Vanaf het moment dat Sinterklaas in ons land is, zijn de kinderen hier erg mee bezig. En natuurlijk sluit je als school daarbij aan. Maar omdat wij op onze school niet ieder jaar de gebruikelijke sinterklazen en pietjes willen knutselen, maken we jaarlijks gebruik van een thema, dat aansluit bij het sinterklaasfeest. Bijvoorbeeld: De boot, De mantel, De schoen, De stoel, enzovoort.
In dit artikel wordt een van die thema’s uitgewerkt: Het paard (van Sinterklaas).

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Algemene opzet en bedoeling

Voor het thema nemen we een periode van ongeveer drie weken vóór Sinterklaas onze school bezoekt. En iedere dag behandelen we een onderwerp binnen dit thema. Op welk moment van de dag we hieraan werken, is afhankelijk van de activiteit. We kunnen er dus aan werken tijdens taal-, reken-, gym-, muziek-, wereldoriëntatie- of knutseltijd. Tijdens de sintviering wordt het thema afgerond door middel van een circuit, waarbij de opgedane kennis gebruikt wordt.
De bedoeling van een en ander is, dat we de ervaringen die kinderen al met het onderwerp (in dit geval: het paard) hebben wat meer willen uitdiepen. De kinderen zullen meer kennis opdoen over paarden: over hun verschillende functies, hun verzorging en hun uiterlijk. Voor het thema Het paard zijn de activiteiten in dit artikel per vakgebeid nader uitgewerkt.

De inrichting van het lokaal

Wij hebben op school gedurende ieder project een kijktafel in het lokaal staan. Dit is een tafel, met een mooi kleed eroverheen, waarop spulletjes, boeken, plaatmateriaal, enzovoort over het thema liggen. Bij het project Het paard kunt u hierbij denken aan verschillende borstels, een hoefijzer, een hoofdstel, een zadel, een zweep en eventueel ruiterkleding. Deze spullen zijn bij het kringgesprek en het eindcircuit te gebruiken. Ook de boeken die hier komen te liggen, kunnen de kinderen tijdens leesmomenten pakken.
Bovendien staat er ook nog een “echt” paard in ons lokaal, waarmee de kinderen kunnen spelen in de pauze. Dit paard is gemaakt van een kindertafel. (Zie de beschrijving in de internetuitbreiding bij dit artikel.)Bij het paard leggen we sint- en pietenkleding en een multomap, die is omgetoverd tot het grote boek van Sinterklaas. Nu kunnen de kinderen hier heerlijk mee spelen.

Kringgesprekken

Alle facetten komen aan bod

• Bij de introductie van het thema kunnen de kinderen hun ervaringen met paarden uitwisselen. Dit kan met de hele groep samen. Maar het kan ook met een binnen- en een buitenkring, waarbij de kinderen per tweetal tegenover elkaar zitten en aan elkaar vertellen. (Eventueel met een keer doorschuiven.) Daarna wordt er een woordweb gemaakt, dat tijdens het thema in de groep blijft hangen en eventueel nog wordt aangevuld.

• In een ander kringgesprek kijken we naar plaatmateriaal, waarover gesproken wordt. Mogelijkheden:
– Het paard zelf. Hoe ziet het paard eruit? Welke kleuren kan een paard hebben? (Laat enkele voorbeelden zien.) Benoem eens wat “onderdelen” van het paard. Aan bod komt ook: de beweging van het paard. Hoe heten de verschillende gangen van het paard? (Stap, draf en galop.) Beeld een gang eens uit. U kunt de verschillende rassen laten zien. Enzovoort.
– Ook kan er gekeken worden naar de verschillende spullen, die op de kijktafel liggen. Hierbij komt ter sprake waar de verschillende borstels, het zadel, enzovoort voor gebruikt worden.
– Gedurende de hele periode hangt er een grote plaat (tekening) van een paard in de klas, waarop de voornaamste “onderdelen” van het paard worden aangegeven. Deze tekening komt ook later nog terug als kopieerblad/werkblad. (Zie de internetuitbreiding bij dit artikel.)

