Sinterklaas doet al honderden jaren hetzelfde. In de zomer zoekt hij cadeautjes, denkt hij met de pieten na over gedichten en geniet hij van de Spaanse zon. In de winter neemt hij de boot naar Nederland en viert hij zijn verjaardag met de kinderen.

Tot nu toe genoot Sinterklaas van zijn taken. Maar als de sint iemand ontmoet met een heel avontuurlijke baan, dan gaat hij nadenken. Is het nog wel zo leuk om Sinterklaas te zijn? Wordt het niet eens tijd voor iets anders? De sint gaat op zoek naar ander werk!

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding.

Informatie vooraf

TONEELBEELD
Aan de ene kant van het toneel staan een troon (of een feestelijk versierde stoel) en een werktafel voor Sinterklaas.
Aan de andere kant van het toneel staan een tafel en een stoel. Hier spelen alle andere scènes zich af. Doordat dit een neutraal decor is, kunt u er – door het toevoegen van rekwisieten – steeds een andere locatie van maken.

PERSONAGES
– Sinterklaas.
– Hoofdpiet.
– Vader.
– Moeder.
– André.
– Dokter.
– Peter.
– Moeder van Peter.
– Man in kantoor.
– Mevrouw in bibliotheek.
– Een aantal zwartepieten.
REKWISIETEN
– Het grote boek van Sinterklaas.
– Brief.
– Helm. (Bijvoorbeeld: een motorhelm, overtrokken met aluminiumfolie.)
– Pepernoten.
– Cadeautjes.
– Kamerscherm.
– (Speelgoed)injectienaald.
– Rekenmachine.
– Stapels rekeningen.
– Stapeltjes boeken.
– Sinterklaasmuziek.

HET VERHAAL IN SCÈNES
Sinterklaas zoekt werk is een toneelstuk met een eenvoudige verhaallijn en is verdeeld in negen scènes. Hier volgt de beschrijving.

Scene 1

De hoofdpiet komt binnen met een brief. De sint zit op zijn stoel en bladert in het grote boek.
Sint: ‘Wat is er, piet?’
Hoofdpiet: ‘We hebben een vreemde brief gekregen, Sinterklaas. Het is een brief van André. Hij vraagt of we morgen bij hem pakjesavond kunnen komen vieren.’
Sint: ‘Morgen? Maar het is volgende week toch pas 5 december?’
Hoofdpiet: ‘Leest u het zelf maar, Sinterklaas.’
Sint neemt de brief aan en leest ‘m hardop voor.

Lieve Sint,
Mijn vader werkt bij het Ruimte Onderzoek Station. Hij is astronaut. Hij gaat over twee dagen met een raket naar de maan. En hij komt pas over twee weken weer terug. Hij kan er dus niet bij zijn op pakjesavond. Dat vinden wij allemaal heel erg jammer. Vindt u het daarom goed als we dit jaar, voor één keer, pakjesavond een week te vroeg vieren? Dan kan mijn vader meedoen. Natuurlijk zetten we dan op 5 december onze schoen niet nóg een keer, hoor! Want dat zou niet eerlijk zijn natuurlijk.
Met vriendelijke groeten,
André Posthoorn

P.S. Alvast gefeliciteerd met uw verjaardag!

39981436-e1e9-4e8d-8a1c-ac8b68b11341_sintZoektWerk6

Sint legt de brief op tafel en kijkt de hoofdpiet aan.
Sint: ‘Zo, zo. Astronaut. Toe maar.’
Hoofdpiet: ‘Wat doen we, Sinterklaas? We kunnen toch niet zomaar pakjesavond verplaatsen?’
Sint: ‘Nee, dat kan natuurlijk niet zomaar. Maar we zullen voor André en zijn vader een uitzondering maken. Regel het maar, piet. We zullen morgenavond even langs gaan bij deze mensen. André is een lieve jongen. En zijn ouders waren ook lieve kinderen vroeger. Dus het lijkt me geen probleem.’
Hoofdpiet: ‘Prima, Sinterklaas.’
Sint: ‘Enne… piet…, ik ga zélf mee. We gaan op bezoek bij ze. Ik heb namelijk wat vraagjes aan de vader van André.’
Hoofdpiet: ‘Prima, Sinterklaas!’

