Het Praxisbulletin-artikel introduceert een poppenkastspel over vakantieleed. In deze internetuitbreiding vindt u een extra poppenkastspel met als thema het einde van het schooljaar.

Schoolverlaters

Veel kinderen nemen met gemengde gevoelens afscheid van de basisschool. Natuurlijk, het avontuur op de middelbare school lonkt, en die wc’tjes beginnen toch wel erg klein te worden, maar de basisschool voelt zo vertrouwd aan. Wie zegt dat het op de volgende school ook leuk wordt? In dit poppenkastverhaal bedenkt Vincent uit groep 8 een list om langer op de basisschool te mogen blijven. Zijn meester trapt er niet in, maar hij helpt Vincent op een andere manier.

Poppen

– Vincent (een jongen)
– Meester Fred
– Milly (een meisje)
– Een paar kinderen. (Hang hiervoor enkele poppen aan een latje, zodat u met het bewegen van het latje in een keer drie of vier kinderen tegelijk kunt bewegen. De poppen hoeven niet individueel te worden bespeeld.)

Rekwisieten

– Een kleine kaart van Nederland die met touwtjes of klittenband in de poppenkast kan hangen.
– Een klein boekje
– Een klein aanwijsstokje
– Het geluid van een schoolbel

Scènes

Scène 1:

(De gordijntjes zijn nog dicht. Het publiek hoort de stem van de meester en de stemmen van een paar kinderen.)
Meester Fred:

“Zo kinderen. Geniet maar lekker van het weekend. Volgende week hebben we de groep 8 musical. Dat wordt natuurlijk hartstikke leuk. Iedereen heeft er hard op geoefend. Dan hebben we nog twee weekjes school en dan is het schooljaar weer voorbij. Daarna gaan jullie allemaal naar de middelbare school! Eerst lekker vakantie vieren natuurlijk!”
Kinderen: “Prettig weekend meester!”
Meester Fred: “Tot volgende week!”
(Door het gordijntje komt Vincent tevoorschijn. Hij draalt duidelijk. Uiteindelijk gaat hij zitten op het randje van de poppenkast. Hij merkt de kinderen in de zaal op.)
Vincent: “Nog twee weken school. Nog maar twee weken, en dan moet ik hier weg. Naar de middelbare school. Daar lijkt me nou echt helemaal niets aan. De middelbare school. Klinkt ook helemaal niet leuk.”
(Vincent staat weer op en gaat langzaam naar de andere kant van de poppenkast. Hij gaat weer zitten.)
Vincent: “Ik zou willen dat ik op deze school kon blijven. Veel leuker. Maar ja, meester Fred zegt dat we allemaal slim genoeg zijn. We hebben alles geleerd wat hij ons kan leren. Wat kan mij dat nou toch schelen. Meester Fred vertelt altijd zulke spannende verhalen. Dat doen die leraren op de middelbare school echt niet hoor. Die vertellen helemaal geen verhalen. Of saaie verhalen.”
(Vincent staat weer op.)
Vincent: “Mmmm. Misschien heb ik een plannetje. Tot morgen!”
(Vincent gaat duidelijk vrolijker af.)

Scène 2:

(Het publiek hoort een schoolbel. De gordijntjes gaan open. Een paar kinderen, Vincent en meester Fred zijn in de klas. Meester Fred staat voor de groep.)
Meester Fred:

“Goedemorgen allemaal kinderen! Vandaag gaan we de tafeltjes herhalen. Ik heb jullie al verteld dat je die altijd nodig zult hebben. Je hele leven lang zullen jullie blij zijn dat ik jullie de tafeltjes heb geleerd. Op de middelbare school is het ook reuze handig. Goed…
(Wijst naar een van de kinderen)
Hoeveel is 4 x 7 ?”
(Een van de kinderen geeft meteen het goede antwoord.)
Een kind: “28 meester!”
Meester Fred: “Goed zo. De volgende.
(Wijst een ander kind aan)
Hoeveel is 9 x 9”
Ander kind: “81 meester.”
Meester Fred: “Prima. De volgende!
(Wijst weer een ander kind aan.)
Hoeveel is 5 x 5”
Ander kind:

