Tussendoortjes, vijfminutenspelletjes of energizers zijn momenten waar kinderen intens van genieten. Al wat de kinderen bij deze opdrachten nodig hebben zijn een tekenschrift, potloden en de geruststelling: dit hoeft niet mooi te worden!

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreiding

Wat maak je ervan?
Leg op elk tafelgroepje een aantal kleine voorwerpen, zoals een paperclip, knoop, veertje, legoblokje, knijpertje, touwtje, schelp, enzovoort. Elk kind kiest een voorwerp en bedenkt daaromheen een tekening. Het voorwerp wordt onderdeel van misschien wel een gezicht, een schildpad of een indianentooi. Ze bedenken met hetzelfde voorwerp nog vijf andere tekeningen.

Vijfpuntstekening
De kinderen nemen een vel papier en zetten er vijf punten op, willekeurig geplaatst, maar niet te dicht bij elkaar. Ze geven dit vel aan hun buurman of buurvrouw. De tekenaar moet een figuurtje tekenen, waarbij één punt in het hoofd zit (als oog, neus of mond), twee punten in de handen en twee punten in de voeten.

Nieuwe dieren
In dit spel schrijft een kind de naam van een dier boven aan een vel papier en vouwt het vervolgens om. Het volgende kind schrijft er een nieuw dier onder en zo verder, tot er vier of vijf dieren staan. Dan wordt het papier opengevouwen en tekenen de kinderen een nieuw dier met de uiterlijke kenmerken van elk opgeschreven dier.

Actie-reactie
Laat de kinderen een dier tekenen met een bepaalde gezichtsuitdrukking: verrast, geschrokken, boos of sip. Vervolgens geven ze het papier aan hun buurman of -vrouw. Die tekent er iets bij, waarvan het andere dier zo treurig, blij, bang of woedend is geworden. Ruil weer om, het is altijd een verrassing!

Teken in opdracht
Elk kind in het tafelgroepje heeft potlood en papier. Iemand start door te zeggen: ‘Teken een boom’, en ieder tekent een boom zoals hij of zij dat wil. Het kind rechts van het eerste kind zegt dan: ‘Teken een aapje in de boom’, en ieder bedenkt en tekent hoe dat aapje in zijn eigen boom hangt/zit/ligt/klimt. Het volgende kind zegt: ‘Teken een ballon die in de takken vastzit’, en het kind daarna zegt: ‘Teken twee meisjes die naar de ballon kijken’. En zo verder, tot het vel vol is. Alles wat genoemd wordt, moet een plaatsje krijgen. Vergelijk de tekeningen als ze klaar zijn.

Tekengedicht
De kinderen nemen een gedicht en vervangen in elke regel één woord voor een tekening. Als het tekengedicht af is, laten ze het lezen aan hun buurman of -vrouw. Wordt het soepel voorgedragen? Dan zijn alle tekeningen volkomen duidelijk!

Pictionary
Als afsluiting van een thema of een jaar lang tekenonderwijs is pictionary een mooi tekenspel.

Vooraf moet u daarvoor wel dertig kaartjes maken, maar deze zijn het jaar erop weer te gebruiken. Schrijf op de kaartjes woorden die de kinderen op het bord moeten kunnen tekenen (en die de andere kinderen kunnen raden), bijvoorbeeld een appel, een stoel, een fiets of – afhankelijk van de leeftijdsgroep – wat moeilijkere zaken als ‘voetballen’ of ‘Nederland’. Tafelgroepen strijden tegen elkaar. Niet om grote prijzen, wel om de eer! Trek een vol lesuur uit voor dit spel. De jongste begint en trekt blind een kaartje. Hij of zij krijgt twee minuten om het woord op het bord te tekenen en het eigen tafelgroepje mag raden. Cijfers of letters mogen niet worden gebruikt en de tekenaar mag niet praten. Is het woord geraden, dan krijgt het tafelgroepje dat kaartje. De groep met de meeste kaartjes wint. Als iemand van een ander tafelgroepje zich niet kan beheersen en hardop meeraadt en het is toevallig goed, dan gaat het punt naar de tegenpartij. In het begin is er altijd een enthousiasteling die dit vergeet…