Topografie leer je vooral tijdens de aardrijkskundeles. Tenminste, dat is de gedachte van de meeste mensen. Maar veel topografie leer je juist ook op andere momenten! De topografische kennis van leerlingen op de basisschool is erg laag, blijkt uit cijfers van het Cito. Je kunt gerust stellen dat het effect van het leren van topografie tijdens de aardrijkskundelessen op de meeste basisscholen gering is.
In dit artikel gaan we in op de situatie zoals die nu is. En we laten zien dat het aanleren van topografie op de basisschool eigenlijk veel beter kan. Bovendien hoeft dat, zowel voor leerlingen als voor leerkrachten, helemaal niet moeilijk te zijn of veel moeite te kosten. Een win-winsituatie, die op de lange termijn een veel hogere score bij topografie zal opleveren dan het landelijk gemiddelde nu aangeeft.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Er gaat iets mis tijdens het leertraject

Gesprek

Leerling Rianne van groep 8 praat met haar leerkracht over de wegenkaart van Nederland, die aan de muur hangt.

Leerkracht: “Rianne, welk land zie jij op deze wegenkaart?”
Rianne: “Eh…, dit is de kaart van Nederland.”
Leerkracht: “Prima! Ja, dat staat er ook boven, hè? Kun je op de kaart ook een aantal plaatsen aanwijzen die je kent?”
Rianne: “Hmmm…”
Het blijft even stil.
Leerkracht: “Laten we beginnen met een tamelijk makkelijke plaats. Wijs Groningen maar eens aan.”
Rianne: “Ja…, eh…, even zoeken, hoor.”
De hand van Rianne gaat richting Arnhem.
Leerkracht: “Nou, doe Utrecht dan maar. Dat is wat beter te vinden, denk ik.”
Rianne: “Ja, ja…, eh…”
Rianne cirkelt wat rond met haar wijsvinger.
“Ah…, hier heb ik ‘m!”
Leerkracht: “Oké, laten we anders nog wat dichter bij huis kijken. Wijs eens even aan waar je woont. Medemblik.”
Rianne: Rianne gaat met haar wijsvinger naar Noord-Holland en komt – al zoekend – allerlei plaatsen tegen.
“Amsterdam… Hier ligt Hoorn… Dat is niet zo heel ver weg. En hier ligt Alkmaar… Dat is ook niet zo ver weg, want daar woont oom Jan… Enkhuizen… Hier! Ik heb het gevonden… Medemblik!”

Slechte resultaten

Zomaar een leerling van groep 8, die veel moeite heeft met het vinden van grote plaatsen op een wegenkaart van Nederland. Voor veel volwassenen is dit helaas ook een probleem.
Uit cijfers van het PPON-onderzoek van het Cito blijkt, dat leerlingen in groep 8 gemiddeld beduidend slechter zijn in de topografie van Nederland dan leerlingen van groep 6, de groep waarbij Nederland veelal wordt behandeld tijdens de les. Uit cijfers van voorgaande onderzoeken blijkt ook, dat de topografische kennis van veel leerlingen op de basisschool al decennia lang vele malen lager is dan leerkrachten graag zouden willen zien. En dat is bijzonder jammer. Zeker als je dat afzet tegen de hoge tijdsinvestering van leerkrachten en leerlingen met betrekking tot dit onderdeel tijdens de aardrijkskundelessen. Blijkbaar gaat er tijdens het leertraject iets mis.

Van buiten leren: een lange traditie

“Vandaag beginnen we met de topografie van Italië. In het werkboek staat een kaartje met stippen en nummers. Jullie mogen de plaatsen opzoeken in de atlas en de namen achter het juiste nummer op het werkblad zetten. Straks kijken we het na. Volgende week maandag hebben we een topografietoets.”
Een moment uit een aardrijkskundeles, dat bijna iedereen uit zijn/haar eigen schooltijd als leerling zal herkennen. Bijna elke leerkracht heeft ooit leerlingen laten leren volgens deze traditionele en veelgebruikte leermethode. Het gaat hier om een schooltraditie, die bijna niet te doorbreken is. Immers, op veel scholen gaat het nog steeds zo.
Feitelijk komt het erop neer, dat veel leerlingen betekenisloze stippen uit het hoofd leren op een voor hen even zo betekenisloze kaart. Het eenzijdige gebruik van deze methode is de fundamentele oorzaak van de slechte resultaten op het gebied van topografische kennis op de basisschool. Veel leerlingen scoren prima op de topografietoets, omdat ze voor die toets onlangs veel uit het hoofd hebben geleerd. Maar voor het langetermijngeheugen is het effect verrassend laag.