Scene 2

Sinterklaas en de hoofdpiet zitten in een huiskamer. André, zijn vader en zijn moeder zingen een sinterklaasliedje.
Sint: ‘Prachtig! Heel mooi gezongen!’
Vader: ‘Ik vind het geweldig, dat u vandaag al bij ons pakjesavond komt vieren, Sinterklaas. Ik vond het zó jammer, dat ik net op 5 december in de ruimte ben!’
Sint: ‘Graag gedaan. Geen enkel probleem. Zeg…, hoe is dat nou, om astronaut te zijn?’
Vader: ‘Erg leuk. De aarde ziet er mooi uit vanuit de ruimte. En zo’n raket gaat behoorlijk hard.’
Sint: ‘Hebt u uw astronautenpak hier?’
Vader: ‘Nou eh…, nee. Mijn pak ligt op het Ruimte Onderzoek Station.’
Sint: ‘Dat is nou jammer.’
Vader: ‘Ik heb hier alleen een oude helm, van een van mijn vorige vluchten.’
Sint: ‘Och…, zou ik die eens heel even…?’
Vader: ‘Natuurlijk!’

Vader staat op en loopt het toneel af. André krijgt nog gauw een cadeautje van de hoofdpiet. Hij pakt het enthousiast uit en bedankt de sint. Vader komt binnen met een helm.
Sint: ‘Geweldig! Dat is weer eens wat anders dan een mijter. Mag ik?’

Vader knikt. De hoofdpiet pakt de mijter van Sinterklaas aan en helpt hem met het opzetten van de helm.
Sint: ‘Fantastisch! En hier kunt u dan gewoon door ademen?’
Vader: ‘We kunnen gewoon ademen en we kunnen gewoon met elkaar praten.’

Sint zet de helm weer af en de mijter weer op.
Sint: ‘Dank u wel. Piet, kun jij de helm voor mij eens vullen met pepernoten?’

Vader, moeder en André kijken lachend toe, terwijl Piet de helm volgooit met pepernoten.
Sint: ‘Zo, dit is voor u. Om mee te nemen naar de ruimte.’

Vader pakt de volle helm aan.
Vader: ‘Dank u wel, Sinterklaas, maar ik moet de pepernoten thuislaten. We mogen niet te veel meenemen, weet u. Dan wordt de raket te zwaar.’
Sint: ‘Jullie mogen geen pepernoten meenemen? Nou, zeg. Dat is me ook wat! Nou…, dan bewaren jullie ze maar lekker tot papa weer thuis is. Dag, allemaal! En… een goede vlucht!’

Vader, moeder en André zingen Dag Sinterklaasje, terwijl sint en piet weggaan.

Scene 3

We zijn weer in het kantoor van Sinterklaas. Sint zucht en steunt. Hij staat op, ijsbeert, gaat weer zitten. Piet kijkt hem bezorgd aan.
Hoofdpiet: ‘Wat is er toch, Sinterklaas? U lijkt zo eh… rusteloos.’
Sint: ‘Mmm… Dat is wel zo, ja. Zeg, stond die helm mij goed?’
Hoofdpiet (lachend): ‘Nou, de mijter staat u beter, hoor, Sinterklaas!’
Sint: ‘Tja. Maar toch, weet je, piet, als je honderden jaren achter elkaar steeds maar weer diezelfde mijter op hebt, dan gaat dat toch wel eens een beetje vervelen. Dan zou je wel eens een helm op willen! Bij wijze van spreken. Het is niet zo interessant, om altijd maar Sinterklaas te zijn. Ik ben benieuwd of ik ook nog iets anders kan worden. Er zijn zo veel leuke en interessante beroepen. Wacht maar niet op mij. Want voorlopig kom ik niet meer terug, piet. Ik hou ermee op. Jullie redden het wel zonder mij. Dit is per slot van rekening ook niet jouw eerste sinterklaasavond. Je weet hoe het moet, met al die cadeautjes en zo. Dag, hoor!’