• Bij een volgend kringgesprek gaat het over het gebruik van het paard, vroeger en nu. Waar werden paarden vroeger voor gebruikt? (Landbouw, oorlogvoering, het trekken van een kar of trekschuit.) En waar wordt het paard nu voor gebruikt? (Voornamelijk voor recreatie.) Kinderen kunnen hierbij gebruik maken van hun ervaringen. Er zitten zeker “specialisten” in de groep. En natuurlijk komt ter sprake waarvoor Sinterklaas zijn paard gebruikt!

Tip

Eventueel kunt u iemand van een manege in uw omgeving uitnodigen om op school nog meer te komen vertellen over het paard en het paardrijden. Dit zou natuurlijk nóg interessanter worden, als er ook daadwerkelijk een paard meegenomen zou kunnen worden naar school, om samen op het plein te bekijken! En misschien is het zelfs mogelijk om een bezoekje aan de plaatselijke manege of stoeterij te brengen!

Taalactiviteiten

• Een leuke taalactiviteit is het voorlezen van verhalen en het voordragen van gedichten, waarin het paard centraal staat. Het gedichtje Schimmel was ziek, van Annie M. G. Schmidt (uit: Ziezo, Querido, 1987 e.v.) is hiervoor erg geschikt. Nadat u zelf het gedichtje hebt voorgedragen, kunnen een aantal kinderen een stukje voordragen. Hierna kan nog over het gedichtje gesproken worden. Over wie gaat het? Wat gebeurt er? Hoe loopt het af?
Dan kunnen de kinderen zélf gedichtjes gaan maken. Ze kunnen bijvoorbeeld een elfje maken, waarbij ze met het woord paard moeten beginnen. Of ze schrijven het woord paard van boven naar beneden, waarna de zinnen van het gedicht met deze letters moeten beginnen.

• Uit bijvoorbeeld het woord paardrijlessen moeten de kinderen zo veel mogelijk nieuwe woorden maken. Elke letter mag maar één keer gebruikt worden in ieder woord. Alle woorden die de kinderen vinden, schrijven ze op. Laat ze op tijd werken. Geef ze bijvoorbeeld vijf minuten. Daarna kunnen alle woorden die gevonden zijn op het bord geschreven worden, waarna met de groep wordt bekeken of elk gevonden woord ook klopt!

• Galgje – met woorden die bij het thema passen – is een leuke activiteit voor tussendoor.

• Bij de spellingles kunnen woorden als paard – die eindigen op een “d”, maar klinken als “t” – behandeld worden. Eerst wordt de spellingregel uitgelegd. En daarna kunnen de kinderen met hun maatje zo veel mogelijk van dit soort woorden bedenken en opschrijven.

Rekenactiviteiten

• Wegen is een leuke activiteit bij dit thema. Hoe zwaar is een paard eigenlijk? Laat gegevens opzoeken in paardenboeken. Hoeveel kinderen wegen samen ongeveer net zo veel als één paard? Om dit te kunnen oplossen, moeten natuurlijk eerst de kinderen gewogen worden. Neem een weegschaal mee naar school en schrijf van alle kinderen het gewicht op het bord.

• Ook meten is een leuke activiteit. Hoe groot/hoog is een paard? Hoe wordt dat gemeten? (Vanaf de grond tot de schoft wordt de hoogte van het paard gemeten. Onder aan de hals, vóór de rug, zit een knobbel. Dat is de schoft. We spreken daarom van: schofthoogte.)
Zijn alle paarden even groot? Zijn alle kinderen even groot? Hoe lang zijn de kinderen uit de groep dan? Alle kinderen gaan langs een meetlat staan, die aan de deur of op de muur is bevestigd. Ook deze lengtes worden op het bord genoteerd.

• Hoe hoog zou een paard kunnen springen? Dat kunt u met de kinderen nameten. Op de gemeten hoogte wordt een strook papier op de muur bevestigd. In de gymzaal kunt u bij het hoogspringen het elastiek eerst op die hoogte hangen. Kunnen de kinderen daar overheen springen? Hoe hoog kunnen ze dan wél springen? Waarom kunnen paarden hoger springen dan mensen?

Activiteiten beeldende vorming

Bij het project Sinterklaas te paard zijn vele mogelijkheden tot knutselen. Ik beschrijf er hier een aantal:

• Een sokpop maken. Van een sok wordt een paardenhoofd gemaakt. Met stukjes stof worden ogen, oren, manen, neus en mond op de sok gemaakt. Het paardenhoofd kan gebruikt worden als handpop, maar kan ook opgevuld en dichtgenaaid worden.