In het vervolg van dit artikel zal ik een aantal didactische tips beschrijven, die leerkrachten in de midden- en bovenbouw kunnen inzetten, om een hogere score te verkrijgen bij het langetermijngeheugen, met betrekking tot topografische kennis.

Didactische tip 1: leren met kaarten in de klas

Een inventarisatie in de klaslokalen van basisscholen leert al gauw dat op het merendeel van de scholen niet eens een landkaart permanent in de klassen hangt. Dit is meteen de grootste, gemiste kans bij het leren van topografie. Want eigenlijk zouden in elke middenbouw- en bovenbouwgroep landkaarten aanwezig moeten zijn van Nederland, Europa en de wereld.
Op tal van momenten van de lesdag worden landen, plaatsen, rivieren of gebergten genoemd. Denk maar eens aan de geschiedenisles of de taalles. Het noemen van een naam alleen is +echter niet voldoende. Een naam heeft ook een plek op de kaart! Een leerkracht moet er een gewoonte van maken om toponiemen aan te wijzen op de landkaart, als die aan de orde komen. Op zo’n moment leren de meeste leerlingen automatisch topografie! Immers, de leerlingen zijn veelal intrinsiek gemotiveerd over het onderwerp, waarover gepraat wordt. Daar komt bij, dat er beelden ontstaan van de verhalen die erover bekend zijn. Zo’n plek krijgt dan betekenis. In de praktijk gebeurt dit helaas nog veel te weinig.

27-02-03-01
Op tal van momenten van de lesdag worden er landen, plaatsen, rivieren of gebergten genoemd. Het bovenstaande is een fragment uit het liedje “Olga”, overgenomen uit: “Eigen-wijs, liedbundel voor het basisonderwijs”, uitgegeven door SMV, Born (pag. 325).
Op tal van momenten van de lesdag worden er landen, plaatsen, rivieren of gebergten genoemd. Het bovenstaande is een fragment uit het liedje “Olga”, overgenomen uit: “Eigen-wijs, liedbundel voor het basisonderwijs”, uitgegeven door SMV, Born (pag. 325).

Didactische tip 2: houd de basistopografielijst aan

Heel veel of bijna niks

In het verleden moesten sommige leerlingen wel erg veel topografische namen leren. In de jaren tachtig werden zelfs schoolmethodes gebruikt, die over de hele basisschool gezien meer dan tweeduizend topografische items aanboden! Iets wat vooral uit het oogpunt van marketingstrategie werd gedaan. Want zelfs nu nog vinden veel leerkrachten de hoeveelheid topografie een zeer belangrijk criterium bij de keuze van een nieuwe aardrijkskundemethode. Op deze manier is in stand gehouden, dat kinderen dingen voornamelijk van buiten leren.
Er is ook een andere stroming geweest. Die bestond uit leerkrachten, die zeiden: “Als je het maar op kunt zoeken.” Maar dat is natuurlijk ook niet effectief. Want van dat opzoeken komt in de praktijk veelal weinig terecht, als het te vrijblijvend is.

Evenwichtig en relevant

Om afspraken te maken over een evenwichtige hoeveelheid relevante topografie is een landelijke basistopografielijst opgesteld van 100 toponiemen (100 voor Nederland, 100 voor Europa en 100 voor de wereld). Ze zouden beheerst moeten worden door kinderen van groep 8, maar ook door studenten die de pabo willen gaan doen.
Meer informatie over de actuele topografielijst is te vinden op de website van het Cito: www.cito.nl (bij: primair onderwijs, vak: aardrijkskunde). En op de website www.entreetoets-menw.nl (bij: informatie voor studenten).

Didactische tip 3: herhalen in wisselende contexten

Leerprincipe

Uit onderzoek naar het leren van een vreemde taal is gebleken, dat veel mensen een onbekend woord gemiddeld zeven keer opnieuw moeten hebben gehoord, voordat ze zich het betreffende woord helemaal eigen hebben gemaakt. Van belang daarbij is, dat het woord steeds in een andere context aan de orde komt, om het beter in het langetermijngeheugen vast te leggen. Voor het leren van topografie is dat leerprincipe eigenlijk niet veel anders.

De juiste mix

Wanneer u als leerkracht in de praktijk steevast bij elke aardrijkskundeles even wat topografie overhoort, dan is dat dus in principe niet voldoende. Het herhalen is belangrijk, maar moet niet steeds op dezelfde manier gebeuren. (Bijvoorbeeld: door de kinderen hardop te laten zeggen wat u als leerkracht op de kaart aanwijst.) Nee, het moet gebeuren in verschillende contexten. En dat kan op een spontane manier gebeuren. Om dat te verwezenlijken, moet u bedenken dat iemand zich de meeste topografische kennis eigen maakt buiten de aardrijkskundeles om! Ga maar na: de plaatsen die je kent van je vakantie, van onderweg of die in een interessant nieuwsitem voorkomen, kun je veelal vlot reproduceren. Van belang is dus een goede mix te maken bij het aanbieden van topografie op de basisschool, zodat elke leerling op een bepaald moment een item in zich op kan nemen, omdat het hem/haar raakt.