“25 meester.”
Meester Fred: “Zo gaat ‘ie goed, jongens.
(Wijst naar Vincent.)
Hoeveel is 7 x 6”
Vincent: “Eeh…32 meester.”
Meester Fred: “Vincent toch! Zo heb ik je dat toch niet geleerd? Denk nog eens goed na?”
Vincent: “Eeh… 54 meester?”
Meester Fred: (Schudt met zijn hoofd.)
Wie kan Vincent even helpen?
(Wijst naar een van de kinderen.)
Ander kind: “42 meester.”
Meester Fred: “Precies! Zo wil ik het horen! We gaan nog iets anders oefenen.”
(Meester Fred trekt aan een touwtje. Een kaart van Nederland komt in de poppenkast te hangen. Meester Fred pakt een aanwijsstok en wijst een plek aan op de kaart.)
Meester Fred: Welke stad ligt hier?
(Wijst een kind aan.)
Kind: “Amsterdam, meester.”
Meester Fred: “Keurig. En welke stad ligt hier? Vincent ?”
Vincent: “Eeh… Maastricht meester?”
Meester Fred: “Wat is er met jou aan de hand vandaag? Hier ligt Maastricht toch niet? Wie weet welke stad hier wel ligt?”
Ander kind: “Groningen, meester.”
Meester Fred: “Precies. Nou.. probeer dit eens Vincent. Welke provincie is dit?”
Vincent: “Eeh… Zeeland, meester.”
Meester Fred: “Hè, Vincent. Kijk nou toch eens goed!”
Vincent: “Eeh… Friesland, meester?”
Meester Fred: “Nee! Dit is toch duidelijk Utrecht! Nou ja… het komt misschien door de warmte. De zomer zit natuurlijk in jullie kop. Dan past er nog maar weinig topografie bij, natuurlijk.”
Vincent: “Misschien heb ik het gewoon nog niet allemaal goed onthouden, meester.”
Meester Fred: “Natuurlijk wel, Vincent. Jullie hebben toch ook allemaal de CITO toets gedaan. Daar moest je dit toch ook weten. Niet zo raar nu. Ga jij vanavond gewoon vroeg naar bed en dan proberen we het morgen nog eens… Nou kinderen… pak allemaal maar je script van de musical dan gaan we nog een keer de teksten nakijken…
(Terwijl de poppen druk rommelen in de poppenkast gaat het gordijntje dicht.)

Scène 3:

(Als de gordijntjes open gaan ziet het publiek meester Fred en Vincent)
Meester Fred: “Ik maak me zorgen over je Vincent. De afgelopen dagen lijkt het alsof je niets meer weet. Je hebt niets onthouden van wat we in groep 7 en groep 8 hebben geoefend.”
Vincent: “Dat idee heb ik ook meester. Het lijkt wel alsof ik heel veel ben vergeten van de laatste twee schooljaren. Misschien kan ik het gewoon niet goed onthouden.”
Meester Fred: “Vreemd. Heel vreemd. Want je hebt je CITO toets wel goed gedaan, Vincent.”
Vincent: “Tja… ik heb wel eens gelezen dat dat kan, meester. Dat kinderen toch meer moeite hebben met de lesstof. Dat ze eigenlijk beter groep 7 en groep 8 over kunnen doen. Zodat ze het allemaal beter onthouden. Misschien, meester, is dat voor mij ook het beste. ”
Meester: “Zo, zo. Ja, ja. Dus jij denkt dat je misschien groep 7 en groep 8 over moet doen. Mmmmm. Nou. Daar moeten we dan maar eens over nadenken hè, Vincent. Het zou ook zonde zijn als je naar de middelbare school gaat als je er eigenlijk nog niet klaar voor bent, vind je niet?”
Vincent: (Duidelijk opgelucht)
Precies, meester! Dat bedoel ik. Soms is het gewoon beter om er wat langer over te doen.
Meester: “Nou, Vincent. Ga maar snel naar huis dan zie ik je morgen weer.”
Vincent: “Tot morgen meester!”
(Vincent gaat af)
Meester: “Ik denk dat ik wel weet wat er ècht met Vincent aan de hand is…”
(Meester gaat ook af. De gordijntjes gaan dicht.)

