Kinderen imiteren graag en nemen niet alleen ouders en volwassenen, maar ook leeftijdsgenoten en idolen als voorbeeld. De idolen van dit moment gebruiken hiphop en streetdance als middel om te communiceren. Om deze cultuur – en daarmee ook de jongeren – als leerkracht en opvoeder te begrijpen, is het wenselijk dat ook de hiphopcultuur terugkomt op de school. Zo creëert u een brug tussen de verschillende culturen van deze tijd.
Dansen lijkt een duidelijk begrip, maar er bestaat een uitgebreid gamma aan dansvormen. Denk bijvoorbeeld aan dansexpressie, ballet, jazzdans, kinderdans, volksdans, ballroom, streetdance en hiphop. Al die dansvormen kennen hun voor- en nadelen.
In dit artikel komt enkel streetdance aan bod, omdat ik geloof dat met deze dansvorm een boeiende weg afgelegd kan worden met kinderen van de basisschool.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Definitie van streetdance

Door mijn werk als streetdance-instructrice ben ik er achter gekomen, dat er op dit moment een grote interesse is in deze vlotte en stoere vorm van dans voor kinderen.
Streetdance is een verzamelnaam van dansvormen, die niet zijn ontwikkeld in dansinstituten, maar op straat, in clubs, op middelbare scholen en op basisscholen.
Tegenwoordig kan streetdance gezien worden als een onderdeel van de hiphop en van de funkdancestijlen, die hun oorsprong al hadden in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Het is een sport, waarbij aspecten als improvisatie en aanmoediging van omstanders een rol spelen en waarbij er vaak een sterke, sociale interactie met omstanders en mededansers is. (Bron: wikipedia. Zie: https://en.www.wikipedia.org/wiki/Streetdance.)
Streetdance is de jeugdcultuur van dit moment. En het begrip hiphop – streetdance is hiphop, maar hiphop is niet per definitie streetdance! – is een allesomvattende branche geworden. Muziek is de motor. Maar daarnaast zijn kleding, graffiti en een eigen taalgebruik samen versmolten tot iets, dat nagenoeg een levenswijze te noemen is.

Rol van de leerkracht

Het nationale expertisecentrum voor leerplanontwikkeling (SLO) pleit niet voor een wekelijks dans- en bewegingsuur. Het lesrooster zit immers al bomvol. Het is belangrijk, dat de leerkrachten vormen van dansen inlassen in andere activiteiten. En dat juist omwille van de positieve mogelijkheden ervan. Het gaat er dus om dans geïntegreerd aan bod te laten komen.
Dans in het primair onderwijs vormt een onderdeel voor het leergebied kunstzinnige oriëntatie en wordt in de kerndoelen van dit leergebied beweging genoemd. Dans maakt ook deel uit van het domein cultuureducatie. In het primair onderwijs bestaat dans uit dansexpressie en dans uit verschillende culturen. Het kerndoel luidt: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om ermee te communiceren.

Motivatie om met streetdance aan de slag te gaan

Bewegingsdrang, belevingswereld en persoonlijke instelling

• Communiceren
Ten eerste bewegen kinderen van nature. Het is voor hen als vanzelfsprekend om met beweging te communiceren. Dat merkt u vooral bij peuters en kleuters, als u ze ziet reageren op vragen of opmerkingen van volwassenen en kinderen. Maar ook als ze muziek horen. De meeste kinderen reageren automatisch en bewegen dan zonder na te denken. Dat plezier in bewegen biedt kansen om de bewegingsdrang te verrijken, door samen met de kinderen te zoeken naar nieuwe mogelijkheden om te bewegen. Al dansend leert het kind zich met zijn/haar lichaam uit te drukken.

• Aansluiten bij belevingswereld
Ten tweede is het naar mijn mening belangrijk, dat een leerkracht zich kan verplaatsen in zijn/haar leerlingen. Leerkrachten geven lessen, die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Op die manier worden kinderen enthousiast gemaakt en kunnen ze zich beter in een onderwerp verdiepen.
De hiphopcultuur is op dit moment iets waar jongeren zich mee identificeren. Daarom is het van belang, dat leerkrachten iets met deze cultuur doen in de lessen. Streetdance is een vorm van deze cultuur, waarbij je veel met emoties en met samenwerken bezig bent. Het is de perfecte manier om leerlingen te begrijpen en de kloof tussen culturen te laten vervagen.

• Begrijpen
Ten derde speelt de eigen interesse en de persoonlijkheid van de begeleider een rol in de werkwijze, die hij/zij verkiest om met beweging en dans om te gaan.
Het gaat er niet per se om dat u zélf streetdance kunt laten zien of streetdance kunt geven. Het gaat erom dat u deze dansvorm wilt begrijpen en leerlingen ermee aan de slag laat gaan op school.