Didactische tip 4: topografie uit eigen interesse

Bij het leren schrijven van woorden leren leerlingen veelal sneller, als ze zélf bepalen welke woorden ze schrijven. Die zogenoemde woorden van jezelf hebben al betekenis voor een leerling, omdat hij/zij er nieuwsgierig naar was en omdat hij/zij die woorden al in een eigen context heeft geplaatst.
Deze manier van leren kan ook worden toegepast bij het leren van topografie. Leerlingen mogen daarbij best toponiemen leren, die niet op de topografielijst staan. Het is dan wél belangrijk, dat er een link wordt gelegd met grotere toponiemen in de buurt. Neem bijvoorbeeld een plaats als Zandvoort, die de leerlingen veelal kennen van het strand en de zee. Als u Zandvoort koppelt aan bijvoorbeeld de vlakbij gelegen stad Haarlem, dan wordt de eigen topografie als kapstok gebruikt voor het aanleren van andere, relevante plaatsen!

Didactische tip 5: het doen van miniactiviteiten

In de midden- en bovenbouw zijn er soms momenten, waarop u wat overgebleven lestijd moet opvullen. Die kunt u ook nuttig besteden met eenvoudige topografieactiviteiten, zonder dat u de leerlingen het idee geeft dat ze aan een nieuwe opdracht moeten werken. Voorbeelden zijn: spellen als topobingo, kwartetspel, het tekenen en raden van een land, het leggen van richtingwijzers, het maken van een puzzel, enzovoort.

Het zou mooi zijn, als leerkrachten op de basisschool – naast het van buiten leren – ook enkele van de beschreven didactische tips in de praktijk zouden brengen. Dat levert beslist een beter leerresultaat op. En het zorgt bovendien voor een welkome afwisseling!

Een mooi praktijkvoorbeeld

200910namenspel2
Roger Baltus en Rob Komen hebben een slijtvaste kaart van Nederland gemaakt op het schoolplein van basisschool De Driemaster in Alkmaar. De kinderen van de bovenbouw doen er zelfbedachte spellen mee, waarbij de plaatsnamen genoemd worden. (Zie de internetuitbreiding bij dit artikel voor de twaalf populairste spellen!) En zelfs een aantal kleuters wijzen al enkele plaatsnamen aan op de kaart. (“Dat is Amsterdam,” zegt een kleuter. “Hoe weet jij dat?” vraagt een meester op het schoolplein verbaasd. “Dat heeft de juf ons verteld. En hier is Alkmaar,” zegt de kleuter, zonder aarzelen. Vervolgens huppelt ze naar Den Helder, om vandaar naar Texel te springen, zonder het nog te weten.)
De contouren van Nederland en sommige plaatsen krijgen nu al betekenis. Een goede basis voor het koppelen van nieuwe informatie in een ander leerstadium. Dat Amsterdam bijvoorbeeld niet al te ver van Alkmaar ligt, zal de genoemde kleuter straks sneller gaan beseffen, als de plaatsen nóg eens, maar dan in een andere context, aan de orde komen!

Bronnen

• Over de peilingen
– Frank van der Schoot, Onderwijs op peil? Een samenvattend overzicht van 20 jaar PPON, Cito, Arnhem, 2008.
– Henk Notté, Frank van der Schoot & Bas Hemker, PPON, Balans van het aardrijkskundeonderwijs aan het einde van de basisschool 3, Cito, Arnhem. 2001.

• Over de didactiek van topografie
Jan Karel Verheij & Henk Notté, Aardrijkskunde is overal, Estede, Rosmalen, 2008.

• Over de topografielijst
Henk Notté, Domeinbeschrijving Aardrijkskunde, Cito, Arnhem, 2008.

• Over het leren van woorden
Frederike Kippel (Englisch Didaktik, LMU München), in: Leichter lernen, Focus Schule, mei 2006.

• Over het leren schrijven van woorden
Heide Wahl, Schreiben nach Gefühl, Lernmethoden, Focus Schule, mei 2006.

• Over muziek en topografie
Frans Haverkort, Rinze van der Lei & Lieuwe Noordam, Eigen-wijs, Liedbundel voor het basisonderwijs. Stichting ter bevordering van Muzikale Vorming (SMV), 2006.