De sint pakt zijn staf en loopt weg. De hoofdpiet kijkt Sinterklaas verbaasd na.
Hoofdpiet: ‘Bij wijze van spreken? Zo veel leuke beroepen? Wat gaat hij doen? Het lijkt wel… Zei hij nou, dat hij geen Sinterklaas meer wil zijn?’

5ab25a6a-cc32-4025-84ea-d044d64015cf_sintZoektWerk4

Scene 4

Achter een tafeltje zit een dokter. Hij kijkt verbaasd op, als Sinterklaas binnenkomt.
Dokter: ‘Sinterklaas! Wat een verrassing! U bent toch niet ziek?’
Sint: ‘Nee, nee, ik voel me prima, hoor. Maar ik wil wel even blijven kijken, als dat mag.’
Dokter: ‘Wat bedoelt u?’
Sint: ‘Nou…, ik heb altijd al wel eens willen weten hoe het is om een dokter te zijn.’
Dokter: ‘O, nou, eh, dat is heel erg interessant. Ik vind het erg leuk werk, hoor. Kijk, daar komt mijn eerste patiënt. Maar… eh…, zou u achter dit kamerscherm willen gaan staan? Want mijn patiënten raken misschien een beetje in de war, als ze ineens Sinterklaas in de spreekkamer zien.’

Sinterklaas verstopt zich achter het kamerscherm.
Peter: ‘Hallo, dokter!’
Moeder van Peter: ‘Goedemorgen, dokter. We komen toch maar weer even bij u langs. Peter blijft maar moe. En hij heeft steeds last van hoofdpijn.’
Dokter: ‘Och jeetje, wat vervelend. Nou, we zullen eens kijken.’

De dokter tikt op het hoofd van Peter en kijkt in zijn keel. Hij klopt op zijn rug en voelt in zijn nek.
Dokter: ‘Ik kan niets ontdekken, hoor. Daarom ga ik maar even bloed bij je prikken, Peter.’
Peter: ‘Prikken?’
Dokter: ‘Ja, een klein prikje, zodat ze in je bloed kunnen kijken waarom je je niet lekker voelt. Over een paar dagen weten we de uitslag.’
Peter (barst in tranen uit): ‘Ik wil geen prik!’
Moeder: ‘Kom op, Peter, stel je niet zo aan. Je bent toch een grote jongen!’

De dokter stelt Peter gerust en geeft de injectie. Peter bijt op zijn tanden. Als het klaar is, lacht hij weer.
Dokter: ‘Zie je nou wel dat het meeviel? Je hebt je kranig gedragen, hoor. Over een paar dagen weten we meer.’
Moeder: ‘Dank u wel, dokter! En tot ziens maar weer.’
Peter: ‘Dag, dokter.’

Moeder en Peter lopen de spreekkamer uit. En dan komt Sinterklaas weer tevoorschijn.
Dokter: ‘Ziet u wel. Heel interessant werk. Erg leuk.’
Sint: ‘Nou, zeg. Is dat alles wat u kunt geven aan die jongen?’
Dokter: ‘Pardon?’
Sint: ‘U geeft hem alleen een prik! Waarom geeft u hem geen cadeautje? Of pepernoten? Daar voelen kinderen zich vaak meteen al beter door.’
Dokter: ‘Ik kan toch niet alle kinderen zomaar cadeautjes geven, Sinterklaas! Of pepernoten!’
Sint: ‘Daar snap ik niets van. Ik doe niet anders! Al jaren! Dat kunt u best, hoor, dokter. Hier! Alstublieft. Voor uw volgende patiëntje!’

Sinterklaas pakt een handvol pepernoten uit zijn tabberd en legt die op het bureau van de dokter. De dokter kijkt met een vies gezicht naar de pepernoten.
Dokter: ‘Nou, dank u wel dan maar, Sinterklaas.’
Sint: ‘Geen dank. En bedankt dat ik even met u mee mocht kijken, dokter. Dag, hoor!’