• Schetsen. Teken stap voor stap een paard, door te schetsen. Zoek hiervoor eventueel een geschikt voorbeeldenboek.

• Scheuren. De kinderen krijgen een vel papier, waarop het silhouet van een paard is afgebeeld. Dit silhouet vullen ze helemaal in met kleine, uitgescheurde papiertjes uit tijdschriften. De manen, staart, neus, mond en ogen krijgen elk een andere kleur. Daarna wordt het paard uitgeknipt. Alle paarden worden verzameld op een groot, groen vel karton, aan de muur. Zo lijkt het net een weiland, vol met paarden.

• Bewegend paard. Er wordt een paard gemaakt, dat kan bewegen. (Zie de internetuitbreiding bij dit artikel voor de tekening hiervan.) De onderdelen worden met splitpennen aan elkaar gemaakt. Zo kunnen de benen, de staart en het hoofd los van elkaar bewegen.

• Hoefijzers. Die kunnen op meerdere manieren gemaakt worden. Een makkelijke manier is met klei. De kinderen moeten goed denken aan de puntjes van de nagels (spijkers). Een moeilijkere manier is het figuurzagen van een hoefijzer. Eerst wordt de vorm op papier getekend en daarna op hout overgetrokken. Help de kinderen met de zaagjes! Uitgezaagde hoefijzers kunnen later gebruikt worden bij het hoefijzer gooien.

• Paard in de nacht. Het paard van Sinterklaas moet ’s nachts op stap. Je ziet dan eigenlijk alleen maar silhouetten. De kinderen tekenen met grijs potlood een paard, met Sinterklaas op zijn rug. Dit geheel knippen ze uit. Ook maken ze van zwart papier een dak van een huis, met daarop een schoorsteen. Op een wit vel papier maken ze met blauwe ecoline donkere en lichte vlekken. Als de ecoline droog is, plakken ze het dak en het paard op dit vel papier.

• Stallen. Van allerlei kosteloos materiaal kunnen stallen geknutseld worden. Dit is een mooie groepsopdracht. Er moet een ondergrond (van karton) komen, met een wei, bomen en misschien wel een bak (waar de paarden in rijden) erop. De kinderen moeten goed op de verhoudingen letten. Eventueel kunnen er nog paardjes (van karton of klei) gemaakt worden. En het is leuk om met écht stro of hooi te werken in de stallen.

Muziekactiviteiten

• Met allerlei muziekinstrumenten kan het geluid worden nagedaan, dat een paard maakt als het loopt. Met bijvoorbeeld een trom of een woodblock is dit goed te doen.
Geef een aantal kinderen deze instrumenten en laat ze eerst stapgeluiden maken. Doe zelf ook mee, om het ritme aan te geven. Daarna worden de instrumenten doorgegeven en komen de drafgeluiden aan de beurt. En nadat de instrumenten opnieuw zijn doorgegeven, komen de galopgeluiden aan bod. Tot slot kunnen de kinderen zélf een van deze drie gangen laten horen. De andere kinderen moeten dan raden welk geluid bij welke gang hoort.

• Hierna kunnen met instrumenten ook andere dieren nagedaan worden. Bijvoorbeeld: een olifant loopt zwaar, een musje hupt, een poes sluipt, enzovoort.

• En natuurlijk kunnen er ook heel veel sinterklaasliedjes worden gezongen. Vooral de liedjes, waarin het paard/de schimmel voorkomt.