Laat de leerlingen bijvoorbeeld muziek meenemen, die ze zelf geweldig vinden. (Dit is meestal muziek uit de top veertig.) Zorg dat er een ruimte beschikbaar is om te experimenteren met bewegingen. En laat de leerlingen zélf bewegingen bedenken. Meestal zijn deze bewegingen gebaseerd op videoclips, want kinderen imiteren hun idool. Zo ziet u streetdance spontaan ontstaan en hebt u meer een begeleidende rol dan een leidende rol. Zo simpel is het!

Dans en opvoedingskwaliteiten

Net zoals bij andere vaardigheden heeft ieder kind zijn/haar sterke en zwakke punten. Dat is ook zo op dansgebied. Mogelijkheden en beperkingen zijn ook het gevolg van onze opvoeding. Laat die beperkingen u er als leerkracht niet van weerhouden om grenzen te verleggen en het eens te proberen. Want tenslotte zijn er aan dans heel wat opvoedingskwaliteiten toe te schrijven:
• Bij streetdance is het de bedoeling om bewegingsvreugde en energie naar voren te brengen.
• Respect opbrengen voor andere mensen en andere culturen.
• Creatief bezig zijn.
• Spieren ontwikkelen en conditie versterken:
– door te leren omgaan met kracht via de tegenstelling zwak/krachtig;
– door te experimenteren met (en het exploreren van) bewegingsmogelijkheden en expressiemogelijkheden;
– door de bewegingsmogelijkheden van verschillende lichaamsdelen te ontdekken en te oefenen;
– door verschillende bewegingsmogelijkheden met materiaal te ontdekken;
– door de ruimte te leren kennen (op de plaats, door de ruimte, patronen, richtingen);
– door vlotte bewegingsovergangen te leren maken van hoog, via midden naar laag.
• Het sociaal-emotionele (het kunnen uiten van gevoel).
• Samenwerking met leeftijdsgenoten.
• Imiteren van handelingen uit de maatschappij.
• Het lichaam heeft veel meer mogelijkheden dan we op het eerste gezicht vermoeden. Buigen, strekken en draaien zijn de belangrijkste mechanische bewegingsmogelijkheden, die het menselijk lichaam kent. Deze bewegingen leren kinderen bewust te gebruiken.

Hoe zit een streetdanceles in elkaar?

Lesstructuur

Er zijn verschillende soorten lesstructuren, die u voor de les kunt gebruiken. Bijvoorbeeld: het werken naar een voorstelling. Of: in drie weken een routine opbouwen. Hierna beschrijf ik een reguliere les. Ik beschrijf ook hoe u die les opbouwt (en invult) volgens de methodieken die ik gebruik. Zoals al eerder is aangegeven, zijn er te allen tijde meerdere wegen die naar Rome leiden. Zo ook bij de structuur van een les en het indelen van die les. De nu volgende beschrijving is dus maar een van de (vele) mogelijkheden.

lesdeel tijd
1 kennismakingsfase (introductie) 1 minuut
2 warming-up 2 minuten
3 aanleerfase 12-30 minuten
4 finale 3-5 minuten
5 flowdown (cooling down) 3 minuten
6 afsluiting van de les 1 minuut

Lesonderdelen

1 Kennismakingsfase (introductie)
Vertel altijd – voordat u de les begint – wat de lesinhoud is. (Wat is streetdance? En wat gaat u doen?)

2 Warming-up
In dit lesonderdeel maakt u de spieren van de kinderen los en brengt u de groep in de stemming, in de sfeer van de les. Om in een lekkere sfeer te komen, is het het allerbelangrijkst dat de kinderen de stof goed kunnen volgen. Als de kinderen niet mee kunnen komen, gaan ze al met een slecht gevoel de rest van de les in. Het keyword voor dit lesdeel is daarom ook: keep it simple, but keep the flow!

3 Aanleerfase
In dit lesonderdeel bouwt u de choreografie op. Het doel van de les moet zijn, dat de kinderen de choreografie kunnen volgen en dat ze een uur lekker hebben bewogen.

4 Finale
In de finale doet u de choreografie nóg een keer, maar nu op een speciaal nummer, waar de choreografie oorspronkelijk op gemaakt is. De kinderen mogen dan laten zien wat ze kunnen.

5 Flowdown (cooling down)
Laat de kinderen “uitdansen”, zodat ze weer op adem kunnen komen. Doe dat met een rustig liedje. Gebruik hier danselementen en stretches. Gebruik een nieuw nummer, een bekend nummer of een nummer dat u zélf mooi vindt.

6 Afsluiting van de les
Dit is het meest onderschatte lesonderdeel. Sluit de les altijd af met een praatje. Vraag of er nog vragen zijn, houd het persoonlijk en geef complimenten voor de aandacht.

Dansbeschrijvingen in expressiemethodes

Onderdelen

Bij de dansbeschrijvingen worden meestal de volgende onderdelen genoemd:
1 Titel en achtergrondgegevens van de dans.
2 Dansstructuur.
3 Tips en opmerkingen.

1 Titel en achtergrondgegevens van de dans

Muziek is wiskundig te verdelen in tellen. Hoewel de telling van muziekstukken vrij discutabel is, is het omschrijven van de telling een goed hulpmiddel bij het maken en het aanleren van een choreografie.