Scene 5

In het kantoortje van Sinterklaas staat de hoofdpiet met een paar pieten te praten.
Piet 1: ‘We moeten weten van Sinterklaas of Esmée nou wel of geen Barbie krijgt dit jaar.’
Piet 2: ‘En of Jayden de Lego mag, die op zijn verlanglijstje staat. Hij heeft namelijk wél zijn zusje uitgescholden afgelopen week!’
Piet 3: ‘Ja, maar hij heeft “sorry” gezegd, hoor!’
Piet 2: ‘Daarom wil ik weten wat Sinterklaas ervan vindt! Als hij geen “sorry” had gezegd, dan had hij helemaal niks gekregen dit jaar. Dat snap je toch wel!’
Piet 3: ‘Iedereen kan toch wel eens boos worden? Jayden ook. Nou, hij heeft “sorry” gezegd. Dus mag hij cadeautjes.’
Piet 2: ‘Ik wil alleen maar weten wat de sint ervan vindt.’
Hoofdpiet: ‘Pieten, stop! Hou op met kibbelen. We zullen voorlopig niet horen wat de sint vindt van Jayden en van Esmée. En ook niet van alle andere kinderen. Want de sint is weg!’
Piet 1: ‘Hoe bedoel je, weg?’
Hoofdpiet: ‘Hij is vertrokken. Hij komt voorlopig niet meer terug. Hij ging op onderzoek uit, want hij heeft genoeg van zijn mijter. Of zoiets.’
Piet 2: ‘Genoeg van zijn mijter?’
Hoofdpiet: ‘Ik ben bang… Pieten…, ik ben bang, dat Sinterklaas op zoek is naar ander werk!’
Pieten: ‘Wat?’
Hoofdpiet: ‘Ja. We moeten er rekening mee houden, dat we dit jaar een pakjesavond zónder Sinterklaas krijgen.’
Pieten (door elkaar pratend): ‘Maar dat kán toch helemaal niet! Wat nu? Wat moeten we nou beginnen zonder Sinterklaas?’
Hoofdpiet: ‘Jullie gaan gewoon door met cadeautjes inpakken. En ik…, eh…, ik ga hier zitten nadenken.’

36820935-ad45-4870-b1af-cce6ce4348ce_sintZoektWerk5

Alle pieten lopen het kantoortje van Sinterklaas uit. Alleen de hoofdpiet blijft achter.

Scene 6

Sinterklaas loopt een kantoortje binnen. Achter het bureau zit een man met een bril op. Hij rekent van alles uit op zijn rekenmachine. En tussendoor schrijft hij razendsnel dingen op.
Sint: ‘Goedemiddag!’
Man: ‘Sinterklaas! De kinderen zijn thuis, hoor!’
Sint: ‘Ja, dat weet ik. Maar ik kwam graag even bij u kijken. Hoe is dat nou, om op zo’n groot kantoor te werken?’
Man: ‘Erg leuk, Sinterklaas. Kijk…, ik ben van alles aan het uitrekenen. Dit is een namelijk een groot bedrijf. Dus er valt erg veel uit te rekenen.’
Sint (kijkt naar papieren op tafel): ‘Zo, dat zijn inderdaad veel getallen.’
Man: ‘Ja, reken maar. En dit zijn allemaal rekeningen, die ik binnen heb gekregen. Ziet u wel? Dat moet ik allemaal uitrekenen en dan betalen. Leuk, hé?’
Sint: ‘U krijgt allemaal rekeningen met de post?’
Man (trots): ‘Jazeker. Elke dag een hele stapel. Fijn, hoor.’
Sint: ‘En u krijgt nooit eens een brief of een tekening?’
Man: ‘Nee. Nou ja, af en toe krijg ik wel eens een brief natuurlijk. Die brief gaat dan over een rekening, die ik moet betalen bijvoorbeeld. Maar tekeningen? Nee…, die krijgen we nooit hier. Wat zou ik moeten met een tekening? Een tekening kun je niet uitrekenen, Sinterklaas.’
Sint: ‘Nee, dat is waar. Maar je kunt een tekening wél ophangen. Dat doe ik meestal. Nou, ik heb het wel weer gezien. Bedankt, hoor! Ik kom er wel uit.’
Man: ‘Dag, Sinterklaas!’