Drama-activiteiten

• Veel kinderen hebben ervaringen met paarden. Verschillende aspecten die de kinderen noemen, kunnen uitgespeeld worden. Eventueel met gebruik van het “echte” paard, dat in het lokaal staat. Het gaat hier voornamelijk om de beleving. Enkele voorbeelden:
– Hoe was de eerste, bewuste kennismaking met een paard? Durfde je het paard te aaien? Zo ja, hoe en waar? Was je bang? Liep je meteen op het paard af? Vond je het paard groot? Wilde je er graag op rijden? Gaf je het paard te eten? Zo ja, wat en hoe? Laat eens zien hoe je dat deed.
– Geef het paard eens een suikerklontje. Hoe ver sta je van het paard af? Ben je ontspannen? Of ben je gespannen? Is je arm gestrekt en is je hand open? Of is je arm krom en je hand bijna gesloten?
– Hoe moet je op het paard klimmen? Waar houd je je vast? Waar kijk je naar? Hoe voel je je?
– Nu zit je erop. Vind je het vreemd? Is het paard hoog en breed? Had je je dit zo voorgesteld?
– Ga nu maar rijden. Houd je de teugels goed vast? Wat zeg je tegen het paard? Wat moet je doen om duidelijk te maken dat je wilt gaan lopen? Wat doe je als je harder wilt? Wat doe je als je wilt stoppen? Wat doe je als het paard iets goed doet? (Juist, dan geef je een klopje op zijn hals.)
– Na de rit moet je het paard verzorgen. Het zadel moet eraf. Doe dat eens. Maak eerst de gespen (singel) los. Dan moet het hoofdstel af. Doe dat eens.
– Laat eens zien hoe je het paard moet borstelen. Geef je het nog iets te eten?
– Ten slotte komt de stal aan de beurt. Dat is zwaar werk. Hooi eruit, in de kruiwagen. Vegen, boenen en weer schoon hooi erin.
– Wat doe je als je het paard gedag zegt?
Wat er uitgespeeld gaat worden, hangt natuurlijk erg af van de ervaringen van de kinderen. Zit er een speciale beleving bij van een kind? Dan kan dat natuurlijk ook uitgespeeld worden.

• De kinderen kunnen in kleine groepjes (van ongeveer drie kinderen) een toneelstukje voorbereiden, waarin het paard centraal staat. Dat kan natuurlijk een sinterklaastoneelstuk worden. Maar het kan zich ook op de manege of in het bos afspelen.

• Op verschillende kaartjes staan opdrachten. Geef een kind een kaartje. De groep mag het kaartje niet zien. Het kind moet uitbeelden wat er op het kaartje staat. De andere kinderen moeten raden wat er uitgebeeld wordt. Dat kan zijn: een trots paard, een sloom paard, een vrolijk paard, enzovoort. De kaartjes voor deze activiteit vindt u in de internetuitbreiding bij dit artikel.

Kunstbeschouwing

Aan de hand van enkele bekende kunstwerken, waar het paard centraal staat, kunnen leuke lessen kunstbeschouwing gegeven worden. De kinderen gaan bewust(er) naar kunst kijken. In de internetuitbreiding vindt u een Kijkwijzer, die bij ieder kunstwerk gebruikt kan worden. Ook worden daar enkele bruikbare kunstwerken genoemd.
U kunt de kunstwerken opzoeken (op internet of in kunstboeken) en in kleur laten kopiëren op A3-formaat.

Afrondingscircuit

Aan het eind van het thema hebben de kinderen veel kennis over het paard opgedaan. In het afrondingscircuit wordt deze kennis getest door middel van acht opdrachten. Dit circuit kan tijdens de sinterklaasviering worden gedaan. Naast het eventuele toneelstuk, het bezoek van Sinterklaas in de groep en misschien zelfs de cadeautjes.

Aandachtspunten en werkwijze

– In het klaslokaal (en eventueel op de gang) worden de opdrachtkaarten (die zijn opgenomen in de internetuitbreiding bij dit artikel) en de benodigde materialen op acht verschillende plekken neergezet.
– De kinderen worden verdeeld in acht groepjes. Elk groepje gaat het hele circuit doen.
– De kinderen krijgen hiervoor een aftekenlijst (die ook is opgenomen op in de internetuitbreiding met alle acht de onderdelen erop. Het onderdeel waar ze mee starten, is aangegeven door middel van een sticker of iets dergelijks. Zodra ze het onderdeel gedaan hebben, kunnen ze het aftekenen of afstempelen.
– De kinderen hebben ongeveer tien minuten per onderdeel. Er kan bijvoorbeeld een kookwekker worden gezet. Daarna wordt er opgeruimd en doorgedraaid. De kinderen gaan dan naar het volgende opdrachtnummer. Start je bijvoorbeeld bij opdracht 3, dan ga je door naar opdracht 4. En als je bij opdracht 8 begint, dan draai je door naar opdracht 1. Enzovoort.
– Halverwege het circuit is er wellicht even tijd voor een pauze.