Tags Atikelen getagd met "zorgverbreding"

Tag: zorgverbreding

Heimwee

Over de achterliggende problematiek bij kinderen, die in de klas geen aansluiting vinden of niet begrepen worden. Over binnenen buitenwereld en het ‘meebewegen’ met verandering, verdriet en verlies. Anders zijn is een eenzaam gevoel. Je kunt het niet delen, want niemand zal je begrijpen. Je bent immers anders dan de anderen. Je ziet de anderen alleen maar kijken: vragend, vriendelijk of juist geïrriteerd en ongeduldig. Je leest in hun gezichten constant de vraag: “Waarom doe je zo?” En je denkt bij jezelf: ja, waarom doe ik eigenlijk zo? Want je doet wat je altijd doet. Tot nu toe begreep iedereen je. En je zou niet weten hoe het anders moet. Wat is hier normaal? Dat is de basisvraag, waar kinderen mee zitten, als ze in de klas geen aansluiting vinden bij klasgenoten of als ze niet begrepen worden door de juf of de meester.

Sanne

Negendelige serie over ‘bijzondere kinderen’. Aflevering 7: kinderen met hechtingsproblemen. Over de sociaal-emotionele gevolgen van onveilige hechting en de behoefte aan veiligheid, structuur en voorspelbaarheid. Met tips voor de leerkracht. Het is half negen ’s morgens. Meester Bram is bezig om het rekenwerk klaar te leggen voor zijn leerlingen van groep 5. Sanne komt de klas binnen, vliegt meester Bram om zijn nek en geeft hem een stevige knuffel. “Meester, je bent de liefste meester van de hele wereld!” zegt Sanne. Meester Bram kijkt Sanne lachend aan en zegt: “Lieve Sanne, ik word weer helemaal vrolijk van je!” “Mag ik de schriften uitdelen, meester?” vraagt Sanne. En zo begint de zevende aflevering in de serie over bijzondere kinderen, die in jaargang 28 van het Praxisbulletin verschijnt. Aflevering 7: kinderen met hechtingsproblemen.

Wat je zegt, ben je zelf!

Over het omgaan met gedragsproblemen en de misverstanden en valkuilen, die je hierbij tegenkomt. Over handelingsgericht werken en het bindend vermogen van leerkrachten. Rondom de term gedragsproblemen zien we veel wollig taalgebruik. Passend onderwijs vraagt bijvoorbeeld om kwaliteit in het omgaan met verschillen tussen leerlingen. “De leerkracht staat centraal. Het zal in de klas moeten gebeuren,” lezen we dan. Dit suggereert, dat de leerkracht in staat moet zijn de regie te nemen in zijn/haar groep, om zo het onderwijs te kunnen afstemmen op de verschillende leerlingen in zijn/haar klas. Maar leerkrachten verliezen die regie nog wel eens, doordat ze veelvuldig in actie moeten komen bij ordeverstorend gedrag van leerlingen. Bovendien ervaren ze méér stress in het omgaan met moeilijk gedrag van leerlingen dan in het omgaan met leerproblemen! Een beschouwing...

Joost

Lezen is niet het favoriete vak van Joost. Maar hij realiseert zich wél, dat lezen belangrijk is. En daarom houdt hij het oefenen goed vol. Doorzetten lijkt hem en zijn omgeving in het bloed te zitten.. En zo begint het zesde artikel in de serie over bijzondere kinderen, die in jaargang 28 van het Praxisbulletin zal verschijnen. Aflevering 6: kinderen met ernstige leesproblemen.

Leren leren

Als studente aan de opleiding Bachelor lager onderwijs (België) heb ik in mijn afstudeerjaar een actieonderzoek gedaan. Omdat ik ondervond, dat op mijn stageschool weinig rond leren leren werd gedaan, besloot ik te gaan onderzoeken hoe ik verschillende tips rond leren leren zou kunnen gebruiken om de leerlingen te helpen leren. In dit artikel ga ik dieper in op een aantal facetten, die ik heb onderzocht.

Ziek zijn… en toch naar school?!

Pim is een vrolijke, leergierige en sociale jongen. Hij gaat iedere dag met plezier naar school en komt dagelijks vol enthousiasme weer thuis. Maar door een chronische ziekte loopt Pim tegen heel wat obstakels aan. Pim heeft Cystic Fibrosis (CF), oftewel taaislijmziekte. Voordat hij naar school gaat, moet hij medicatie sprayen, oefeningen doen, eten en pillen slikken. Dan pas kan hij weg van huis. Pim gaat voor een jaarlijkse controle naar het ziekenhuis en moet tot zijn grote teleurstelling opgenomen worden. Zijn longen hebben weer extra hulp nodig. En daarbij is een zware medicijnkuur noodzakelijk. Wat nu? Hoe moet dat met school?

Joris

‘Te koop! Mooie gelukspoppetjes te koop!’ Meester Jeroen kijkt trots naar Joris, die zijn eigengemaakte waren aan de man probeert te brengen tijdens de fancy fair op school. Zijn groep 8 heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen. De opbrengst gaat geheel naar een project voor weeskinderen in Guatemala. En kijk die Joris daar toch eens staan! Mees Jeroen glundert En zo begint de vijfde aflevering in de serie over bijzondere kinderen, die in jaargang 28 van het Praxisbulletin zal verschijnen. Aflevering 5: kinderen met een verstandelijke beperking.

Zullen we samen?

Steeds meer scholen zijn actief bezig met het stimuleren van sociale competenties van leerlingen. Meestal wordt hiervoor een aparte methode gebruikt, die op een vast moment in de week als opzichzelfstaand vak wordt ingezet. Als we leerlingen echter niet alleen sociale vaardigheden willen aanleren, maar als we ook willen dat leerlingen die vaardigheden verwerven, dan is er meer nodig. Hoe kunnen leerlingen zich de aangeleerde kennis en de bedoelde vaardigheden op het gebied van sociale competentie in een natuurlijke context eigen maken? Coöperatieve werkvormen kunnen die natuurlijke context bieden. Maar het ligt niet voor de hand, dat daarbinnen de sociale vaardigheden vanzelf ontwikkelen. Ik vond hiervoor een model, dat de belangrijke, in de literatuur genoemde strategieën voor het leren van sociale vaardigheden in zich heeft. Het T-kaartmodel1 biedt de leerkracht én de leerlingen een duidelijk gefaseerd houvast en blijkt zeer effectief!

Anouk

Groep 2 van basisschool de Wingerd heeft gym. In het midden van de gymzaal staat de wiebelplank. De kinderen moeten er overheen lopen. Ze vinden het fantastisch en hebben de grootste lol. Behalve Anouk. Zij durft niet over de wiebelplank te lopen. Wesley en Daan staan er hard om te lachen. En zo begint het vierde artikel in de serie over bijzondere kinderen, die in jaargang 28 van het Praxisbulletin zal verschijnen. Aflevering 4: kinderen met cv (Cerebrale Visusstoornis). Oftewel: Cerebral Visual Impairment (cvi).

Meten wat we willen weten

Voor een betrouwbare toetsafname dienen de condities, waaronder toetsen afgenomen kunnen worden, voor alle leerlingen zo veel mogelijk gelijk te zijn. Alleen dan kunt u de resultaten van leerlingen met elkaar en met de normgroep vergelijken. Aanpassingen zijn soms wenselijk en mogelijk. Daarover gaat dit artikel.