De sint loopt het kantoortje uit en gaat weg.

3a207d6b-581f-45b3-ac2d-60060efc3a68_sintZoektWerk2

Scene 7

De hoofdpiet zit in het kantoor van Sinterklaas aan de werktafel. Hij schrijft iets op, terwijl hij ondertussen hardop mompelt.
Hoofdpiet: ‘Stel je nou eens voor, dat de sint ermee ophoudt. Dat hij astronaut wil worden of zoiets. Dan moeten we iets verzinnen. De kinderen zijn er zo aan gewend, om de verjaardag van Sinterklaas te vieren. Dat kunnen we toch niet ineens veranderen? Wacht! Ik zet een advertentie. Ik zet gewoon een personeelsadvertentie: Gezocht! Oudere man met baard. Moet van kinderen houden. Moet gevoel hebben voor cadeaus. Paard kunnen rijden is een pré…’

Scene 8

Sinterklaas loopt een bibliotheek binnen. Achter een balie zit een strenge bibliotheekmevrouw. Om haar heen liggen stapels met boeken.
Sint: ‘O, wat veel boeken hebt u hier, zeg!’
Mevrouw: ‘Hallo, Sinterklaas. Ja, we hebben hier heel veel boeken. Maar er zijn nu geen kinderen, hoor. Die komen op woensdagmiddag. Dan lees ik voor.’
Sint: ‘Nee, nee, ik kom niet voor de kinderen. Ik kom voor u. Ik wilde u iets vragen. Is het nou leuk om in een bibliotheek te werken?’
Mevrouw: ‘Dat is ontzettend leuk, Sinterklaas! Ik zet alle boeken terug waar ze horen, ik bestel nieuwe boeken en ik laat de mensen boetes betalen, als ze de boeken te laat terugbrengen. Ja, hoor. Ik vind het erg leuk. En lekker rustig ook, tussen al die boeken.’
Sint: ‘Ja, het is hier wel erg rustig. Dat is wel een beetje vreemd. Zingt u nooit eens een liedje, mevrouw? Met de kinderen bijvoorbeeld?’
Mevrouw: ‘Een liedje? Welnee. Nee, hoor. Het moet stil zijn in de bibliotheek. En de kinderen mogen zeker niet zingen. Ze mogen zachtjes nieuwe boeken uitzoeken. En als ik voorlees, mogen ze stil zitten luisteren. Maar… zingen? Nee, zeg! Dat lijkt mij nou een beetje vreemd, Sinterklaas, in een bibliotheek.’
Sint: ‘O, nou, ik heb altijd zingende kinderen om me heen. Dat vind ik juist erg gezellig. Maar goed, ik heb het wel weer gezien hier. Bedankt en tot ziens, mevrouw!’
Mevrouw: ‘Dag, Sinterklaas!’

Scene 9

De hoofdpiet en de pieten zitten bij elkaar in het kantoortje van Sinterklaas. De hoofdpiet kijkt droevig. De andere pieten snikken.
Piet 1: ‘Dus…’
Hoofdpiet: ‘We moeten een andere sinterklaas zoeken. Er zit niets anders op. Onze eigen Sinterklaas komt vast niet meer terug.’
Piet 2: ‘Het is ook al erg laat. Normaal blijft hij nooit zo lang weg.’
Hoofdpiet: ‘Nee, precies. Hij heeft vast ander werk gevonden. Hij had er genoeg van, pieten. De sint is natuurlijk al honderden jaren sint. Ik kan me wel een beetje voorstellen, dat hij eens wat anders wil.’
Piet 3: ‘Nou…, ik niet, hoor! Wat is er nou leuker dan Sinterklaas zijn?’
Hoofdpiet: ‘In ieder geval heb ik een advertentie gemaakt. Morgen komt ie in de krant. Luister: Gezocht! Oudere man met…’