• Maten
Als we het over tellen hebben, dan zijn daarbij een aantal basisregels van toepassing. Muzikaal gezien hebben we het binnen de muziek, die bij streetdance gebruikt wordt, eigenlijk altijd over een vierkwartsmaat. Iedere maat bestaat daarbij uit vier hele tellen. In de lessen tellen we tot acht en muzikaal gezien zijn acht hele tellen dus twee maten.

• Beats
Bij die hele tellen noemen we de even tellen de upbeats en de oneven tellen de downbeats.

• Afterbeat
Streetdancemuziek heeft een vrij traag tempo. Juist dit tragere tempo zorgt ervoor, dat het mogelijk is om fysiek gebruik te maken van de afterbeat. De afterbeat is feitelijk de halve tel tussen twee hele tellen in. (Bijvoorbeeld: tel 1 & tel 2, waarbij de &-tel staat voor de afterbeat.) De &-tellen vallen dus op een continue afterbeat. (Net als bij reggae. Alleen zit daar een duidelijk accent op de afterbeat.)

• Syncopation
Naast de afterbeat zijn er ook nog tellen tussen de hele tel en de halve tel in. Dat zijn: de kwarttellen. De halve tellen en de kwarttellen vallen muzikaal gezien onder de noemer syncopation.
We krijgen dan het volgende telschema: maat 1 is uitgewerkt en maat 2 is tel 5 tot en met tel 8 (hele tellen).

2 Dansstructuur

De dansen worden over het algemeen in drie kolommen genoteerd: één kolom voor de muziek (tellen), één kolom voor de dansbeschrijving en één kolom voor eventuele aanvullingen. In de kolom Muziek kan bijvoorbeeld de volgende telwijze voorkomen:

1-8 = tel 1-2-3-4-5-6-7-8.
Of: 1-4 = tel 1-2-3-4 en 5-8 = tel 5-6-7-8.

Bij de dansbeschrijvingen staat er in de kolom Dansbeschrijving soms zelfs een uitgebreide uitleg voor elke tel of voor de tellen 1-2.

3 Tips en opmerkingen

• Streetdancepassen Nu volgen ideeën en suggesties, die nog andere mogelijkheden kunnen bieden, waardoor de dans eventueel verder (of anders) kan worden uitgewerkt. Ik begin met de beschrijving van de verschillende streetdancepassen.

Streetdancepassen
March Marcheer op uw plaats, beginnend met de rechtervoet (tenzij anders beschreven).
Slide Glijd met uw linker- of rechterbeen naar voren (of naar achteren), door een grote stap in de richting die u opgaat te zetten en uw andere been glijdend aan te schuiven.
Bounce Veer door op uw plaats.
Twisten Zwaai met uw voeten én ook met uw heupen. Uw voeten en uw armen gaan tegelijk.
Pivot Dit is een halve draai. Stap met de rechtervoet naar voren, draai om en stap weer met de rechtervoet naar voren en draai weer om. (U staat dan weer op de normale positie.)
Step touch Dit is een pas opzij zetten. Stap met de rechtervoet opzij en stap met de linkervoet bij. Stap met de linkervoet opzij en stap met de rechtervoet bij.
Grapevine Dit is een soort dubbele pas opzij. (In het midden kruist u een voet achter de andere.) Stap met de rechtervoet naar rechts. Stap met de linkervoet naar rechts, maar kruis uw linkervoet net achter uw rechtervoet. Stap vervolgens naar rechts met de rechtervoet en naar rechts met de linkervoet.
Jumping jack Spreidsprong, sluit.

• Suggesties – De ruimte, waarin de bewegingsactiviteit plaatsvindt, kan het best vrij groot, sober en netjes zijn. Op die manier kunnen kinderen gemakkelijk bewegen. – Het is gemakkelijk voor de kinderen als ze over kleding beschikken, die hen vlot laat bewegen. – Als u een uitgebreide toelichting geeft – bijvoorbeeld in de vorm van een verhaal – dan laat u de kinderen op de grond zitten. – Als u een opdracht geeft, is het belangrijk dat de kinderen klaarstaan. Na een afgesproken teken starten ze en werken ze hun opdracht ook volledig af. – Dans en beweging geven aanleiding tot minder gestructureerde situaties dan een activiteit in het klaslokaal. Toch moeten de kinderen leren om zich aan duidelijke afspraken te houden met betrekking tot kletsen, elkaar aanraken, enzovoort. – De keuze van de muziek is belangrijk. – Bij een dansactiviteit hebt u als leerkracht een begeleidende rol. Observeren en bijsturen zijn belangrijk. Uw eigen voorbeeld is essentieel. – Werkt u een dansactiviteit volledig uit, dan bent u – afhankelijk van de leeftijd van de kinderen – een half uur tot een uur bezig. Dat geldt niet, als u in aansluiting op een andere activiteit een bewegingsopdracht geeft. Veel succes!