Scène 4:

(Als de gordijntjes open gaan ziet het publiek een meisje zitten. Ze heeft een klein boekje vast. Ze oefent duidelijk hardop haar tafeltjes. Af en toe snikt ze. Ze staat duidelijk op het punt om in huilen uit te barsten.)
Milly: (Met een wat bibberige stem.)
3 x 5= …. 14
(Kijkt in het boekje.)
Nee. Het is 15. Niet vergeten. 15, 15, 15, 15, 15.
3 x 5 = 15
(Ze zucht en doet nog een sommetje.)
4 x 2 = 9
(Kijkt weer in het boekje.)
Nee. Weer fout. Het is 8.
(Ze begint te huilen. Vincent komt op.)
Vincent: “Hé, hallo! Wat is er aan de hand?”
(Het meisje kijkt op en herkent Vincent. Vincent kent het meisje duidelijk ook.)
Vincent: “Jij bent Milly. Uit groep 6.”
Milly: “Ja. Dat ben ik.”
(Ze begint weer heel hard te huilen)
Vincent: “Milly… wat is er?”
Milly: “Ik moet vandaag de tafeltjes van 2 en van 5 kennen… maar het lukt me niet.”
(Huilt.)
Vincent: “Oh, maar die zijn niet zo ingewikkeld hoor. Kom maar… ik zal je wel even helpen. We hebben nog wel even tijd voordat de school begint. Zullen we samen de tafeltjes eens oefenen?”
Milly: “Ja. Heel graag. Ik raak steeds in de war.”
Vincent: “Oh, dat had ik ook in het begin hoor. Dat heeft iedereen. Maar als je een paar keer oefent dan zal je zien dat het wel meevalt. Bijvoorbeeld met de tafeltjes van twee ga je er steeds twee bij optellen. Als je dat een paar keer hebt gedaan onthoud je het vanzelf. Kijk maar… 1 x 2 = ”
Milly: (Vult aan.) ” 2.”
Vincent: “2 x 2 =”
Milly: “4”
Vincent: “Hartstikke goed. Volgens mij ken je ze beter dan je denkt. Kom… we gaan verder. 3 x 2 =”
(De gordijnen gaan dicht. Het publiek hoort Milly nog een antwoord geven. Voor de gordijntjes komt de meester op. Hij heeft alles gehoord)
Meester: “Mmmm. Interessant. Precies. Vincent is dus niet alle tafeltjes vergeten. Dat dacht ik al. Sterker nog… hij kan dat meisje… Milly… heel goed helpen.
Mmmm. Ik denk dat ik op mijn beurt Vincent wel kan helpen.”
(Meester gaat ook af.)

Scène 5:

(Als de gordijntjes open gaan ziet het publiek de meester en Vincent.)
Meester: “Het is jammer, Vincent. Op de een of andere manier had ik mijn hoop op je gevestigd.”
Kinderen: “Hoezo, meester? Waarom?”
Meester: “Het zou heel goed kunnen dat deze school over een paar jaar niet meer bestaat.”
Vincent: “Niet meer bestaat?”
Meester: “Nee. Dan kan je nooit meer terugkomen voor een reünie….of later aan je eigen kinderen niet meer kan laten zien waar je op school hebt gezeten. Misschien breken ze het gebouw zelfs wel af.”
Vincent: “Maar… waarom meester?”
Meester: “Over een paar jaar zijn er geen meesters en juffen meer om les te geven aan de kinderen. Ze gaan allemaal met pensioen. Zoals je weet is juf Annet al wat ouder. Over een paar jaar gaat ze met pensioen. Ook meester Ad en juffrouw Fatima werken nog maar een paar jaar voordat ze met pensioen gaan. Ook ik ben niet meer zo heel jong. Als de oude meesters en juffen te oud zijn geworden, en er komen geen nieuwe meesters en juffen, dan moet de school dicht. Dan kan niemand de kinderen les geven.”
Vincent: “Maar dan kunnen ze toch gewoon een advertentie zetten? Dat er nieuwe juffen nodig zijn?”
Meester: (Zucht.)
“Dat is een goed idee. Alleen… heel veel kinderen die naar de middelbare school gaan, en daar vanaf komen met een diploma… denken er helemaal niet over na om juf of meester te worden. De meesten willen advocaat worden, of dokter. Weer anderen willen een winkel beginnen met tassen en schoenen. Of stratenmaker. Brandweerman. Bijna niemand denkt eraan dat het ook heel leuk is om meester of juf te worden.”
Vincent: “Meester… ik zou wel op deze basisschool willen komen werken later. ”
Meester: “Ja. Ik had gehoopt dat jij wel meester zou willen worden… maar helaas…dat wordt nu wel een beetje lastig, Vincent.”
Vincent: “Maar… maar… u zei net dat ze nieuwe meesters en juffen nodig hebben over een paar jaar.”
Meester: “Ja… dat zei ik wel. Maar een meester of juf moet de tafeltjes goed kennen. En topografie. Ze mogen niet steeds alles vergeten. En jij bent alles vergeten, Vincent. Ik denk niet dat dat gaat lukken…”
Vincent: “Nee… ik … ik weet alles weer, meester. Ik was alleen maar een beetje in de war. Ik was moe. Ik had de griep. En hoofdpijn. Ik weet alles weer…. ik heb zelfs Milly uit groep 6 geholpen met haar rekenen!”
Meester: “Tja… dat zeg jij nou wel… maar ik heb net geregeld dat jij terug mag naar groep 7, Vincent. Jij wil toch helemaal niet naar de middelbare school! Dus het is nog veel te vroeg om na te denken over wat je later wil worden… of denk jij van niet?”
Vincent: “Nee, nee, echt meester. Ik wil meteen naar de middelbare school. Meteen na de zomer. En na de middelbare school wil ik naar de hogeschool om meester te kunnen worden. Ik weet echt alles nog van groep 7 en 8 hoor! Ik kan echt naar de middelbare school. Luister maar: 8 x 7= 56 en 9 x 3 = 27 en 4 x 3=12
En ik weet ook waar Amsterdam ligt en waar Maastricht ligt. Echt waar!”
Meester: “Tja… dat is toch ook vreemd, Vincent! Je weet alles weer? Hoe kan dat nou toch? Misschien kan je dan toch later ook een leraar worden… dat zou leuk zijn.”
Vincent: “Ja, dat lijkt me heel erg leuk. Dan kom ik later gewoon weer terug op deze school… maar dan als meester. Echt… ik zei u toch… het kwam door de hoofdpijn. Het is weer over. Het zal niet meer gebeuren. Ik…ik ga graag naar de middelbare school na de zomer.”
Meester: “Dat lijkt me een goed idee, Vincent. En kom je dan als je je diploma hebt gehaald bij me langs? Dan zal ik je precies vertellen naar welke hogeschool je moet om een goede meester te worden, zodat je daarna op deze school kan komen werken.”
Vincent: “Ja, meester. Beloofd.”
Meester: “Goed zo. Nou… hup naar huis, anders wordt je moeder nog ongerust!”
(Vincent gaat af. Meester blijft nog even achter)
Meester: “Zo. Dat is ook weer opgelost. Ach ja, jongens…. er is er elk jaar wel een die niet naar de middelbare school wil. Jullie willen toch wèl naar de middelbare school, hoop ik?
Goed je best doen, hoor. De middelbare school is hartstikke leuk! En als je meester of juf wil worden later… dan weten jullie me te vinden!”

(Meester gaat af. De gordijnen gaan dicht)

Tips

Het moet voor het publiek duidelijk worden wat er eigenlijk met Vincent aan de hand is. Dat de meester begrijpt wat er aan de hand is moet het publiek ook weten. Zorg dat u de tekst die Vincent zegt over het niet naar de middelbare school willen, en de tekst waaruit blijkt dat de meester wel snapt wat er aan de hand is, heel duidelijk wordt uitgesproken. Ook moet goed zichtbaar zijn dat de meester Vincent heeft afgeluisterd terwijl hij Milly heeft geholpen met de tafeltjes. Als het lastig is om de pop Milly een boekje te laten vasthouden, kunt u dat ook achterwege laten. Het is meer bedoeld als aankleding en niet echt nodig om de scène te kunnen spelen. In dit verhaal wordt Vincent overhoord over de tafeltjes en topgrafie. U kunt dat natuurlijk vervangen door lesstof die net in uw eigen klas is behandeld.

Voor wie meer wil met poppenkast

De Inholland Academy in Haarlem organiseert vanaf september 2010 een post-hbo cursus over poppenkast in de klas met de titel: “De poppen aan het dansen.”
Wie meer wil weten kan contact opnemen met Inholland Haarlem Educatie. Telefoonnummer: 023 – 541 25 51