Terwijl de hoofdpiet begint met voorlezen, komt Sinterklaas binnen.
Pieten: ‘Sinterklaas!’
Sint: ‘Wat doen jullie hier allemaal? Waarom zijn jullie allemaal aan het huilen?’
Piet 1: ‘We dachten…, we dachten…’
Piet 2: ‘Dat u weg was. Dat u een andere baan had gevonden.’
Piet 3: ‘We hebben zelfs al een advertentie gezet…’
Sint: ‘Een advertentie? Laat eens zien!’
De hoofdpiet laat de advertentie zien aan Sinterklaas. De sint leest de advertentie hardop voor.
Sint: ‘Mmm… Klinkt goed!’
Hoofdpiet: ‘Dus het is waar? U houdt ermee op? Hebt u een andere baan gevonden?’
Sint: ‘Er zijn veel leuke beroepen, piet. Dokter, in de bibliotheek, op een kantoor… Alles lijkt leuk.’
Hoofdpiet: ‘Dus we moeten écht op zoek naar een nieuwe sinterklaas? Of erger nog… het sinterklaasfeest helemaal afschaffen?’
Sint: ‘Het is een heel goede advertentie! Dat heb je goed gedaan, hoofdpiet. Ik neem de baan!’
Pieten: ‘Wat?’
Sint: ‘Ik neem de baan. Ik word sint.’
Pieten: ‘U wordt sint? Maar…, eh…, u bént toch al Sinterklaas?’
Sint: ‘Jawel, dat ben ik ook. Maar ik kies er opnieuw voor! Dus ik bén sint en ik wórd sint! Kijk…, pieten…, al die andere beroepen zijn toch niet echt geschikt voor mij. Het was allemaal wel interessant, maar ik miste steeds iets. Ik kan maar beter blijven wie ik ben. En alle andere grote mensen moeten gewoon hun werk blijven doen. Dat lijkt me veel verstandiger.’
Hoofdpiet (verscheurt de advertentie): ‘Gelukkig! Heel fijn, Sinterklaas. Ik was écht even bang, dat…’
Pieten (stoppen met huilen en zijn duidelijk opgelucht): ‘Dan moeten we nu snel aan de slag, Sinterklaas! Het is al bijna pakjesavond. En we moeten u nog steeds iets vragen over Esmée en over Jayden…’

Terwijl de pieten en de sint met elkaar doorpraten, worden hun stemmen steeds zachter en speelt er steeds harder vrolijke sinterklaasmuziek.

applaus!
MET DE HELE KLAS
Ik geef u nu nog enkele aandachtspunten en tips:
– Als u de klas in groepjes verdeelt en elk groepje een van de scènes laat voorbereiden, dan kunt u het toneelstuk met de hele klas opvoeren.
– U kunt er uiteraard voor kiezen, om steeds hetzelfde kind Sinterklaas te laten spelen. Maar u kunt er ook voor kiezen, dat de mijter en de rode mantel steeds worden doorgegeven aan een volgend kind. Zo speelt in elke scène een ander kind Sinterklaas, terwijl het tóch duidelijk blijft voor het publiek!
– De rol van de hoofdpiet kunt u óók door steeds een ander kind laten spelen. In dat geval moeten de pietenmuts en de pietenmantel, die bij de hoofdpiet horen, steeds worden doorgegeven aan een volgend kind. De pietenmuts kan (bijvoorbeeld) een opvallend grote veer hebben en de pietenmantel kan (bijvoorbeeld) anders van kleur zijn dan de mantels van de andere pieten, zodat duidelijk is, dat het hier om de hoofdpiet gaat.
– In scène 5 en scène 9 kunt u meer pieten mee laten doen dan is aangegeven, zodat meer kinderen (of liefst alle kinderen) aan het toneelstuk kunnen deelnemen.

Ik wens u en de kinderen veel succes en plezier met het spelen van het sinterklaasverhaal!