! (laat de kinderen in de klas dit even nazeggen).
Wij kunnen aan elkaars gezichten precies zien wat we bedoelen. In Kidumdum, kan dat niet, daar is het te donker voor. Je kunt dat alleen maar door je stem aangeven wat je bedoelt.

Op een dag belt Tekkie aan bij Dum. Als Dum opendoet vraagt Tekkie of hij zin heeft om mee te gaan naar de grotten bij de berg. Ze zegt: “Tekki dum, tekki dum pa da tekkie dum” (laat de kinderen in de klas dit even nazeggen).
Dum zegt dat hij niet zo’n zin heeft: “pa da tekkie tekkie dum” (laat de kinderen in de klas dit even nazeggen). Dat vindt Tekkie erg flauw en ze zegt een beetje boos: “Dum dum tekkie tekkie dum” (laat de kinderen in de klas dit even nazeggen). Dum denkt even na en zegt dan: “tekkie dum!” En samen gaan ze op weg naar de grot…

Verdeel de klas in tweetallen en laat ze samen het verhaal verder spelen.
Prikkel de fantasie van de kinderen met vragen als: wat komen Tekkie en Dum allemaal tegen op weg naar de grot? Denk je dat de grot leeg is?
Er moet wel een einde aan het verhaal worden gemaakt door de kinderen. De kinderen kunnen nu het verhaal uitspelen terwijl ze expressief met elkaar communiceren. Natuurlijk mogen ze alleen de woorden “tekki”, “dum”, “pa” en “da” gebruiken.

Speel mee met de kinderen (“leerkracht in rol”) en geef op deze manier een nieuwe impuls aan verhalen bij tweetallen waar het vastloopt.

Afsluiting: Tekki en Dum zijn in slaap gevallen bij de rots. Ze hebben hun ogen dicht. Dit is het moment dat u het licht weer aan doet. De kinderen openen hun ogen en zijn weer terug in het hier en nu. Vraag de kinderen of ze goed met elkaar konden praten met zo weinig woorden? Hoe kun je weten wat een ander wil zeggen als die alleen de woorden “tekki”, “dum”, “pa ” en “da” gebruikt?